Als Jef Demedts in december 1977, na een woelige periode in het NTG, waarnemend directeur wordt en in januari 1978 een beleidsgroep opricht, vinden we daar o.m. ook Hugo van den Berghe, Frans Redant, Walter Moeremans en Jean-Pierre De Decker in.

Onder zijn leiding was het NTG gedurende geruime tijd het enige A-gezelschap dat echt interessant was om te volgen. Toch kreeg ook hij in 1986 enkele vegen uit de pan van de Raad van Advies voor Toneelkunst (RAT). Zo zou het NTG relatief de minste eigen inkomsten hebben (10 %). Toch zou volgens Demedts het NTG zelfs meer volk trekken dan het MMT en minder faciliteiten verlenen wat gratis kaarten en overdreven kortingen betreft. Raak daar dan maar wijs uit. Bovendien zou de publiekstoeloop dat jaar gestegen zijn.
Daar twijfelde ik geenszins aan, maar dat zal dan wel voornamelijk wegens het overdonderd succes van « Peter Pan » zijn. En precies n.a.v. deze kerstmusical is de RAT ongemeen scherp. Het heet dat er « een wanverhouding (zou zijn) tussen enerzijds het aantrekken van buitenlandse regisseurs die zwaar betaald worden en anderzijds het engageren van tewerkgestelde werklozen, onder andere voor het vertolken van de hoofdrollen ». Elsje Olaerts (de Peter Pan in kwestie) heeft er alvast een contractverbetering voor op zak, voor de herneming volgend seizoen.
Maar afgezien van dit individuele geval verdedigde Jef Demedts zich als volgt : « Dankzij het specifieke artistieke beleid van het NTG heeft men de werkgelegenheid niet moeten afbouwen. Dat in tegenstelling b.v. met de KVS waar nog vijftien acteurs onder contract zijn. Het spreekt vanzelf dat men in zo’n geval gastacteurs makkelijker volledig kan betalen. Bij ons kan dat niet, maar wij hebben wel nog werkgelegenheid te over en liever dan rollen te schrappen proberen wij dus mensen te werk te stellen onder bepaalde statuten (wat wij gewoonlijk nepstatuten noemen, red.). Als dat voor typisten kan, waarom dan niet voor acteurs ? En wat het aantrekken van die buitenlandse regisseurs betreft, er is hier in Vlaanderen een nijpend tekort aan goede regisseurs. Hoe kan het ook anders, er bestaat niet eens een specifieke opleiding voor. En bovendien, die buitenlanders worden echt niet overdreven betaald ».
Dit standpunt maakte Demedts ook hard in het vierde lustrumboek van het NTG dat kort daarna van de persen is gerold (uitg. Snoeck-Ducaju, 465 blz., 1.250 fr) en dat de periode 1980-1985 behandelt. Aan de hand van keihard cijfermateriaal wordt hierin o.m. aangetoond op welke kramiekelijke manier men hier in Vlaanderen waardevol theater moet trachten te brengen.
Hoe dan ook, buiten de opwaardering van Olaerts is Demedts blijkbaar niet van plan de vingerwijzing van de RAT te volgen. Voor volgend seizoen zal Franz Marijnen immers « King Lear » komen regisseren (in een speciaal in opdracht gemaakte vertaling door Hugo Claus) en is er vooral de musical « Claire » van Manfred Karge (over het nazisme) die zelf de productie zal superviseren al laat hij de dagdagelijkse regiearbeid wel over aan Christian Elbing. Naast de herneming van « Peter Pan », « De koning sterft » en « Demonen » gaan uit het eigen huis Jos Verbist, Walter Moeremans en tweemaal Jean-Pierre Decker respectievelijk « Station service » (van Gildas « Sapeurloot » Bourdet), « Lijmen en het been » (van Manuel Van Loggeur naar Willem Elsschot), « De reisgids » (van de onvermijdelijke Botho Strauss) en « Ubu Koning » (van Alfred Jarry) te lijf.
