Op bezoek bij Lode Willems

55 lode willemsHet is vandaag twintig jaar geleden dat ik Lode Willems bij hem thuis ben gaan interviewen. Of om eerlijk te zijn: ik vergezelde eigenlijk de hoofdredacteur van een socialistisch jeugdmagazine, dat een themanummer aan parawetenschappen zou wijden. Met de bedoeling ze onderuit te halen natuurlijk. Lode was echter zo overtuigend dat het interview nooit is verschenen. Toch één fragmentje eruit, namelijk zijn antwoord op de obligate vraag “hoe het zo is gekomen?”

Lode Willems: “Zoals altijd op de gekste manier. In 1966 leerde ik de auteur Claude Krijgelmans kennen, doordat wij samen waren uit de goot gevist om mee te werken aan een radioprogramma. Op een keer weet Claude mij te overhalen om mee te doen aan een soort test, georganiseerd door een vereniging die “Mensa” heet en allerlei naar het schijnt iets bovenmatig intelligente mensen verzamelt, de zogenaamde tien procent – of waren het er maar zes of zeven, weet ik veel. Goed, ik vul dus al die kruiswoordraadselachtige dingetjes in en dan blijkt dat ik een IQ zou hebben van 148, als ik me goed herinner. Ik bleef daar nogal kalm bij, want mijn schooluitslagen en mijn schoolverlaten na het tweede laatste humaniorajaar, doen toch een ander soort IQ vermoeden. Soit. Ik word lid van die “Mensa” en verveel me te pletter op die bijeenkomsten. Maar met één zo’n slimme mens van Mensa, bleef ik in contact: Herman de Vos was leraar biologie en verwoed astroloog. En bevriend met de Leuvense professor criminologie Steven de Batselier. Steven was the nutty professor par excellence, zelfs vandaag nog, als je in Leuven zijn naam vernoemt, krijgen ze koude rillingen. En op een dag in 1974 of zo, vindt professor De Batselier dat studenten criminologie ook iets over astrologie moeten weten en inviteert zijn vriend Herman om een avondcursus astrologie te geven voor zijn studenten. Weliswaar ’s avonds en zonder veel ruchtbaarheid, maar toch, in een gebouw van de K.U. Leuven. En Herman nodigt mij uit. En aldus leerde ik astrologie aan de Universiteit – niet die van Mumbay in India – maar die van Leuven. Als ik dit aan de KUL nu oprakel, krijgen ze een rode kop.
En zo was ik een jaartje later voldoende geleerd om in Knack Weekend de Nostradamus te spelen. Louter voor het plezier deed ik dat. De astrologie liet ik enkele jaren later een beetje links liggen omdat ik iets beters had ontdekt, en ook weer aanvankelijk tegen mijn zin. In 1976 vraagt Knack mij om een reportage te maken over het “Alfa Seminarie” of “Silva Seminarie”. Eerst weigerde ik (“al die modieuze onzin uit Amerika weer, zeker…”) maar men wist me toch te overhalen en daar ben ik nog altijd blij om. In die twee weekends leert men daar de doorsnee mens hoe hij zijn zesde zintuig kan gebruiken in het dagelijkse leven en hoe hij daarmee een dieper begrip krijgt van en voor zijn medemens en in mijn geval althans toch ook voor al onze andere lotgenoten die wandelen, lopen kruipen, zwemmen of vliegen op deze planeet.”
Tot daar Lode. Nog even heel duidelijk stellen: ik hecht geen geloof aan astrologie, integendeel. Lode Willems zelf neemt de laatste tijd op dit vlak ook wat gas terug, maar anderzijds moet ik toegeven dat ik sterk onder de indruk ben van zijn mensenkennis op het eerste gezicht. Zoals die keer toen hij nog eens een bezoek bracht aan de redactie van de Rode Vaan. In het bureau van hoofdredacteur Piet Lampaert gaf hij een demonstratie van zijn kunnen. Het was de allereerste keer dat hij Piet ontmoette, dus hij wist niet onder welk sterrenbeeld deze geboren was. Hij deelde toen de sterrenbeelden in vier categorieën in, dus telkens van drie tekens. Na een eerste kennismaking elimineerde hij er meteen drie. Dan keek hij rond naar de (sobere) versiering van het bureau. De beroemde poster van “Novecento” en Charlie Chaplin met een rood vaandel in zijn hand (een scène uit “Modern Times”) deden hem besluiten er weer drie te schrappen. Dan stelde hij een paar gerichte vragen en weer werden er drie geschrapt. Zo bleef hij uiteindelijk met drie tekens over. “Die kunnen het alle drie zijn,” gaf hij grif toe, “want dat heeft ook met de ascendant en zo te maken. Maar ik gok dat je een leeuw bent.” Een goede gok, zo bleek. Daarom, en natuurlijk ook omdat zowel Lode Willems als ikzelf Weegschalen zijn, een bijdrage die hij in 1984 schreef voor een reclameblad van de Roularta-uitgeverij, waarmee hij via zijn toenmalige werkgever (Knack) verbonden was.
