Etienne Hublau (1934-2004)

Morgen zal het al tien jaar geleden zijn dat Etienne Hublau is gestorven. Deze Gentse kunstenaar is vooral bekend van het beeld dat hij van Romain De Coninck heeft gemaakt en dat een mooie plaats kreeg toegewezen op de trappen naar de Minardschouwburg. Maar zelf ben ik hem in de jaren negentig eens gaan interviewen over de geschiedenis van de jazz in Gent.

Op 20 januari 1966 werd de Lazy River Jazz Club opgericht. Dat was toen in het Hazewindstraatje naast het postgebouw op de Koornmarkt. De Club was voortgesproten uit een aantal jazzliefhebbers die elkaar hadden getroffen op concerten van Louis Armstrong en Lionel Hampton in het Kuipke. Deze concerten werden georganiseerd door de Culturele Kring van de Socialistische Partij. Eén van de grote promotoren hiervan was Gilbert Temmerman, de latere burgemeester van Gent. Hij zou ook altijd één van de steunpilaren van de Lazy River Jazz Club zijn.
Na anderhalf jaar verliest de Club haar lokaal en zit ze ook in zware financiële problemen. Etienne Hublau en Christian Collard reageren op een oproep van voorzitter Jean-Pierre De Smet en stellen voor dat de leden het financieel tekort aanzuiveren. Dat gebeurt en de twee treden toe tot het bestuur, resp. als ondervoorzitter en penningmeester.
Voor de concerten gaat men de hort op: eerst in de Club Nautique aan de Watersportbaan, daarna in zaal Fox, opnieuw op de Koornmarkt, maar de problemen blijven zich opstapelen, een vaste concertzaal is noodzakelijk. Die wordt uiteindelijk gevonden in de kelders van de oude brouwerij Van Hecke in Gentbrugge, dankzij het feit dat Etienne Hublau de bovenliggende ruimtes afhuurt als atelier.
In het magische jaar 1969 organiseerde de Universitaire Jazzclub van Patrick De Grote een festival van avant-garde jazz in het Gravensteen (sinds 2002 trekt men daar tijdens de Gentse Feesten opnieuw naartoe voor het Blue Note Festival). Organisator Paul Van Gysegem speelde er samen met mensen als Mal Waldron, Fred Van Hove en Steve Lacy. Er was toen ook al spraken van “wereldmuziek” avant la lettre met de Senegalese drummer Tidiane Fall. De toen nog alom tegenwoordige BOB zocht er doorzichtig vermomd als jazzliefhebber naar drugs.
De liefhebbers van “oude stijl” jazz bleven uiteraard op hun honger en dat was de aanleiding om een jaar later de Internationale Jazzmeeting in Gentbrugge te organiseren met Rhoda Scott als grootste naam op de affiche.
Het avant-garde festival ging reeds in 1972 ter ziele, maar in Gentbrugge gaat men nog steeds lustig door, zonder dat de programmatie ook maar enigszins werd beïnvloed door de gewijzigde omstandigheden. De organisatoren zijn weliswaar terecht fier op het feit dat zij geregeld groepen uit het buitenland naar hier halen, maar soms worden ze daar zo euforisch door dat ze gaan overdrijven. Zo wordt in het programmaboekje van het jaar 2000 met fierheid aangehaald dat zij ooit de Zweedse groep Scanjazz naar Gentbrugge hebben gehaald. Dat is natuurlijk waar en ongetwijfeld was de zangeres Agneta Engström een ranke blonde schone, zoals we dat in die contreien gewend zijn. Vandaar echter naar besluiten dat dit dezelfde Agneta was als die van de latere Abba, is een beetje te voorbarig. Voor zover we weten, heette mevrouw Agneta Ulvaeus immers wel degelijk Agneta Fältskog vooraleer ze met haar Björn trouwde…
In 1975 dient de Lazy River Jazz Club zijn lokaal in Gentbrugge te ontruimen, maar dankzij de nieuwe voorzitter (sinds 1971) Etienne Hublau wordt de lokatie aan de Kantienberg gevonden. Naast de politieharmonie kan hier nu ook de Lazy River Big Band repeteren die een jaar eerder werd gesticht door Frans Delarue. Hublau wil ook de kans geven aan jonge Vlaamse jazzmusici zoals Philippe Venneman, Marc Matthijs, Patrick Mortier en zelfs Dirk Brossé, maar wordt teruggefloten door zijn bestuur.
Dit euvel wordt verholpen als in 1976 het Uilenkot in de Sint-Denijslaan (buurt van het Sint-Pietersstation) wordt geopend door de legendarische Opa Tuur, al dient gezegd dat in de eerste jaren bijna uitsluitend folk- en bluesartiesten optraden. Vanaf 1985 stond er echter enkel nog jazz op het programma. In 1996 werd het Uilenkot gesloopt om een verkeersknoop te ontwarren en nam Opa Tuur zijn intrek in de voormalige dancing “The Queen” aan de Citadellaan. Deze keer noemde Opa Tuur zijn café gewoon “Opatuur”.
Ondertussen was sedert 3/2/1978 op de Koornmarkt het aloude café Het Damberd tot een jazzcafé “omgeturnd”. “Sinds 1750 is hier ononderbroken een café gevestigd onder de naam Damberd. Dammen was toen een populair tijdverdrijf. Het gebouw zelf dateert uit de 13de eeuw en heeft nog dienst gedaan als graanopslagplaats,” aldus jazz-bassist Paul Feyaerts (°1947) in de Gazet Van Antwerpen van 26/2/2008.
Feyaerts ging in 1979 als barman aan de slag in het Damberd en enkele jaren later nam hij de zaak over. “De Korenmarkt was toen een katholiek bourgeoisbastion. Het Damberd was een van de vele bourgeoiscafés. Maar de bazin was 77 jaar en stelde haar herberg te koop. Die is toen overgenomen door Guido Bass, een Zwitser die een studentencafé had.”
“In het begin hadden we veel last met de politie. De burgerij zag dat niet zitten. Dat langharig, werkschuw tuig naast hun deur! (…) We zijn een echte bruine kroeg. Het interieur is sinds 1936 niet wezenlijk meer veranderd. De negen schilderijen met stadsgezichten in sepiatechniek aan de muur zijn zelfs beschermd.”