Ondanks het vertrek van Herman Gilis (naar Groningen) gaat de zogenaamde beleidsgroep dus op de ingeslagen weg verder. Zij worden hiervoor trouwens geprezen door diezelfde RAT. Evenwel niet door PVV-gemeenteraadslid Willy Verbeke, tevens lid van de Raad van Beheer. Die zou in de Gentse gemeenteraad hebben verklaard in betrekking tot het NTG « dat cultuur niet altijd met een grote c hoeft ». Dit heeft aanleiding gegeven tot allerlei speculaties over een breuk tussen de beleidsgroep en de Raad van Beheer maar langs beide kanten werden die ontkend. Demedts gaf wel toe dat de Raad van Beheer niet « en bloc » achter zijn beslissingen stond (« maar dat is nooit zo geweest ») en penningmeester Marcel Van Spaandonck bevestigde dit min of meer als hij stelde dat de Raad de beleidsgroep de facto nooit heeft erkend, dat voor hen enkel en alleen Jef Demedts aansprakelijk is en dat overigens Demedts zelf niet steeds de adviezen van de beleidsgroep zou hebben gevolgd.
Laten we echter niet vergeten dat Jef Demedts in de eerste plaats een gedreven acteur is. Hij was een leerling van Diane De Ghouy, maar zijn grote voorbeeld was misschien wel Laurence Olivier. Ik herinner mij alleszins dat Jef Demedts bij zijn dood een speciale bijdrage in het tijdschrift van het NTG wijdde aan de man wiens lijfspreuk was “acteren is vaak een zeer masochistische vorm van exhibitionisme.”
In zijn jonge jaren was Demedts nog een “angry young man”. Zo speelde hij reeds in 1957 “Look back in anger” van John Osborne in een regie van Domien de Gruyter dat in Arca wordt gecreëerd met verder nog Luce Premer en Daniël De Cock.
Wat het acteren van Demedts zelf betreft schreef ik over zijn rol in “De koning sterft” van Eugène Ionesco: “In de steek gelaten door auteur en (in minder mate) regisseur moesten de acteurs dus zelf maar de klus klaren. Het was te vrezen dat Demedts daarvan gebruik zou maken om het laken naar zich toe te halen. Een discussie over het stuk verengt zich op die manier vaak naar een discussie over het al dan niet appreciëren van Demedts. Demedts is een groot acteur, dat staat buiten kijf, maar hij wéét het ook en dát is gevaarlijker.”
En Mark Vlaeminck schrijft: “Niet alleen het magistrale spel van de twee sterke antagonisten Werner Kopers (koning Richard II) en Jef Demedts (Henry Bolingbroke) maar tevens de homogene en stijlvolle vertolking van heel de ploeg, heeft vrijdagavond van Shakespeares ‘Richard II’ in de KNS te Gent een sublieme theatervoorstelling gemaakt.”
Als de psychiater in “Equus” van Peter Shaffer is Jef Demedts gewoonweg schitterend. Sober maar overtuigend tekent hij de eerlijke door twijfels overmande man, die lijdt om z’n middelmatigheid. Kortom de geknipte figuur voor Salieri in “Amadeus” van dezelfde auteur, maar bij mijn weten heeft hij die rol nooit gespeeld.
Daarnaast was hij b.v. wel te zien in Buysses “Gezin Van Paemel” in een regie van Dirk Tanghe. Alles draait welhaast om moeder en vader Van Paemel, beiden schitterend vertolkt door Lieve Moorthamer en Jef Demedts. De scène waarin deze laatste afscheid neemt van zijn opstandige zoon Eduard is traditioneel een “tear-jerker” en Jef Demedts miste de kans niet: een staande ovatie was zijn deel. Jaren eerder had Demedts trouwens ook al geschitterd in “Het recht van de sterkste“.
