Vijftien jaar geleden: Marianne Dupon in P-Magazine en Humo

00 marianne duponIn Humo van 9/5/2000 werd Marianne Dupon geïnterviewd n.a.v. het spelprogramma “De Mol”, maar omdat zij één van de eerste BV’s was die er geen geheim van maakte dat ze lesbisch was, kwamen o.m. ook zogenaamd lesbische films ter sprake. Films die eigenlijk gemaakt zijn met het oog op een mannenpubliek, omdat mannen graag opgegeild worden door lesbische scènes. “Dat doet me nog minder dan hetero-porno,” antwoordde Marianne. “Dat is echt beneden alle peil. In de meeste pornofilms zijn de lesbische scènes er om de mannen op te winden; die zijn niet te vergelijken met hoe je echt met een vrouw vrijt. Het fake druipt – goeie term – er meestal af.” En meteen lanceerde ze een oproep: “Als er eens een goede lesbische pornofilm uitkomt, mag je het me altijd laten weten.” Twee dagen later stuurde ik haar prompt onderstaand artikel. Een bedankje kon er nog net af, maar een echte reactie kwam er helaas niet. Toch hoop ik dat ze er een en ander heeft uit kunnen opsteken. En ik hoop van u hetzelfde…

Martine Couder schrijft in “Andere Sinema” in het begin van de jaren tachtig: “Tot voor kort werd lesbianisme zelden of nooit in film – dus ook in de maatschappij – openlijk behandeld, met als gevolg dat de meeste films zelden aan de realiteit van de lesbienne raken. Wanneer lesbische vrouwen dan toch in film voorkomen, is het effect vaak negatiever dan waanner ze gewoon worden genegeerd. De vooroordelen worden er nog door versterkt.”
Maar, zo gaat ze verder: “Sinds de opkomst van lesbian feminism zijn er wel enkele vrouwen die expliciet lesbische films maken. Eén ervan is Jan Oxenberg. Over haarzelf is (bij ons) weinig bekend, maar zij maakte twee goede films, namelijk Home movie en A comedy in six unnatural acts.”
“A comedy in sex unnatural acts”, net als “Home movie” uit 1975, laat via zes fragmenten een aantal Hollywood-stereotiepen zien over lesbiennes. Eén van die stereotiepen is uiteraard dat vrouwen slechts lesbisch zijn tot ze eens door “een echte man” worden genomen. Zelfs Ian Fleming laat de legendarische Pussy Galore in “Goldfinger” lesbisch zijn, maar enkel “omdat ze vóór Bond nog nooit een Man had ontmoet”. Onnodig te zeggen dat de verwijzing niet in de film van 1964 mocht, haar goud geschilderd lijf ten spijt…
Er bestaat ook een “softe” variante op deze versie. “Ze is niet echt lesbisch, maar ze heeft in haar jeugd enkel te maken gehad met brutale mannen. Als ze een eens lieve man tegenkomt, zal ze wel veranderen.”
Ook in “Lianna” dient te worden toegegeven dat lesbianisme voor de hoofdpersoon geen bevredigende oplossing biedt. Misschien omdat de maker, in tegenstelling tot Jan Oxenberg, een man is (John Sayles)? Dat is ook het geval met de regisseur van “Une femme, un jour” (1978), met name Léonard Keigel, maar die werkt wel op basis van een scenario van een vrouw (Simone Bach). Toch krijgen we hier ook een poging tot conformeren te zien. Als de man van Caroline (Caroline Cellier) in het ziekenhuis wordt opgenomen met een zenuwinzinking en haar niet meer wil zien, komt de lesbische Nicky (Melane Brevan) op de proppen. Zij draagt (ook financieel) zorg voor Caroline en haar zoontje en vraagt daar natuurlijk een fysische “return” voor, die door de regisseur naar verluidt maar al te graag in beeld wordt gebracht. Toch zal Caroline uiteindelijk terug een man opzoeken, terwijl zelfs Nicky “haar afschuw voor mannen tracht te overwinnen”!
ER IS PROGRESSIEF EN PROGRESSIEF…
Anderzijds is de tijd wel voorbij dat “seksuele” progressiviteit tevens een uiting was van maatschappelijke progressieve denkbeelden. Een goed voorbeeld daarvan is de Duitse TV-film “Die Konkurrentin” van Dagmar Hirtz, die in 1996 is tot stand gekomen met overheidssteun en waarin een vrouwelijke lesbische yuppie in eerste instantie een vrouwelijk kaderlid wil buitenconcurreren tot ze er verliefd op wordt. Daarna bedenken ze samen (via bedrijfsspionage) een truuk om hun vroegere werkgevers buitenspel te zetten. Vrouwelijke kapitalisten zetten mannelijke kapitalisten een hak! (Over de soap-cliché’s waarmee de mannen uit het verhaal worden afgeschilderd zullen we beleefdheidshalve maar zwijgen.)
Diezelfde clichés vinden we terug bij een andere Duitser, Alexander Scherer (deze keer een man dus), die in 1995 voor ARD een TV-film realiseerde, waarvan ik zowaar de titel ben vergeten te noteren (slim hoor!). De hoofdrol wordt vertolkt door Julia Richter, die als Kati, een meisje van de buiten dat pas in het zondige Hamburg zich als lesbienne kan ontplooien met de mooie Alexandra Wilcke (Yumiko). Deze dwingt haar tot een coming out, maar door de loslippigheid van Kati’s schoonvriendin Sonja (gespeeld door Nina Weniger) loopt een en ander verkeerd, tot de lerares waarop Kati verliefd was en vooral haar moeder voor verzoening zorgen.
Van Monika Treut (°1954) is er “My father is coming” uit 1991. Ergens is deze film een voorloper van “The wedding banquet”, want Vicky is een Duitse lesbienne die in New York in afwachting van een carrière als actrice als serveerster aan de kost komt. Als haar vader op bezoek komt, moet een homoseksuele vriend als “echtgenoot” fungeren om papa om de tuin te leiden, maar deze heeft het zelf te druk met het ontdekken van New York (met o.a. Annie Sprinkle), zodat Vicky rustig aan de slag kan gaan met een Puertoricaanse vrouwelijke collega…
Treut regisseerde ook “Die Jungfrauenmachine” (1988) met Susie Sexpert. Op zoek naar romantische liefde vertrekt de Duitse journaliste Dorothée Muller naar Amerika. Haar geliefde Heinz is haar gaan vervelen, de sentimele liefde voor haar halfbroer schonk haar geen bevrediging en de verknipte normaliteit van Duitsland werkt op haar lachspieren. Nee, dan Amerika! Ze beleeft er allerplezierigste avonturen. Met Dominique die zich aanbiedt als zusterlijke vriendin. Met Susie Sexpert die haar de weg wijst naar een lesbische stripbar. En met Ramona die haar de dag en nacht van haar dromen schenkt. Nou ja, schenkt… Dorothée is weer eens naïef geweest. Maar ze kan gelukkig lachen om zichzelf. Op het Filmgebeuren van datzelfde jaar was Treut overigens wél vertegenwoordigd samen met Lizzie Borden en Clare Law voor de film “Erotique”.
De bekendste underground-film is echter het komische “She must be seeing things” van Sheila McLaughlin uit 1987. Agatha (Sheila Dabney), a lawyer, and Jo (Lois Weaver), a film-maker, live together as a couple. When Agatha reads Jo’s diary and discovers that her past is filled with a number of heterosexual encounters (some illustrated with photographs), she is filled with jealousy and suspects that Jo might be being unfaithful to her with a man.
In lesbo-middens een “deeply controversial film”. “On release, She Must Be Seeing Things managed to upset a wide section of the lesbian community by being a lesbian film largely concerned with heterosexuality. Many were so offended by the way that the female characters were treated that the film was dismissed outright by some as pornography. Clearly, the director made some serious errors of judgement in the way in which certain scenes were filmed.” (Lesbian Film Guide, p.191).
Ik mag dan nog geen lesbienne zijn, maar ik vond er toch ook niks aan. Uit hetzelfde jaar dateert “Damned if you don’t” van Su Friedrich. Als een jonge lesbienne een non verleidt, legt deze niet alleen ritueel haar habijt af, het is ook een symbolische bevrijding.
TOP TIEN
En dan is er nog “Bathroom sluts”. Deze film wordt door Mieke Bernink in een speciaal nummer van “Skrien” (1993) dat “een reis langs pornografische hoogtepunten” wil zijn als “het meest veelbelovende voorbeeld van de lesbische pornografische blik” bestempeld. Als ik deze film zou kunnen zien, zou hij misschien bij de top tien van erotische scènes tussen vrouwen kunnen nestelen, die er tot nu toe als volgt uitzag (jammer dat hier geen beeldfragmenten kunnen staan natuurlijk):
1.De fotosessie van Lena Olin en Juliette Binoche in “The unbearable lightness of being”. Auteur Milan Kundera is het daarmee niet eens. Hij vindt dat de film té erotisch is geworden. Met een boutade stelt hij dat hij de “Khomeiny-versie” verkiest. In Iran is door de censuur de film immers van drie naar één uur teruggebracht…
Van dezelfde regisseur, Philip Kaufmann, zijn ook enkele scènes uit “Henry and June” vermeldenswaard namelijk wanneer schrijfster Anaïs Nin i.p.v. de auteur Henry Miller, diens vrouw June begint te begeren, maar in zijn geheel is de film een tegenvaller.
2.De liefdesscène uit “Personal best”, een film van Robert Towne over twee atletes (gespeeld door actrice Mariel Hemingway en de echte atlete Patrice Donnelly) die in het gewone leven een lesbische verhouding hebben, maar op de piste elkaar moeten bekampen.
3.Nog sport: Sylvia Kristel als “Emmanuelle”, die na een partijtje squash de lusten opwekt van haar tegenstandster. Als ik bij een ontmoeting met Sylvia zeg dat we in de “Emmanuelle”-films eigenlijk de “superiori­teit” van de vrouwenliefde terugvinden, antwoordt ze: “De mooiste scènes zijn met vrouwen, ja. Ik heb zelf nooit een afkeer gehad van De Man, al zal ik me mis­schien wel eens mentaal lesbisch gevoeld hebben. Ik denk dat dit in iedere vrouw zit: eerst de liefde voor de eigen sekse en pas dan kun je klaar zijn voor de andere soort. Deze scènes zijn dan ook heel mooi, lief, teder en sensueel en ze waren voor mij ook eenvoudiger om te doen, omdat er dan een betere verstandhouding is. Zo in de zin van: wil je je hand niet hier leggen, dan ziet men die zwangerschapsstrepen niet.”
Begin 1995 was ze te zien in een aflevering van “Bex en Blan­che”. Als bij toeval vertolkte ze een biseksuele vrouw, die ook naakt poseert voor de schilderijen van haar man (gespeeld door Nolle Versyp). Een deel van het verhaal speelt zich dan ook af in het lesbiennecafé “Storyville” in Antwerpen.
4.De dansscène van Sharon Stone met Leilani Sarelle in “Basic instinct”, duidelijk gebaseerd op de lesbische dancing Cubby Hole in New York, al kunnen zo’n scènes ook voorvallen in godvergeten Vlaamse dorpjes als Kapellen, om maar iets te zeggen. Iedereen herinnert zich wel de protesten die vanuit de homoseksuele wereld tegen deze film rezen, omdat er een relatie werd gelegd tussen “kinky sex” en moord (Leilani Sarelle was het liefje van Sharon Stone in die film, naast Jane Tripplehorn natuurlijk). Verhoeven wees er terecht op dat deze verkeerd begrepen vorm van “political correctness” te ver leidt. Hij gaf het voorbeeld van een film, waarin een clown een bankoverval pleegt en waartegen de vereniging van clowns heeft geprotesteerd. Iemand anders heeft eens opgemerkt dat op die manier zelfs “Sneeuwwitje” nooit zou kunnen gemaakt zijn. De dwergen zouden daar immers tegen kunnen protesteren! Veel belangrijker is dus dat het fameuze dansje van Sharon Stone met haar filmvriendin in de discotheek nu overal ingang schijnt te hebben gevonden. Alhoewel, toegegeven, ook in “Lilith” en “Mona Lisa” wordt de lesbienne geculpabiliseerd…
5.Nog een dansscène: die in “Harlis”, een Duitse film van Robert Van Ackeren uit 1972, waarin de titelfiguur (Macha Rabben) een danseres is in een bar voor lesbiennes en een verhouding heeft met haar partner. De relatie komt echter onder zware druk te staan wanneer een zeldzame mannelijke klant (Ulli Lommel als Raymond) verliefd wordt op Harlis en deze niet ongevoelig blijkt voor zijn charmes. Het is echter vooral Raymonds vrouw Pera (Gabi Larifari) die voor moeilijkheden zorgt. Zij schakelt diens broer (Rolf Zachner als Prado) in om Harlis “een lesje te leren”. Onder druk van de omstandigheden doet Raymond wel een zelfmoordpoging, maar uiteindelijk heeft de film een zeldzaam optimistisch einde met een “ménage à trois” zoals b.v. ook in “Silkwood” met Meryl Streep, Cher en Kurt Russell is te zien. Het is juist voor de jaloerse Pera dat het slecht afloopt: zij trouwt met Prado, maar deze is ondertussen zelf verliefd geworden op Harlis en wurgt Pera tijdens de eerste huwelijksnacht. Daarom is deze film in mijn ogen beter dan de veel beroemdere “Bittere tranen van Petra von Kant” van Fassbinder uit diezelfde periode (of “Les Biches” of “The killing of Sister George”, die nochtans ook als “klassiekers” uit het genre worden gebrandmerkt).
Fassbinders film gaat over een bizar-verfijnde mode-ontwerpster wier eerste man is verongelukt en die van haar tweede echtgenoot gescheiden is, wordt verliefd op een prachtig mooie meid van proletarische afkomst die tenslotte de vloer met haar aanveegt. Op de achtergrond wordt dit decadente kamertoneel voortdurend gadegeslagen door een lesbische secretaresse. Alhoewel de meeste muziek geleverd wordt door The Platters is de enige scène die me is bijgebleven deze met muziek van The Walker Brothers (“In my room”).
In “The killing of Sister George” zijn Susannah York en Beryl Reid overigens al dansend te zien in de Gateways, de beroemde lesbische bar uit die tijd. In de jaren tachtig werd de bar gesloten en werd haar rol overgenomen door de Wow Bar, in de nabijheid van Covent Garden. En nog over dansen gesproken, is er natuurlijk de erotische tango van Dominique Sanda en Stefania Sandrelli in “Il Conformista” (1970).
“The killing of Sister George” is eigenlijk een typevoorbeeld van lesbische SM met de typische rolverdeling butch-femme (dominant/mannelijk tegenover onderdanig/vrouwelijk).
Bij “Les biches” (Claude Chabrol, 1968) daarentegen gaat het dan weer eerder om biseksualiteit, aangezien de plot draait om de spanningen tussen het trio Frédérique (Stéphane Audran), Why (Jacqueline Sassard) en Paul (Jean-Louis Trintignant).
6.De scène in “L’été meurtrier”, waarbij Isabelle Adjani haar lesbische lerares dwingt haar beha uit te doen.
7.Een van de vier verhalen uit “Les contes immoraux” (1973) van Walerian Borowczyk, namelijk dat van de Hongaarse gravin Erzsebet Bathory. Om de eeuwige jeugd te bewaren baadt ze geregeld in het bloed van jonge meisjes. Die werden vooraf naakt opgesloten en moesten haar de kleren van het lijf rukken, omdat dit kleed een wonderbaarlijke faam had. Bathory zelf had een verhouding met haar page, die eigenlijk een vrouw was (Pascale Christophe). Het is trouwens door haar dat ze wordt verraden, omdat ze haar meesteres bedriegt met een man. De rol van Bathory wordt gespeeld door Paloma Picasso, de in 1949 geboren dochter van Pablo en de schrijfster Françoise Gilot, die in 1953 Picasso verliet. Toch heeft ze haar vader nog vaak gezien (als kind staat ze op vele kunstwerken afgebeeld) tot haar moeder in 1964 een boek over haar leven met Picasso laat verschijnen dat hij vruchteloos had proberen tegenhouden. Paloma is gehuwd met de Argentijnse toneelschrijver Rafael Lopez Sanchez. Zijzelf is eigenlijk ontwerpster van kleren en juwelen.
