Morgen viert Tars Lootens zijn zestigste verjaardag. Ik ken hem al van in de tijd dat hij bij Johan Verminnen speelde, maar ik ben hem pas jaren later officieel gaan interviewen toen hij zijn eigen CD “Tarsando ma non troppo” uitbracht.

“Met de CD ‘Tarsando ma non troppo’ wil ik een balans opmaken van 25 jaar professioneel met muziek bezig zijn,” zegt pianist Tars Lootens. “Dat betekent dus enerzijds terugblikken met vroegere nummers in een nieuw arrangement, maar anderzijds ook enkele nieuwe thema’s.”
Hij heeft net een solo-optreden achter de rug in de Gentse Rode Pomp, die wordt gerund door André Posman, 25 jaar geleden zijn leraar in Sint-Lucas. Na een slechte ervaring met een muziekleraar heeft Tars immers géén conservatorium gevolgd, maar wel twee jaar opleiding voor kunstschilder gehad in Sint-Lucas. “Mijn eerste verkenning van Gent, samen met Philippe Venneman, dat was nogal wat, vooral in vergelijking met het gezapige leven in een dorp als Bellem. Ik bekostigde mijn studies plastische kunsten met de opbrengsten van mijn optredens, eerst als drummer, daarna als pianist. In het begin heb ik erg veel van mijn broer geleerd. Die speelde toen piano en ik begeleidde hem als drummer. Ooit deden we nog het voorprogramma van Rhoda Scott, in ’72, denk ik, op het Lazy River Festival. En zo heb ik daarvan mijn beroep gemaakt. Al ben ik altijd wel een schilder gebleven. Ik schilder nu met klanken.”
Het decor van Hugo De Leener inspireert hem tot “Autumn leaves” en als een kindje van zijn zus een beetje onrustig wordt omdat het wil slapen, improviseert hij ook nog een slaapliedje tussendoor. Op de Bösendorfer, waarop Claude Coppens ooit het verzameld werk van Erik Satie speelde, kan een improvisatie op “Les Gymnopédies” er ook nog af. En op “Jeux interdits”. In de zaal hoort Ivan De Souter, zijn vroegere compaan bij Verminnen, het allemaal enthousiast aan.
Tars’ vorige CD, “A touch of colour”, dateerde reeds van 1990. Het was toen al stil geworden rond Tars Lootens, de man die ooit in de studio musiceerde met Toots Thielemans, The Machines, Catalogue of Cool, Two Men Sound, Lio, Scooter, Will Tura, Frédéric François, Plastic Bertrand, Lou & the Hollywood Bananas, Viktor Lazlo, Radeis, Claude Maurane, Adamo, Guy Lukowski, het Calvin Owens Orchestra, Blue Blot en Trilok Gurtu. Die ooit optrad eerst met mimespeler Frederik Van Melle, die omgekomen is tijdens een aardbeving in Mexico, dan met Katrien Devos, de huidige Kotmadam, het Speeltheater, Wim De Craene (Help, ik win een miljoen), Tentakel, Poëzien, Arca en Studio Herman Teirlinck. Dan kwam van 1974 tot 1977 Zjef Vanuytsel en daarna nog Maurice Jarre, Philip Catherine, Toots Thielemans, Doug Lucas, Dave Pike, Andy Narell, The Big Band Sound, Didier Lockwood, Neppy Noya, Thijs van Leer, B.J.Scott, Dexter Gordon, Dirk De Caluwé, Robert Groslot, Sofie, Hal Singer en Akikazu Nakamura, Roland and his Bluesworkshop, Claude François, het BRTN Filharmonisch Orkest, I Fiamminghi, Kirk, Jazz Middelheim, de Knokke Cup, het Universitair Jazzcombo en Flight, ooit nog een groep van Arno Hintjens. Zelf had hij ook ooit een harde bluesgroep, Bunker. Daarmee verzorgde hij o.a. het voorprogramma van Chicken Shack.
Tars Lootens schreef de filmmuziek voor “De paniekzaaiers”, “Brussel”, “Madi” (EBU Broadcast) en “De beker” (BRTN), ook voor “Het Liegebeest” en “Meester, hij begint weer”. Hij was co-arrangeur voor de films “Zware jongens” en “Hector”. Maar hij werkte vooral met Johan Verminnen (1977-1993). “Zestien jaar lang was hij mijn bevoorrechte partner,” zucht Tars. Voor optredens met Verminnen heeft hij buitenlandse tournees laten varen. En dan kwam plotseling de breuk. Zeventig geplande concerten zo maar geschrapt. Alhoewel Verminnen bij de release van zijn nieuwe CD verzoenende taal spreekt, is het voor Tars nog te pijnlijk om over te praten. “Ook al omdat in die zelfde periode de Gewapende Man, de Kinderacademie en Kinderen voor Kinderen wegviel. Ik denk trouwens dat de onenigheid te wijten was aan jaloezie, omdat ik door die Kinderacademie mijn eigen fans had. Hoe dan ook, ik kwam in een zwart gat terecht, maar had dan ook alle tijd om te componeren.”
