Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Antwerpse striptekenaar Willy Vandersteen is gestorven.

Willibrord Jan Frans Maria Vandersteen werd “met de helm” geboren op 15 februari 1913 in de Seefhoek, een volksbuurt van Antwerpen. Het jongetje leek dood en zijn ouders stopten het in een sigarenkistje om te begraven. Op weg naar het kerkhof, bij een rustpauze in het onvermijdelijke café, begon de baby echter te huilen.
TWEEDE WERELDOORLOG
De jonge Vandersteen groeide op en volgde een opleiding als beeldhouwer, maar voelde zich al vroeg aangesproken door het beeldverhaal naar Amerikaans model. Hij creëerde in 1940 zijn eerste strip “Les Aventures de Kitty Inno” voor het bedrijfsblad “Entre nous” van het grootwarenhuis “Innovation”, waar hij toen werkte.
In die begindagen had Vandersteen de grootste moeite om zijn strips te slijten. De meeste kranten plaatsten uitsluitend Amerikaanse ‘comics’. Maar toen brak de oorlog uit. Door de Duitse bezetting werd de Amerikaanse markt afgesneden en uitgevers begonnen noodgedwongen talent van eigen bodem te zoeken.
Zijn eerste krantenstrip “De lollige avonturen van Pudifar” (een kopie van “Krazy Kat”) verscheen op 26 maart 1941 in Wonderland, de kinderbijlage van het Antwerpse dagblad “De Dag”, waar een week eerder (19 maart 1941 dus) reeds “Tor de Holbewoner” was verschenen, maar dat was een zogenaamde gagstrip (vergelijk met “Hagar” bijvoorbeeld). Hij ondertekende toen nog met “Wil”. Tijdens de oorlog tekende hij voor het Franstalige jeugdblad “Bravo” ook nog “Simbad de zeerover” (in kleur!) en “Lancelot”. In 1943 verscheen bij uitgeverij “Het Volk” zijn eerste stripalbum “Piwo het Houten Paard”. In deze reeks zouden ook nog “Piwo en de paardendieven” (1944) en “Piwo bij de Zoeloes” (1946) verschijnen.
Tijdens de oorlog werkte Willy Vandersteen bij de collaboratie-pers (“Volk en Bodem”, “Winterhulp”, “Volk en Cultuur”). Om den brode zo wordt gezegd en in deze bladen leverde hij enkel “onschuldige kinderverhalen” af (wat “Tor de Holbewoner” aangaat kan dat wel kloppen, maar “Bart de Brigademan” in “Volk en Staat”?!). Hij werkte ook samen met Bert Peleman voor “De avonturen van Peerke Sorgeloos” in “Illustratie”, het blad waarvan Peleman hoofdredacteur was. Ook hier viel nog altijd niks wezenlijks op aan te merken, maar als Peleman in 1942 de brochure “Zoo zag Brussel de Dietsche Militanten” (d.i. de Zwarte Brigade) uitgeeft, dan lijken de (niet-gesigneerde) anti-semitische tekeningen toch wel erg op die van Willy Vandersteen… Velen meenden dan ook al lange tijd dat Kaproen, een tekenaar van antisemitische en anti-geallieerde spotprenten, eigenlijk Vandersteen was. Met het ontslag van Marc Verhaegen (zie verder) werd deze zaak overigens opnieuw opgerakeld, zodat de familie Vandersteen zelf een onderzoek liet uitvoeren over deze zaak. Wellicht hoopten zij dat dit onderzoek deze geruchten voor eens en altijd de kop zou indrukken, maar het tegendeel was waar: in september 2010 werd nu ook openlijk toegegeven dat Willy Vandersteen wel degelijk de tekenaar was van de gewraakte prenten.
Ook bleek dat na de oorlog reeds de identiteit van Kaproen bekend was (de omgekeerde drie als oor was een weggever voor stripkenners), maar in tegenstelling tot Peleman en de uitgever bleef Vandersteen buiten schot. Integendeel, hij ging als MIK en BOBS aan de slag bij anti-Duitse bladen, want hij heeft altijd al een goede timing gehad als het erop aankwam te weten vanwaar de wind waaide.