Ook onze eigen Harry Kümel maakte in 1970 een versie van de Erzsebet Bathory-historie met “Daughters of Darkness”, waarbij hij Bathory (gespeeld door Delphine Seyrig) dus wel in een vrouwelijke, lesbische vampier omtoverde. Bijna tegelijkertijd verscheen een Hammar Horror Movie van Peter Sasdy, “Countess Dracula”, uit 1971, waarin Ingrid Pitt de gravin Elisabeth Nadasdy speelt, die toevallig ontdekt dat zij jonger wordt, wanneer zij zich insmeert met bloed van jonge vrouwen. Lesley-Anne Down is als Ilona een mogelijk slachtoffer en Sandor Eles is Imre Toth.
8.Mooie, naakte, spelende, jonge meisjes zijn ook voortdurend te zien in “Bilitis” van David Hamilton (1977) geschreven door niemand minder dan Catherine Breillat. Haar verhaal speelt zich af in een pensionaat voor meisjes van betere stand, die blijkbaar niets anders te doen hebben dan naakt te gaan baden. Ik moet echter toegeven dat ik er desondanks over nadenk om deze film te vervangen door het recentere “Sirens”, dankzij b.v. de scène waarin de vrouwen zich aan hun gezamenlijke fantasie overgeven. En een droomscène in de meest letterlijke betekenis van het woord is de droom van Matthew Modine in “The blackout” van Abel Ferrara (1997), waarin hij zijn vrouw Béatrice Dalle “het” ziet doen met zijn minnares Claudia Schiffer.
9.”Si Don Juan était une femme”, een sof van Roger Vadim maar met wel een lesbische scène tussen Brigitte Bardot en Jane Birkin!
10.Nog zo’n droomscène: Catherine Deneuve en Susan Sarandon in “The Hunger” en met als achtergrondsmuziek het fameuze duet uit “Lakmé”! Deze muziek wordt trouwens geplagieerd door Franz Fagot (als dat geen leuk pseudoniem is!) voor de lesbische scène in de soft-pornofilm “La dépendance”. In “Les Voleurs” van André Téchiné uit 1996 doet Catherine Deneuve deze lesbische ervaring nog eens over, deze keer in een badscène met Florence Côte. Alhoewel… “In Amerika hoorde ik dat ‘The Hunger’ nu een cultfilm is geworden vanwege onze gezamenlijke blootscène. Ik moet iedereen ontgoochelen: die is gedraaid met body doubles. Op de première zagen we plots shots waarvan we niets wisten. Vreemd, want Susan en ik deden vaker naaktscènes, er was geen reden te veronderstellen dat wij die scène zouden weigeren.”
Lesbische vampiers waren overigens niks nieuws: de film kon nog maar net spreken toen ze in “Dracula’s daughter” reeds werden opgevoerd. De scène met het meisje dat gevraagd wordt te poseren, bewijst dat men niet altijd uit de kleren hoeft te gaan om erotische spanning te verkrijgen.
Geen plaatsje in de top tien voor “L’auberge espagnole” van Cédric Klapisch uit 2002, waarin Cécile de France (zeven jaar later ook te zien als de lesbische Soeur Sourire in de gelijknamige film van Stijn Coninx) als Isabelle één van de tofste lesbiennes uit de filmgeschiedenis speelt. Zij telt echter niet mee, aangezien haar erotische scène met een jongen is (hoofdrolspeler Romain Duris als Xavier), die ze leert hoe men met meisjes moet vrijen. En met succes! Dankzij haar tips doet Xavier Judith Godrèche als Anne-So(phie) binnen. Als hij enthousiast verslag komt uitbrengen, gaat hij (zoals het mannelijke cliché dan wil) te ver en zegt hij dat hij ze de volgende keer op de knieën wil dwingen en zeggen: “Suce, salope!” Maar daar kan Isabelle (terecht) niet mee lachen: “Tu ne peux pas dire ça! Jamais, tu entends?”
Ook de kus die Theresa Russell aan Debra Winger geeft in “Black widow” op het moment dat ze beseft dat deze haar moordend spelletje door heeft, is echt wel opwindend en zou eigenlijk een plaatsje verdienen in deze top tien. Er wordt wel niet expliciet gezegd dat Theresa Russell in de film de rol van een mannenhaatster speelt, maar net als de zwarte spin, doodt zij haar partner toch telkens na het huwelijk (om hun erfenis binnen te rijven). Niet alleen krijg je dan het merkwaardige feit dat de politie-inspectrice Debra Winger haar carrière opoffert om achter Theresa aan te gaan (alhoewel ze daar geen enkel voordeel bij heeft). Dat brengt Theresa immers tot de overtuiging dat ze eigenlijk door haar gefascineerd is en ze geeft die “interesse” dan ook terug (heel expliciet in de zin van die hartstochtelijke kus), zélfs op het moment dat Debra op het punt staat haar te ontmaskeren…
Ondanks het feit dat Debra Winger nu niet direct de meest “vrouwelijke” van de Hollywood-actrices is, kàn ze wel als ze wil, waarmee ze toch nog niet over dezelfde kam mag worden geschoren (!) als vrouwelijke detectives die vaak lesbisch zijn. Die uit “Hill street blues” geldt daarbij als rolmodel, maar ook Amy (Laurie Metcalf) uit “Internal affairs” krijgt een karikaturale rol toegemeten.
Ondanks al dit mooi volk is de mooiste lesbienne ongetwijfeld te zien in “Cours privé” (1986) van Pierre Granier-Deferre. Helaas heeft de prachtige Elisabeth Bourgine geen echt mooie lesbische scène. De orgie waar het allemaal om draait wordt immers zeer gefragmenteerd in beeld gebracht. Nog zo’n “solonummer” is Christine Boisson als Florence in “Pas très catholique” van Tonie Marshall uit 1993. Zij is immers (onbegrijpelijk genoeg) stapelverliefd op de ambetante en helemaal niet zo mooie (alhoewel haar lichaam er nog wel mag zijn, zoals in de film ook letterlijk wordt gezegd) Anémone als de privé-detective Maxime.
Buiten competitie is er nog het triootje in de Joegoslavische film “De schoonheid van de zonde” van Zivko Nikolic, omdat het zoveel zegt over onze maatschappij. Het gaat hier immers over de tegenstelling tussen een dorpje in de woeste heuvels van Montenegro, waar nog eeuwenoude codes heersen, en de seksuele vrijheid die westerse toeristen op de naaktstranden invoeren. Voor een jonge vrouw zal de kennismaking met deze libertijnse leefwereld slecht aflopen. Zij wordt door een Engels echtpaar in een triootje betrokken, maar daardoor voelt ze zich schuldig en gaat ze zich uit vrije wil aanbieden om zich in haar dorp op traditionele wijze te laten ombrengen. Volgens “Film en Televisie” stond zij bij het uitbrengen van de film in 1986 symbool “voor het offer dat een land zoals Joegosavië moet brengen voor zijn ontwikkeling, om te kunnen doordringen tot de categorie ‘beschaafde’ landen”, voor de “culturele eigenheid (die het) moet prijsgeven”. Een paar jaar later zal blijken hoe gruwelijk de auteur zich vergiste: een burgeroorlog die meer op een stammentwist lijkt, dompelt het land nu onder in de barbarij, die haar oorsprong juist vindt in de “culturele eigenheid” van die achterlijke dorpen. Maar ja, met naakte kut of piemel rondlopen is voor “Film en Televisie” blijkbaar nog altijd een grotere barbaarsheid dan voor ontrouw met de dood te worden gestraft! En precies dààrom is het zo belangrijk dat de vrijpartij zo mooi in beeld is gebracht. Deze beelden contrasteren des te beter met de stinkende walmen die de jongste jaren uit ons televisietoestel opstijgen!
BACK IN TIME
Met zo’n opsomming lijkt het wel alsof er in elke film wel een lesbische verhouding voorkomt, maar het heeft lang geduurd vooraleer lesbische verhoudingen in films werden gesuggereerd, laat staan getoond. Dat betekent uiteraard niet dat er reeds van in de oertijden van de film geen lesbiennes zouden zijn geweest! Er is het vrij onwaarschijnlijke verhaal dat de zusjes Gish van “Orphans of the storm” (Dorothy en Lillian) een incestueuze lesbische verhouding hadden, maar vast staat dat in diezelfde jaren twintig de notoire ladykiller Rudolph Valentino, om zijn homofiele geaardheid te verbergen, achtereenvolgens met twee lesbische actrices is gehuwd geweest. Eerst was er Jean Acker, die hem ervan beschuldigde het huwelijk nooit te hebben “voltrokken” en van haar te hebben “geslagen”. Waar of niet waar? Valentino was zeker in SM geïnteresseerd, maar hij was een slaafje o.a. van zijn tweede vrouw Natacha Rambova, waarmee hij evenwel evenmin seksuele betrekkingen had. Hij was overigens reeds met Natacha getrouwd toen hij nog niet gescheiden was van Jean, zodat hij werd veroordeeld voor bigamie. En dat dus voor een homofiel!
Beide vrouwen (en eveneens Mildred Harris, na haar avontuur met Chaplin) waren protégées van Alla Nazimova, “de vrouw van de duizend stemmingen”, die o.a. de ophefmakende “kostumes” had ontworpen voor een opvoering van “Salomé”, die ter ere van Oscar Wilde uitsluitend door homoseksuelen en lesbiennes werd gestalte gegeven.
Om een idee te hebben hoe het er min of meer moet aan toegegaan zijn, kan ik verwijzen naar de musicalscènes die in “Die Büchse der Pandora” van Georg Wilhelm Pabst (weliswaar uit 1929) voorkomen. De regisseur maakt volop gebruik van het feit dat corsages en bustehouders nog niet courant in gebruik waren in die tijd om de kleine borstjes van Louise Brooks goed te doen uitkomen. De musical-scènes vormen overigens slechts de achtergrond voor het bekende verhaal van Lulu (van Frank Wedekind), die dermate een seksuele aantrekkingskracht uitoefende dat ook vrouwen (de kledingontwerpster, gravin Geschwitz) in haar ban kwamen.
SAPPHO
In 1921 speelde Pola Negri (1894-1987) de hoofdrol in “Sappho” van Dimitri Buchowetzki. Dat was nog in Duitsland en het script ging terug op het boek van Alexandre Dumas père, net als een eerdere Duitse versie in 1909. In Hollywood werden dan weer vier versies gedraaid naar het boek van Alphonse Daudet. Drie versies situeren zich in 1913, 1917 en 1922, maar het is de derde (“The eternal Sappho” van Bertram Bracken uit 1916) die vooral interessant is, omdat hierin de hoofdrol wordt vertolkt door Theda Bara.
Is het boek van Alexandre Dumas zoals het hoort een “historische” roman, dan heeft Daudet een link gelegd naar de “moderne” tijd, net zoals “A modern Sappho” uit 1929 met Betty Bronson op de titelrol.
Tussendoor draaide in 1920 Marton Garas zijn eigen versie van het verhaal in Hongarije. Het zou me echter verbazen mocht in één van deze films zelfs maar een hint naar vrouwenliefde hebben gezeten. Alleen “Sappho kiss” uit 1900 lijkt mij het lesbische equivalent van de ophef die de heteroseksuele “Kiss” in 1896 had veroorzaakt.
De kaarten liggen natuurlijk al anders met “Saffo, venere di Lesbo” van Pietro Francisci uit 1960 met Tina Louise als “the world’s boldest beauty”, zoals de film werd aangekondigd. Nochtans is deze Tina Louise een “reguliere” actrice met ernstige films op haar actief, vóór maar vooral nà deze “Saffo”.
De eerste echte seksfilm rond dit thema was volgens mij “Sappho ’68” van de Zweed Jan Anders onder het pseudoniem Nick Millard, uiteraard in 1968. Datzelfde jaar was er “Sappho darling” van Gunnar Steele, maar dat staat op de Internet Movie Database aangekondigd als een “drama”.
“Sappho ou la fureur d’aimer” van Georges Farrel uit 1971 met Marina Vlady in de hoofdrol is nog gebaseerd op Alphonse Daudet, net als een televisiefilm uit 1997 met Mireille Darc. Ook de jongste verfilming door Robert Crombie uit 2008 ziet parallellen met de hedendaagse tijd.
DE DRIE BELANGRIJKSTE VROUWEN
Een jaar later was er “Camille” met Greta Garbo. Er wordt ondertussen niet langer gefluisterd maar gewoon luidop gezegd dat Garbo eigenlijk lesbisch was en in die tijd een verhouding had met de Poolse actrice Salka Steuerman (de vrouw van regisseur Berthold Viertel), met wie ze reeds in Duitsland had samengewerkt en die de scenario’s schreef voor haar meest succesrijke films. Buiten een innige kus aan haar geliefde hofdame gravin Ebba Sparre in “Queen Christina” (Rouben Mamoulian, 1933) is er op het scherm niet veel van te merken. Deze film handelde over een Zweedse koningin uit de zeventiende eeuw die lesbisch was (men veronderstelt nu zelfs dat het een transseksueel was, maar dat begrip kende men in die tijd nog niet, ze heeft er zich wel voortdurend over beklaagd dat ze een vrouw was), maar in de Hollywood-versie uit zich dit enkel in die kus en de daaropvolgende jalousiescène als de koningin hoort dat haar hofdame het ook met een man aanlegt. Later zal ook de koningin op een man verliefd worden, met name de Spanjaard don Pedro. Het merkwaardige is dat bij de eerste ontmoeting de koningin als man is verkleed en don Pedro niet doorheeft dat zij een vrouw is. Dat is evenmin het geval bij de herbergier die slechts één kamer voorhanden heeft en voorstelt dat beide “heren” het bed zouden delen. Wanneer ze zich beginnen uit te kleden, merkt don Pedro dat hij zich heeft vergist. Hij is er niet rouwig om: “Oh, life is so gloriously improbable.” Fade out. Door politieke intriges zal de koningin niet met de vreemdeling kunnen trouwen. Zij wil hem naar Spanje volgen, maar hij komt om op het schip nadat hij in een duel dodelijk is gewond door zijn politieke tegenstander, graaf Magnus.
Garbo was ook bereid de rol van de eeuwig jonge Dorian Gray te vertolken in de verfilming door Albert Lewin in 1945. Een vrouw in een travestierol werd echter door de Hays Commissie afgewezen.
Garbo was overigens wellicht zo koel dat men zich daar niet te veel hoeft van voor te stellen. Marlene Dietrich daarentegen was openlijk biseksueel. Niet toevallig was Dietrich dan ook de eerste vrouw die een andere vrouw op het scherm een kus geeft (in “Morocco”, 1930). Verder wordt er vooral gewezen op een “innige vriendschap” met Claudette Colbert, Lili Damita, Mercedes d’Acosta en Jo Carstairs. Deze laatste twee droegen net als Dietrich vaak mannenkleren.
Een Franse navolgster van Marlene Dietrich was Suzy Solidor (Suzanne Rocher). Met haar rauwe stem (“Gij zingt door uw geslacht”, zei de schilder Van Dongen over haar en zij heeft dit altijd als een compliment beschouwd) bespeelde zij, jaren vóór Amanda Lear, het androgyne type. Met dat verschil dat een naaktschilderij van Jean-Gabriel Domergue geen twijfel liet bestaan over haar geslacht (die operaties waren in die tijd nog niet zo in). In haar liedjesteksten bezong ze openlijk de lesbische liefde, zoals men zelfs in de films “Escale” van Louis Valray uit 1935 en “La Garçonne” van Jean de Limur uit 1936 kan vaststellen. Als ze echter tijdens de oorlog “Lily Marlene” covert voor een publiek dat voornamelijk uit Duitse soldaten bestond, komt dit haar achteraf uiteraard duur te staan. Toch heeft ze nog tot in 1965 een aantal cabarets open gehouden en schreef ze een roman, “Térésine”.
Hogergenoemde Mercedes d’Acosta had ook nog verhoudingen met Isadora Duncan, Alla Nazimova en Eva Le Gallienne, zoals men kan lezen in haar autobiografie “Here lies the heart” (1960). Alice B. Toklas zou over Mercedes gezegd hebben: “Je kan ervan zeggen wat je wil, maar ze heeft wel de drie belangrijkste vrouwen van de twintigste eeuw in haar bed gehad.” Men gist dat Alice Garbo, Dietrich en Eleanor Roosevelt bedoelde, al kan ze natuurlijk ook haar eigen vriendin Gertrude Stein op het oog gehad hebben…
Naast Garbo en Dietrich worden in het boek “The Sewing Circle” (1996) van Axel Madsen verder nog Judy Garland, Joan Crawford, Myrna Loy, Tallulah Bankhead, Katharine Hepburn, Elsa Lanchester, Barbara Stanwyck en Adele Astaire als lesbiennes genoemd, die door hun respectievelijke filmstudio’s werden verplicht naar buiten uit een hetero-houding aan te nemen. De “bewijzen” in het boek zijn nogal zwakjes – buiten een foto van een halfnaakte Crawford met een dame tussen haar benen (*) – maar dat komt ook omdat dit in films b.v. dan ook zeker niet tot uiting mocht komen.
