Vandaag is het 115 jaar geleden dat de Ierse schrijver Oscar Wilde is gestorven…

Oscar Wilde werd geboren in Dublin als de jongste zoon van Sir William Wilde. Zijn moeder, Jane Francesca Elgee (1826-1896), was in Ierland bekend als een zeer nationalistische schrijfster onder het pseudoniem Speranza. Ook vertaalde zij boeken uit het Frans en Duits. Zijn vader (1815-1876) was een vooraanstaand oog- en oorchirurg en schreef boeken over archeologie en folklore. De familie Wilde behoorde bij de Anglo-Ierse protestantse bovenlaag van de Ierse bevolking. Het lijkt dan paradoxaal dat de familie Wilde een voorstander was van de Ierse vrijheidstrijd, maar eigenlijk is dit niet zo vreemd. In de negentiende eeuw was de Ierse vrijheidstrijd immers vooral in handen van protestanten. De katholieken waren slechts arme, ongeletterde boeren, die noch de mogelijkheid noch de ambitie hadden om een Ierse republiek op te richten.
Oscar Wilde studeerde klassieke talen aan het Trinity College in Dublin. Hij was een briljante student en ging daarna dan ook naar het Magdalen College in Oxford. Tijdens de vakantie ondernam hij een reis naar Italië met zijn vroegere leraar aan het Trinity College, John Pentland Mahaffy, en twee jaar later ging hij met dezelfde Mahaffy naar Griekenland, in een tijd waarin het nog geenszins gebruikelijk was dat studenten naar de bakermat van hun beschaving reisden.
Tijdens zijn studententijd in Oxford werd hij bekend door zijn rol in de esthetische en decadente beweging. Hij liet zijn haar groeien, toonde publiekelijk minachting voor de ‘mannelijke’ sporten, en versierde zijn kamer met pauwenveren, lelies, zonnebloemen, Chinees porselein en andere objets d’art. Hij was onder de indruk van de Engelse schrijvers John Ruskin en Walter Pater, die kunst het middelpunt van het leven maakten. Oscar Wilde werd al snel een voorvechter van het esthetische principe ‘l’art pour l’art’: alles is goed zolang het de kunst maar dient. Deze stelling van Théophile Gautier werd nieuw leven ingeblazen door de Amerikaanse schilder James McNeill Whistler, een vriend van Wilde.
Na het overlijden van zijn vader voorzag Wilde deels in zijn onderhoud door de opbrengst van enkele bezittingen in Ierland. Na zijn afstuderen in 1878 begon Wilde toneelstukken te schrijven. In 1879 ging Wilde lezingen geven over esthetische waarden in Londen. Hij placht op grote voet te leven en maakte vele reizen. Dat jaar zou hij in Laroche in de Belgische Ardennen bijvoorbeeld Jacques Perk ontmoeten, die daar de inspiratie zou opdoen voor zijn Mathilde-cyclus. Ook Wilde zelf zou in 1881 een selectie van zijn gedichten publiceren, die in een kleine kring bewondering opriepen.
De figuur van Wilde en zijn estheticisme werden mild bespot in de operette “Patience” van Gilbert en Sullivan (1881). Omdat die operette ook in Amerika een succes was, waar niemand wist wie Oscar Wilde was, organiseerde de beroemde impresario Richard D’Oyly Carte een lezingentournee van Wilde door de Verenigde Staten en Canada, die driekwart jaar duurde. Deze tournee was een ‘media event’ avant la lettre. Overal waar Wilde kwam werd hij zowel verguisd als de hemel in geprezen. Door het geweldige succes van deze tournee ontstond er een ware rage van estheticisme. Met Wilde’s portret, en zijn karikatuur in “Patience”, werd reclame gemaakt voor sigaren, gezondheidspoeder, gietijzeren stoofjes en alle mogelijke andere koopwaar. Plotseling werden zonnebloemen en lelies enorm populair. Dat de beroemde estheet door veel critici de grond werd ingeboord, maakte hem alleen maar bekender. In de geïllustreerde tijdschriften werden talloze karikaturen van hem opgenomen. De weerstand die zijn geëffemineerde uiterlijk opriep leidde ook wel tot onverkwikkelijke scènes: in Oxford kostte zijn gedrag hem een bad in de rivier de Cherwell en een aanval op zijn studentenkamer. Maar door zijn aplomb wist Wilde dergelijke situaties te beheersen en uit te buiten. De lange haren, extreme kostuums, esthetische gebaren, exquise voorwerpen en uitgelezen taalgebruik werden het handelsmerk van Oscar Wilde en zijn aanhang.
Wilde trouwde in 1884 met Constance Lloyd en kreeg twee zonen, Cyril (1885) en Vyvyan (1886). Naar het schijnt was hij zelfs een goede vader. Dat is zo één van die typische paradoxen van Wilde.
Behalve met het geven van lezingen hield Wilde zich in de jaren tachtig bezig met het schrijven voor en het redigeren van tijdschriften. Zo werkte hij als recensent voor de Pall Mall Gazette in de jaren 1887 tot 1889 en was hij in diezelfde jaren ook redacteur van The Woman’s World.
In 1888 verscheen zijn eerste verzameling sprookjes in “The Happy Prince and Other Tales”, een luxueus verzorgd boek met illustraties van Walter Crane. Drie jaar later werd zijn enige roman uitgebracht, “The Picture of Dorian Gray“. Het is een beklemmend boek, waarin de hoofdpersoon ondanks zijn verdorvenheid en slechte levensstijl jong, mooi, en gezond blijft, terwijl zijn in de kast bewaarde geschilderde portret steeds verder verloedert en veroudert – tot de griezelige ontknoping.
