Hugh Grant wordt 55!

Hugh GrantDe meeste aandacht gaat vandaag naar Hugh Grant, omdat hij 55 wordt (°9 september 1960, Londen).

Grant werd als acteur opgemerkt tijdens zijn studententijd in Oxford (*). Zijn eerste film werd “Privileged” van Michael Hoffman in 1987. Een film die, zoals de titel reeds aangeeft, zijn upperclass-imago reeds benadrukte. Dat een mooie jongen niet enkel de dames maar ook de homo’s aanspreekt, werd bewezen door zijn volgende film, “Maurice” van James Ivory, waarin hij voor zijn vertolking van Clive niet alleen de prijs van het filmfestival van Venetië in ontvangst mocht nemen, maar ook op de cover van “Gay News” mocht prijken.
Daarna volgde “White mischief” en dan speelt hij Byron in de Spaanse film “Remando al viento” (“Rowing with the wind”) van Gonzalo Suarez, waar hij overigens Elizabeth Hurley (als Mary Godwin!) heeft leren kennen.
Dan speelt Hugh Grant voor het eerst met Anthony Hopkins in “The dawning”, waarna het extravagante “The lair of the white worm” van Ken Russell, “The Oz Trials”, “La nuit Bengali” en “The big man” met Joanne Whalley-Kilmer volgen.
In 1991 speelt Hugh Grant de rol van Chopin in “Impromptu” van James Lapine, waarin Julian Sands gestalte geeft aan Liszt, Emma Thompson aan een nogal domme gravin en Judy Davis aan George Sand, die centraal staat in deze productie. Zonder succes evenwel en zeer terecht, want deze film weet nooit de juiste toon aan te slaan, ook al wegens een fenomenale reeks miscastings (alleen Julian Sands kan in zijn personage doen geloven).
Dan volgt de grote doorbraak met “Four weddings and a funeral” waarin Charles (Hugh Grant) verliefd wordt op de Amerikaanse Carrie (Andie McDowell). Hij ontmoet haar voor het eerst op het huwelijk van één van zijn vrienden, die – een beetje zoals in “De fanfare van honger en dorst” van Lieven Tavernier – de vrijgezellenclub verlaat om “ernstig” te worden.
Ander prominent leden van deze club zijn Charles’ oude liefde “Duckface” (Anna Chancellor) en zijn vriend Tom (James Fleet). Dit is tevens de broer van Fiona, een uitstekende prestatie van Kristin Scott Thomas als de vrouw die vanaf het eerste moment verliefd is op Charles, maar die is er zich zelfs nooit van bewust geweest! De eerste speelfilm van Kristin was “Under the cherry moon” van Prince (1986), waarna “A handful of dust” (1987) en “Bitter moon” volgden. Als Engelse katholiek is ze gehuwd met een Franse jood.
Maar goed op dit feest wordt alweer een ander lid van de club verliefd op een bruidsmeisje en dat wordt dan meteen ook het volgende huwelijk. Zoals columnist A.A.Gill in “The Sunday Times” terecht opmerkt lijkt het scenario wel op dat van “Reigen” van Schnitzler, maar dan herwerkt door Terence Rattigan.
Carrie en Charles ontmoeten elkaar opnieuw, maar nu is zij reeds verloofd met de rijke Schot Hamisch. Hààr huwelijk is dan ook nummer drie uit de rij, maar alsof om aan te geven dat dit hier geen komedie meer is, sterft Gareth (Simon Callow), ook al een lid van de “fanfare”, op het feest aan een hartaanval, zodat zijn vriend Matthew (John Hannah) achterblijft. Immers, wij hadden het al lang in ’t snotje, maar zij nog niet: Matthew en Gareth waren slechts schijn-vrijgezellen, in werkelijkheid hadden zij elkaar gevonden.
Deze introductie van homoseksualiteit binnen een groep vrienden lijkt wel een constante, als was het om te bewijzen dat vriendschap een sterkere band is dan seksualiteit: het komt ook terug in het Canadese “Le déclin de l’empire américain”, het Engelse “Peter’s friends” en het Franse “Mes meilleurs copains”. Alleen in het Amerikaanse “Big chill” is William Hurt wel seksueel ontwricht door zijn Vietnam-ervaringen, maar homofilie als zodanig komt er niet in voor. Uiteraard niet, anders zou het geen Amerikaanse film zijn.