Misschien zal dat ooit ook nog eens het geval zijn voor de schilderijen van jazzgrootheden door Patrick Streulens, want in totaal organiseerde Feyaerts ongeveer 800 concerten, waarvan de bekendste namen allicht Archie Shepp, Lee Konitz en Ronald Shannon Jackson zijn. “Free-jazz was toen niet zo geliefd en de dollar stond laag. Nu is dat financieel niet meer haalbaar. (…) Nu richten we ons vooral op de aankomende generatie jazzmuzikanten. Daarmee is de cirkel rond. Toen we begonnen, waren er nog geen jazzscholen. Daarom hield de jammerlijk verongelukte tenorsaxofonist Philippe Venneman boven het café jazzworkshops voor jonge muzikanten.”
Sympathiek is dat Feyaerts in De Gentenaar van 1/2/2008 nog eens met lovende woorden over de Sixties spreekt, want “het moment nadert waarop je nog beter fout in de oorlog geweest kan zijn dan een mei-achtenzestiger” (Jan Leyers in Humo van 6/12/2005): “Ik ben zeer blij dat ik dat heb mogen meemaken. De dynamiek die dat heeft teweeggebracht in onze Westerse beschaving is niet te meten. Piet Van Eeckhaut vergeleek de impact ooit met die van de Franse revolutie.” In datzelfde interview stelt hij ook nog: “We zijn heel populair bij Erasmusstudenten en zeker bij de Spanjaarden. Die Zuiderse mensen herkennen de sfeer.”
Ondertussen is de Lazy River Jazz Club in 1986 voor een laatste (?) keer verhuisd: deze keer naar de vroegere kelder van het Arcatheater, gelegen in de Hoogstraat, onder het Novotel. In 1989 nam Hublau ontslag. Hij wist zich nu immers verzekerd van het voortbestaan van de club.

Referentie
Ronny De Schepper, Internationale Jazzmeeting viert feest, Het Laatste Nieuws 2 juni 1995

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s