“Op 23 september om 10 u. 46 m. komt de zon in het teken Weegschaal. De weegschaal behoort tot de zes „positieve” of juister gezegd „extraverte” tekens. Extravertie betekent dat men meer op veruiterlijking uit is en makkelijker contacten legt.
Samen met de Tweelingen en de Waterman is de Weegschaal één van de drie luchttekens in de zodiak. Luchttekens zijn geneigd tot een soepele uitwisseling van gedachten en houden van gezelschap. Lucht is het element van het denken. Wie geboren is met de zon in een luchtteken, zoekt naar een logische of rationele verklaring voor het bestaan.
Voorts behoort Weegschaal samen met Ram, Kreeft en Steenbok tot de cardinale of hoofdtekens. De hoofdtekens zijn gericht op initiatiefnemende werkzaamheid. Elk op hun manier, zijn ze leidinggevend. De Ram is een onstuimig en soms voortvarend leider, de Kreeft heerst met haar gevoel en speculeert op de gevoelens van anderen om haar omgeving te domineren, de Steenbok is een nuchter en onverstoorbaar heerser, en de Weegschaal poogt haar gelijk te bekomen door diplomatie, door te werken met charme.
Over het teken Weegschaal domineert immers de planeet Venus, de planeet van de liefde, de vriendschap, de kunst en het lekkere leventje. Vandaar dat Weegschalen over ’t algemeen vriendelijke mensen zijn en altijd erop uit om tegenstellingen met elkaar te verzoenen.
De Weegschaal bekijkt zodanig alle zijden van een probleem, dat ze uiteindelijk moeilijk een knoop kan doorhakken. Dit bezorgt haar de reputatie een weifelaar te zijn en iemand zonder ruggegraat.
Weegschalen zijn gericht op samenwerking en samenleven. Het schijnen dus uitstekende huwelijkspartners te zijn. Ze zijn zeer gehecht aan evenwicht en harmonie: chaotische toestanden kunnen hen danig van hun stuk brengen. Wegens de invloed van Venus zijn ze wel wat lui en laks en zeer gesteld op een net uiterlijk. Ondanks hun extravertie blijven ze nogal bescheiden. Ze hebben behoefte aan vrede, eerlijkheid, rechtvaardigheid.
Ze zijn betrouwbaar, verfijnd, kunstzinnig, pacifistisch. Maar als de harmonie in hun omgeving of in hun leven wordt verstoord, kunnen ze opeens kregelig van zich afbijten. Hun voornaamste gebreken zijn hun ijdelheid, besluiteloosheid en luimigheid.”
84 lode willems op knackLode Willems is ondertussen 75 en met pensioen sinds 1997. Hij gaf een boek uit bij VUBPress over “Buitenaardse Beschavingen” (“zeer wetenschappelijk bekeken”, zegt hijzelf) en heeft ze daar beloofd dat hij een tweede boek zou schrijven, over de (verre) toekomst van ruimtevaart (“de buitenaardse mens”) maar daar is hij nu nog altijd mee bezig.
Ondertussen schreef hij dan maar in mei 2007 onder de naam Louis de la Fortune het satirische sprookjesboek “De Heks van Heultje“. De titel is een beetje misleidend, zoals de auteur zelf toegeeft. De ondertitel “dertien sprookjes over godsdienst en seks bij kabouter en heks” is al dichter bij de waarheid, maar “raap alle zesentwintig hoofdstukken bijeen en je komt niet eens aan dertien sprookjes” (p.195). “Je hebt dus negen sprookjes in plaats van 13, maar ik vond 13 zo’n prettig heksengetal. Zoals mijn heks uit Heultje moest komen omwille van de alliteratie, zo moest er een cijfer 13 op de omslag staan omwille van de sfeer” (p.198).
Uiteraard zijn het geen vrijblijvende sprookjes. Op p.190 valt Lode zelfs uit zijn rol van “cynisch satiricus” om op een paar bladzijden reeds een voorsmaakje te geven van het bewijs dat hij later wil uitwerken waarom de 21ste eeuw in zijn ogen de eeuw van het communisme zal worden.
Men kan zich afvragen waarom hij überhaupt voor het sprookjesgenre heeft gekozen om dit boekje uit te geven, waarin hij toch een paar ernstige stellingen poneert. Want samen met de auteur (op p.134) kan men zich de vraag stellen: “is het niet een beetje grof? Vulgair? Om niet te zeggen: puberaal onnozel”? En kabouter Professor, het alterego van de auteur, antwoordt hem meteen: “Dat is het zeker (…) En we gaan daar bakken kritiek voor krijgen. Maar ge moet u daar niks van aantrekken. Les critiques sont comme les eunuques: ils savent mais ils ne peuvent pas.