The funeral (de begrafenis dus) is overigens een uitstekend geslaagd contrapunt ten overstaan van al die huwelijken. Zo aangrijpend dat ook Charles tot de conclusie komt dat hij na al die avontuurtjes toch maar eens ernstig over zijn toekomst moet nadenken.
En zo komt het dat het vierde huwelijk het zijne is. Een zekere Henrietta (Sara Crowe), een oud lief dat hem met een schuldcomplex heeft opgezadeld, heeft hem zo ver kunnen krijgen, maar als in de huwelijksmis Carrie opdaagt, die op de koop toe ook nog gescheiden blijkt te zijn, dan staat Charles voor een dilemma. Het is zijn doofstomme broer David (David Bower), die hem tot bezinning brengt in een prachtige scène, waarin dat doofstom zijn functioneel is aangewend (het gesprek verloopt in gebarentaal, zodat de anderen niet begrijpen wat er gaande is).
Uiterààrd vinden Carrie en Charles op het einde van de film uiteindelijk elkaar, maar gelukkig niet op de traditionele manier (een huwelijk dus). Charles is tot het inzicht gekomen dat het huwelijk niets voor hem is, maar hij wil wel z’n hele leven lang bij Carrie blijven. Dat is o.k. voor haar en in een epiloog zien we dat er zelfs een kind van komt. Ondanks het feit dat we nog een aantal huwelijken zien (Tom, David, Scarlett, zelfs prins Charles en ook Matthew heeft een nieuwe vrijer), wordt ons toch een “bekering” van Carrie en Charles bespaard. Zeer “on-Amerikaans” dus en daarom voor mij totaal onbegrijpelijk dat de film daar zo’n succes heeft, ook al omdat Gareth bij leven en welzijn de draak stak met de spreekwoordelijke domheid van de Amerikanen (“Nee, ik heb Oscar Wilde niet persoonlijk gekend, maar ik ken wel iemand die u zijn faxnummer kan geven”).
De fotografie is van Michael Coulter en de (stroperige) muziek van Richard Rodney Bennett. Er is ook wat “functionele” muziek (een amateurbandje op één van de feesten, een hilarisch folkduo) en ook die is op soundtrack uitgebracht en heeft ertoe geleid dat Wet Wet Wet met “Love is all around” van The Troggs opnieuw een hit heeft gescoord.
Kortom, een absolute aanrader deze film van Mike Newell (°1942), die na zijn studies in Cambridge in 1963 door Granada Television werd aangeworven als producer. In 1976 startte hij zelf met filmen, eerst met “The man in the iron mask” met Louis Jourdan en Richard Chamberlain. In 1978 volgde “The awakening” naar Bram Stoker met Charlton Heston en Susannah York en in 1981 “Bad blood” met Jack Thompson. Zijn eerste artistiek succes was “Dance with a stranger” in 1984 met Rupert Everett, in 1986 gevolgd door “The good father”. In 1987 volgde “Amazing Grace” met Gregory Peck en Jamie Lee Curtis en in 1988 “Soursweet”. Ook “Into the west” (met Gabriel Byrne en Ellen Barkin) en “Enchanted april”, beide uit 1991, zijn van zijn hand. Deze film over vier Londense vrouwen uit de jaren twintig die zich vervelen in de stad en ontsnappen naar een Italiaans vakantieoord leverde een golden globe op voor de beste komische actrice (nl.Miranda Richardson) en voor de beste vrouwelijke komische bijrol (Joan Plowright) en kreeg drie oscarnominaties.
Na een start met avonturenfilms zijn dit dus allemaal intieme schilderijtjes, stillevens bijna, die niet direct voor het grote publiek zijn bestemd. “Four weddings and a funeral” echter is geschreven door Richard Curtis en dat zegt u terecht niets, maar als ik u verklap dat dit de man is achter “Not the nine o’clock news”, “Mr.Bean” en “Blackadder”, dan gaat er natuurlijk al een lichtje branden. Rowan Atkinson maakt trouwens een kort, maar opgemerkt optreden in de film als de debuterende, onhandige priester.
In hetzelfde jaar als “Four weddings” vormt Grant samen met Kristin Scott Thomas het jonge, gefrustreerde echtpaar dat in “Bitter moon” van Polanski in een pervers spelletje wordt meegesleept. Toen deze film werd uitgebracht in de VS (waar nog steeds een aanhoudingsbevel voor Polanski is uitgeschreven wegens sex met minderjarigen), profiteerde deze mee van het succes van “Four weddings and a funeral”, samen met “The remains of the day” van James Ivory, waarin Hugh Grant het neefje speelt dat door Anthony Hopkins moet worden ingewijd in “the birds and the bees”.