Het resultaat vinden we o.a. terug op “Tarsando ma non troppo”. “Van bij de aanvang wist ik dat het een volledig akoestische CD moest worden. Voor mij geen computers meer, maar een vleugelpiano, en als begeleiding de klankrijkdom van echte strijkers.” Dat werd dan het ensemble van Walter Boeykens, die wel dirigeert maar zelf zijn klarinet aan de kant laat. “We hebben het even geprobeerd, maar het bleek een stijlbreuk te zijn.”
Met een kern hieruit, het Rubio-strijkkwartet (aangevuld met Bart Segers op bas) trekt hij de baan op. De laatste tijd gaat jazzy Tars immers meer en meer de klassieke toer op. Zo heeft hij ook een concertino geschreven voor fagot en strijkkwintet. Het is ongeveer gelijktijdig met zijn eigen CD uitgebracht door I Solisti del Vento. “Dat was een opdrachtwerk van fagottist Francis Pollet. Ik heb hem leren kennen toen ik in oktober 1995 in het kader van het Festival van Vlaanderen de filmscore van ‘L’histoire du soldat’ live begeleidde. Vier acteurs speelden de personages, het Prometheus Ensemble speelde de muziek en ikzelf zorgde voor elektronische sonorisatie. Ik mocht zelf de samenstelling kiezen en opteerde voor strijkers en percussie. Dus opzettelijk geen klavieren om het mezelf moeilijk te maken. Ik ben er wel fier op. Ik sta tussen Wim Henderickx en Frits Celis, dat is niet mis.” Meer zelfs, de compositie van Tars is de beste van de CD!
“Dirk Noyen van het Muntorkest zal het binnenkort ook opnemen, het is wellicht trouwens daarom dat Francis het een jaar na de creatie in Rotterdam uiteindelijk toch op plaat heeft gezet. Met Dirk Noyen zal ik het trouwens zelf opnemen, dan toch met keyboards en geprogrammeerde elektronika. Naast een tiental nieuwe composities zullen we verder bewerkingen van Satie en Rimsky-Korsakov (de ‘bumble bee’) opnemen. De release is voorzien begin november 1996.”
Uit de tijd van Johan Verminnen werden “Tragisch mooi” en “Fruits de mer” overgenomen. In “Tragisch mooi” is via een doordachte woordspeling de oorspronkelijke titel nog herkenbaar, “Fruits de mer” is moeilijker: dat blijkt “Zeilers” te zijn. En de sfeer van “Melancholie”, de beste elpee van het duo Lootens-Verminnen, vinden we ook terug in “Melancoholist”, waarin Tars accordeon speelt (omdat Juan José Mosalini die op z’n vorige plaat meespeelt, na 25 jaar terug naar Argentinië is vertrokken), net als in “Passionato”, beide gebaseerd op leidmotieven uit de Zuid-Amerikaanse musical “Chico” die hij heeft geschreven voor het Evergemse jongerentheater “Nuts”. “Het is een musical gebaseerd op de leefwereld van de straatkinderen in Colombia, dat betekent dus ook dat er b.v. kinderprostitutie in ter sprake zal komen, wat na de zaak Dutroux wel gevoelig ligt, maar juist daarom mogen we onze kop niet in het zand steken. Het libretto is van radioproducer Jeroen Van Haele, maar bijgewerkt door Danny Bral, de bezieler van de groep. Ook hiervan verschijnt binnenkort een CD.”
Zuid-Amerikaanse klanken vinden we ook terug in “Beau ça” (bossa) en in “A Roma”, want dat was oorspronkelijk een koffie-commercial. Dààrvan is de muziek van Tars Lootens trouwens allicht het meest bekend, al beseffen de meeste mensen dat uiteraard niet. Zo is hij b.v. de componist van de tunes van het radionieuws en van “Voor de dag”.