Ondertussen verzuurde de relatie van Jef Demedts met de pers. Dit conflict kende een hoogtepunt in maart 1990 wanneer Demedts de journalisten de mantel uitveegde in het NTG-magazine. Hij deed dit onder de vorm van een rondetafelgesprek met Nicole Rowan en ene Geert de Smet, die heet “zo maar van straat weggeplukt te zijn” en twee recensenten die blijkbaar door de beugel konden: Fred Six en Roger Arteel. Naderhand verklaarden betrokkenen dat “hun uitspraken uit de contekst werden gerukt”. Zo liet Jef Demedts b.v. in een kadertje optekenen: “Ons verplicht het decreet te werken met professionele acteurs. Waarom kunnen kranten werken met amateurische (sic) recensenten?”
Ook ikzelf ben eens onder vuur genomen door Demedts. In zijn volle glorieperiode als directeur Thienpondt was ik minder tevreden over de prestatie van Bob Van der Veken in “De toevallige dood van een anarchist” van Dario Fo. Ik schreef: “De agenten Hans De Munter en Bob Van der Veken voldeden echter minder. Hans is nog een student en werd wat al té vlug op de scène geduwd, terwijl Bob de lieveling van het publiek was (wegens Thienpondt uit « De Collega’s »?) en dit te nadrukkelijk wenste te affirmeren. Om iemand een schrijfmachine te zien kapot prutsen moeten wij overigens niet naar het theater gaan. Een collega doet dat hier dagelijks.”
Directeur Jef Demedts die graag de pers trachtte te manipuleren door hen tegen elkaar uit te spelen, viste dit fragment dan ook uit mijn recensie om het te contrasteren met een confrater die zowaar een andere filmgrootheid uit de annalen opdiepte: “Iets wil ik toch speciaal vermelden: wat Bob van der Veken maakt van de gemimeerde schrijfmachine-sequentie. Ik heb hem jaren geleden nog zo’n Chaplin-streken zien uithalen. In het geheel van de productie valt dit tussen de plooien, maar op zichzelf is het als prestatie voldoende om van deze productie een must te maken.”
Kort daarna verdwenen een aantal « topfiguren », zoals dat dan heet, meestal richting Arca (Walter Moeremans, Jean-Pierre De Decker, Jos Verbist, zelfs theaterpedagoge Chris de Bruycker). « Misschien hebben die mensen wel redenen om nieuwe horizonten te zoeken », zei Frans Redant, toen ik hem in die tijd ging interviewen. « Maar het verdwijnen van de zogenaamde beleidsgroep zou er ook wat, zo niet veel mee te maken hebben ? » vroeg ik door.
Frans Redant : “Ik kan alleen maar betreuren dat die niet meer bestaat. Dat was iets unieks in Vlaanderen. Ik heb altijd gehoopt dat dit nog maar een begin van democratisering was, om uiteindelijk te arriveren bij een totaal open beleid, waarbij het hele gezelschap zou betrokken zijn. Misschien komt het er ooit nog wel eens van onder een andere vorm. Jef Demedts is daar alleszins voor aan het ijveren. Hij legt zich zeker niet neer bij het feit dat die beleidsgroep geëlimineerd is. Officieel is hij opgeheven door de raad van beheer. Ik breng nog even in herinnering dat Jef Demedts als voorwaarde tot het aanvaarden van de directie van het N.T.G. had gesteld dat hij mocht werken met een beleidsgroep. Men heeft hem daarop geantwoord : hoe jij intern de zaken wil oplossen, dat trekken wij ons niet aan. Jef heeft dan een aantal mensen rond zich verzameld en na een tijdje is die beleidsgroep geïnstitutionaliseerd door de raad van beheer. Dat hield o.m. in dat de leden daarvan, dus ook ikzelf, een minieme vergoeding ontvingen voor de vele avondlijke vergaderingen die vaak nog nachtelijk werden geprolongeerd. Maar dat maakte ook dat die beleidsgroep tot zes leden werd beperkt : Jef Demedts, Jean-Pierre De Decker, Walter Moeremans, Hugo Van Den Berghe, de zakelijke directeur en ikzelf. Jef wilde er eigenlijk nog andere mensen bijhalen, zelfs van buiten het huis, maar door die institutionalisering werd dat onmogelijk gemaakt. We zaten dus in een keurslijf, ook wat eventuele wisselingen betreft.”