MÄDCHEN IN UNIFORM
Het was dan ook niet in Hollywood, maar in het Duitsland van 1931 dat een film ophef maakte: “Mädchen in Uniform” van Leontine Sagan naar het toneelstuk “Gestern und Heute” van Carla Winsloe (volgens “The Lesbian Film Guide” waren zij beiden zelf lesbisch). Daarin werd de Pruisische tucht aangeklaagd in een adellijk instituut voor jonge meisjes. Het SM-aspect van de fysieke straffen en de “speciale vriendschappen” tussen leraressen en leerlingen en leerlingen onderling werden hierin niet beklemtoond, maar de film werd later door Goebbels wél verboden omwille van het “anti-militarisme”.
De vrouwenliefde werd al wat meer expliciet uitgebeeld in de remake uit 1958 door Geza Radvanyi (alweer zelf een vrouw) met de toen twintigjarige Romy Schneider (**). Deze draaide de film om haar Sissi-frustraties af te reageren (de derde film had ze al onder dwang gemaakt, in plaats van de vierde draaide ze dus dit kostschoolverhaal). Bovendien kon Romy hiervoor ook uit haar eigen (trieste) kostschoolverleden putten. Ze zou pas helemaal met die Sissi-episode in het reine komen nadat ze in “Ludwig” van Luchino Visconti nogmaals de rol van keizerin Elisabeth zou spelen, maar dan als een volwassen vrouw, die onder haar uiterlijke succes een intens verdriet met zich meedraagt. Net zoals zijzelf dus met andere woorden.
Bovendien werd de rol van de lerares Duits, Fräulein von Bernburg, gespeeld door Lili Palmer, die voor Romy steeds een rolmodel zou blijven. Dat uitte zich toen onder meer door het feit dat het Palmer was die Romy voor het eerst inzicht gaf over het nazistische verleden van vele van hun landgenoten, inclusief de ouders van Romy, die zo niet openlijk nazistisch, dan toch passief het regime ondersteunden door hun succesvolle carrière ongehinderd verder te zetten alsof er niets aan de hand was.
Beroemd is de scène waarin Romy als Meinhardis haar liefde verklaart aan Palmer, tot grote jaloezie van haar vriendin (Sabine Sinjen). Ook de scène waarin ze de ontmoeting tussen Romeo en Julia instuderen is niet mis. Schneider was trouwens erg geschikt voor dit soort rollen. Dat bleek nog eens ten overvloede uit “La banquière” van Francis Girod uit 1980, waarin zij gestalte gaf aan de biseksuele Marthe Henau (in de film Emma Eckhert genoemd), die in de jaren dertig opviel door haar nonconformisme. (Nochtans is het naamgenote Maria Schneider die ophef maakte door haar openlijke verhouding met Joan Townshend, de dochter van de baas van het Avis-huurauto-imperium. Zoals aangegeven is Maria helemaal geen familie van Romy. Zij werd grootgebracht door een Roemeens-Griekse vrouw op de Frans-Duitse grens. Haar vader, de acteur Daniel Gelin, ontmoette ze pas voor het eerst op 16-jarige leeftijd.)
Een andere “consummate schoolgirl crush film” (Lesbian Film Guide) is “Olivia” van Jacqueline Audry uit 1951. “Olivia arrives at a girls’ boarding-school run by two sisters, Julia (Edwige Feuillère) and Cara (Simone Simon). Each woman has a group of admiring pupils whom she indulges with special attention and occasional favours. Olivia (Claire Olivia) falls for the charismatic Mlle Julie, who appears to want to return, her love.
Turn-of-the-century drama, directed by, written by and starring almost exclusively women, sees the familiar adolescent crush developed into a passionate and intense yearning on the part of both the girl and the headmistress.
Olivia forms an urgent desire for Mlle Julie, which she one day openly expresses in pronouncements of love. Mlle Julie responds in a cool fashion, while looking into the distance. She is tempted by this jailbait… Her ability to suppress her own desire gets the better of her, however, and although she promises the girl a great deal (including at one stage that she will visit her in her room at night), restraint is the order of the day and Olivia is rejected. Later Mlle Julie talks about her inner turmoil and remarks, `It’s been a struggle all my life, but I’ve always been victorious and proud of it.’ She wonders, though, `Would failure have been kinder to us all?’ Very controversial on release, and heavily censored in Britain and the USA, these days the content will appear mild rather than shocking.”

In 1984 werd dezelfde problematiek nog eens overgedaan in “Secret places” van debutant Zelda Barron (alweer een vrouw), die zelf het scenario schreef (nadat ze ook reeds het scenario schreef van “Agatha” van Michael Apted en “Valentino” van Ken Russell en Warren Beatty assisteerde bij “Reds”), gebaseerd op de (vermoedelijk autobiografische) roman van Janice Elliot (en met muziek van Michel Legrand). Hierin speelt Marie-Theres Relin een Duits meisje, Laura Meister, dat tijdens de eerste weken van de Tweede Wereldoorlog in een Engels meisjeslyceum terecht komt. Alhoewel zijzelf anti-nazi is, wordt zij door de andere pubers lastig gevallen. Ze vindt wel vriendschap bij Patience, een volks meisje (Tara Macgowran). De moeder van Laura wordt gespeeld door Claudine Auger, die naast Jenny Agutter (Miss Lowrie) de enige bekende naam is in de cast naast Cassie Stuart (Nina) en Ann-Marie Gwatkin (Rose) b.v.
De Tweede Wereldoorlog staat ook centraal in “Novembermond” van Alexandra von Grote uit 1984, door Alison Darren in de “Lesbian Film Guide” gewoonweg “one of the best lesbian dramas ever” genoemd: “World War II. Novembermoon (Gabriele Osburg) is a German Jew who manages to escape to Paris. By chance she meets a beautiful woman, Ferial (Christiane Millet), and the two fall in love. As the war progresses the danger for November increases and she goes to the countryside to hide with farming people until the situation is safer. Ferial persuades her mother to allow Novembermoon back into their shared flat. In order to avert suspicion, and to try to avoid having her flat searched, Ferial compromises her beliefs and her moral integrity by working on a collaborationist newspaper. At the end of the war the women are free, but Ferial discovers that local people were taken in by her pro-Nazi stance more than she realized.
Absolutely marvellous film that works on many levels and has the story of two lesbians in love at its core. Novembermoon gives a lesbian viewer something we hardly ever see — a proper story with drama, a plot and real depth of character. By using the lesbian thread as a central theme, the value of the story as a whole is much enhanced.
The two women meet completely by chance in a queue for food. Novembermoon discovers that she is standing beside Ferial, the sister of the young man who flirts with her at the restaurant each day. Their amusement at this discovery leads to a chat over coffee and the two begin realize they are attracted to each other. Later, Ferial tells her brother what has happened. When he realizes that Novembermoon has chosen Ferial over himself, he graciously withdraws. The two women consummate their relationship shortly afterwards — we see just a couple of intense kisses (more would have been wonderful, it’s the only disappointment of the film).
With a delicacy that should be envied by more experienced directors, Alexandra von Grote generates an intense and enthralling relationship between the two women. The war forms the backdrop against which the love story is set, with Novembermoon’s position as a Jew adding a sharp tension.”

Hoe omzichtig men met het thema moest omspringen (zeker als er ook nog van incest sprake kan zijn) blijkt uit de verfilming van “Mildred Pierce”, de roman van James Cain, waarin de titelfiguur (in de film gespeeld door Joan Crawford!) een nauwelijks omfloerste liefde koestert voor haar dochter Veda (Ann Blyth). In het boek dan wel, want in de film wordt het veel vager gehouden.
HEKSEN
De film “The Seventh Victim” van Mark Robson uit 1943 gaat over een satanistische sekte, we zouden kunnen zeggen een “coven” van heksen (met Kim Hunter, Jean Brooks en Isabel Jewell en als mannen Tom Conay en Hugh Beaumont). Deze film was in de kerstperiode van 1996 op televisie te zien, net midden in de commotie die was ontstaan rond een eventuele band tussen een satanische sekte en de zaak Dutroux. Heksen worden, zeker als ze zich “verenigen”, vaak als lesbiennes en vrouwvijandig aanzien. Sommige lesbische vrouwengroepen hebben de benaming trouwens als geuzennaam aangenomen.
In de misdaadfilm “Quai des Orfèvres” uit 1947 van Henri-Georges Clouzot naar de roman “Légitime défense” van Stanislas-André Steeman (*) is één van de mogelijke verdachten Dora Monier (rol van Simone Renant). Zij is immers verliefd op Jenny Lamour (Suzy Delair in een prominente hoofdrol en dat nog wel in een film, gedraaid kort na de oorlog, waarin Delair van “met de vijand heulen” werd beschuldigd) en heeft alle aanwijzingen die in haar (Jenny’s dus) richting wezen vakkundig verwijderd.
In 1955 was er “Le Amiche” (de vriendinnen) van Michelangelo Antonioni met Eleonora Rossi-Drago en Gabriele Ferzetti. Aangezien verdere gegevens ontbreken, ben ik er niet echt zeker van dat het hier ook lesbische vriendschappen zou betreffen.
“THE ONLY GOOD LESBIAN IS A DEAD LESBIAN”
In 1961 wordt “The children’s hour” van William Wyler uitgebracht. Karen (Audrey Hepburn) en Martha (Shirley MacLaine), twee jonge leraressen, leiden een meisjespensionaat in een landelijke omgeving. Op een dag krijgen ze een nieuwe leerlinge, Mary (Karen Balkin), een vroegrijp kind dat na de dood van haar ouders door haar grootmoeder (Fay Bainter) wordt opgevoed. Mary is een lastig kind dat met haar klasgenoten niet kan opschieten. Op een dag luistert ze een ruzie af tussen Martha en haar tante (Miriam Hopkins), ook een lerares op de school. Ze hoort de beschuldiging van de tante dat Martha een “meer dan normale” interesse heeft voor Karen. Mary vertelt hierop aan haar grootmoeder dat ze Karen en Martha heeft zien liefkozen. Alhoewel Karen en haar aanbidder Dr.Cardin (James Garner) haar steunen, pleegt Martha, als de school daardoor leegloopt, zelfmoord. Karen verlaat na haar dood zowel haar minnaar als het stadje, ook al komt het bedrog aan het licht.
Dit verhaal werd door Wyler reeds verfilmd in 1936 als “These Three” met Merle Oberon en Miriam Hopkins in de hoofdrollen, maar toen kwam het eigenlijke onderwerp feitelijk niet ter sprake. Het oorspronkelijke toneelstuk is geschreven door Lilian Hellman, die in de film “Julia” van Fred Zinneman uit 1977 gestalte wordt gegeven door Jane Fonda. De Julia uit de titel is een Oostenrijkse jeugdvriendin (gespeeld door Vanessa Redgrave, die hiervoor een oscar kreeg), die actief was in het verzet tegen Hitler, tot ze door de nazi’s wordt omgebracht. Hellman had met haar een lesbische verhouding, al had ze anderzijds ook een verhouding met romanschrijver Dashiell Hammett (in de film gespeeld door Jason Robards). Als in de film van Zinneman een journalist nochtans het woord “lesbisch” laat vallen, krijgt hij van Fonda een draai om de oren.
In 1962 draait Robert Aldrich “Sodom and Gomorrah”. Het spreekt vanzelf dat de “onnoemelijke uitspattingen” die tot de bijbelse ondergang van deze twee stadjes zouden leiden in die tijd én in een Hollywood-productie niet in beeld konden worden gebracht. Toch is er één merkwaardig gegeven. Alhoewel gesuggereerd wordt dat de koningin van Sodomma – zoals het hoort – met zowat iedereen slaapt, heeft ze toch een overduidelijke voorkeur voor het vrouwelijke geslacht. Zo haalt ze bij elk konvooi slaven die er wordt aangevoerd haar favoriete slavinnetje eruit. In het begin van de film is dat Ildith, de latere vrouw van Lot (Stewart Granger) die dus in een zoutzuil zal veranderen. De rol wordt overigens gespeeld door Pier Angeli, ooit nog de grote liefde van James Dean. Maar de hoofdrol is weggelegd voor het hemelsblauwe kleed dat Pier Angeli draagt en dat aan de zijkanten helemaal open is, zodat men kan zien dat zij daaronder geen lingerie draagt. Haha! zult u lachen, dat kan ook moeilijk, want lingerie bestaat nog niet in die tijd. Zeer juist, maar de mannen dragen wél stevige onderbroeken onder hun korte rokjes…
In 1963 speelt er in de griezelfilm “The haunting” van Robert Wise ook overduidelijk een lesbienne mee, al wordt zij met name nooit zo genoemd. Wel wordt ze er op een bepaald moment van beschuldigd “a nature’s mistake” te zijn.
In 1966 draait Ingmar Bergman “Persona”, een film over twee vrouwen, één die zwijgt en één die praat. Gebaseerd op het korte toneelstuk “De sterkere” (of “De sterkste”) van de Zweedse toneelauteur August Strindberg. Diens vrouwenhaat sproot immers voornamelijk voort uit het feit dat hij zijn vrouw Siri von Essen is verloren aan een Deense lesbienne Marie-Caroline David, zoals (enigszins overdreven) ook wordt geschetst in “De nacht der tribaden” van Per Olov Enquist. Enquist gaat ervan uit dat deze de monoloog “De sterkste” (maart 1889) heeft geschreven als gevolg van dit feit en ensceneert daarom een ontmoeting tussen Siri (die de rol zal spelen omdat zij nog altijd directrice is van het door Strindberg opgerichte theater – hij zegt trouwens dat ze juist dààrom met hem was getrouwd – en omdat Strindberg in geldnood zit) en Marie-Caroline, die de zwijgende rol in de monoloog kreeg toebedeeld. Daarnaast is ook nog de Deense acteur Viggo Schiwe, een onvoorwaardelijk bewonderaar van Strindberg, die deze dan ook naar hartelust kan vernederen, maar hem ook soms als bondgenoot neemt, omdat “zelfs een dwaze vent toch nog verstandiger is dan een vrouw”. Er wordt ook gesuggereerd (of eigenlijk meer dan dat) dat het ook iets te maken had met het feit dat Strindberg, euh, laten we zeggen nogal klein van stuk was…
LA RELIGIEUSE
Nog in 1966 wordt “La Religieuse” verboden, maar neemt toch deel aan het Filmfestival van Cannes als… officiële Franse inzending. De weerstand tegen deze film van Jacques Rivette, gebaseerd op het boek van Denis Diderot (1713-1784), was te wijten aan het feit dat Anna Karina hierin de rol speelt van Suzanne Simonin, de onechte dochter van een verarmde edelman, die daardoor verplicht wordt in het klooster te treden, omdat het familiefortuin naar haar twee zussen gaat. Het is een waar gebeurd Assepoester-verhaal zonder happy end, maar haar echte naam is wel Marguerite de la Marre. In 1758 zijn de Encyclopedisten haar zelfs ter hulp gekomen.
Oorspronkelijk is Mme de Moni, de abdis van het klooster van Longchamp (Micheline Presle), nog als een moederlijke vriendin voor Suzanne, maar na haar dood krijgt ze het aan de stok met de strenge Sainte-Christine (Francine Berge). Ze wordt op water en brood gezet en als dit tot fysieke uitputtingsverschijnselen leidt wordt ze van hekserij beschuldigd. Al verliest ze het proces, toch mag ze dit strenge klooster ruilen voor het nogal libidineuze Saint-Eutrope d’Arpajon, waar de abdis Mme de Chelles, dochter van de regent Philippe (Liselotte Pulver), af en toe wel een nonnetje lust. Ook Suzanne mag op een bepaald moment naar haar cel komen omdat ze aan het spinet zo mooi “Plaisir d’amour” zingt (eigenlijk klinkt het vreselijk, maar kom). Mme de Chelles heeft de bedoeling haar met dat “Plaisir d’amour” te laten kennismaken, wat duidelijk blijkt als een ander nonnetje daardoor verschrikkelijk jaloers wordt… Als Suzanne deze “perversiteit” doorheeft, biecht ze alles op bij Père Lemoine (Wolfgang Reichman), die haar de raad geeft uit de buurt van de abdis te blijven, maar zich des te meer tot hem te wenden. Op een bepaald moment wordt hij vervangen door Dom Morel (Francisco Rabal), die ook tegen zijn zin gewijd is en daarom Suzanne zal helpen uit het klooster te ontsnappen. Als dan blijkt dat ook hij het vooral op de “lusten des vlezes” gemunt heeft, slaat Suzanne op de vlucht. Totaal berooid wordt ze opnieuw door een vriendelijke dame letterlijk van straat opgeraapt, maar als dan blijkt dat het is om haar aan het werk te zetten in een luxe-bordeel, gooit Suzanne zich uiteindelijk te pletter op diezelfde straat.