IN DE LEER BIJ HERGE
Zo heeft hij ook nog een tijdje voor Hergé gewerkt (*). Deze trok Willy Vandersteen, die hij “de Bruegel van het beeldverhaal” noemde, aan voor het weekblad “Kuifje” (de Vlaamse editie van “Tintin”), op voorwaarde dat hij het lokale karakter van Sus en Wis achterwege zou laten (**). De fantastische blauwe reeks was het resultaat, maar ze kende slechts een kortstondig bestaan (acht albums) omdat het toch erg moeilijk bleek Lambik en C° buiten een Vlaamse context te laten evolueren. Typisch was b.v. ook dat het kapsel van Wiske wat meer “bourgeois” moest worden. Ook Lambik was in de blauwe versie intelligenter dan in de rode reeks (de kleurensymboliek zegt ook al veel!). Sidonie werd zelfs helemààl achterwege gelaten. Ondanks het feit dat Vandersteen dus bereid was al deze compromissen te sluiten, kwam het in 1949 toch tot een breuk, wanneer hij in “Het Spaanse Spook” de Vlamingen Brussel liet veroveren (***).
Toch is het grote verschil met Hergé dat Vandersteen eerder een scenarist is dan een tekenaar. Zo was zijn lijfspreuk: “Een goed verhaal met slechte tekeningen werkt beter dan een slecht verhaal met goede tekeningen.”
Roger Schoemans in DS Magazine van 3/6/1994: “Bij Kuifje ‘leerde’ Vandersteen tekenen, van Hergé leerde hij hoe je een stripverhaal technisch perfect maakt. Maar ik blijf erbij dat Hergés invloed op termijn nefast is geweest: ineens werd de pen niet meer geleid door het hart, maar door het verstand. De spontane gags werden ‘bedacht’, de wilde verhalen die een verteller spontaan voelt opborrelen op een onbewaakt ogenblik werden in ‘storylines’ gegoten. En voor we het doorhadden waren de figuren ‘karakters’ geworden. De droogpruimen, de fatsoensrakkers, de kommaneukers, de ‘product managers’ zorgden daarna wel voor de lamentabele rest. In de plaats van vrolijke stoutheid en spetterende improvizatie kwamen de ‘efficiënte studioproductie’, uitgevers die ‘internationaal’ wilden scoren, betweters die fatsoen en deftige manieren doordrukten, eihoofden die alleen nog logica in de verhalen aanvaardden, taalverbeteraars die kokhalsden bij elk dialectwoord, maar niet genoeg met de taal konden spelen om iets beters te verzinnen.”
Men zou het ook kunnen samenvatten als: Bruegel werd Studio 100. Maar we lopen vooruit op de feiten: we zijn “Suske en Wiske” reeds aan het begraven en ze moeten eigenlijk nog geboren worden.
RIKKI EN WISKE
Aan het einde van de oorlog krijgt Vandersteen de gelegenheid om te gaan praten met De Standaard Boekhandel. Hij toont de eerste tekenplaten van “Rikki en Wiske” en overtuigt de uitgevers ervan iedere dag twee stroken te publiceren, wat volgens Vandersteen de lezer nieuwsgierig zou maken, waardoor hij steeds opnieuw de krant zou kopen. De uitgevers zien er wel wat in, maar door de oorlog wordt het plan op de lange baan geschoven.
Op 30 maart 1945 publiceerde “De Nieuwe Standaard” dan uiteindelijk toch de eerste stroken van “De avonturen van Rikki en Wiske in Chocowakije” op de jeugdbladzijden, die onder de redactie stonden van Anton van Wilderode. Naast Rikki en Wiske zijn de belangrijkste rollen weggelegd voor tante Sidonie, professor Wargaren en een zekere Pukkel, de eerste versie van wat later Lambik zou worden.
De uitgevers zijn opgetogen, maar ze missen een knipoog naar de volwassen lezers. Daarom vragen ze Vandersteen een strip te maken die zich afspeelt in een vertrouwd en volks milieu: “De Familie Snoeck”.
Op 19 december 1945 werd het eerste avontuur van “Suske en Wiske”, namelijk “Op het eiland Amoras”, in de krant aangekondigd. Daarin stuurt Vandersteen Rikki om schoenen met een rantsoenbon. Blijkbaar moest hij daarvoor heel lang in de rij staan, want hij keert nooit meer terug. In zijn plaats kwam Suske, een wees op Amoras met als enige familielid het spook Sus Antigoon. Hij wordt door Wiske uit het water gered en trekt op het einde mee naar Antwerpen om nooit meer van Wiskes zijde te wijken.