Was de eliminatie dan een vorm van bezuiniging ?
Frans Redant: “Dat is aangevoerd als één van de redenen, maar de vergoeding was werkelijk heel klein, hoor, dat kan echt niet de doorslag hebben gegeven.”
Toen de beleidsgroep werd opgeheven, werd het opnieuw onrustig in het NTG. Een paar mensen vertrokken, ook o.a. Jos Verbist: “Inderdaad. Dat is niet toevallig. De beleidsgroep werd opgeheven en de directie (Jef Demedts dus) begon plotseling cavalier seul te spelen, ook op artistiek vlak. En dan zijn er nog een paar dingen gebeurd op andere fronten die voor mij de reden waren dat ik daar niet langer wilde blijven. Met de collega’s of het acteurspotentieel heeft het niets te zien. Het heeft alles te maken met het beleid van de schouwburg, waarin je kunt functioneren of niet.”
Hugo van den Berghe volgde Walter Moeremans en Verbist en ging een tijdje bij Arca werken, anderen bleven maar drongen aan op veranderingen. Eén van die veranderingen was dat filmregisseur Robbe De Hert werd aangetrokken om “De indringer” van Alan Ayckbourn te regisseren…
Robbe De Hert: “Zwijg mij dààrvan! Dat was niet om aan te zien! Ze hebben mij dat vier of vijf keer gevraagd en altijd heb ik geantwoord dat ik geen toneelregisseur was. Ik ken van theater geen bal. De stukken die ik graag heb gezien dat zijn bijvoorbeeld “Karl Valentin” van De Mannen van den Dam en “Rosa” van het Trojaanse Paard. Maar zelf kan ik zo’n dingen niet maken. Ik heb dus herhaaldelijk tegen de directeur (Jef Demedts) gezegd dat ik dat niet kon, maar hij voerde aan dat het nodig was dat iemand uit een ander milieu dat eens zou doen. En wat is er dan gebeurd? Alles wat ik voorstelde dat anders was dan het theater zoals men dat gewoonlijk maakt, hebben ze tegengewerkt. Alles! Hugo van den Berghe (regie-assistent, volgend seizoen de opvolger van Demedts) heeft op een bepaald moment zelfs geroepen: “Dat is hier geen videostudio!” En excuseer mij: maar zó had ik het voorgesteld. Want dat was tenminste een medium dat ik baas kon en waarmee ik enigszins voeling had.
En wat ik ook heel erg vond was dat ze mij Ayckbourn opdrongen, een afgrijselijke schrijver, een primaire, depressieve zak. Ik zei dat ook, maar nee, het moest Ayckbourn zijn. Eerst mocht ik echter wel het stuk zelf kiezen. Zo heb ik 22 stukken van Ayckbourn gelezen, hé schat! Ik kon daar op de duur niet meer aan uit. Dat begon allemaal op mekaar te trekken. En van die zogenaamde carte blanche kwam uiteindelijk natuurlijk niets in huis. Want het moest een stuk zijn dat nog niet in België gespeeld was (omdat het zo slecht was waarschijnlijk) en waar zestien acteurs in voorkwamen. Kom schat, dat is toch geen motivatie! Voor mij is de casting het allerbelangrijkste. Maar in het NTG stonden reeds zestien acteurs op mijn lijst, nog voor dat men wist welk stuk men ging spelen! Allé, zwanst nu niet, hé!
