120 jaar geleden: oerpremière van “La Bohème”

La_boheme(c)Annemie_AugustijnsOp 1 februari 1896 wordt in het Teatro Regio van Turijn o.l.v. Arturo Toscanini één van de beroemdste opera’s aller tijden gecreëerd: “La Bohème” van Giacomo Puccini.

Het was ironisch genoeg Leoncavallo die Puccini de stof voor deze opera had aangebracht, maar oorspronkelijk zag hij er niks in. Toen echter Leoncavallo er dan zelf maar was beginnen aan werken, bedacht Puccini zich en uiteindelijk zou zijn compositie die van Leoncavallo helemaal in de schaduw zetten!
Nochtans dient toegegeven dat het eerder merkwaardig is dat Puccini niet onmiddellijk op die “Scènes de la vie de bohème” van Henry Murger (1845-1848) was gevallen. In zijn jeugd in Milaan had hij immers ook zowel armoede gekend als de bloemetjes buitengezet, als er dan toch eens geld binnenkwam. Hij vormde met een paar vrienden zelfs een clubje dat bewust marginaal en artistiek contestatair wilde zijn.
De première van “La Bohème” was onmiddellijk een publiek succes, zij het dat de pers vernietigend was. De échte erkenning kwam er dan ook pas in 1897 bij de opvoering in de Scala van Milaan.
Ik heb letterlijk al ontelbare versies van deze opera gezien en ik word hem maar niet moe. De mooiste versie die ik ooit heb gezien (ik heb het nu over het visuele aspect) was ongetwijfeld die in de Vlaamse Opera, geregisseerd door Robert Carsen (foto Annemie Augustijns).
Ik heb het ook altijd moeilijk om het droog te houden als Mimi haar levensleed uitkweelt. Grappig is wel dat de aria die mij persoonlijk het meeste kippenvel bezorgt “Mi chiamano Mimi” is, waarin ze eigenlijk gewoon zichzelf voorstelt. Zeker na ongeveer driekwart van de aria, als ze de hoogte ingaat, kan ik mijn tranen nog nauwelijks bedwingen en nochtans zingt ze dan enkel: “Maar als het lente wordt…” of zoiets. Ik herinner mij een matinee in de Opera voor Vlaanderen, waar ik als recensent van De Rode Vaan naast een chique dame uit het rijke Kortrijk kwam te zitten en toen wij beiden om ter hardst zaten te snotteren, ontstond er zelfs een band over de klassentegenstellingen heen…
Alle voorstellingen van de Vlaamse Opera waren uitverkocht, maar moedigen konden aan de kassa toch nog proberen een niet-afgehaalde kaart te bemachtigen. Laat je evenwel niet afschepen met een “laissez-passer”. Daarvoor betaal je 1.000fr en toch word je als de eerste de beste party-crasher voortdurend van je plaats verjaagd, als er weer een beotiër tussen twee bedrijven komt binnengewandeld. (*)
Het loont echter de moeite: niet enkel is deze klassieker van Giacomo Puccini op zich reeds één van de mooiste bladzijden uit de muziekgeschiedenis, regisseur Robert Carsen en dirigent Silvio Varviso hebben zich weer eens overtroffen. Na “Manon Lescaut”, “Tosca” en “Turandot” was dit de vierde Puccini-parel aan de kroon van de Vlaamse Opera. Carsen heeft terecht voor een “optimistische” lezing geopteerd. Mimi is in zijn ogen geen “sloorke” dat vrij toevallig in dat kunstenaarsmilieu terechtkomt en er dan aan ten ondergaat, nee, zij verleidt heel doelbewust Rodolfo. Zij is ook niet tegengesteld aan Musetta, integendeel: ze kijkt er naar op, het is slechts haar ziekte die haar parten speelt. Een ziekte waarop ze dan reageert met overmatig drankgebruik b.v., zodat ze eigenlijk zichzelf nog wat sneller in de dieperik helpt en niet de anderen. Die anderen zijn anderzijds wel echt getroffen door haar dood, maar het leven gaat verder. Dàt is de boodschap als ze op het einde buiten het kader van het kleine kamertje treden en het gele bloembed inwandelen.
Ook de zangrollen waren uitstekend bezet. De Amerikaanse Mary Mills is een geloofwaardige Mimi, terwijl Fabio Armiliato als Rodolfo niet meer hoeft voorgesteld te worden, want die was nu reeds voor de vijfde keer aan de slag in de Vlaamse Opera (na Don Carlo, Macbeth, Tosca en Manon Lescaut). Zijn vrienden zijn Ned Barth als Marcello (deze Amerikaan is ook al aan zijn vierde rol toe, na Edgar, La Rondine en Falstaff), Harry Peeters als Colline en “onze eigen” Werner Van Mechelen als Schaunard. Een andere bekende zanger van bij ons, Piet Vansichen, moet twee ietwat sullige personages ten tonele voeren: de huisbaas Benoit en de hoorndrager Alcindoro. De Amerikaanse Jean Glennon is Musetta. Deze keer was het decor van een andere Canadees, Michael Levine, die met Carsen o.a. reeds de veel geprezen enscenering van Brittens “Midsummernight’s dream” had gedaan in Aix-en-Provence.

(*) Een allusie op wat mezelf overkwam tussen bedrijf één en twee, alhoewel daar eigenlijk geen onderbreking voorzien was. Ik gaf dan ook geen krimp en stond mijn plaats pas bij de pauze af.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.