Sammy Nelson wordt 65…

NELSON_SammyVandaag wordt de Noord-Ierse international Sammy Nelson 65 jaar. Nu is hij coach, maar in 1971 heb ik een week samen met deze man onder één dak doorgebracht toen hij bij Arsenal speelde.

Na veertien dagen Hastings ging ik in september 1971 nog een week naar Londen waar ik logeerde in Muswell Hill. Dat kwam door een merkwaardig toeval. Op de trein naar Hastings was ik immers een vrouw tegengekomen, die naar mijn reisplannen informeerde. Ik antwoordde dat ik na Hastings naar Londen wou trekken, maar dat ik eigenlijk nog geen idee had hoe ik dat zou aanpakken. “Waarom kom je niet bij mij logeren?” stelde ze voor, want zij bood verder ook nog onderdak aan Sammy Nelson, de Noord-Ierse internationaal van Arsenal, en twee jongere spelers, een Davies uit Wales en een Hamish uit Schotland, waarvan ik later nooit meer iets heb gehoord. Het grappigste was nog dat ik, geen voetbalfanaat zijnde – ik heb bijvoorbeeld een uitnodiging om mee te gaan naar Arsenal afgeslagen! (*) – vooral contact zocht met de vijfde logé, een kunststudent. Maar, guess what, die kunststudent was nog meer voetbalgek dan de drie profspelers samen!
Maar goed, popliefhebbers zullen nù wel weten dat omstreeks dezelfde tijd The Kinks hun elpee “Muswell Hillbillies” aan het inblikken waren, maar dat wist ik op dat moment nog niet. En nog minder wist ik dat mijn nieuwe idool Rod Stewart (de single “Maggie May”/”Reason to believe”, samen met “Penny Lane”/”Strawberry fields forever” van The Beatles de beste single aller tijden, was toen pas uit) op dat moment eveneens in Muswell Hill woonde, al werkte hij er allicht niet meer in “the sweet shop”, wat hij daarvóór nog wél had gedaan.
Wie ik daar anderzijds wél hoorde was de hardrock-groep Tank (later nooit meer iets van vernomen). Dat was in een café, waar ik voor het eerst een broodje met kaas en ajuin at. “Cheese and onions,” zoals ook The Rutles reeds zongen. Zeer lekker, maar ’s anderendaags was ik zeer ziek, want mijn maag verdraagt geen rauwe ajuin.
Ik bracht ook een bezoek aan het British Museum. Dat was helemaal gratis, zoals dat in Groot-Brittannië toen (en hopelijk nu nog) gebruikelijk was. Veel herinner ik me niet meer van mijn bezoek. Als je naar het BM gaat, moet je natuurlijk de mummies gaan bezichtigen, maar eigenlijk was ik op dat vlak veel meer onder de indruk van een “gewone” dode, wiens lichaam in het warme woestijnzand “op natuurlijke wijze” gemummificeerd was. Alhoewel hij al duizenden jaren dood was, bleef hij voor mij nog steeds een mens, wat van de mummies niet altijd kan gezegd worden. Die mummies werden overigens vaak in oude papyrusrollen gewikkeld, waarop landkaarten, boekhoudingen en medische teksten stonden. Recyclage dus. Maar ook een bron van informatie voor wetenschappers van nu. Dat alles werd uit de doeken gedaan (haha!) in het wetenschappelijke magazine “Abenteuer Wissen” op Duitsland 2 onder de aanlokkelijke titel “Versteckte Botschaften aus dem alten Ägypten”.
En natuurlijk moest ik ook de stoel eens gaan bekijken, waarop Karl Marx pleegde te zitten als hij in het BM kwam werken. Zouden ze dat op dat moment dan al geweten hebben dat die stoel een speciale attractie zou worden of worden we hier grandioos belazerd?
Maar verder herinner ik me niet veel meer van mijn museumbezoeken in 1971. Ik had dan ook wel wat anders te doen. Zo ging ik naar “Hair” in het Shaftesbury Theatre in een regie van Derek Wadsworth en een decor van Tom O’Horgan. Met Caroline Lyndon (Sheila; °1951; maakte deel uit van de Rahda Krishna Temple wanneer die de Hare Krishna Mantra opnam), Paul Nicholas (Claude; °London, 1945; won onder de naam Oscar de Knokke Cup in 1967), Maxine Nightingale (mother; °Wembley 1952), Gary Hamilton (Berger; °New York 1948), Kimi Wong (Crissy; °South Africa 1952), David Charkham (Woof; °1948; speelt ook in “Space odyssey”), Diane Langton (Jeanie; °1947; debuteerde als stripper), Trevor Ward (Hud; °Barbados, 1953) en Alex Harvey (1935-1982) maakte als gitarist deel uit van het orkest!
En op het einde van de week ging ik met een zekere Susan Hoy (**) naar Ten Years After. In het voorprogramma van Ten Years After stond overigens een groepje dat (terecht) hartstochtelijk werd uitgejouwd en later nochtans “redelijk” bekend zou raken als… Supertramp. Tussen de twee in tokkelde een Cat Stevens-achtig figuur wat op een akoestische gitaar. Zijn naam was Keith Christmas. Van hem heb ik nooit meer iets vernomen.
Alvin Lee vertelt nu dat hij zich in die tijd niet zo goed voelde (***), maar daar viel dan toch niet veel van te merken!
Dat hele concert kostte overigens amper fifty cent, die ik bovendien van mijn huisbazin meteen cadeau kreeg toen ze hoorde dat ik haar dochter Susan er mee naartoe ging nemen, want het arme kind was erg toe aan een avondje uit. Ze was namelijk pas gescheiden. Maar ofwel kende zij haar dochter niet goed, ofwel maakte het deel uit van een diabolisch plan, maar de dochter in kwestie was zeker geen treurend besje. Tijdens het concert bood zij mij een witte substantie aan om te snuiven (wat ik nogal verbouwereerd afwees, want het was de eerste keer dat ik daarmee in aanraking kwam) en toen ik na het concert voorstelde om het feest nog wat langer te laten duren, stelde ze onmiddellijk her place voor. Ik moet wel toegeven dat ik ietwat ongelukkig de wending Let’s spend the night together (verdomde popmuziek!) had gebruikt. Ook hiervoor was ik helaas nog wat te groen achter de oren.