Dat toneelstuk moet zowat het meest tegennatuurlijke zijn wat ik ooit gedaan heb in mijn leven. “Meester hij begint weer” is de hemel in vergelijking daarmee. En ‘t strafste is nog dat ik daar een werkaanbieding heb aan overgehouden. Ge weet dat ik af en toe moet gaan doppen. Wel, nog nooit van mijn leven had ik uit het filmmilieu via de RVA een werkaanbieding gekregen, maar na dat werk in het theater kreeg ik een aanbieding als toneeltechnieker!
(lacht hartelijk). Kom jong, dat is een fabriek geworden, daar kun je niet tegenop.”
Je windt je er nogal over op?
Robbe De Hert: “Allé schat, zo’n degoutant anti-feministisch walgelijk stuk. En iederéén heeft dat tegen Jef Demedts gezegd, hé. De dramaturg, den Hugo, ikke. Maar nee, den dwazerik wou dat stuk opvoeren, want hij vond dat plezant. Ik vond daar niks om te lachen aan. Niks. ‘t Enige wat plezant was dat was dat Koen Crucke na een paar vertoningen meer en meer uit den bol ging (Robbe kan er toch nog een beetje mee lachen). Eigenlijk zijn die theaterrepetities een soort van koers, hé. Wie gaat er vandaag demarreren? En op het meest onmogelijke moment gaat er dan de een of de andere vandoor. En dat is nog erger dan in de cinema, hé. De gevoeligheid van die mensen, Jezus Christus! In de cinema heeft iedereen reeds heel veel ziel, wat langs alle kanten rondfloddert, zodanig dat ge voortdurend op iemand zijn ziel staat te trappen, maar in ‘t theater is dat nog veel erger, weet ge! Terwijl het eigenlijk employees zijn die van nine to five gaan werken!
Maar je hebt het dan toch maar gedaan.
Robbe De Hert: “Ja, luister, ge hebt een contract getekend, hé schat. Maar het ergste is dat geen van beide partijen er iets van geleerd heeft. Noch het NTG, noch ikzelf. Ge kon net zo goed een Papoea bij een Waal zetten. (Buigt zich speciaal voorover naar de cassetterecorder). Ze hebben mijn pree trouwens nog niet helemaal betaald.”
Ook met “Onder de torens” van Hugo Claus liep het mis. Het stuk werd opgevoerd in een regie van Sam Bogaerts (“Claus is voor mij toch jarenlang een ouwe zeiker gebleven die enkele goede gedichten had geschreven”, HLN 15/10/93), die echter volgens Jef Demedts op de helft van de repetities niet eens aanwezig geweest was (tegen Ingrid van der Veken in Het Laatste Nieuws: “Ja, ik ben heel combattief als het om het NTG gaat, voor 75 procent zijn voorstellingen hier gered door de acteurs. Herinner je je die rel bij de opening van de nieuwe schouwburg met ‘Onder de Torens’ van Hugo Claus? Wel, Sam Bogaerts is als regisseur op de helft van de repetities niet eens aanwezig geweest!”).
Daar kan ik hem wel in volgen, want zoals gewoonlijk zet ik mij bij de productie van “Bouwmeester Solness” af tegen zogenaamde “regisseursstukken”: “In een regisseursstuk (zijn er nog wel andere de laatste tijd?) worden de acteurs gebruikt net zoals de stoelen, de lampen, de dweilen. Het doet dan ook gek aan de directeur himself, Jef Demedts dus, zich als de overmoedige bouwmeester naar de grillen van het regisseursduo te zien schikken (wat wel pleit voor Demedts als acteur).
01Nog één keer werd Demedts’ ambtsperiode verlengd, maar daarna heeft Jef Demedts in 1991 dan toch de vlag overgedragen. Een oude gewoonte werd opnieuw heropgenomen door de directeursfunctie te splitsen in een artistieke en een zakelijke kant. Naast Hugo van den Berghe kregen we bijgevolg Maurice Vercauteren als administratief directeur. Moeremans is overigens eveneens teruggekeerd naar het NTG. Hugo Van den Berghe kreeg de voorkeur op een ander lid, namelijk Jean-Pierre De Decker. Later zou echter blijken dat dit een Pyrrhusoverwinning was geweest.