INTERIEUR D’UN COUVENT
Voor een goede verfilming van nonnenseks is het wachten tot 1978 wanneer Walerian Borowczyk “Interieur d’un couvent” draait naar Stendhal’s “Promenades dans Rome”. Deze film werd volledig in Italië gemaakt en werd opgenomen door Luciano Tovoli, de cameraman van onder meer “Le Desert des Tartares” en “Profession Reporter”. Deze Boro doet eveneens terug denken aan zijn goede oude debuutfilms “Goto L’Ile d’Amour” en “Blanche” door de aanwezigheid van Ligia Branice.
Het verhaal is dat van een klooster waar losbandigheid en andere seksuele capriolen tijdig onderdrukt worden door een strenge abdis. Maar men kan het al raden: het zijn allemaal zeer mooie nonnetjes die niets liever doen dan hun kap in de tengels werpen. Bij gebrek aan mannen is dan ook de hoofdbezigheid zich zo deskundig mogelijk masturberen. Het is trouwens de seks die in deze film zal zegevieren, zowel bij de valse als de echte roepingen.
Deze film zou andermaal als een flauwe seksfilm afgedaan moeten worden was er niet het onmiskenbare meesterschap van Borowczyk. In een barokke vormgeving, waar vooral naar het einde toe het ritme van de film meezwelt met een laaiende orgie, weet Borowczyk de elegantie van zijn regie, de pracht van de fotografie en zijn legendarisch geworden zin voor het bizarre detail niet in het gedrang te brengen. Kortom alweer een feest voor de “gedistingeerde” voyeur, besluit “Le Monde” van 02/07/1978.
“THE WORLD IS RULED BY THE POWER OF THE PUSSY”
In hetzelfde jaar van “La religieuse” was “Thérèse et Isabelle” van Radley Metzger met Essy Persson heel wat interessanter. Hier gaat de wederzijdse genegenheid van twee schoolmeisjes geleidelijk ook de lichamelijke liefde omvatten in de kapel, de slaapkamers, de open lucht. De verhouding eindigt abrupt als Isabelle de school verlaat. Het zeer poëtische, autobiografische verhaal van Violette Leduc is door Metzger in trage, goed gefotografeerde beelden naverteld, waarbij hij de kitsch niet steeds heeft weten te vermijden. Afgezien van zijn eventuele waarde als film, en het feit dat hij als seksfilm veel te pretentieus en ‘artistiek’ aandoet, is “Thérèse en Isabelle” in elk geval een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de bioscoopseks wegens zijn expliciete behandeling van het thema lesbische liefde. Dit thema was natuurlijk niet nieuw, noch in de artistieke film (van “Het zwijgen” van Bergman tot “The fox” van Rydell), noch in de pornografische film. Metzger ging echter in elk opzicht verder dan zijn voorgangers, daarmee de weg effenend voor een lange reeks seksfilms (“Kvinnolek”, “Pandore”, “Les liaisons particulières”) met blote lesbische liefde. De makers van seksfilms hebben namelijk de zeer zakelijke gewoonte geen films te maken die toch de keuring niet passeren, terwijl de keuring uiteraard in de tweederangs sekswerkjes geen scènes laat passeren die zij in artistieke meesterwerken (al dan niet geslaagd) van Bergman, Sjöman of Bunuel laat couperen. De arthouses zijn derhalve “trendsetters” voor de producent en importeur van seksfilms. Vandaar dat halverwege 1968 in vele kringen met genoegen vernomen zal zijn dat “Thérèse en Isabelle” – zij het na eenmaal afgekeurd te zijn en met drie coupures – was toegelaten voor openbare vertoning, terwijl “Kvinnolek” vlak daarvoor nog 90 meter had moeten achterlaten op de snijtafel van deze zelfde Centrale Commissie voor de Filmkeuring. In dat bewuste jaar 1968 zal het thema van een heteroseksuele vrouw die in bepaalde omstandigheden (hier: in een SM-situatie) ook door een andere vrouw wordt opgegeild ook te zien zijn in “La prisonnière” van Henri-Georges Clouzot.
Het thema van seks op de meisjesschool daarentegen zal ook in 1975 te pas komen in het Spaanse “Adolescentes” van Pedro Maso. De film is enkel het vermelden waard omwille van de hoofdactrice Koo Stark, omdat ze later het lief zou worden van prins Andrew, wat tot de nodige opschudding aanleiding zou geven. Daarna trouwde ze met Tim Jefferies, die na hun scheiding een tijdje met Elle Macpherson heeft aangepapt, die zelf pas gescheiden was van de fotograaf Gilles Bensimon.
En dan is er ook nog de pornofilm “Sex sorority kittens”. Deze film gaat immers over een geheim studentinnengenootschap genoemd naar ene Cantrelle, een cajunvrouw, die als slogan heeft “The world is ruled by the power of the pussy“. En dat wordt dan ook ruimschoots in beeld gebracht, vooral n.a.v. de inwijding van een paar “schachtinnekes”.
VROUWENGEVANGENISSEN
In dezelfde sfeer van nonnenkloosters en meisjespensionaten zijn natuurlijk ook de films over vrouwengevangenissen te situeren. Meestal gaan die terug op “Caged” van John Cromwell uit 1949. “Cromwell’s revolutionary prison drama offers a dire warning on the brutalizing effects of cold, uncaring institutions which make things worse, not better, for those caught up in the system. Eleanor Parker is excellent as the young, desperately vulnerable girl, who, subject to the dehumanizing and relentless pressure of the jail, slowly hardens into the criminal she will become when she is eventually released. There are several lesbian characters scattered about, including Kitty, an inmate who generally runs things. ‘When you’ve been in here too long you don’t think of guys at all. You get out of the habit,’ she tells Marie. Later, the debonair butch Elvira, Kitty’s nemesis, is consigned to the prison. Elvira casts a glad eye over Marie too, and says of her, `She’s a cute trick.’ Elvira wants to recruit Marie into her little gang but Marie is hardening up by this stage. ‘If I said no to Kitty, I’m not going to say yes to you,’ she says, presumably referring to a criminal lifestyle, although an alternative reading is there if you want it,” aldus The Lesbian Film Guide.
Typische voorbeelden van “Prison Camp Girls films” zijn “99 donne” van Jess Franco uit 1968 (met Maria Schell en Herbert Lom) en “Chained heat” van Paul Nicholas uit 1983 (met Drew Barrymore). In de sequel van Lloyd Simandl uit 1993 wordt zij “vervangen” door… Brigitte Nielsen, “who seems to enjoy appearing in these films as much as we enjoy seeing her,” schrijft Alison Darren in de “Lesbian Film Guide”, maar ik hoop dat ze enkel voor zichzelf spreekt, want “resembling a man in drag at all times, Brigitte plays prison warden Magdar, who rules all before her with the help of sadistic butch number Rosa (Jana Svandova). American girl Alex (Kimberley Kates) has cocaine planted on her during a trip to meet her sister Suzanne in Prague. She is arrested, tried and sentenced to ten years’ imprisonment in Raisik Prison. The prison is also a brothel engaged in making porn films and drug-running. It is a ‘model offree enterprise in the new East’, the narrator tells us. Both Brigitte and Rosa greet the new arrivals with lascivious interest, including, in this case, our wrongly convicted heroine. Things get particularly interesting an hour in, when Alex shrewdly decides that the only way she will ever get out of prison is to seduce the warden. Brigitte, by sheer good fortune, has tired of Rosa and happens to be looking for a replacement. The plot is not terribly important, though. Any excuse to get the women’s clothes off is the name of the game. Prolonged shower scenes, bedroom scenes and lots of dressing and undressing occupy most of the screen time. Superior exploitation movie.”
Ook “Diario segreto di un carcere femminile” (“Tuchthuis voor vrouwen”) van Rino di Silvestro uit 1973 hoort thuis in deze categorie. De vrouwtjes die het met elkaar doen, heten hier Anita Strindberg, Eva Czemerys en Olga Bisera. Voor het mannenpubliek wordt er nog een zwakke maffia-intrige aan toegevoegd.
“Caged heat” is het debuut van niemand minder dan Jonathan Demme uit 1974. “Extremely slim pickings in this very average exploitation movie,” schrijft The Lesbian Film Guide. “Although all the usual ingredients are there — women’s prison, degradation, brutality and desperation for sex — Demme has unusually side-stepped lesbianism. Instead we see, fora millisecond only, a couple holding hands in the yard, and equally briefly, some fairly innocuous back stroking. And that’s all, folks. Perhaps Demme felt his first feature should be a cut above the usual Roger Corman flick, from whose stable this picture emerged, and thus deliberately avoided the obvious use of one or two dyke bed scenes to spice it up.”
De in 1994 overleden Mai Zetterling draaide in 1982 voor de Hand Made Films van wijlen George Harrison (waarover ze eigenlijk niet tevreden is) “Scrubbers” (de slecht vertaalde titel is “Uitschot”) over de Engelse Borstal-gevangenis voor minderjarige meisjes. Uit het oorspronkelijke scenario (geschreven door een man) had ze wel tal van seks-fantasieën geschrapt: “Prison Camp Girls is mijn genre niet.” Toch behoudt ze het verhaal van Carol, die al het mogelijke doet om in Borstal terecht te komen omdat daar ook haar vriendin Doreen gevangen zit. Als ze er echter in slaagt, vindt ze Doreen reeds in de armen van een ander meisje. Ze wordt dan maar het liefje van de “hardgekookte” lesbienne Eddie. Zetterling weigerde met bekende actrices te werken, maar nam meisjes die echt cockney praatten (Amanda York, Chrissie Cotterill, Elisabeth Edmunds, Kate Ingram, Imogen Bain, Cassie Stuart, Kathy Burke en Amanda Symonds). “Het gaat er inderdaad af en toe erg plat aan toe,” aldus mijn informant. “Zo bekogelen de meisjes Carol op een bepaald moment met excrementen.” (Zo plat kan het dan natuurlijk ook niet geweest zijn…)
En in 1988 was er “Prisonnières” van Charlotte Silvera met Marie-Christine Barrault als madame Descombes, Fanny Bastien als de gepeste Brigitte, Agnès Soral als de kindermoordenares Nicole en Annie Girardot als Marthe.
In 1991 was er “Caged Women” van Leandro Lucchetti. Een Italiaan ongetwijfeld, maar de film zelf was van Portugese makelij (originele titel: “Le Prede Umane”). The Lesbian Film Guide: “An American woman, alone in a foreign country, is framed for drug-trafficking and sent off to some godforsaken prison without a trial (sound familiar?). The hook in the plot which makes it decent from the usual formula is the so-called ‘hunting parties’, in which a handful of unlucky inmates are released into the jungle in order to be hunted down by men. Unfortunately, compared to other ‘women in the slammer’ flicks, this is a very tepid affair, having neither the camp humour of Chained Heat 2 or the wild abandon of Bare behind bars (“A Prisao”, een film uit 1981 van de Braziliaan Oswaldo De Oliveira). Lesbian sex is depicted as both good and bad, depending on who’s doing it. Good when it is performed by innocents who seek comfort in the arms of a woman (in the absence of a good man). Bad when it is performed by the assistant warden who forces herself on the hapless women and who is clearly doing it for real. Sexist, idiotic and profoundly unrewarding.”
Een andere cultfilmer, John McNaughton (“Henry, portrait of a serial killer”) baseerde zich in 1994 op de film “Girls in prison” uit 1956 voor een aflevering in de reeks “Young and reckless” (de zogenaamde “Rebel Highway”-serie). Iona Skye, de dochter van Donovan, is hierin een lesbische gevangene die het onrecht het hoofdpersonage (gespeeld door Missy Crider) aangedaan, helpt wreken.
Nog merkwaardiger is de Senegalese film “Karmen Geï” van Joseph Gaï Ramaka uit 2001 omdat dit een lesbische variante is op het bekende Carmen-verhaal van Prosper Mérimée. Het wordt immers gesitueerd in een vrouwengevangenis en Karmen (Djeïnaba Diop Gaï) verleidt dan ook niet Don José maar de directrice Angélique (Stéphanie Biddle).
Tenslotte wil ik ook nog “L’ange noir” vermelden omdat in deze film al deze thema’s zowat samenkomen. In deze prent van Jean-Claude Brisseau uit 1994 maakt Sylvie Vartan op 50-jarige leeftijd haar “ernstig” filmdebuut – als we de teenybopperfilmpjes uit de jaren zestig niet meerekenen (***) met een amoreel personage dat via seks (zowel met mannen als met vrouwen) de top bereikt. Het is echter juist de liefde die haar ondergang wordt, als de gangster aan wiens zijde zij steeds heeft gestaan “bekeerd” wordt en valt voor de onschuld van haar dochter. Deze dochter komt uit een nonnenpensionaat en ook al wordt bij haar de lesbische factor niet uitgespeeld, toch past dit helemaal in het kader van het biseksuele karakter van haar moeder dat, wat het lesbianisme betreft, werd gevormd door gevangenis en bordeel.
In vele literaire werken is biseksualiteit vaak een bevrijdende kracht. De spreekwoordelijke uitzondering is “The fox” van Mark Rydell op het eind van de jaren zestig. Aangezien dit een verfilming is van een novelle van macho D.H.Lawrence is dit uiteraard niet te verwonderen. De film maakte op het einde van de jaren zestig nog ophef wegens een masturbatiescène, maar ook hier wordt gesuggereerd dat de liefde van de twee vrouwen voor elkaar enkel te wijten is aan de “huis clos”-atmosfeer en dat de meest “normale” van de twee toch heteroseksueel wordt als er een man (gesymboliseerd door “the fox”) hun landgoed binnendringt.
In 1973 vertelt “Féminin-féminin” over de lesbische liefde tussen Marie-France Pisier en Olga Georges-Picot. De film heeft twee regisseurs, de ervaren Fransman Henri Calef en de debuterende Belg Joao Correa, en staat dan ook geboekt als een Frans-Belgische coproductie, maar in werkelijkheid distantieert Correa zich volledig van zijn debuut, omdat hij zijn inbreng erin helemaal niet meer kan terugvinden.
In 1977 verfilmt George Sluizer de roman “Twee vrouwen” van Harry Mulisch met Bibi Andersson, Anthony Perkins en Sandra Dumas. De veertigjarige Laura Tinberg is op de vlucht voor haar herinneringen. Tijdens een reis naar Zuid-Frankrijk, waar haar moeder begraven wordt, denkt ze terug aan haar verleden. Jaren na haar echtscheiding ontmoet ze de twintigjarige Sylvia, wier impulsiviteit haar onmiddellijk fascineert. Na een tijdje trekt het meisje bij haar in. Om Laura’s droom ooit een kind te hebben te realiseren, verleidt Sylvia Alfred, Laura’s ex-man…
Uit 1977 dateert ook “In the best intrest of our children”, een film van het Irish Feminist Collective over de vraag of lesbische moeders wel recht hebben op hun kinderen. Je mag één keer raden wat het antwoord is. Rond die tijd was dat blijkbaar een “point of intrest”, want ook “Een vrouw als Eva” van Nouchka van Brakel gaat daarover. Eva is een desperate housewive avant la lettre, die door haar echtgenoot een reisje naar het zuiden van Frankrijk krijgt aangeboden. Toegegeven, zij zorgt er in ruil voor dat er in de ijskast genoeg te vinden is om haar afwezigheid door te komen (de liefde van de man gaat door de maag, nietwaar). Enfin, de vakantie doet haar goed (wie niet?), vooral als ze op de koop toe in contact komt met Liliane, die in een commune leeft. Eva voelt zich aangetrokken tot haar, maar verdringt haar gevoelens tot haar man door herrie te schoppen (zelfs “De Andere Film” vindt het een cliché) haar de knoop doet doorhakken. Maar daarmee zijn de moeilijkheden nog niet van de baan. Dat ze geen modelechtgenote meer is, daar kan Eva best mee leven, maar haar moedergevoelens, daar heeft ze het nog lastig mee. Even lijkt het erop dat ze na een proefperiode (met Liliane én de kinderen op een woonboot) gelijk zal halen bij de rechtbank, maar als haar man hertrouwt worden de kinderen toch aan hem toegewezen, “omdat dit een normaal gezin is”. In “De Andere Film” maakt de lesbienne van dienst zich echter niet zozeer boos over dit feit, maar wel over het einde van de film dat Eva (die nu toch vrij is om met Liliane alles te doen wat ze wil) besluiteloos achterlaat met op de achtergrond het filmlied, waarin de frase voorkomt “toen het erop aankwam, kwam ze tekort”.