Op dat moment was Grant zelf ook nog vrijgezel, al had hij wel een lat-relatie (over de oceaan zelfs) met de actrice Elizabeth Hurley, die fanatieke TV-kijkers zich misschien nog wel zullen herinneren als “Cristabel” in de gelijknamige TV-serie van Dennis Potter, minder fanatieke TV-kijkers herinneren zich haar gewoon als “die met de alles onthullende punkjurk”. En zo hoort het ook.
Grants volgende film was “Sirens” van John Duigan (de maker van “Romero”, “Mouth to mouth”, “Winter of our dreams”, “The year my voice broke”, “Flirting” en “Wide Sargasso Sea”). Hugh Grant speelt in deze humoristisch-erotisch bedoelde prent de pas afgestudeerde Engelse dominee Anthony Campion die in het begin van de jaren dertig naar een afgelegen parochie in Australië wordt gestuurd. Daar wordt hij geconfronteerd met Sam Neill (The Piano, Jurassic Park) als de schilder-bohémien Norman Lindsay die omringd is door zijn vrouw Rose (Pamela Rabe), die zelf poseerde voor “The crucified Venus”, en zijn naaktmodellen, de communistische Pru (Kate Fischer), de onervaren Giddi (Portia De Rossi) en de “verdorven” Sheela, gespeeld door het Australische topmodel Elle Macpherson, bijgenaamd “The body”. Voor haar debuutfilm gaat ze al meteen uit de kleren en dan nog wel in een lesbische scène met Tara Fitzgerald, die in de film de rol vertolkt van Estella, de vrouw van Grant. Voor haar is het pas haar tweede film (na “Hear my song”). Zij is immers vooral aan het werk in het theater en op televisie.
Alhoewel de film uiteraard fictie is, is het vertrekpunt (die “Crucified Venus”) wél authentiek. Norman Lindsay was zowat de Australische Félicien Rops. In plaats van de schilder echter “tot inkeer” te brengen, is het integendeel de vrouw van de dominee die stilaan meegesleept wordt door de sensualiteit die overal in het huis hangt. Er is een halfblinde klusjesman die haar lusten opwekt, maar ook met de meisjes zelf wil ze wel eens “dollen”, vooral in de scène waarin de vrouwen zich aan hun gezamenlijke fantasie overgeven. Alhoewel regisseur John Duigan weliswaar letterlijk het beeld van de slang in de Hof van Eden hanteert, is er hier toch geen sprake van een zondeval, veeleer van een bevrijding.
Daarna begon Grant aan een nieuwe film met Mike Newell, namelijk “An awfully big adventure”, naar het boek van Beryl Bainbridge dat zich afspeelt in een Iers theater. Voor Hugh Grant ongetwijfeld weer een mogelijkheid om zijn populariteit in homomilieus aan te zwengelen. Tussenin heeft hij nog een zogenaamde “kunstfilm” gedraaid, “The Englishman who went up a hill but came down a mountain” van Christopher Monger met opnieuw Tara Fitzgerald als tegenspeelster.
Sinds hij zo ontzettend populair is in de States, kon hij de verlokkingen van Hollywood niet aan zich laat voorbijgaan, zij het dat hij oorspronkelijk zelfs een “uitnodiging” van Madonna had afgeslagen! “In 99% van de gevallen willen ze dat ik een Amerikaan speel,” zegt hij, “en ik kan die Amerikaanse dialogen echt niet uit mijn bek krijgen.” Het geestige is dat hij daarbij wel degelijk de lelijke Amerikaanse tongval bedoelt, want wat “vierletterwoorden” betreft, moet ik toegeven dat sommige dialogen in “Four weddings” uitsluitend daaruit bestaan! Het komt er blijkbaar gewoon op aan hoe ze worden gezegd…
In 1995 bezweek hij (uiteraard) toch. En zijn entrée in de VS was niet mis. Hij liet zich namelijk door het 23-jarige zwarte hoertje Stella Marie Thompson (“artiestennaam” Divine Brown) pijpen in zijn witte BMW op Sunset Boulevard. Een jaloerse flik zag dit en deed hem uitstappen met zijn broek nog op de knieën. Daarmee kreeg de film “Nine months” waaraan Grant aan het werken was een schandaalsfeertje mee. Nochtans was “Nine months” (regie Chris Columbus) als zo’n typisch stroperige Hollywoodfilm gepland over het ideale gezinnetje (al is het wel een remake van een Franse film: “Neuf mois” van Patrick Braoude). Grants filmvrouw erin is Julianne Moore.