Het tropische eiland Amoras, een omkering van het bekende puddingmerk Saroma, is eigenlijk een kopie van de zestiende-eeuwse Antwerpse stadskern. Het leven wordt er beheerst door de strijd tussen de regerende Vetten en de onderdrukte Mageren. Inspiratie daarvoor vond Vandersteen in de koningskwestie. Net als Hergé en Marc Sleen koos hij partij voor Leopold III.
Dit werd het eerste verhaal in een reeks die de populairste stripserie aller tijden in Vlaanderen en Nederland zou worden. Daarnaast werd de serie in meer dan 25 talen vertaald.
Tussen 30/9/1946 en 12/2/1947 publiceerde Vandersteen ook “Poppy & Maggy” in het Brusselse weekblad “Le Petit Monde”. Als men “De vliegende aap” (3/10/1946-23/1/1947) daarmee vergelijkt kan men zien dat hij vaak grappen recycleerde. In “De vliegende aap” maken we kennis met de broer van Lambik, die zelf toen ook nog niet lang in de strip zat, namelijk sedert “De sprietatoom” (en dat b.v. in tegenstelling tot professor Barabas die reeds in “Het eiland Amoras” opduikt). Die broer zal echter slechts sporadisch nog eens terugkeren.
In 1948 verschijnt “De avonturen van Lambik”, de eerste “spin-off” van de “Suske & Wiske”-verhalen. Later zouden nog volgen: Jerom (1960) en Schanulleken (1986) voor de allerkleinsten. Het zou ook Vandersteens laatste creatie worden.
Ondertussen werden alle verhalen van Suske & Wiske haast onmiddellijk als “Bob & Bobette” gepubliceerd, behalve oorspronkelijk “De stalen bloempot”, “De bokkenrijders” en “De mottenvanger”, die politiek gevoelige thema’s als de collaboratie, de repressie en de koningskwestie aansneden. Deze verschenen pas, erg aangepast, in de jaren zeventig. In “De mottenvanger” gaat dit dan als volgt:
Wiske: Suske, niet te hard! ’t Is misschien familie van onze Vlaamse leeuw!
Suske: Dat kan niet, Wiske, dan zou hij vastzitten!
In 1994 wordt dat dan:
Wiske: Suske, niet te hard! Hij meent het misschien zo kwaad niet!
Suske: Vraag jij hem dat eerst dan even, Wiske!
In 1947 schakelde Willy Vandersteen zijn vrouw Paula Van den Branden in als medewerkster en zo ontstond de facto de studio Vandersteen. Eén van de eerste “echte” medewerkers was Karel Verschuere (zie bij “Bessy”). Deze moest in 1952 (bij het album “De lachende wolf”) Karel Boumans inwerken.
Een jaar later had Vandersteen opnieuw met problemen af te rekenen, toen hij in “De dolle musketiers” een (bijna) blote Jerom introduceerde (genoemd naar Jeroom Verten, de auteur van “Slisse en Cesar” en “Wat doen we met de liefde?”). Het regende lezersbrieven en zie, enige tijd later ziet Jerommeke er letterlijk uit als een aangeklede aap en paradoxaal genoeg heeft hij met deze vestimentaire transformatie ook meteen de gave van het woord gekregen. In 1960 kreeg hij zelfs een eigen reeks, geïnspireerd door de Batman-rage.
MERCHANDISING
Reeds in 1955 zouden er een eerste reeks primitieve tekenfilms gemaakt worden naar de verhalen van “Suske en Wiske”, later zouden er nog andere volgen, evenals geacteerde speelfilms, musicals en een poppenfilmreeks (van Wies Andersen in de jaren zeventig). Om van de verdere merchandising nog te zwijgen (Paul Geerts in Graffiti van september 1995: “Zowel kwantitatief als kwalitatief ligt de drempel zeer hoog. Als er b.v. snoepjes worden gemaakt, dan moeten die eerst door ons geproefd worden: vallen die niet in onze smaak dan krijgt die fabrikant geen toestemming.”