“Sei zärtlich Pinguin” uit 1982 is een Duits-Oostenrijkse erotische komedie van Peter Hajek met Marie Colbin als Nina, een vrouw die in Berlijn een bloeiend huwelijksbureau heeft, maar zichzelf verwaarloosd voelt door haar man Mick (Heinz Hoenig), een sportleraar die haar erotische behoeften niet meer kan bevredigen. Ze gaat er dan maar vandoor met haar vriendin Debbie (Debbie Neon). Eveneens uit Duitsland komt “Weggehen um Anzukommen” van Alexandra von Grote.
In Frankrijk draait Catherine Binet dat jaar “Les jeux de la comtesse Dolingen de Gratz”. Nena (Katia Watschenko) heeft een boek geschreven over de erotische fantasieën van een meisje dat lijdt onder de afwezigheid van haar vader. Dat zou best over haarzelf kunnen gaan, vindt haar vriendin Louise Haines-Pearson (Carol Kane), die zelf ook lijdt onder de onverschilligheid van haar man Bertrand (Michael Lonsdale). De gravin uit de titel wordt gespeeld door Marilù Marini en de moeder van het meisje is Marina Vlady.
“Fear city” uit 1984 wordt door Humo terecht een “verwerpelijke, vieze” film genoemd, ook al is-ie dan van Abel Ferrara. Matt Rossi (Tom Berenger) en Nicky Piacenza (Jack Scalia) beheren hierin een uitzendbureau voor striptease-danseressen. Nicky leeft met Ruby en Matt houdt van Loretta (Melanie Griffith). Deze heeft echter een “innige band” met de mooie Leila (Rae Dawn Chong) en dat is er voor Matt teveel aan. Als Leila dan door een seriemoordenaar wordt omgebracht, valt alles opnieuw “in de plooi”. Zeker als Matt dan ook nog eens als een goeie macho de moordenaar kan uitschakelen.
Een dergelijke moord vinden we ook terug in “Mortelle randonnée” (Claude Miller, 1983), waarin seriemoordenares Isabelle Adjani echter daarnaast ook haar gewezen vriendin Cora doodt.
Berenger speelt ook in “In praise of older women”, een Canadese erotische film die eigenlijk zou moeten illustreren wat de titel reeds aangeeft, “the older women” zijnde o.a. Karen Black en Alexandra Stewart. In werkelijkheid is het echter een platte anti-communistische film, die vertrekt in het Hongarije van de jaren vijftig.
In 1984 speelt Nastassja Kinski een lesbienne in “Hotel New Hampshire”, waar ze met Jodie Foster vrijt. Deze is ook “ge-out” als lesbisch, maar ook bij haar kan het gebaseerd zijn op een vermenging van fictie en realiteit. In “Hotel New Hampshire” heeft ze inderdààd een lesbische verhouding nadat ze door een hele voetbalploeg is verkracht, maar ze heeft vooral een incestueuze relatie met haar filmbroer (Rob Lowe). Het was Jodie’s echte broer Buddy, die in zijn boek “Foster Child” (1997) de lesbische kwestie opnieuw oprakelde. Volgens hem bestaat er overigens weinig twijfel over, enerzijds omdat Jodie (net als Whitney Houston en Dolly Parton b.v.) over een “persoonlijke secretaresse” beschikt, anderzijds omdat moeder Foster er ook vandoor is gegaan met ene Tante Jo.
In 1985 wordt in “The color purple” van Steven Spielberg (naar de roman van Alice Walker) Celie (Whoopie Goldberg) verkracht door haar vader en uitgehuwelijkt aan een man die haar slaat (Danny Glover als Albert Johnson), maar wanneer deze met de zangeres Shug (Margaret Avery) aanpapt, vat deze laatste ook (en méér) affectie op voor Celie, waardoor ze er eindelijk in slaagt zichzelf te ontplooien.
Uit dat jaar zijn ook “Anne Trister” van Lea Pool en “Desert hearts” van Donna Deitch.
Na de dood van haar vader wil Anne Trister ver weg. Zij verlaat haar vriend, haar moeder, haar studie en haar geboorteland Zwitserland en vertrekt naar Canada. Daar kent ze slechts twee mensen: Simon, een oude vriend van haar vader en Alix, een kinderpsychologe. Alix heeft een verhouding met Thomas, die het maar niets vindt dat Anne er is. Alix en Anne leren elkaar steeds beter kennen. Terwijl Alix nog niet goed beseft wat haar overkomt is de band tussen haar en Anne een liefdesband geworden.
In “Desert hearts” reist Vivian Bell, professor in de Engelse taal‑ en letterkunde, naar Reno in de staat Nevada om zich snel te laten scheiden. Daar logeert ze bij mevrouw Rivvers, een openhartige en directe vrouw die in alles haar tegendeel is. Maar ondanks dat sluiten de vrouwen al snel vriendschap. Vivian’s ontmoeting met Cay, de dochter des huizes, heeft een aantal stormachtige gebeurtenissen tot gevolg. Cay leidt een vrijgevochten leven; ze heeft meerdere vriendinnen en werkt in het casino. Aanvankelijk verzet Vivian zich hevig tegen de aantrekkingskracht die Cay oproept. Pas bij een laatste, wanhopige verleidingspoging van Cay geeft ze toe aan haar verliefdheid. Gebaseerd op de gelijknamige roman van Jane Rule.
In 1986 kwam Liliana Cavani met haar “Berlin affair” (“Interno Berlinese”) nogmaals terug op haar twee dada’s. Deze keer baseerde ze haar film op “Svastika”, een roman uit 1928 van de Japanse auteur Junichiro Tanizaki. Aangezien de titel er reeds aanleiding toe gaf, verplaatste ze het gegeven naar het Berlijn van 1938. Daar geraakt Louise Van Hollendorf (Gudrun Landgrebe), de vrouw van een Duitse diplomaat (Kevin McNally), gefascineerd door de betoverende maar perverse Mitsuko (Mio Takaki), dochter van de Japanse ambassadeur. Ook nu weer ontstaat er een driehoeksverhouding. Later komt ook nog een leraar uit de schildersacademie (Andrea Prodan) zich erbij voegen. Deze keer blijft het fascisme echter gewoon op de achtergrond en ligt de nadruk meer op de erotiek. De muziek is van Pino Donaggio.
Erger is het echter gesteld in 1993 met “Three of hearts” van Yurek Bogayevicz. De biseksuele Ellen (Sherilyn Fenn) geeft toch de voorkeur aan een jongen, ook al is het dan een gigolo (William Baldwin), boven haar – “uiteraard” jongensachtig uitziende – “Sissy”-vriendin Connie (Kelly Lynch), al was zij het juist die de jongen erop afstuurde om ze opnieuw voor haar te winnen (zij had hem leren kennen toen ze hem zelf had gehuurd om “op normale wijze” naar de bruiloft van haar vriendin te kunnen gaan). Baldwin mag dan nog het tegendeel beweren: dit zijn allemaal karikaturen in een hypocriete film die zelfs vermijdt van een lesbische kus te tonen. VTM ging nog verder: daar durfde men zelfs niet zeggen dat het over een lesbische verhouding ging.
Men kan zich afvragen wat de omroepster van dienst in zo’n geval over de film “Switch” van Blake Edwards zou vertellen. Deze voor de rest ook erg laakbare film gaat helemaal de verkeerde kant op wanneer de in een vrouwenlichaam gestoken macho (rol van Ellen Barkin) in contact komt met een lesbienne. In plaats van dan immers eindelijk nog eens met een vrouw te kunnen vrijen i.p.v. op zijn beurt te worden bepoteld door male chauvinist pigs, “kan” hij/zij dat niet, omdat het “tegennatuurlijk” is. Jawadde, Gerard!
Diezelfde paradox zit ook in de Australische film “Dating the enemy”, waar het nog iets gecompliceerder wordt, daar het meisje in het lichaam van (eveneens) een macho terechtkomt. Hierin gaat de jongen (zij het dan in het lichaam van zijn lief) wel degelijk met zijn vriend naar bed, terwijl het meisje (in de vorm van de jongen) met haar rivale, een blonde bimbo, die ze eigenlijk niet kan uitstaan, gaat neuken. Tweemaal wordt weliswaar het gebruik van alcohol aangehaald om deze vrij onwaarschijnlijke situatie te verklaren. Interessant wordt het wel wanneer het koppel nog eens met elkaar vrijt, maar dan dus elk in het “verkeerde” lichaam. Zo leren ze elkanders gevoelens kennen en komt uiteindelijk alles nog goed. Want laten we wel wezen, buiten dit interessante uitgangspunt was het zeker geen goede film, vooral omdat er zo slecht in geacteerd wordt. Al geef ik toe dat men natuurlijk erg clichématig moest te werk gaan om te kunnen laten zien dat er een meisje in dat jongenslichaam zit (wat b.v. tot nichterig gedrag leidt, al valt dat blijkbaar geen enkele echte nicht op; een taboe ongetwijfeld voor een familiefilm als deze) en een jongen in het meisje (net zoals in “Switch” wordt dit “aangetoond” door erg boertig gedrag: boeren laten, met de benen open gaan zitten, enz.).
LE JOURNAL DE LADY M.
Anderzijds was er in 1993 ook de Zwitsers-Belgisch-Frans-Spaanse coproductie “Le journal de Lady M.” van Alain Tanner, maar geschreven door hoofdactrice Myriam Mézières (remember “Blueberry hill”!). Zij heeft voor zichzelf een toch wel hoogst merkwaardig plot uitgedacht. Eerst en vooral ziet ze zichzelf als zangeres van een vrouwengroepje dat blijkbaar vooral in nightclubs optreedt en daarom (vooral zij dan, Lady M., als “lead-zangeres”) bijna naakt op de scène staat. Over haar zangtalenten zullen we maar zwijgen, evenals over de “muziek” die het groepje brengt (een soort house), maar ze is vooral veel te oud voor zo’n rol. Toch laat ze zich ook in de rest van de film uitgebreid langs voren en langs achteren neuken door een Catalaanse schilder (gespeeld door Juanjo Puigcorbé), die toevallig in zo’n nightclub verzeild is geraakt. Er is b.v. een merkwaardige scène waarin ze (in beeld) haar schaamhaar afknipt, waarna hij aan het overblijvende “toefje” (of is het – o jee! – aan haar clitoris?), een juweel hangt (wees gerust: met een knijper), waarna zij op die manier een soort buikdans uitvoert. Nogmaals: zij heeft dit allemaal zelf geschreven, hé! Maar goed, wat ons hier interesseert is dat ze, als ze haar schilder is nagereisd naar Barcelona en daar vaststelt dat hij al een (zwarte) vrouw heeft (gespeeld door Félicité Wouassi), ze niet alleen ook met deze vrouw in de koffer duikt (gezien al de rest hadden we niets anders verwacht), maar dat ze vooral de schilder helemaal vergeet en hopeloos verliefd wordt op de vrouw. Hopeloos, jawel, want uiteindelijk verliezen ze elkaar (omdat ze haar popcarrière niet wil opgeven) toch uit het oog…
De Spaanse film “Belle époque” won tegen ieders verwachting de oscar voor de beste buitenlandse film in 1994, want dit is een zacht erotische film over vier dochters die een jonge ondergedoken deserteur in het fascistische Spanje begeren. Eén van die dochters is biseksueel en om haar te plezieren, verkleedt de jongen zich als vrouw.
Volgens Julie Burchill is echter “Go Fish”, een low budget prent van Rose Troche in zwart-wit, de beste film van 1994.
De hoofdfiguur is Max, gespeeld door de 24-jarige Guinevere Turner, die samen met Troche ook het scenario schreef en de film produceerde. Zij zit reeds tien maanden zonder liefje en dat begint zich te wreken. Drie van haar vriendinnen proberen haar te koppelen aan Ely (V.S.Brodie). Enfin, niet alle drie van harte, want de zwarte Kia (T.Wendy McMillan) vindt Ely aartslelijk. Ze wordt echter overhaald door hààr liefje Evy (Migdalia Melendez). De derde vriendin is de promiscuë Daria (Anastasia Sharp), de enige die het ook eens met een man doet (de enige andere man in de film is de ex van Evy). Het wordt een happy end, want Turner & Troche vonden dat ze hun eigen (bitterder) ervaringen niet mochten laten doorwegen.
Kort daarna kwam “Bound and gagged, a love story” over Elisabeth Saltarelli, een compleet maffe lesbienne, Ginger Lynn Allen, haar lief, Chris Malkey haar echtgenoot en Chris Denson, wiens vrouw hem heeft verlaten voor een indiaanse manitoe. Denson tracht zelfmoord te plegen en Saltarelli denkt dat ze Malkey heeft gedood. Saltarelli kidnapt Allen en gaat dan naar Karen Black om Allen te “deprogrammeren”, maar Allen wil niet meer lesbisch zijn. Alhoewel macho’s goed te kakken worden gezet, is dit toch niet direct een film die de lesbiennes “correct” voorstelt.
Nog een ontgoocheling op dit vlak was (thumbs down!) “Even cowgirls get the blues” van Gus Van Sant met Keanu Reeves, River Phoenix, Uma Thurman, John Hurt, Lorraine Bracco, Carol Kane, Buck Henry en Roseanne Arnold.
“Boys on the side” heb ik aan mij laten voorbijgaan omdat ik een hekel heb aan Whoopi Goldberg. Drew Barrymore, een andere actrice uit de film, baarde wel opzien door te verklaren dat ze ook in haar privé-leven biseksueel was. Prompt kuste ze Liv Tyler op de mond om één en ander duidelijk te maken. Ja, het kleine meisje uit E.T. is groot geworden.
Veel interessanter waren twee Oceanische producties met beide overigens ook een belangrijke muzikale inbreng. In “Muriel’s wedding” is het de muziek van Abba en in “Heavenly creatures” die van Mario Lanza. Maar waar het Australische “Muriel’s wedding” inspeelt op het succes van “Four weddings and a funeral” gaat en duidelijk over een “zuivere” vriendschap handelt, gaat “Heavenly creatures” van de Nieuw-Zeelander Peter Jackson over de intieme vriendschap tussen twee meisjes die zichzelf een fantasiewereld uitdenken. Als hun ouders deze vriendschap “verdacht” beginnen te vinden, gebeurt het ondenkbare. Dit is een film die herinneringen oproept aan “Picnic at Hanging Rock”, ook al wordt er hier gebruik gemaakt van de bijna niet meer weg te denken computertechnologie. Deze film is gebaseerd op échte feiten (uit 1954) en één van de twee meisjes (merkwaardig genoeg meeloopster Pauline Hulme, die zich nu Anne Perry laat noemen), die betrokken zijn bij de moord op Pauline’s moeder verdient nu haar kost als detectiveschrijfster.
Lesbische liefde die tot moord en doodslag leidt vinden we ook terug in “Butterfly kiss” van Michael Winterbottom over een vrouwelijke (lesbische) serial killer, gespeeld door Amanda Plummer. “But beyond a shocking seduction scene early on, this is a film concerned with wider issues than the gender of someone’s bedfellow. Instead we are faced with a grave study of the search for emotional and spiritual satisfaction in a grey and unforgiving landscape. How far would you go to prove your love for someone? Butterfly Kiss provides a frightening answer,” aldus The Lesbian Film Guide.
09 jennifer tilly“Slechte” meisjes zijn er ook in “Bound”, het regiedebuut van Larry en Andy Wachovski (scenaristen van “Assassins”) met Jennifer Tilly en Gina Gershon, die als lesbisch koppel Joe Pantoliano een hak zetten. Jennifer Tilly mocht dan ook terecht de coverfoto opeisen voor de zopas genoemde Lesbian Film Guide. Gina Gershon van haar kant zagen we rond diezelfde tijd ook terug in “Showgirls” van Paul Verhoeven.