Ronny De Schepper

(*) Dit in tegenstelling tot niemand minder dan… Osama bin Laden die, toen hij in de jaren negentig in Londen verbleef, een trouwe supporter was van Arsenal. Zo woonde hij o.m. de match bij tegen Standard in het seizoen 1993-1994, die door Arsenal met 3-0 werd gewonnen (op Standard waren ze reeds met 0-7 gaan winnen, nog steeds de grootste uitzege van de “Gunners”).
(**) Een andere uiteraard dan die uit Hastings, enkele dagen daarvóór.
(***) “Ik heb nooit deel willen uitmaken van de muziekindustrie, maar een jaar na Woodstock was ik dat plots wél. Tot het festival zelf bleef het redelijk stil: voor ons was Woodstock gewoon een van de vele festivals. Het jaar daarna bleven we in kleine zaaltjes spelen. Maar toen kwam de film uit… Ik begon me een commercieel product te voelen, verloor het contact met mezelf. Waar was die working class boy die alleen maar blues wilde spelen? Later zegden mensen me dat ik zo groot had kunnen zijn als Eric Clapton. Maar ik hoef niet in elk land een huis en een Ferrari. In 1974 ging Ten Years After uit elkaar. De andere groepsleden toeren vandaag nog altijd onder de oude groepsnaam, maar zonder Alvin Lee. Dat is toch boerenbedrog? Maar ik maak me er ook niet te druk over. Het is maar muziek, en ik wil niet mijn hele leven in advocatenkantoors slijten. En live speel ik nog altijd songs als I’m going home. Die klinkt geen twee keer hetzelfde.” (GVA, 2/11/2007)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.