Op 1 april 1958 trad Eduard De Rop (°5/3/1928) in dienst bij Vandersteen, nadat Boumans een dag eerder was opgestapt. Hij is o.a. de tekenaar van “Geschipper naast Mathilde”, een gagstrip met de acteurs van de overbekende Vlaamse TV-reeks in de hoofdrol. Toch was ook 1958 een topjaar voor Vandersteen met “De zonnige zageman” (achteraf herdoopt tot “De geverniste zeerovers”), “De duistere diamant” en “De zwarte zwaan”. Een jaar later verscheen “Het vliegende bed”, het eerste album dat met een oranje steunkleur zou verschijnen. Het is ook het eerste product van de Studio Vandersteen. Later zou Vandersteen op momenten immers tussen de vier en de zes verschillende reeksen hebben lopen, wat toch wat wil zeggen. Daarvoor kwam de Studio Vandersteen dus uitstekend van pas, want uiteindelijk zouden een negentigtal stripreeksen op regelmatige basis worden uitgeven. Tot de bekendste behoren: “De Familie Snoek” (1945-1954), “Bessy” (vanaf 1952), “De Rode Ridder” (1959), “Jerom” (1960, samen met Eduard De Rop), “Karl May” (1962, opnieuw samen met Karel Verschuere), “Biggles” (1965), “Safari” (1969), “Robert en Bertrand” (1972) en de laatste, “De Geuzen” (1985).
Toch bleef Vandersteen zelf voor de scenario’s van Suske & Wiske zorgen. Hij was daarbij soms op z’n tijd vooruit. Zo kan men “De zingende zwammen” lezen als een waarschuwing tegen pedofielen.
In 1964 legt Willy Vandersteen zijn Antwerpse humor af in “De Nerveuze Nerviërs” met Tante Sidonie die peroreert dat men vanaf nu beschaafd Nederlands dient te spreken en dat ze daarom voortaan met Sidonia wenst te worden aangesproken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de doorbraak op de Nederlandse markt, waarvoor overigens Schalulleke plotseling Schanulleke moest worden wegens “obsceniteit”. Nu, het legde Vandersteen geen windeieren: van elke nieuwe Sus en Wis worden in Nederland 210.000 exemplaren verkocht tegen “slechts” 150.000 in Vlaanderen en 40.000 in Wallonië.
Op 2 januari 1968 trad Paul Geerts (Turnhout, 16/5/1937) in dienst bij de Studio Vandersteen. Datzelfde jaar verscheen de strip waarmee hij had gesolliciteerd (“De Verdwenen Smirrel”) in de Ohee-reeks.
Alhoewel Geerts dus ook scenario’s schreef, werd hij oorspronkelijk ingeschakeld als “inkter” voor de “Suske en Wiske”-reeks. Het eerste verhaal dat hij als zodanig afwerkte, was “De Charmante Koffiepot” uit 1969. Paul Geerts in De Morgen van 30/3/1995: “Er is wel een tijd geweest dat ik wat meer agressiviteit in Suske en Wiske heb gestoken. Dat kwam doordat ik in mijn eigen leven door een diep dal ben moeten gaan en vanuit mijn emoties ben beginnen schrijven. De agressiviteit tussen Lambik en Sidonie, tussen Suske en Wiske, die was echt bitsig. Ik deed dat onbewust. Daar is kritiek op gekomen. Toen heeft Vandersteen ingegrepen. Hij zei dat ik daar zeer voorzichtig mee moest zijn. Het sentiment en de vriendschap: ze moesten wél aan bod komen, oude waarden zoals verdraagzaamheid, vriendschap en hulpvaardigheid moeten in de verhalen behouden blijven.”
Van dan af begon Vandersteen hem meer en meer bij de scenario’s te betrekken, aangezien hijzelf zich eerder op “Robert en Bertrand” en “De Geuzen” wou toeleggen.
Alhoewel in 1970 ook nog Ronald Van Riet (°1946) en Robert Merhottein (Merho) bij de Studio Vandersteen kwam, kan men zeggen dat vanaf “De Gekke Gokker” (1971) Geerts de spilfiguur was. Merho zou in 1977 dan ook vertrekken om “Kiekeboe” op te starten.
POST-VANDERSTEEN
Al die tijd was Geerts verantwoordelijk voor de scenario’s (zoals “De Toornige Tjiftjaf“), die dan door Willy Vandersteen eventueel werden bijgewerkt (in 1988 nam deze met “De Wervelende Waterzak” nog eenmaal het roer over). Bij de dood van Willy Vandersteen op 28 augustus 1990 was Geerts dan ook volledig klaargestoomd om “Suske en Wiske” te laten verder leven. Dat de oplage na de dood van Vandersteen is verviervoudigd heeft echter meer met een efficiënte merchandising te maken dan met de intrinsieke kwaliteit van de verhalen.