In 1893 verscheen de oorspronkelijke versie van “Salomé“, en dat was in het Frans. Het stuk werd een jaar later door Wilde’s minnaar Alfred Douglas naar het Engels omgezet, overigens slecht, maar de tekeningen van Aubrey Beardsley maakten veel goed. Toch zou het nog tot 1905 duren vooraleer het stuk in Londen in première zou kunnen gaan.
Met zijn “Salomé” en zijn “Picture of Dorian Gray” is Oscar Wilde een uitmuntend voorbeeld van decadentisme en exotisme, maar vooral in het laatste werk komen ook al de kernachtige gezegdes naar voren die ook zijn stukken als “An ideal husband” of “The importance of being Earnest” kruiden. Een voorbeeld: “De grootste vorm van perversie is, wanneer je van alles de prijs maar van niets de waarde kent.”
Toch zal hij uiteindelijk ten ondergaan aan een verhouding met de zoon van de markies van Queensberry. Het dient wel gezegd dat Queensberry zich eigenlijk niet om zijn zoon bekommerde. Hij was gescheiden en Alfred Douglas (Bosie zoals Wilde hem noemde) was bij zijn moeder gebleven, die soms nog door zijn vader (eigenlijk een liederlijk figuur) werd lastiggevallen. Queensberry verkeerde in sportieve milieus (herinner u dat hij ook diegene is die de regels voor een boksmatch vastlegde), terwijl Bosie als homo natuurlijk meer “artistiek” was aangelegd. Bosie had dan ook een hekel aan hem, zelfs los van de problemen die hij heeft veroorzaakt wat Wilde betreft. Op basis van “De profundis”, de lange brief die Wilde schreef in de gevangenis in Reading, wordt Douglas verweten eigenlijk niet te geven om Wilde (deze versie vindt men ook terug in de film met Stephen Fry), maar volgens anderen gaat het hier om een enorm misverstand dat door Bosie’s rivaal, Robert Ross, handig werd uitgebuit (Bosie mocht Wilde namelijk niet bezoeken en dat is juist wat deze laatste hem het meeste verwijt). Later is Bosie overigens met een dichteres getrouwd.
Na zijn vrijlating ging Wilde in Dieppe wonen, van waaruit hij bij mooi weer de Britse kust kon zien liggen. In de gevangenis was de chronische oorontsteking waarvan hij altijd al last had gehad en waarvan hij vreesde dat hij er doof en krankzinnig door zou worden, zeer verslecht. Uiteindelijk zou hij er ook aan sterven. Maar niet onmiddellijk. En zo maakte hij nog een periode van bittere armoede door. Door het verblijf in de gevangenis uiteraard (men mag dit niet echt als een soort van concentratiekamp voorstellen, hij had wel degelijk een paar “goede” bewakers, maar wellicht dienden die wel te worden omgekocht en natuurlijk kwam er aan de andere kant geen geld binnen), maar anders zou hij door zijn verhouding met Bosie ook failliet gegaan zijn. Alhoewel deze van zijn ouders een riante toelage kreeg van 250 pond, werkte hij zich steeds in de schulden, vooral door zijn speelzucht. En dan moest Wilde geld ophoesten natuurlijk. Maar Wilde bekloeg zich er vooral over dat Bosie zoveel aandacht opeiste dat hij nauwelijks nog aan werken (schrijven dus) toekwam. En zonder schrijven kwam er ook geen geld binnen natuurlijk.
In Dieppe kreeg Wilde nog een toelage van zijn vrouw Constance, maar toen hij zich met Bosie had verzoend en ze samen in Napels gingen wonen, stopte ze hiermee. Uiteindelijk zou Wilde opnieuw met Bosie breken en zich in Parijs vestigen. A.S.Byatt geeft in “The children’s book” (p.271) een hallucinante beschrijving van hoe hij er toen uitzag. Het was zelfs zo erg dat men zou kunnen stellen dat het goed was dat hij korte tijd later (30/11/1900) overleed. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet op Père Lachaise.
Daarmee was de hele historie echter nog niet afgelopen, want nog in 1918, toen de afloop van de Eerste Wereldoorlog nog helemaal niet zeker was, schreef het Lagerhuislid Pemberton-Billing de slechte moraal bij de troepen (denk aan de haast willekeurige executies wegens “desertie”) toe aan “pacifistische homofielen” die elkaar zouden ontmoeten tijdens voorstellingen van “Salomé”.
Dat was ook een nevenaspect van de inspanningen van Robert Ross om de literaire erfenis van Wilde levendig te houden. Zo had hij in 1918 het “verzameld werk” gepubliceerd, zij het met een “ingekorte” versie van “De profundis” om de verwijzingen naar het proces zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Tevergeefs dus.

Ronny De Schepper
(met dank aan Wikipedia voor de biografische gegevens)

(*) As, in fact, all drama is: Orson Welles acting on stage the part of Macbeth, isn’t Orson Welles, he isn’t Macbeth either, but he is a PERSONA, which is a mixture of the actor and the character he’s playing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.