Het aangrijpendste nummer is echter “Spring of ’93”, een hulde aan de verongelukte saxofonist Philippe Venneman, die daar zelf heel even op te horen is met een fragment uit “Seventy” dat Tars heeft geschreven voor de 70ste verjaardag van Toots Thielemans en dat Philippe drie maanden voor zijn dood heeft opgenomen samen met pianist Eric Vermeulen, bassist La Rocca en drummer Felix Simtaine. Philippe heeft het resultaat zelf nooit gehoord. Lootens speelde met hem in Jazz Circle, waardoor ook de herneming van “Sun games” in hetzelfde licht kan worden gezien. “Een blik op de toekomst is dan weer ‘Faynomeen’ met mijn twaalfjarige dochter Fay op de Keltische harp (*)”. Het geheel werd opgenomen in studio Crescendo in Genk, gerund door de blinde Pino Guarraci, destijds toetsenist bij de “progressieve rockgroep” Clown.
De belangrijkste opdracht voor Tars in 1996 was echter wellicht dat hij op 15 februari door een Leuvense rechtbank samen met Freddy Sunder en Freddy Devreese werd aangesteld om te onderzoeken of “You’re not alone”, de wereldhit van Michael Jackson uit 1995 en geschreven door ene R.Kelly, geen plagiaat is van “If we can start all over” van Eddy en Danny Van Passel. De uitspraak is pas vorige week gevallen en in het voordeel van onze landgenoten nog wel.
In het begin van 1997 verscheen dan “Where Dirk Noyen meets Tars Lootens”. Aangezien Dirk Noyen net als Francis Pollet een fagotspeler is, lag het een beetje voor de hand dat dit tot verwarring zou leiden. Want ook op deze CD staat het “concertino”, zij het nu in een jazz-arrangement, zoals deze hele CD trouwens. Het is dus eigenlijk geen crossover-CD, het is een gewone jazz-CD (weliswaar nogal “beleefde” jazz), maar dan met in de hoofdrol een fagotspeler, wat voor dat genre inderdaad wel merkwaardig is. Buiten een paar (minder geslaagde) jazz-bewerkingen van klassieke “standards” als een Gymnopédie van Satie, “Una furtiva lagrima” van Donizetti of de vliegende hommel van Rimsky-Korsakov, bevat de CD uitsluitend composities van Tars Lootens, die helemaal typerend zijn voor hem. Dat maakt een beoordeling dan ook simpel: je houdt ervan of niet.
De rol van Dirk Noyen daarentegen is complexer. Enerzijds is hij duidelijk een virtuoos op zijn instrument. Anderzijds heeft hij uiteraard geen jazzopleiding gehad (welke fagottist heeft dat wél?), maar wat erger is, hij heeft geen jazz-feeling. Zelfs geen improvisatie-feeling (en dat zou toch gekund hebben, mocht hij b.v. wat meer belangstelling aan de dag leggen voor de historische uitvoeringspraktijk), wat er o.m. toe leidt dat Tars ook alle cadenzen heeft moeten uitschrijven. Daarbij werd hij naar eigen zeggen sterk belemmerd door de begrenzingen van het instrument.
Met de digitale opnametechnieken kon Noyen anderzijds wél goed overweg. Voor een klassieke muzikant is het niet alledaags om met een computer samen te spelen (de keyboards van Tars vormen immers eigenlijk een midi-computer, d.w.z. dat de klankkleur nog kan worden gewijzigd nà het inspelen), laat staan met zichzelf (voor “Blues voor Truus” speelt hij zelf de drie fagotpartijen). Truus (Lostrie) was toen nog (of net niet meer) de tweede echtgenote van Tars, tevens CVP-schepen in Laarne en ombudsvrouw van De Post. (**). De jongste broer van Tars is priester.

Ronny DE SCHEPPER
Foto Jo Clauwaert

(*) Naast Fay heeft hij nog een andere dochter, Soraya, uit een vorig huwelijk, die bij mijn oudste zoon in de klas zat toen Tars nog in Temse woonde.
(**) Toen Stephen Daldry in 2000 de Publieksprijs op het Filmfestival van Gent wegkaapte met “Billy Elliot”, beweerde Truus dat het scenario van Lee Hall was gebaseerd op haar tien jaar oude synopsis “Billy’s Ballet”.

Beperkte discografie

De CD “Tarsando ma non troppo” is uitgegeven door Davidsfonds/Eufoda, Blijde-Inkomststraat 79-81, 3000 Leuven.
De CD “Works for bassoon” is van I Solisti del Vento, Magdalenastraat 6, 2018 Antwerpen.
De CD “When Dirk Noyen meets Tars Lootens” is uitgegeven door Travel Sound, Ambachtelijke Zone De Waerde 1414, 3520 Zonhoven.

2 gedachtes over “Tars Lootens wordt zestig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s