In september 1994 werd Geerts in een Italiaans ziekenhuis geopereerd om een tumor uit zijn achterhoofd te verwijderen. Geerts verwerkte die ervaring in “Robotkop”. Daarin kijken Tante Sidonie, Jerom, Suske en Wiske ontzet toe hoe tijdens een gelijkaardige operatie bij Lambik de hartmonitor stilvalt. Lambik is niet meer. Hij komt in de hemel terecht waar Sus Antigoon, het Spaanse Spook, de feetjes Lili, Lolo en Lala uit “De Zingende Zwammen” en tal van andere creaties van Vandersteen en Geerts zelf hem verwelkomen. Net op het moment dat een gelukzalige Lambik besluit te blijven, klinkt een vastberaden stem die hem zegt dat dit onmogelijk is. Het is Willy Vandersteen, zittend op een wolkje, die met een sigaar en een whiskyglas in de hand zijn geesteskind vertelt dat het nog te vroeg is om te sterven. Hij moet immers nog vele avonturen beleven en “lezertjes blij maken”…
Geerts speelde vooral in op de actualiteit. Het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld “De rebelse Reinaert” uit 1998, waarin zowel de hormonenmaffia, het Agusta-schandaal, de sluiting van de Renault-fabriek in Vilvoorde als… Marc Dutroux de revue passeren.
Vaak gebeurde het echter ook op een verschrikkelijk nadrukkelijke en moraliserende manier. De reeds schaarse grappen werden nog schaarser en toen in het nieuwe millenium de strip begon te dalen naar 350.000 exemplaren, weet men dit (terecht) aan het allerbelabberste scenario van nr.268 “De Koeiencommissie” (over de dolle koeien-ziekte) en nr.269 “Big Mother” (over het tv-programma “Big Brother”). Daarom trok Helena, de oudste dochter (°1938) van Willy Vandersteen, Erik Meynen en Marc Verhaegen (°1957) aan als nieuwe scenaristen. “De Europummel” was de titel van hun eerste verhaal “nieuwe stijl”, al dient te worden opgemerkt dat de “hippere” kledij van Suske en Wiske (Wiske met een blote navel!) nog van Geerts dateert. Geerts in De Morgen: “Marc Verhaegen heeft een andere persoonlijkheid als ik. Tot op een bepaalde hoogte ben ik bereid hem te volgen, maar toch waak ik erover dat hij de geest van Vandersteen bewaart. In zijn eerste album ‘De Slimme Slapjanus’ heeft hij zo’n grote zijsprong gemaakt dat wij wekenlang negatieve brieven mochten ontvangen. Het was echte kolder, hé. Nu, dat vind ik ook wel leuk, maar… de mensen protesteerden.”
Meynen draaide niet lang mee in de “machinerie”, maar Marc Verhaegen voelde zich blijkbaar zo goed dat zijn ontslag drie jaar later (eind februari 2005) hem als een bliksem bij heldere hemel trof. Volgens Helena Vandersteen moest de productie van “Suske en Wiske” meer teamwork worden en paste Verhaegen niet goed in het geheel. Volgens Verhaegen zou een en ander te maken kunnen hebben met zijn afgekeurde project van een Sus en Wis over Sulamith Schiff, een joods meisje uit Kalmthout (waar de studio’s Vandersteen gevestigd zijn nota bene) dat in 1942 werd gedeporteerd en vergast in Auschwitz. Ook “De Kaapse Kaalkoppen”, een verhaal over de Apartheid, was naar het schijnt in een verkeerd keelgat geschoten. Het geweigerde verhaal verscheen in juni dan toch als “Rebecca R.”, het eerste verhaal van “Senne & Sanne”. Uiteraard was dit niet louter een omzetting van “Suske & Wiske” (de nevenfiguren van Lambik, Jerom, Sidonie en noem maar op werden verwijderd), zodat het verhaal wel diende te worden aangepast.
Na Verhaegen kwam Luc Morjaeu (tot dan een medewerker van Jef Nys) aan het hoofd van het tekenteam te staan en Peter Van Gucht werd leider van het scenarioteam. Van Gucht had reeds enkele scenario’s aangeleverd voor Sus & Wis, o.a. het op dat moment lopende “De flierende fluiter”. Zij trokken in juni 2005 Dirk Stallaert aan, die hiervoor “Kiekeboe” verliet. Stallaert was reeds gevraagd door Studio Vandersteen toen Marc Sleen met pensioen ging in 2002 (Stallaert was tien jaar zijn rechterhand geweest, maar Sleen gaf geen toelating om de strip zonder hem verder te zetten) maar “het klikte niet met de toenmalige tekenaar”, aldus Stallaert in de GVA van 3/6/2005.