In “Milou en mai” (Louis Malle, 1989) krijgt men naast een mooi beeld van 1968, ook de “erotische bevrijding” te zien, inclusief een lesbische verhouding.
Ook in “Love and human remains”, de eerste Engelstalige film van Québecois Denys Arcand (van “Jésus de Montréal” en meer nog “Déclin de l’Empire Américain”), zoeken personages wanhopig naar liefde in deze egoïstische tijden. Daarbij zoekt men ook bij het eigen geslacht (zowel mannelijk als vrouwelijk). Brad Fraser baseerde het scenario op zijn eigen toneelstuk uit 1989 “Unidentified Human Remains and the True Nature of Love”. Centraal staan David (Thomas Gibson) en Candy (Ruth Marshall) die samen wonen zonder een relatie te hebben, al hebben ze ooit wel eens samen geneukt. David is echter homo en zoekt vaak het gezelschap op van zijn (hetero) jeugdvriend Bernie (Cameron Bancroft). Candy daarentegen wordt in de work-out begeerd door de lerares Jerri (Joanne Vannicola). En dan is er nog Benita (Mia Kirschner van “Exotica”, waar ze een intense zoen geeft aan mevrouw Egoyan) die aan ieders fantasieën tegemoet komt.
Een klassieker is nu al “When night is falling” van de Canadese Patricia Rozema b.v. (die het thema ook al had aangeraakt in haar debuutfilm “I’ve heard the mermaids singing”) over Camille, een professor aan een protestants college, die verloofd is met Martin, een predikant en collega-professor. Omwille van hun carrière voelen ze zich verplicht te huwen. Camille (Pascale Bussières) voelt zich echter niet goed in haar vel. Tot ze Petra ontmoet (Rachael Crawford), een opvallende circusartieste, die openlijk met haar flirt.
“I’ve heard the mermaids singing” (1987) gaat over Polly, een dagdromende, romantische secretaresse en fanatiek fotografe. Zij krijgt een tijdelijke baan bij een kunstgalerie. Daar raakt ze zwaar onder de indruk van de galeriehoudster. Haar onschuld en levensvreugde blijken verfrissend te werken in deze kunstwereld die bol staat van hebzucht en pretentie.
“Portrait of a marriage” (1990‑GB) van Stephen Whittaker met Janet McTeer is een film over Vita Sackville‑West. Deze schrijfster, trouwde met Harold Nicolson, een succesvol diplomaat. Enkele jaren huwelijk en twee kinderen verder onthult Harold dat hij homoseksueel is. Toevalligerwijs valt deze onthulling samen met de hartstochtelijke liefdesverklaring van jeugdvriendin Violet Trefusis aan Vita. Het begin van een waarlijk stormachtige relatie. De film is gebaseerd op de biografie van de zoon van Vita Sackville‑West, Nigel Nicolson.
“Yo, la peor de todas” (vertaald als “Ik, de slechtste aller vrouwen” is een film uit 1990 van Maria Luisa Bemberg. Juana Inès de la Cruz was een hoogbegaafd kind dat op haar zeventiende bij een raad van wijze mannen een proeve van haar kennis aflegde. Op haar twintigste ging ze het klooster in. Daar heeft Juana alle ruimte om te schrijven, muziek te maken en zich te wijden aan de wetenschap. Ze geniet vanaf het begin bescherming van de koning en zijn vrouw. Tussen de koningin en Juana ontwikkelt zich een vriendschap die de bron is voor haar liefdespoëzie. Maar voor de aartsbisschop is haar sensuele kunst een doorn in het oog. Als de koning en de koningin naar Madrid zijn teruggeroepen wordt Juana vermalen in het kerkelijk systeem. Tenslotte schrijft ze met bloed: ‘Ik, de slechtste aller vrouwen’.
Nog in 1990 vormt lesbische liefde één van de motieven van de thriller “The Hot Spot” van Dennis Hopper, al is er slechts een heel kleine (maar mooie) passage te zien. Eén van de hoofdpersonages wordt immers gechanteerd omdat iemand te weten gekomen is dat haar zus een verhouding had met haar lerares. Na de zelfmoord van de zus gaat de chantage door omdat de afperser nu ook in het bezit is van naaktfoto’s van (en dit is niet helemaal duidelijk) ofwel de twee zussen ofwel de overlevende zus en de lerares.
K.d.lang speelt de hoofdrol in het Canadese “Salmonberries” (1991) van Percy Adlon. Kotzebue, een eskimo‑vondeling, oogt als een jongen maar is een vrouw. Menselijke warmte heeft ze nog nooit ontvangen. Ze gaat er naar op zoek en richt haar behoefte op de bibliothecaresse Roswitha. Een vrouw die haar verleden heeft begraven in het ijs van Alaska. Tijdens de vlucht over de Berlijnse muur, 20 jaar geleden, werd haar man doodgeschoten. Tegen Kotzebue’s volhardendheid is Roswitha uiteindelijk niet bestand. Samen gaan ze terug naar het verleden in Berlijn en in Alaska op zoek naar Kotzebue’s afkomst. En ze kunnen tenslotte ook hun zo verschillende gevoelens voor elkaar accepteren.
De korte film “Outcasts” van de Amerikaanse Leigh Grode (1991) probeert twee verhalen te verweven: die van het nachtleven in de lesbische bars in de jaren twintig en dat van een Joods‑Amerikaanse vrouw nu. De Tweede Wereldoorlog functioneert als verbinding tussen beide verhaalelementen. In het vooroorlogse, Europese deel leeft Grode zich geheel uit: een prachtige aankleding, mooie en geile taferelen, een half gesuggereerde, half gepraktiseerde seksuele ontmoeting, plus een striptease om te zoenen. In het actuele verhaal daarentegen verliest ze elke fantasie en laat ze identiteit en geschiedenis zo volledig samenvallen, dat ze niets beters weet te doen dan half jammerend in de camera te roepen dat “Als ik toen geleefd had, ik nu dood was geweest.” Nog afgezien van het door elkaar heen halen van heden en verleden en de geografische verwarring waarvan die uitspraak getuigt ‑ waren er dan concentratiekampen in de VS? – gedraagt Grode zich alsof ze die geschiedenis alleen maar kan vertellen door deze af te meten aan zichzelf, alsof haar eventuele voltooid verleden tijd reëler en veelzeggender is dan de daadwerkelijke dood van zes miljoen anderen.
“Oranges are not the only fruit” (1991‑GB) van Beeban Kidran is de verfilming van het boek van Jeanette Winterson. Het verhaal speelt in Noord‑Engeland in de jaren zestig. Jess groeit op in een pleeggezin van strenge ‘Evangelicals’. Ds. Finch heeft haar voorbestemd voor de zending onder de ‘heidenen in de warme landen’. Moeder stoomt haar klaar voor die mooie taak, maar Jess wordt smoorverliefd op de mooie Melanie…
Is het boek van Winterson werkelijk een lesbisch pamflet en wordt het door Kidran ook zo verfilmd, dan zeiden critici (ongetwijfeld afkomstig uit de holebi-beweging) dat dit accent in “Fried green tomatoes” van Jon Avnet uit datzelfde jaar werd weggemoffeld. Nu, eerst en vooral is het boek van Fannie Flagg op zich ook al niet expliciet, maar wat ik niet snap is wat ze dan wel in de film hadden willen zien? Een vrij-scène? Dat zou toch helemaal niet gepast hebben binnen een omgeving die duidelijk moeite heeft om met subtiele gevoelens om te gaan? Het dichtste wat nog in de nabijheid komt, is dat Ruth en Idgie op een bepaald moment met eten gaan smossen en zelfs dàt vind ik er een beetje over. Nee, de film is juist erg trouw gebleven aan het boek en aan de bizarre sfeer van het zuiden van de Verenigde Staten (denk hierbij ook b.v. aan “Deliverance” of andere films die zich in de bayous van Louisiana of de everglades van Florida afspelen).
In “Sister my sister” (Nancy Meckler, 1994), gebaseerd op een waar gebeurd verhaal dat ook Jean Genet aanwendde in “Les Bonnes”, komt dan weer lesbisch incest tussen de twee zusters, die een moord plegen op hun tirannieke werkgeefster en haar onderdrukte dochter, tot uiting.
Incestueuze lesbische toestanden vinden we ook terug in “Bitter harvest” van Duane Clark (1993).
En dan was er in 1995 ook nog “The incredibly true adventures of two girls in love” van de Amerikaanse Maria Maggenti (uiteraard tevens scenariste) met niets dan vrouwen in de hoofdrollen: Laurel Hollomon, Nicole Ari Parker, Maggi Moore en Kate Stafford. Het verhaal handelt over twee meisjes in het laatste jaar van de middelbare school. Randy Dean, een opstandige tomboy, woont met haar lesbische tante en dier minnares in een arbeidersbuurt. Ze wordt verliefd op Elvie Roy, een rijk, aantrekkelijk en gekleurd meisje en één van de meest populaire en succesvolle leerlingen op school. Hun onwaarschijnlijke romance is de aanleiding tot veel komische rampspoed…
En dan is er ook nog Glenn Close die in 1995 de hoofdrol vertolkte in een TV-film van Jeff Bleckner, geproduceerd door Barbra Streisand en Close zelf, over Margarethe Cammermeyer, een kolonel in het leger, die aan de deur werd gezet toen ze bekende dat ze lesbisch was. Ze dacht namelijk dat die bekentenis haar niet kon schaden, dat enkel “lesbische handelingen” verboden waren. Op zich zou ik daar nog kunnen inkomen als daaronder dan verstaan was “lesbische handelingen tijdens de dienst”, maar als men op deze quasi-hagiografie mag afgaan dan vrijde Cammermeyer niet met haar vriendin, de kunstenares Diana (Judy Davis). In deze zeer moraliserende (alhoewel goed bedoeld: via de kinderen van Cammermeyer wordt eigenlijk aan àlle kinderen uitgelegd dat homoseksualiteit niet erfelijk is, dat het geen bewuste keuze is, dat men niemand tracht te ‘bekeren’ enz.) film volstaan lesbiennes blijkbaar met handjes houden en een kuis zoentje op de wang. Om nog te zwijgen van het militaristische en patriottische aspect. Eigenlijk was die Cammermeyer gewoon onuitstaanbaar (of zou ik die indruk alleen maar hebben wegens Glenn Close?) en is het bijna spijtig dat ze lesbisch was! Glenn Close zal deze rol overigens nog een stapje verder doortrekken in “Albert Nobbs” van Rodrigo Garcia uit 2012. Daarin speelt ze een verkrachte vrouw die nadien als man (Albert Nobbs) door het leven gaat om het sociaal wat beter te hebben. Als ze dan een lotgenote tegenkomt  (Janet McTeer als lookalike van k.d.lang) die er zelfs in geslaagd is te trouwen (met Brenda Fricker), komt heel even lesbische liefde om de hoek gluren (met Mia Wasikowska), maar zonder ze zelfs ooit te benoemen.
Uit “Carrington”, het regiedebuut van scenarist Christopher Hampton met Emma Thompson als de schilderes Carrington die verliefd wordt op de homofiele schrijver Lytton Strachey werd het lesbische neventhema echter helemààl weggeknipt. Aan een Amerikaans homotijdschrift verklaarde de pas van Kenneth Branagh gescheiden Thompson echter dat ze zélf vaak lesbische fantasieën had, met dan vooral Michelle Pfeiffer als onderwerp… Even later zorgde ze voor nog meer “verwarring” toen ze de hoofdrol weigerde in de verfilming van de klassieker “The well of loneliness” van de lesbische schrijfster Radclyffe en ook in “Primary Colors” liet ze een scène schrappen, waarin haar rol als Hillary Clinton een lesbische verhouding met een politieke medewerkster werd toegeschreven. Deze ommekeer wordt toegeschreven aan de homofobe sfeer die in de post-Dutroux tijden (het schijnt zélfs in de VS een begrip te zijn) is komen bovendrijven. Haar tegenspeelster in “Sense and Sensibility”, Kate Winslet, laat zich daardoor niet afschrikken, integendeel, juist daardoor voelt ze zich uitgedaagd om Daphne du Maurier te gaan spelen in een biopic die door de familie wordt aangevochten, aangezien-ie gebaseerd is op de biografie “The private world of Daphne du Maurier” van Martyn Shallcross, die de schrijfster “out” als biseksuele die o.m. een verhouding had met de schooldirectrice Fernande Yvon (bij wie ze in Parijs school liep) en met de actrice Gertrude Lawrence. Pikant detail: de familie spreekt dit laatste tegen met als “bewijsmateriaal” dat Lawrence een verhouding had met Daphnes vader, acteur George du Maurier. Maar is het niet veel leuker te veronderstellen dat beide verhalen waar zijn…? (Nog straffer is dat als andere minnaar van Gertrude Lawrence ook Douglas Fairbanks jr. wordt geciteerd. Deze was officieel getrouwd met… Joan Crawford en als andere minnares had hij ook nog Marlene Dietrich…)
GAZON MAUDIT
Ook in Frankrijk komt het thema in de jaren negentig aan bod. Josiane Balasko neemt de gelegenheid te baat “Gazon maudit” zelf te regisseren om zich door Victoria Abril te laten bepotelen: hoe zoudt ge zelf zijn! In een aflevering van Laure Adlers “Cercle du Minuit” over biseksualiteit werd er over deze film nochtans heftig gediscussieerd omdat een psychoanalyste deze situatie als typisch wilde voorstellen: in haar huwelijk wordt Abril als een schotelvod gebruikt door haar man, zowel voor wassen en plassen als voor in bed. Op die manier heeft ze geen zelfbeeld en dus ook geen zelfrespect. Dat krijgt ze wel als Josiane Balasko (overigens sterk “mannelijk” uitgebeeld, terwijl biseksuelen juist het erg vrouwelijke vrouwen en viriele mannen verkiezen) op haar verliefd wordt. Vandaar dat ze na verloop van tijd haar liefde weergeeft maar – volgens die psychoanalyste – dus eigenlijk gewoon uit frustratie. Terecht maakten de aanwezige biseksuelen zich hierover erg boos (het dient wel gezegd dat het weer de drie mannen waren die zich boos maakte, terwijl de enige vrouw er stilletjes bij zat).
Deze zelfde opvatting vinden we ook terug in “Man of flowers” van Paul Cox. Daarin voelt het meisje Lisa, dat voor de hoofdfiguur die wekelijkse strip op “Lucia di Lammermoor” uitvoert, zich ook tekort gedaan door haar drugverslaafde vriend (Chris Haywood). Aangezien bovendien de “man of flowers” (Charles) relationeel gestoord is en haar liefde dus niet op een normale wijze kan beantwoorden (al houdt hij erg veel van haar), is het een vriendin die de “oplossing” probeert te brengen. “Zal ik hier wel van houden?” vraagt Lisa (Alyson Best) zich af. “Je bent nog niet dronken genoeg,” antwoordt Jane (Sarah Walker)! Toch volgt er later blijkbaar wel een verhouding uit, zoals we kunnen afleiden uit de vraag van Charles (Norman Kaye) om samen de liefde te bedrijven, terwijl hij toekijkt. Gezien de fijngevoeligheid van Paul Cox krijgen we dit niet in beeld, maar er zit b.v. wel een (weliswaar erg korte) leuke scène in het zwembad in.