Divine Brown deed haar verhaal voor vijf miljoen aan een Brits blad, waaruit we vooral onthouden dat ze hem niet eens kende, dat hij voor zijn instrument slechts 6/10 scoort en dat hij “het altijd al eens wilde doen met een zwarte”. Het optreden van Grant in de Tonight Show van Jay Leno stond meteen dan ook in het teken van de excuses en het berouw. Daarbij gebruikte Grant ongelukkigerwijze de uitdrukking: “Ik ben niet iemand die de loftrompet over zichzelf steekt”, in het Engels: “I’ve never been one to blow my own trumpet”, wat in de gegeven omstandigheden natuurlijk een giller was.
Het publiek was trouwens over het algemeen op zijn hand. Een vrouw had zelfs een opschrift bij met daarop: “I would have paid you, Hugh!” Uiteindelijk kwam hij er met een geldboete van 34.220 fr. vanaf en moet hij meewerken aan een aids-voorlichtingscampagne. Mijn voorstel voor een gepast thema zou geweest zijn: kan je van pijpen aids krijgen? Zijn vriendin Elizabeth Hurley zal daarin alvast geïnteresseerd zijn.
Door de media-belangstelling rond dit klein incidentje kreeg Hurley een rol te pakken in de Bond-parodie “Spy hard” met in de hoofdrol Leslie Nielsen. Ze kreeg de rol van Miss Wooden Nickel (Moneypenny, get it?) en hopelijk doet deze film het wat beter dan haar vorige, “Passenger 57”. De ruzie werd bijgelegd en het koppel Grant-Hurley produceerde een volgende film, de medische thriller “Extreme measures”, waarin Grant zelf ook de hoofdrol speelde. Uiteindelijk zou het nog tot 2000 duren vooraleer Hurley Grant zou dumpen. Ze deed dit voor een of andere rijke pipo, maar niet vooraleer een andere pipo in de tabloids had gelekt dat ze van spanking hield!
Deze “shockerende” kant van de anders zo brave Grant (hij is wat men noemt “upper middle class”, wat betekent dat zijn vader zoiets is als Tonton Tapis en zijn moeder lerares) dateert uit de tijd dat hij in het “marginale theater” heeft gewerkt. Zo heeft hij nog Hamlet gespeeld in Star Trek-kledij en een kerstverhaal, waarbij de herdertjes wel degelijk bij nachte lagen, maar dan niet enkel om te slapen. Ze praatten trouwens als Amerikaanse gangsters. Tussen dit en zijn filmcarrière heeft hij overigens ook nog radio commercials gedaan, zodat Linda Lepomme nog niet alle hoop moet laten varen. Misschien wordt ze nog wel eens directrice van een theatergezelschap of zo!
Hugh Grant is trouwens nog altijd “een eenvoudige jongen” gebleven, die als voetballiefhebber trouw de verplaatsingen van zijn club Fulham meemaakt met de andere hooligans. Typisch voor hem is dan wel dat hij op de bus “The Independent” zit te lezen, terwijl de hooligans rondom hem steeds bezopener worden.
Tussendoor was Grant ook nog te zien in “Sense and sensibility” van Ang Lee naar een scenario van Emma Thompson, uiteraard gebaseerd op Jane Austen en er kwam (uiteraard) een soort van “vervolg” (niet inhoudelijk, eerder qua sfeer) op “Four weddings and a funeral”, namelijk “Notting Hill”. Zelfs “Love actually” (Richard Curtis, 2000) kan men nog als een late uitloper ervan zien.
Vlak daarvóór (en dus ook net vóór de breuk met Elizabeth Hurley) speelde hij de hoofdrol in de tweede film van hun productiehuis, Simian Films. “Extreme Measures” was lang geen voltreffer geworden ondanks de aanwezigheid van Gene Hackman. Daarop besloot Elizabeth Hurley – zij houdt immers de touwtjes in handen – het geweer van schouder te veranderen. Ze investeerde twee jaar in de bewerking van een scenario met als titel “Mickey Blue Eyes”. Zelfs vriend Hugh werkte mee om een onooglijk script om te toveren tot een romantische komedie, waarin hij een hem op het lijf geschreven rol zou kunnen spelen. Vandaar dat een Amerikaans hoofdpersonage plots de Britse nationaliteit aangemeten krijgt.