Het nieuwe team debuteerde in september 2005 met “Het slapende goud”. De titel verwijst naar de allereerste strips en stapt doelbewust af van de allitererende traditie die ondertussen was ontstaan. Maar niet voor lang: in 2007 verscheen “De Krasse Kroko”, een hommage-album aan Paul Geerts ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Geerts trad erin op als personage en dat was zowaar de eerste keer dat zijn naam in een album verscheen. De reactie van Geerts: “Daar heb ik geen moeite mee gehad, integendeel, ik vond het erg behaaglijk dat ik al die tijd in de schaduw van Willy Vandersteen mocht vertoeven. Zijn naam staat altijd boven de verhalen en dat mag nooit veranderen!”
Toen in 2013 het honderd jaar geleden was dat Willy Vandersteen werd geboren, vonden er tal van herdenkingsplechtigheden plaats, maar het interessantste eretribuut was reeds in oktober 2012 verschenen. Het betreft namelijk “Suske de Rat”, een opmerkelijk nieuw Suske en Wiske-verhaal. En dat niet zozeer wegens het scenario dat losweg op “Ciske de Rat” van Piet Bakker is gebaseerd, maar de huidige tekenaars grepen terug naar de oude tekenstijl van de figuren, zoals geestelijke vader Willy Vandersteen ze tekende in het begin van de jaren vijftig. En dit was met zoveel liefde gedaan dat ik voor het eerst sinds hééééél lang nog eens een “Suske en Wiske”-verhaal heb gevolgd.

Ronny De Schepper

(*) Reeds in zijn beginjaren had Vandersteen verhalen verzonnen voor Totor, een stripfiguur die in het tijdschrift Le Boy Scout Belge verscheen en door Hergé was bedacht, maar toen hebben ze elkaar niet ontmoet.
(**) In die tijd werkte Vandersteen zowaar ook voor Marc Sleen (die hoofdredacteur was van “Ons Volkske”, waarvoor Vandersteen o.a. “Ridder Gloriant”, “De Vrolijke Bengels” en “Tijl Uilenspiegel” tekende). Dat was zo mogelijk nog merkwaardiger dan het werken voor Hergé, want Marc Sleen was door “De Nieuwe Gids” precies van politiek cartoonist tot striptekenaar “omgeturnd” omdat ze de deal met Vandersteen verloren hadden aan “De Standaard”!
(***) Aldus mijn bronnen. Nochtans is “Het Spaanse Spook” juist het éérste deel van de blauwe reeks. Nadien volgden nog “De bronzen sleutel”, “De Tartaarse helm”, “De schat van Beersel”, “Het geheim der gladiatoren”, “De gezanten van Mars” en “De groene splinter”. Ik som ze gewoon nog eens op om de heerlijke herinneringen opnieuw te laten bovenkomen. Al heb ik ook goede herinneringen aan bepaalde “gewone” Suske & Wiskes (“De Ringelingschat”, “De Brullende Berg”, “De Texas Rakkers”, om er maar een paar te noemen) toch gaat mijn voorkeur zonder enige twijfel uit naar deze blauwe reeks. Misschien is het dus correcter aan te nemen dat de beslissing eerder is uitgegaan van de Vlaamse uitgever van Vandersteen die vond dat hij nu beter alle krachten kon aanwenden om “De Rode Ridder” te lanceren. Bovendien was Vandersteen reeds aan een nieuw Hergé-album begonnen, “De sonometer”, een verhaal dat zich in Japan zou afspelen. Het bleef echter onafgewerkt.

Selectieve bibliografie

Rolf De Ryck (°Temse, 1956), Van Kitty Inno tot de Geuzen, Standaard Uitgeverij, 1994.
Rolf De Ryck, Van glimlach tot schaterlach: humor bij Vandersteen, Standaard Uitgeverij, 1996.
Ronald Grossey (°1957), Studio Vandersteen, kroniek van een legende (1947-1990), Roularta, 2007.
Jan Mestdagh, Willy Vandersteen, doctor ludorum causa, De Rode Vaan nr.49 van 1983
Willy Vandersteen, Ik vier het elke dag weer, 1973.
Peter Van Hooydonck (°1960), De Bruegel van het beeldverhaal, Standaard Uitgeverij, 1994.
Patrick Vranken, Dossier 40-45: Belgische tekenaars tijdens W.O.II, Brabant Strip Magazine, Berreweide 34, 1840 Londerzeel, 1998.

Een gedachte over “Willy Vandersteen (1913-1990)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.