“GEWONE” VRIENDSCHAPPEN
Le thème de l’amitié n’a que très rarement reçu à Hollywood un traitement féminin. Il faut se tourner vers l’Europe pour découvrir quelques films d’amitié féminine exempts d’influence virile. Rohmer décrit dans “Le Beau Mariage” (Arielle Dombasle et Béatrice Romand) une amitié mauvaise conseillère, Margarethe Von Trotta signe avec “L’Amie” (Hanna Schygulla et Angela Winkler) un double portrait psychologiquement développé, tandis que Diane Kurys réussit dans “Coup de foudre”, une histoire de libération autant que d’affection. La réalisatrice de “Diabolo menthe” est sans doute la cinéaste cultivant avec la plus grande régularité le thème de l’amitié au féminin, parfois avec les ambiguïtés lesbiennes marquant “A la folie” avec une détestable Béatrice Dalle, qui ruïnait tous les relations d’Anne Parillaud. La vogue du buddy movie (film de potes), ayant imposé dans les années 80 des duos à la Mel Gibson/Danny Glover dans la série “Leathal weapon”, n’est jamais que la nouvelle forme à peine évoluée de cette approche de base. Un film comme “Thelma et Louise” fut d’ailleurs et assez logiquement vendu aux producteurs, et ensuite au public, comme une sorte de buddy movie au féminin, rien de plus. Il n’en marque pas moins une date dans l’histoire récente du cinéma hollywoodien, par le triomphe que Geena Davis et Susan Sarandon y remportent sur le terrain même d’une amitié costaude, aventurière et rebelle, qui restait jusque‑là l’apanage des stars mâles… De voornaamste reden waarom deze film bekend werd, is de verontwaardiging die hij in sommige kringen heeft losgeweekt. Nochtans is het gewoon een typische roadmovie: twee sympatieke outlaws, achternagezeten door een hele horde politiewagens en een spoor van vernieling nalatend. So far, so good. Wat is hier eigenlijk shockerend aan? Zo krijgen we er toch dertien in een dozijn te zien? Jawel, maar de verontwaardiging is nu zo groot omdat de twee outlaws vrouwen zijn en geen stoere binken. Integendeel, het zijn twee vrouwen die voortdurend door “stoere binken” worden lastiggevallen en die dan ook terugslaan. Tot en met moord toe. En al is Louise (Susan Sarandon), die de moord pleegt, vreselijk behandeld nadat ze werd verkracht in Texas, het beloofde land voor stomme klootzakken van dat soort, dan nog kan men dat eigenlijk niet goedkeuren. Niet zozeer omdat haar jonge vriendin Thelma (Geena Davis dus) op zijn zachtst gezegd een bizar gedrag tegenover mannen vertoont (na acht jaar huissloofje te zijn geweest, is ze duidelijk aan wat “ontspanning” toe). Je mag immers nog zozeer uitdagen, een “nee” blijft uiteindelijk toch een “nee” als het erop aankomt. Nee, de reden waarom dat niet goed te keuren is, is natuurlijk omdat het bijbelse gezegde “oog om oog, tand om tand” in een beschaafde maatschappij niet van toepassing zou mogen zijn. Daarom is het des te meer verwonderlijk wanneer iemand als Nic Balthazar op de BRT-radio onomwonden stelt dat die verkrachter “zijn verdiende loon” krijgt. Heb ik Nic niet eens gezien op een betoging tegen de doodstraf of was het dan toch zijn vader? Anderzijds is de verontwaardiging zeker selectief. Al jaren ventileer ik mijn afkeer van overdadig geweld in (vooral Amerikaanse) films. Ik zal niet zeggen dat ik daarmee de enige ben, maar heel veel haalt het allemaal toch niet uit. De Robocops, Rambo’s en Rocky’s slaan en moorden er nog steeds op los, tenzij die taak overgenomen wordt door andere Predators of Terminators. Niet alleen hoor je daarover weinig of niets, deze films richten zich zelfs speciaal tot een jong publiek! Aan “Thelma and Louise” worden er nu echter columns gewijd in “deftige” kranten als The Sunday Times en schreeuwt men moord en brand. Een beetje objectiviteit zou dus best welkom zijn. Al staat daar dan ook weer tegenover dat ik het geweld en de dialogen vol vierletterwoorden hier nu ook weer niet wil goedkeuren, louter en alleen omdat het vrouwen betreft, die zich weerbaar opstellen. Naast dat geweld staat de mannenwereld ook op zijn achterste poten omwille van het feit dat ze in “Thelma and Louise” bijna uitsluitend als bronstige stieren worden voorgesteld. Alhoewel ik het percentage klootzakken, zelfs voor Amerikaanse normen, een beetje te hoog vind in dit scenario dat door een vrouw is bedacht (Callie Khouri kreeg er een oscar voor), toch is ook deze bewering aan relativering toe. Er is de integere politieman Hal Slocumbe b.v. (gespeeld door Harvey Keitel), die begrip opbrengt, vooral voor Louise, en die de beide vrouwen van een gewisse ondergang wil redden. En er is Jimmy, de vrijer van Louise (Michael Madsen), een gevoelige kerel, die echt van haar houdt en haar tracht te helpen. Het zijn dus niet allemaal “ass-holes” zoals Harlan, de man van Thelma (Timothy Carhart), die je nog het best kan vergelijken met Fred Flintstone of Archie Bunker. En trouwens, zoals gezegd, Thelma is wel een mooi poesje, maar eigenlijk toch ook wel even dom als haar fraaie echtgenoot. Dat is trouwens het zwakke punt van de film. Nergens wordt duidelijk waarom Louise, een vrouw van middelbare leeftijd en met veel gezond verstand, met dat jonge, domme, naieve wicht bevriend is. Op dat vlak is er een zekere overeenkomst met “In a country of mothers” met Susan Sarandon en Julia Roberts, ook een film met een lesbische ondertoon.
Het beroemde einde van “Thelma and Louise”, waarvan Susan Sarandon altijd zegt dat ze het jammer vindt dat Paul Newman en Robert Redford elkaar niet kussen in het gelijkaardige slot van “Butch Cassidy and the Sundance Kid”, lijkt wel heel erg op dat van de Franse film “Noyade interdite” van Pierre Granier-Deferre uit 1987, waarin geen twee maar drie vrouwen (twee zussen en een Canadese vriendin) het opnemen tegen de mannen. Die overeenkomst is nog opvallender als men weet dat Granier-Deferre zelf zich baseerde op een Amerikaans boek: “Widow’s walk” van Andrew Coburn.
Het lesbische aspect werd uit het boek wel weggevlakt (alleen bij de Canadese vriendin vraagt inspecteur Philippe Noiret daar naar; “ik heb genoeg aan mezelf,” antwoordt ze, terwijl ze haar zonverbrande huid toont, daarbij nonchalant haar borst ontblotend). Ook uit het boek “Green fried tomatoes” van Fannie Flagg (namelijk de verhouding van Idgie, gespeeld door Mary Stuart Masterson, en Ruth, rol van Mary Louise Parker) werd dit aspect geschrapt voor de film van Jon Avnet (1992). De 40‑jarige Evelyn Couch is nogal ontevreden met haar leven. In het bejaardentehuis leert zij de vitale Ninny Threadgoode kennen, die haar prachtige verhalen vertelt uit haar jeugd in Whistle Stop, en vooral over de wonderbaarlijke belevenissen van Idgie en Ruth, die daar het Whistle Stop Café runden. Evelyn raakt totaal in de ban van de verhalen over deze twee energieke dames en begint haar eigen saaie leventje een andere draai te geven.
In 1997 was er “Dante’s Peak”, een film die we normalerwijze hier niet zouden vermelden want de thematiek heeft niets met ons onderwerp vandoen, maar hoofdactrice Linda Hamilton (40), ex-vrouw van regisseur James Cameron, waarmee ze een dochtertje van drie heeft, werd tijdens het draaien verliefd op haar stand-in, de 32-jarige danseres Cindy Deerheim.
“Regarde la mer” (Frankrijk, 1997) kreeg dan weer de prijs als beste film op het New York Gay and Lesbian Film Festival 1998.
“Tous les papas ne font pas pipi debout” (1998, België) van Dominique Baron is eigenlijk een kinderfilm maar dan wel een sléchte kinderfilm. Barstensvol clichés: het lesbische droompaar (de moeder is lerares, de co-moeder is anesthesiste) met het blonde droomkind (intelligent, fijngevoelig én kampioen van België zwemmen) wordt door hun omgeving volledig aanvaard tot een nieuw gezin in de buurt komt wonen. De vader is een politieagent die zijn zonen, vooral zijn jongste, steeds kleineert, zodat deze zich gaan afreageren op het blonde wonderknaapje. Die wordt op slag onuitstaanbaar voor zijn co-moeder Dan die hij als oorzaak van alle kwaad ziet “omdat ze niet rechtopstaand kan plassen”. Maar als het pestjoch bijna verzuipt en gered wordt door een toevallig passerende Dan, dan komt natuurlijk alles nog goed. Op het einde kan Dan (weliswaar dankzij een tuinslang) zelfs inderdààd rechtstaand plassen. Slechte verfilming van wat dan wel een slecht boek zal zijn (want de clichés komen zo “uit het boekje”): “Ma vie en rose” van Chris Vander Stappen.
Dat realiteit en fictie elkaar doorkruisen in filmland werd overigens datzelfde jaar bewezen. De toen nog vrij onbekende actrice Ellen De Generes maakte bekend dat ze lesbisch was (haar vriendin was de twaalf jaar jongere Anne Heche, een tot dan toe hetero-actrice, vriendin van o.m. Steve Martin; haar vader daarentegen was een fundamentalistische orgelist in de kerk, die z’n hele leven verborgen hield dat hij homo was, tot hij aan aids stierf en het gezin in armoede achterliet; haar broer pleegde kort daarop zelfmoord – de overeenkomsten met Jeanette Winterson zijn “overwhelming”) en meteen verwerkten de scenaristen van de soap die ze onder haar eigen naam had dit in de reeks. Conservatief Amerika ging dadelijk in het gelid staan, maar “Ellen Degenerate”, zoals ze door hen werd genoemd, werd nu toch een beroemdheid. Alhoewel enkele sponsors afhaakten, stegen de kijkcijfers duizelingwekkend en verdrongen bekendere lesbiennes (en anderen) zich om er een gastoptreden in te kunnen brengen. Anderzijds vielen de kijkcijfers na die “coming out”-aflevering drastisch terug, zodat de reeks alsnog van het scherm werd gehaald.
Toch had Oprah Winfrey nog de tijd gevonden de therapeute spelen aan wie Ellen haar geheim opbiecht en is Laura Dern het meisje op wie ze verliefd is. Laura Dern heeft overigens ook in het gewone leven een vrouwelijke partner: Amy Yasbeck. Natuurlijk zijn ook k.d.lang en Melissa Etheridge van de partij, naast… Demi Moore. Merkwaardig, want deze laatste staat niet bepaald bekend als een voorvechtster van (zelfs niet eens lesbisch)feminisme. Misschien was zij het wel die regisseur Jerry Zucker bij “Ghost” (1990) de “raad” gaf om de liefdesscène met Whoopi Goldberg maar te vervangen door één met Patrick Swayze. Want dit is misschien de meest merkwaardige “lesbische” scène aller tijden: bij de gekende “Unchained melody”-scène neemt “ghost” Patrick Swayze immers bezit van het lichaam van “medium” Whoopi Goldberg om nog heel even met Demi Moore te kunnen vrijen. We zien de handen van Whoopi en Demi elkaar raken, maar als het dan verder gaat is het lichaam van Goldberg als bij toverslag vervangen door dat van Patrick Swayze!
Een andere scène die eventueel voor deze “prijs” in aanmerking komt is natuurlijk die uit “Being John Malkovich” van Spike Jonze uit 1999, waarin Cameron Diaz in het lichaam van John Malkovich kruipt om seks te hebben met Catherine Keener. Het verschil met de vorige scène is dat hier het bizarre “gewenst” is, terwijl het bij “Ghost” toch wel degelijk om een “fout” gaat.
XENA
Ook de Nieuw-Zeelandse jeugdserie “Xena” kent een lesbische aanhang. In een soort van SM-outfit trekt Lucy Lawless hierin ten strijde tegen het Kwaad met haar trouwe vriendin Gabrielle (Renée O’Connor) aan haar zijde. Nu heb ik wel eens een aflevering gezien, waarin Xena moeder blijkt te zijn van een zoontje dat ze ergens heeft moeten achterlaten, maar dat wil nog niks zeggen natuurlijk. Misschien zelfs integendeel. Dat vinden ook de makers, die doelbewust geen expliciete lesbische scènes inlassen (’t is tenslotte een avonturenverhaal voor de jeugd), maar anderzijds ook toegeven dat de dubbelzinnigheid in de relatie tussen Xena en Gabrielle gewild is. Niet te verwonderen dat de lesbische beweging in de V.S. begonnen is met “Xena nights”, waarin in aangepaste kledij zwaardgevechten uit de serie worden overgedaan. Zou hier ook het adagium gelden: “My sword is bigger than yours”? Niemand minder dan Monica Lewinsky blijkt alvast Lucy Lawless boven de sigaar van Bill Clinton te verkiezen. Anderzijds mag men het personage niet verwarren met de actrice, want Lawless zelf (°1968) is braaf getrouwd met Rob Taport, waarmee ze een zoontje heeft dat in 2001 twee jaar oud was. Bovendien heeft ze nog een dochter van dertien uit een vorig huwelijk.
Filip Huysegems ontleedt het feuilleton in De Standaard van 10/11/1999. Nadat hij heeft opgemerkt dat Xena het enkel moeilijk heeft met slechteriken van haar eigen geslacht (mannen zijn doetjes voor haar), gaat hij verder: “In de scenario’s klinkt een uitgesproken vrouwelijke toon door. Soms wordt een bekend verhaal in een feministische toonaard herschreven. In de Xena-versie van de Trojaanse oorlog beslist Helena eigenmachtig bij de waanwijze Paris weg te gaan. Het spel met man/vrouw-rollen gaat tot op de rand van wat haalbaar is in een populaire serie: wanneer in de Griekse stad Amphipolis de mooiste vrouw gekozen wordt, gaat de trofee naar Miss Artiphys, een transseksuele man. (…) Niet alleen door de herijking van man-vrouwrollen valt dit feuilleton op tussen de pulp-fictie. Radicaler nog is Xena’s lesbische relatie met haar reisgezel Gabrielle. Dat is behoorlijk gewaagd voor een mainstream-feuilleton. De makers hebben dan ook de nodige rookgordijnen aangelegd. Er passeren al eens mannen in Xena’s leven, wat niet wegneemt dat nadien haar hart opnieuw naar Gabrielle uitgaat. De ware aard van hun relatie wordt subtiel gesuggereerd in broeierige scènes: de twee wassen elkaar in bad, strelen elkaars haar, fluisteren lieve woorden… Een keer kan er zelfs een hartstochtelijke kus af, gecamoufleerd doordat Xena via een tijdelijke zielsverhuizing even een mannenlichaam in bezit neemt.”
Nog in 1997 was er de jongerenfilm “Nowhere”, waarin het vrouwelijke hoofdpersonage (gespeeld door Rachel True), er geen graten in ziet om naast haar Grote Liefde (James Duval), ook af en toe een nummertje te maken met haar lesbische vriendin Lucifer (Kathleen Robertson).
FUCKING AMAL
In 1998 was er dan “Fucking Amal”, directed en geschreven by Lukas Moodysson. Met Alexandra Dahlström als Elin en Rebecka Liljeberg als Agnes Ahlberg.
Een meisje schrijft op internet: “I’d got negative feedback from my friends concerning this movie. They said it was disappointing and that it did not live up to the hype. I couldn’t disagree more. I thought it was beautiful. The way Moodyson captured the essence of the movie I thought was stunning. It’s all about love. They being lesbians made it even more compelling IMO. I was stunned by the greatness of the movie. I hadn’t hoped for much, but I could recognize myself in the movie. Agnes’ parents were masterfully portrayed. Her mother was just that too caring and annoying. Her father was the ‘American’ voice of reason, but the way Agnes reacted to him was IMO realistic. I loved the movie, and thought it was one of the best movies I’ve ever seen. If it wasn’t, I wouldn’t have been wasting my time at 5am writing about it. That’s probably the greatest compliment I can give it. I think I’ve fallen in love with the protagonists. :‑) Neuf points. Not many movies make my cry ‑ and laugh at he same time. This one did.”
Dat jaar werd “High Art” van Lisa Cholodenko eveneens goed ontvangen. De fotoredactrice Syd (Radha Mitchell) woont met haar vriend James (Gabriel Mann) in een cleane flat in upper New York. Wanneer er een lek is in het plafond gaat ze klagen bij haar bovenbuur. Zo ontmoet ze de bekende artfotografe Lucy (Ally Sheedy). Voor Lucy is het een verademing om iemand te leren kennen buiten haar drugsverslaafde vriendengroep. Syd wordt verliefd op haar.
Daarnaast was er nog “Journey from the Jacarandas” (GB, 1998) met Sophie Ward en Anna Chancellor (“Four weddings” & “Pride and Prejudice”).
In 1999 was er de Duitse TV-film “Lieb mich” van Marius Pfeiffer over het aloude thema van de “bekering” van een heteroseksuele vrouw (Kathrin, gespeeld door Julia Richter). Deze keer betreft het de onderwijzeres van haar zoontje, Elena (Naomi Krauss).
