Dexter Gordon (1923-1990)

96 Dexter GordonHet is vandaag ook al 25 jaar geleden dat de Amerikaanse tenorsaxofonist Dexter Gordon is gestorven. Hij wordt beschouwd als een van de eerste bebop tenorsaxofonisten. Op een uit 1948 daterende foto, genomen tijdens een optreden in The Royal Roost, staat hij afgebeeld terwijl hij een sigaret rookt. Deze foto zou later een van de iconen uit de geschiedenis van de jazz worden. Gordon was een grote man van meer dan 1m90, vandaar zijn bijnaam Long Tall Dexter. In 1986 was hij genomineerd voor een Oscar voor zijn rol in de film Round Midnight, de film die Jan Schiettekatte tot de jazz bekeerde.

Gordon werd geboren en groeide op in Los Angeles. Zijn vader was daar dokter en had Duke Ellington en Lionel Hampton als patiënt. Dexter leerde klarinet spelen op dertienjarige leeftijd, alvorens hij twee jaar later overging op saxofoon (eerst alt, daarna tenor). Hij was nog op school toen hij al in orkesten speelde met tijdgenoten zoals Chico Hamilton en Buddy Collette.
Tussen 1940 en 1943 was Gordon lid van Lionel Hamptons orkest, waar hij samen met Illinois Jacquet and Marshall Royal in de saxofoonsectie zat. Zijn eerste opnames onder eigen naam maakte hij in 1943, aan de zijde van Nat Cole en Harry Edison. Hij maakte ook gastoptredens bij de orkesten van Louis Armstrong en Fletcher Henderson alvorens hij bij Billie Eckstine ging werken.
In 1945 verliet hij het orkest van Eckstine en begon op te treden in New York, waar hij opnames maakte met Charlie Parker alsook opnames onder zijn eigen naam.
Gordon werd vooral bekend als virtuoos door zijn saxofoonduels met zijn vriend en tenorsaxofonist Wardell Gray. Deze duels kregen heel wat belangstelling en lieten sporen na in een aantal albums tussen 1947 en 1952.
Dexter Gordons liveoptreden in Amsterdam in 1980 toont het publiek een tenorsaxofonist wiens geluid breed en ruimtelijk klinkt, mede door zijn imposante lichaamsbouw. Ook zijn neiging om net iets na de beat te spelen is opmerkelijk. In Bangkok speelde hij dan weer met Bobby Naret en… koning Bhoemipol. Ook Philip Catherine en Tars Lootens speelden ooit met hem.
Aan Rob Leurentop van Knack vertelde hij: “In de jaren 30 moest iedereen die wilde werken niet alleen jazz spelen maar ook dansen of zingen, kortom: zich verkopen. Wij, de jongeren, beschouwden dat als een vorm van Uncle Tomming. Het enige wat ons interesseerde was muziek maken op onze voorwaarden. Dat hing natuurlijk samen met veranderingen in de maatschappij, met de bewustwording van de kleurling. Wij beantwoorden dus niet meer aan het image dat het publiek van de jazzmuzikant had, namelijk de goedlachse zwarte die alsmaar vrolijk is, en danst en zingt.”
Als een van zijn voornaamste invloeden noemt hij Lester Young. Op zijn beurt beïnvloedde hij weer de jongere John Coltrane in de jaren 1940 en 1950. Tussen de twee tenorsaxofonisten is overigens sprake van een duidelijke wisselwerking. Coltranes manier van spelen zou immers ook Dexter Gordon beïnvloeden vanaf het midden van de jaren vijftig. Aanwijsbare overeenkomsten tussen hun beider speelstijlen zijn: heldere, sterke, metaalachtige tonen, hun neiging om hoge noten naar omhoog te buigen en hun vaardigheid om korte met de tong gearticuleerde noten te laten swingen. Een van Gordons eigenaardigheden was om eerst een liedje te zingen alvorens het te spelen, een trucje dat hij van Lester Young had geleerd. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.