Hugh speelt de rol van Michael Felgate. Die werkt als veilingmeester in New York. Daar ontmoet hij Gina Vitale, een onderwijzeres uit het stadsdeel Queens (rol van Jeanne Tripplehorn). Michael is op haar verliefd en vraagt haar ten huwelijk. Zij wijst zijn aanzoek af. Hij zoekt haar op en ontmoet Gina’s vader (James Caan), die hem met open armen ontvangt en hem enkele van zijn vrienden voorstelt. Zonder het goed te beseffen is Michael in maffiakringen verstrikt. Hij wordt gebruikt om via zijn veilinghuis geld wit te wassen.
Hoewel Hugh Grant zich in „zijn” film als de klassieke vis in het water moet voelen, geeft hij niet die indruk. Als veilingmeester is hij zeker geen toonbeeld van enthousiasme. Regisseur Kelly Makin is daarenboven geen charismatische regisseur. Gevolg: “Mickey Blue Eyes” is een komedie zonder punch. Beter dan “Extreme Measures”, maar toch niet goed genoeg om het veel geplaagde koppel bij elkaar te houden.
Daarna was Hugh Grant te zien in “Bridget Jones’s Diary”, een Amerikaanse komedie uit 2001 van Sharon Maguire. Het is een beetje “awkward” om een typisch Engels boek verfilmd te zien door een Amerikaanse cineaste. Maar dankzij typisch Britse acteurs als Hugh Grant en Colin Firth is het toch een geslaagde onderneming geworden. Meer zelfs, velen vinden dit Hugh Grants beste prestatie en ik ben geneigd hen hierin bij te treden. Het is namelijk erg “verfrissend” om het “finer than the finest” uiterlijk van Grant te gebruiken voor een “despicable” karakter.
Daarop volgde “Two weeks notice”, een Amerikaanse komedie uit 2002 van Marc Lawrence. Sandra Bullock speelt hierin Lucy Kelson, een knappe, geëngageerde advocate die tegen wil en dank voor rokkenjager George Wade werkt (de rol van Hugh Grant), die op de koop toe meer dan de helft van de New Yorkse immobiliënmarkt bezit. Het ligt voor de hand dat Wade tot inkeer komt en dat het “unlikely couple” uiteindelijk toch samen komt, maar het valt allemaal wel mee als je gewoon als criterium neemt: onderuit zakken in je zetel met een blikje bier en een zak chips binnen handbereik.
In november 2008 heeft Hugh Grant voor een etentje met de voormalige Sovjetleider Mikhail Gorbatsjov zo’n 300.000 op tafel gelegd. Het (g)astronomische bedrag gaat naar de strijd tegen kanker.
Grant bood op een manifestatie ten voordele van Gorbatsjovs stichting voor kankerbestrijding het hoogste bedrag voor een etentje met de legendarische Sovjetleider.
Het is niet de eerste keer dat Grant zijn tanden zet in het goede doel. Vijf jaar geleden hoestte Grant 290.000 euro op voor een diner van Elton John ten voordele van diens aidsstichting.
Maar wat er tot nu toe nog niet gekomen is, dat is de voorkeur die Hugh Grant zelf eens heeft uitgesproken, namelijk een film van Pedro Almodovar met in de vrouwelijke hoofdrol als het effe kan niemand minder dan Juliette Binoche. Nou moe, waarop wachten ze eigenlijk?

Referentie
Ronny De Schepper, De fanfare van honger en dorst, Steps magazine juni 1994

(*) Alhoewel het wellicht puur toeval is, wil ik er toch even op wijzen dat het personage van Clarence Day sr. (gespeeld door William Powell) in de film “Life with father” (Michael Curtiz, 1947) een hele tirade geeft tegen de democratische burgemeester van New York in 1893 en die man zou dan eveneens Hugh Grant heten. Hoe ongelooflijk het ook lijkt maar “Life with father” is gebaseerd op de memoires van Clarence Day jr., die dus echt heeft bestaan (1874-1935). Ook die Hugh Grant heeft echt bestaan. Hij leefde van 1857 tot 1910 en merkwaardig genoeg was hij burgemeester van New York van 1889 tot 1892 (dus op het moment dat de film zich afspeelt, is hij geen burgemeester meer). Maar ik wilde dit vooral signaleren omdat deze grappige overeenkomst niét is terug te vinden op de Internet Movie Database, waar je verder zowat eender wat kunt terugvinden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s