Alphons de Lamartine (want het citaat is van hem) is daarmee minder vriendelijk dan de Canadese zanger Robert Charlebois, die in zijn chanson “Ordinair” tenminste nog stelt: “Ce sont des ratés sympathiques.”
Maar geen nood, de critici komen dan toch nog altijd beter weg dan de eindredacteuren, want die “zien vrijwel nooit het verschil tussen een taalvondst en een taalfout. Ze zijn doorgans (sic) niet slim genoeg om spitsvondigheden te begrijpen. Argeloos gommen ze die dan weg om ze te vervangen door een van hun zelfverzonnen, nietszeggende platheden.” (p.205)
Nochtans had Lode best een goede eindredacteur kunnen gebruiken, want in een boek dat (terecht) vaak de verloedering van het taalgebruik hekelt, is het toch wel jammer dat er zoveel fouten in voorkomen. Vaak gewoon slordigheden, maar toch ook een paar kanjers van dt-fouten. Of zou het anarchisme van Lode zover reiken dat hij hier de krompraters van over de Moerdijk (“als ze het maar begrijpen, dat is voldoende”) naar de mond zou praten? Ik kan en ik wil het niet geloven.
38 lode met zijn teefje, ludo kneepkens en milan ryzlMet astrologie hou ik me sinds lang niet meer bezig,” schrijft Lode verder, “wel nog altijd met onderzoek en ontwikkeling van het zesde zintuig bij de mens. Sinds ik voor Knack eens een alfa seminarie of ook nog silva training genaamd, ging volgen (1976) en moest vaststellen dat telepathie geen science fiction is, sindsdien heb ik nog altijd contact met een van de pioniers van het parapsychologisch onderzoek, de Tsjechische fysicus Milan Ryzl (op de bovenstaande foto uiterst rechts) doch voor Dubceks tijd gevlucht en in Californië beland. Hij is nog een ietsje ouder dan ik en schrijft ook nog altijd boeken, zoals zijn jongste : “Voyage to the rainbow – reminiscences of a parapsychologist” en “Searching for happiness in troubled waters” waarin hij ook politieke standpunten inneemt over Bush, de buitenlandse politiek van de USA en het kapitalisme, politiek gezien staat hij nogal links democratisch. We mailen elkaar geregeld en sturen elkaar elkaars boeken. Hij leest immers nog een beetje Nederlands, leerde dit in jaren zestig om een boek van de Utrechtse professor William Tenhaeff (op onderstaande foto eveneens uiterst rechts) te kunnen lezen.”
81 lode willems bij professor tenhaeff“Intussen ben ik sinds de week na mijn 69ste verjaardag begonnen met iets wat ik in mijn leven tot mijn spijt nog niet had gedaan: muziek leren. Intussen speel ik nu al een beetje dwarsfluit en tenorsax. Ik wissel af, een jaartje dwarsfluit volgen en dan weer een jaartje sax, sax is mijn eerste jaar en ik haalde in juni mijn diploma ‘met glans’. Wat nog niet betekent dat ik nu niet meer vals speel, ik weet niet of ik nog lang genoeg gezond en levend kan blijven om het niveau van Charlie Parker te halen, ik weet zelfs niet of iemand ondanks gezond en levend zo’n niveau kàn halen
.”
In oktober 2014 liet Lode me weten dat zijn boek “Den Vaderland Getrouwe” uit was. Het is een e-boek in PDF-formaat en gaat over verleden, heden en toekomst van de Nederlanden (Benelux) en waarin dus ook de Vlaamse Beweging wordt belicht. “Sinds de val van Antwerpen in de 16e eeuw is het fout beginnen lopen. Het tweede ongeluk in de geschiedenis van ons Nederland was de splitsing in 1830,” aldus Lode. En hij gaat verder: “Ernst en humor wisselen met elkaar af in dit boek. Het is voor een deel een compilatie van wat LW-Med hieromtrent bracht. Slechts voor een deel. Al de rest is nieuw. Het kost 9 € maar voor het lezerspubliek van LW-Mededelingen slechts 8 €. Als u het wil hebben, mail me dan en ik stuur het je op, samen met het bankrekeningnummer waar u dan in de komende dagen of weken, als u eens langs uw bank passeert, mij die 8 € kan schenken. En als er veel om wordt gevraagd, zorg ik ook voor een papieren versie. Maar omdat hier de productiekosten een stuk hoger liggen, zou die papieren versie dan tussen de 20 en 25 € kosten.”

Referenties
Ronny De Schepper, “Revolutie moet de geesten en de grenzen vrijmaken”, De Rode Vaan nr.26 van 1981
“De Heks van Heultje” (206 blz., 20,50 cm x 14,50 cm) is verkrijgbaar in de betere boekhandel of men kan het bestellen door storting van 17 € (port incluis over heel de planeet) op rekeningnummer 230-0013758-04 met vermelding “Heks”.
Lode Willems heeft ook een eigen tijdschriftje, dat je gratis per email kunt ontvangen. Naam opgeven bij lodehhwillems@skynet.be.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.