In 2000 kreeg Sarah Michelle Gellar, bij ons vooral bekend als Buffy the Vampire Slayer, de prijs als beste actrice op de MTV-Movie Awards voor “Sexual Provocation”. Maar nog opvallender was dat haar vrijscène met Selma Blair als de beste van dat jaar werd uitgeroepen, zowel hetero als homo!
Nog in 2000 was er “Better than chocolate” van Anne Wheeler en “Chutney popcorn” van de 28-jarige actrice, scenariste en regisseuse Nisha Ganatra, die hierin op een komische wijze haar eigen ervaringen als Indische lesbienne in een Amerikaanse context schetst. In “The truth about Jane”, een Amerikaanse televisiefilm van Lee Rose ontdekt de vijftienjarige Jane (gespeeld door Ellen Muth) dat ze lesbisch is, maar ze durft dit niet aan haar ouders te vertellen. Pas na een gesprek met haar lerares en met een homoseksuele vriend van haar moeder vindt Jane de moed om over haar geaardheid te praten.
Maar er was vooral “If these walls could talk 2”, een compilatie van drie lesbische kortfilms van Jane Anderson, Martha Coolidge en Anne Heche. De eerste compilatie met als titel “If these walls could talk” (omdat de drie films zich in dezelfde kamer afspelen) werd in 1996 gedraaid en had abortus als gemeenschappelijk thema. In het derde deel (gedraaid door Cher) speelde Anne Heche toen de hoofdrol.
In 2001 maken we door de “Venus Boyz” van Baur kennis met de zogenaamde “Drag Kings”, vrouwen die zich transformeren tot mannen. Ernstiger, veel ernstiger zelfs, is “What makes a family”, een Amerikaanse televisiefilm van Maggie Greenwald. Het begint als een lesbische liefdesgeschiedenis, maar het eindigt als een courtroom drama, als één van de partners (Cherry Jones) overlijdt en de overlevende partner (Brooke Shields, haar advocate is Whoopi Goldberg) tegen de ouders van de overledene moet vechten voor het hoederecht over het kind dat haar partner via kunstmatige inseminatie had verkregen.
Nog in dat jaar is er “Lost and delirious”, een Canadees drama van Léa Pool naar “The Wives of Bath” van Susan Swanover. Pauline Oster (gespeeld door Piper Perabo) en Victoria Moller (Jessica Paré) zitten allebei op een meisjeskostschool. Al een tijd lang delen ze een kamer. De meisjes zijn erg op elkaar gesteld, zodanig dat het niet lang duurt vooraleer ze ook het bed delen. Dat moet wel een geheim blijven want Victoria vreest de toorn van haar ouders. Wanneer de twee gezelschap krijgen van een derde kamergenote (Misha Barton als Mary Bradford), komt de relatie onder druk te staan…
En tenslotte is er dat jaar ook nog “Kissing Jessica Stein” van de nagenoeg onbekende regisseur Charles Herman-Wurmfeld. Nu ja, hij houdt dan ook enkel pro forma de touwtjes in handen, want in werkelijkheid is deze feelgood-comedy voor een groot publiek (!) een verfilming van het toneelstuk “Lipschtick” van Jennifer Westfeldt en Heather Juergensen, die ook de beide hoofdrollen voor hun rekening nemen. De “Jessica Stein” uit de titel (gespeeld door Westfeldt) is immers een hetero copywriter die op het relationele vlak een beetje aan kant is blijven staan. Omdat ze denkt dat grote romances niet meer voor haar zijn weggelegd, gaat ze eerder op zoek naar vriendschap en reageert daarom een beetje impulsief op een “vrouw-zoekt-vrouw” zoekertje. Achter de annonce blijkt Helen Cooper (uiteraard gespeeld door Juergensen) schuil te gaan. Zij wil Jessica wel degelijk in bed krijgen, maar deze houdt de boot af, precies omdàt ze zich tot Helen aangetrokken voelt. Eens deze kaap gerond, dienen zich nieuwe problemen aan. Helen, die in de kunstwereld zit, vindt namelijk dat Jessica voor haar nieuwe geaardheid moet uitkomen, maar deze is daar hoegenaamd nog niet klaar mee…
Ik vind het altijd sneu om de afloop van een film te verklappen, maar hier kan ik niet anders. Het blijkt namelijk dat Stein uiteindelijk “niet lesbisch genoeg” is. Je raadt het al: de seks is er te veel aan. Al heb ik soms de indruk dat ze gewoonweg niet in seks is geïnteresseerd, homo óf hetero. “Smaakvol, intelligent en met de juiste mix aan drama en humor” besluit J.D.R. in Het Nieuwsblad van 18/7/2002.
In de herft van 2003 was er dan een Duitse televisiefilm van Judith Kennel onder de nogal soapy titel “Liebe und Verlangen”. De film behandelt het thema van de ouder wordende vrouw die plotseling lesbische gevoelens in zich voelt opkomen. In casu wordt Karen (ook wel Puppa genoemd, rol van Katja Flint), de vrouw van schooldirecteur Hendrik (Hannes Hellmann) verliefd op de nieuwe lerares Jeanne (Natalia Wörner). Door een nevenintrige verandert de film op een bepaald moment eerder in een lesbische variant van “Les risques du métier”, je weet wel, die film uit de jaren zestig met Jacques Brel in de hoofdrol, waarna men naar het einde toe veel te snel opnieuw overschakelt naar het eigenlijke thema. Daardoor komt de afloop (de vrouw kiest, met één van haar kinderen, voor de lesbienne) inderdaad nogal “soapy” over. Merkwaardig is ook dat de film weliswaar door een vrouw werd gedraaid, maar dat de schrijver van het boek waarop hij gebaseerd is een man is. De regisseuse heeft wel het een en het ander gewijzigd, geeft ze zelf aan…
Begin 2004 ontstond er deining in de VS over een nieuwe TV-serie, “The L Word”, een reeks over het wel en wee van zes lesbiennes uit Los Angeles. De reeks wordt omschreven als een kruising tussen “Sex and the City” en “Friends”. De deining ging voor één keer eens niet over het overvloedige naakt (naar Amerikaanse normen) in de eerste aflevering, maar wel over het feit dat het zes bloedmooie vrouwen zijn. En daarom wordt de serie getackeld op haar realiteitsgehalte. Eén van de vrouwen is Leisha Hailey, de enige die ook in het echte leven lesbienne is, zo wordt gezegd, waarop zijzelf corrigeert: “De enige die het toegeeft!” Maar wie van de anderen (Karina Lombard, Jennifer Beals, Mia Kirshner, Pam Grier of Katherine Moennig) ze bedoelt, wil ze niet zeggen: “Als mensen niet met hun seksuele geaardheid naar buiten willen komen, ga ik hen niet uit de kast duwen.”
In maart van datzelfde jaar kreeg Charlize Theron een oscar voor haar hoofdrol in “Monster”, gebaseerd op het ware verhaal van “seriemoordenares” Aileen Wuornos. Eigenlijk zou de oscar beter naar de make-up afdeling gegaan zijn, want Therons transformatie van babe naar “monster” (men bedoelt het ook min of meer “fysiek”, alhoewel Wuornos alleen maar lelijk was, niet misvormd of zoiets) is wel merkwaardig, maar haar vertolking is dat veel minder. Dat heeft echter veel te maken met regisseur Patty Jenkins die de moorden vooral in het teken plaatst van de lesbische relatie die Wuornos had met Selby (rol van Christina Ricci). Wuornos wordt met andere woorden afgeschilderd als een mannenhaatster, terwijl zij in werkelijkheid een verleden van seksueel misbruik en mishandeling achter de rug had.
MY SUMMER OF LOVE
Dan maar liever “My summer of love”, een Britse film van Pawel Pawlikowski naar een roman van Helen Cross. Tamsin (rol van Emily Blunt), dochter van rijke ouders, en Mona (Nathalie Press), een arbeidersmeisje, ontmoeten elkaar tijdens een zomervakantie. Ondanks hun verschillende achtergrond raken ze bevriend. De aantrekking is ook fysiek. Mona’s broer Phil (Paddy Considine) heeft echter zijn criminele verleden ingeruild voor religieus fanatisme en dwarsboomt hun liefde met een ontluisterend einde als gevolg.
Nog in 2004 was er “Je suis votre homme”, een Franse komedie van Danièle Dubroux. Na twintig jaar huwelijk met Adam (François Berléand) beslist Agnès (Catherine Frot) op een dag een relatie te beginnen met de lesbische Catherine (Isabelle Carré). Adam verhuist naar de garage, vanwaar hij tegen wil en dank moet vaststellen dat de relatie goed loopt. Zijn vriend Bruno (Melvil Poupaud) ergert zich aan de slaafse onderworpenheid van Adam en wil Catherine een lesje leren. Daarvoor krijgt hij de medewerking van zijn werkgeefster Claire Nebout die als de dominatrix “Mrs.Whiplash” Dréanne aan de kost komt. De film kreeg het predikaat “komedie” mee, maar heeft niets van de lichtvoetigheid die hieraan inherent is. Integendeel, tweemaal speelt een (al dan niet gefingeerde) moord een rol in de plot, zodat het verhaal zelfs eerder aan de sombere kant is. Bovendien wordt de aanvankelijke omkering van de seksuele rollenpatronen op het einde “hersteld” en in plaats van een film over lesbiennes, blijkt het uiteindelijk uit te draaien op een lofzang op het instituut van het (heteroseksuele) huwelijk. Oorspronkelijk heette de film (het toneelstuk?) “Délivrez-nous du mal” en later zou hij zelfs “Eros thérapie” worden gedoopt.
In 2005 was er “D.E.B.S.” van Angela Robinson, een originele kortfilm die op lesbische filmfestivals zoveel succes kende dat hij tot een langspeelfilm werd bewerkt. Kort samengevat is dit een lesbische Charlie’s Angels met (weliswaar vier i.p.v. drie) eerder ondeugende meisjes… “Imagine me and you” is dan weer een komedie van Ol Parker. Rachel (Piper Perabo) en Heck (Matthew Goode) zijn al jaren een koppel en besluiten te trouwen. Op haar trouwfeest ontmoet Rachel echter de bloemiste Luce (Lena Headey) en ze is meteen verliefd. Dat komt goed uit want Luce is lesbisch. Een echte feelgood movie want niet alleen de lesbiennes vinden elkaar, ook de verlaten echtgenoot krijgt een bonus, evenals zijn rondneukende vriend Cooper (Darren Boyd) en zelfs de vervreemde ouders van Rachel (Celia Imrie & Anthony Head) vinden elkaar terug. Mijn god, als er een hond en een kat in deze film voorkwamen, dan deden ze op het einde met elkaar! Enfin, so far so good, waarom blijf ik dan toch een beetje met een kater zitten? Omdat al op het moment dat ze naar het altaar schrijdt, Piper Perabo mij ontzettend op de zenuwen blijkt te werken. Ik zeg nog tegen mezelf: “De Schepper, herpak je, want het is niet goed zo op het uiterlijk af te gaan. Het is niet omdat ze een even grote schuifdeur heeft als Julia Roberts in Runaway Bride dat je dit meisje moet afkeuren.” Maar dan doet de scenarist (ook Oliver Parker) er nog een schepje bovenop in de sofa-scène tijdens de auction sale en lap, ’t is gebeurd, zoals Erik Van Looy zou zeggen…
In 2006 was er vooral “The Chinese botanist’s daughters” van de Chinese schrijver-regisseur Dai Sijie, die echter niet in China mag vertoond worden omdat het gaat over de liefde van het weesmeisje Min (gespeeld door de Frans-Chinese Lena Jam-Panoi, die zich ook wel eens Mylène Jampanoi laat noemen) voor de dochter van de botanist bij wie ze in de leer gaat. Deze dochter (Cheng An) wordt gespeeld door de “echte” Chinese Li Xiaoran, voor wie het meteen ook de eerste naaktrol was. De film is in China overigens niet (alleen) verboden wegens het thema, maar ook wegens de anticommunistische strekking van het verhaal.
Op 21 februari 2007 ging dan de Franse tv-film “La Surprise” van Alain Tasma in première. Die gaat over een vijftigjarige vrouw, Marion (gespeeld door Mireille Perrier), die na meer dan twintig jaar huwelijk haar man besluit te verlaten omdat ze volledig uit elkaar zijn gegroeid. Gaandeweg stelt ze vast dat ze verliefd geworden is op een vrouw, maar ze weet zich geen raad met die gevoelens…
In 2009 was er “Chloe” van Atom Egoyan, waarin Julianne Moore veronderstelt dat haar man (Liam Neeson) de scheve schaats rijdt en de prostituée Chloe (Amanda Seyfried) inschakelt om na te gaan hoe gemakkelijk hij te verleiden is. Dat een en ander niet is wat het lijkt (want anders zou de film in deze rubriek niet thuishoren), kan bijna niet anders met een regisseur als Atom Egoyan. Toch is dit zowat zijn minste prent, die het niveau van een weekendfilm nauwelijks overstijgt. Geen wonder dat de televisiepremière voor Vitaya was weggelegd…
LA VIE D’ADELE
In 2013 ging La Vie d’Adèle: Chapitre I & 2 in Cannes met de hoofdprijs aan de haal. De film vertelt het liefdesverhaal van twee jonge vrouwen uit verschillende sociale klassen die het vooral op seksueel vlak met elkaar kunnen vinden. Een tien minuten durende seksscène zorgde voor heel wat discussie in Cannes. Persoonlijk denk ik dat dit de “eerlijkste” lesbische seksscène is in de filmgeschiedenis. Niks acteren, lekker genieten. Maar ik kan dit alleen maar veronderstellen natuurlijk, ik kan het als man niet zeker weten. Ik heb in mijn “glorieperiode” wel een paar keren aan triootjes deelgenomen, maar die vrouwen waren dus per definitie biseksueel en het onderlinge vrijen was eigenlijk niet veel meer dan wat “tetteke rus”.
Sommigen zagen de scène echter als een hinderpaal voor de Gouden Palm. Want misschien zou juryvoorzitter Spielberg rode oortjes gekregen hebben? Niet dus. Integendeel, naar verluidt wilde Spielberg en de rest van de jury hiermee een duidelijk signaal geven naar de duizenden betogers tegen het pas goedgekeurde homohuwelijk in Frankrijk.
De film was ook nog om een andere reden controversieel. De filmcrew beweerde onder erbarmelijke omstandigheden te hebben moeten werken en tegen zeer slechte lonen. In die mate dat de ploeg destijds een open brief naar de producers en naar de pers stuurde. Maar ook dat element heeft geen hindernis opgeleverd.
De bijna drie uur durende film is hoe dan ook opmerkelijk door de fantastische vertolkingen van Adèle Exarchopoulos en Léa Seydoux. “Ik draag deze prijs op aan de Franse jeugd in Frankrijk, die me veel geleerd heeft over vrijheid en samenleven, én aan die andere revolutionaire Tunesische jeugd, voor hun streven naar een leven in vrijheid en het liefhebben in vrijheid”, zei de Frans-Tunesische regisseur Abdellatif Kechiche in zijn dankwoord.

Ronny De Schepper

(*) Joan Crawford had oorspronkelijk in (ook lesbische) pornofilms geacteerd en de producers hebben daaraan een flink pak geld verdiend, aangezien haar studio deze films heeft opgekocht, zodat ze haar reputatie niet konden besmeuren.
(**) Er is ook nog een Mexicaanse remake uit 1950: “Muchachas en Uniforme”.
(***) Maar wat doen we dan met “Malpertuis” (Harry Kümel, 1973)?

Een lijst van lesbische speelfilms is verkrijgbaar bij het Lesbisch Archief Amsterdam. Er zijn speelfilms met een duidelijk lesbisch thema, maar ook films met een lesbisch personage in een hoofd‑ of bijrol of een lesbische regisseuse.
Voor lesbische films in niet-westerse culturen, zie ook hier.
Een paar iconische figuren zoals Madonna , Sandra Bernhard en Sandy Dennis komen afzonderlijk ter sprake op deze blog.

Zeer beperkte bibliografie
Alison Darren, Lesbian film guide, London & New York, Cassell, 2000.
Sue George, Women and bisexuality, Scarlet Press, 1992.
Lucretia Knapp probeert in “The queer voice in Marnie” (Cinema Journal 1993) te bewijzen dat er lesbische elementen zitten in Hitchcock-films.

(*) Clouzot wrote almost two-thirds of the film only having read the novel years before, recalling it from memory, since it was out of print by the time he started the screenplay. When Stanislas-André Steeman saw the film, he was furious about the differences between the novel and the film.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s