Meanwhile werd Wim Van Gansbeke als dramaturg aangetrokken regisseur en die manoeuvreerde Hugo Van den Berghe duidelijk in een bepaalde richting, waardoor ik moest toegeven dat de geruchten over zijn nakend ontslag en zijn vervanging door een herrezen Jef Demedts misschien wel terecht waren! Begin januari 1996 verscheen er in “Het Volk” alleszins een artikel dat een aantal acteurs, w.o. Jef Demedts, Nolle Versyp en Roger Bolders, een ultimatum voor het ontslag van Wim Van Gansbeke zouden hebben gesteld. Uiteraard werden deze geruchten door Hugo Van den Berghe formeel ontkend, maar hij gaf wel toe dat de drie zware kritiek hadden geuit op Van Gansbeke. Tegen het einde van het seizoen, toen er alweer een Schwab op het programma stond, deze keer zijn laatste stuk, “Escalatie ordinair”, in een regie van Johan Dehollander, was het dan ook prijs: de Raad van Bestuur kondigde aan de contracten van directeur Hugo Van den Berghe en dramaturg Stef De Paepe niet te verlengen. Deze laatste werd op staande voet ontslagen. Zijn eerste stuk dat hij zou regisseren (het openingsstuk van het volgende seizoen) viel weg. Van den Berghe mocht nog één seizoen uitbollen. Wim van Gansbeke mocht blijven, maar die wist niet of hij dat eigenlijk wel wilde. Zo was hij b.v. erg ongelukkig met het feit dat er volgend seizoen ter compensatie opnieuw een “familiespektakel” was gepland (“The never-ending story”).
Een maand later kondigde het nieuwe goudhaantje Jean-Pierre De Decker aan dat negen van de elf acteurs werden ontslagen en daarnaast ook Wim Van Gansbeke. Die negen waren: Herman Coessens, Lieve Moorthamer, Jef Demedts, Roger Bolders, Chris Boni, Blanka Heirman, Els Magerman, Walter Moeremans en Nolle Versyp. Het kwam erop neer dat enkel Magda Cnudde en Eddy Vereycken mochten blijven. Als ik later voor Het Laatste Nieuws een aantal studenten moet gaan interviewen die voor het NTG een stageopdracht moeten opknappen, verklaren ze eenstemmig dat ze allemaal zo blij zijn dat Jef Demedts met pensioen is en er geen “éminence grise” meer is die een verpletterende stempel drukt op zijn studenten.
Op 20 september 2008 raakte bekend dat de acteurs die afgelopen zomer het Theatermanifest lanceerden (o.a. Jef Demedts, Carry Goossens, Herbert Flack en Sandrine André) waren overgegaan tot de oprichting van de vzw Publiekstoneel. Grote baas was Geert Allaert, de man die door Johan Thielemans ooit “de Vlaamse Citizen Kane” werd genoemd (in De Standaard van 25/11/1998). De artistieke leiding van de theaterafdeling was in handen van Dirk Tanghe. Maar, zoals men wel kon verwachten, was er ook een musicalafdeling aan toegevoegd en die zou worden geleid door Frank Van Laecke.
In 2012 was er “Tsjechov zegt Tolstoi vaarwel” van Miro Gavran, een co-productie tussen Theater aan de Stroom en Cour & Jardin. In een vertaling & regie van Bob Snijers speelden Jef Demedts, Magda Cnudde, Steven De Lelie en Annelore Stubbe een spirituele komedie rond een fictieve ontmoeting tussen twee groten van de Russische literatuur in Theater Tinnenpot in Gent. In 2008 regisseerde Frank Van Laecke overigens reeds Karen De Visscher en Jef Demedts in “Jouw hand in mijn hand”, een stuk van Carol Rocamora over de laatste levensdagen van Anton Tsjechov.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s