Twintig jaar geleden maakte ik voor Steps Magazine het volgende overzicht van het filmjaar 1993…

We kunnen er niet omheen: hoe men het ook draait of keert, het filmjaar 1993 zal de geschiedenis ingaan als het jaar van “Jurassic Park”. En zeggen dat de dinosauriërs beter waren dan de acteurs zal daaraan niet veel verhelpen. Vooral Laura Dern, voor wie ik tot nu toe nochtans een boontje had omwille van “Rambling Rose” en “Wild at heart”, bleek vreselijk door de mand te vallen. Maar alles bij elkaar mocht dat de pret niet drukken: de dino’s waren “larger than life” en als de actie eenmaal op gang is (al duurt de aanloop wat lang, dat is waar) herkennen we de bovenste beste Spielberg weer.
LEUGENS
Als we echter een naam met 1993 moeten verbinden, is het misschien toch niet die van Spielberg zelf, maar wel die van zijn scenarist Michael Crichton. Deze schreef immers ook ‘Rising sun’, een thriller die – zoals Barry Norman het uitdrukte – “net zoals Jurassic Park handelde over een kleiner ras dat erin slaagt een groter ras uit te schakelen”. Nog een geluk dat blijkbaar niet veel mensen deze uitlating hebben gehoord of goeie ouwe Barry was misschien ook betrokken geraakt in de controverse die er is ontstaan over het “racistische” karakter van deze film. En dan werd de politieke ondertoon van het boek nog erg afgezwakt in deze Hollywood-film van zowat de enige firma die nog niet in Japanse handen is…”Rising sun” werd in de handen van Philip Kaufman (“The unbearable lightness of being”) een vermenging van “Sliver” en “Het rijk der zinnen”, aangezien het immers over een moord gaat, die verband houdt met een seksuele variant die we het klaarkomen in ademnood zouden kunnen noemen. M.a.w. de ene partner laat zich wurgen (of stikken in een plastic zak) door de andere. Onnodig te zeggen dat dit een uiterst gevaarlijke praktijk is en een ongelukje is dan ook snel gebeurd (zoals in de finale van de sublieme Japanse erotische film “Het rijk der zinnen”). Maar is het wel een ongelukje? Daar komt dan het “Sliver”-aspect opduiken: want met hypertechnologische camera’s werd alles gefilmd. Is echter alles wat op een film te zien is ook wel echt gebeurd? Na “Jurassic park” kan men daarop alleen maar “nee” antwoorden natuurlijk. En dat antwoord komt dan van Tia Carrere, de prachtige exotische schoonheid die we reeds kenden uit “Wayne’s world”. De regisseur is echter zo stoutmoedig geweest haar als gehandicapt voor te stellen, om een bijkomend licht te werpen op de meedogenloosheid van het Japanse systeem. Racisme? Leugens? Realiteit, zeggen mensen die beweren het te kunnen weten. Want Tia die verder op alle vlakken briljant is, wordt daardoor toch terzijde geschoven in de Japanse maatschappij. Nochtans, wie zou een kostbare Japanse vaas negeren, ook al is er een barstje in? Iemand met een handicap die op erotisch gebied de show steelt: je komt het niet vaak tegen, het zet aan tot nadenken over begrippen als schoonheid en aantrekkelijkheid tot erotiek zelf en het zal allicht veel meer bijdragen tot de integratie van gehandicapten in de maatschappij dan vele goedbedoelde maar betuttelende films. Van mannelijke kant is Sean Connery als “senpai” (een soort van meester) schitterend, maar Wesley Snipes (o.a. van “Jungle Fever”) is eveneens goed gecast als “kohai” (leerling) en als tegengewicht voor de tot het Oosten bekeerde Connery. En als Connery hem dan influistert:We may be a race of MTV-rappers but they aren’t!” is
dat dan ook racisme?
HET DAGHET INDEN OOSTEN
Racistisch of niet, “Rising sun” was toch ook een symptoom van het succes van de “oosterse golf” in de films anno 1993. “Indochine” kreeg bij de oscars de voorkeur op onze Aalsterse “Daens”. De Gouden Beer in Berlijn werd gedeeld door “Het huwelijksbanket” van Ang Lee (een zoetzure komedie uit Taiwan over een Chinese homofiel in Amerika die een schijnhuwelijk aangaat om iemand een verblijfsvergunning te verschaffen) en “De vrouwen van het meer van de geparfumeerde zielen” van Xie Fie (een Chinese film over een zakenvrouw die problemen heeft in haar privé-leven). “Farewell to my concubine” van Chen Kaige deelde met “The Piano” de Gouden Palm in Cannes, terwijl één van de juryprijzen ging naar “The Puppetmaster” van Lou Hsiao Hsien en de prijs van de beste debuutfilm naar “De geur van de groene papaya” van Tran Anh Hung. Alleen Venetië vormde de uitzondering: daar gingen “Trois couleurs: bleu” van Kieslowski en “Shortcuts” van Robert Altman (overigens terecht) met de prijzen lopen.Verder zijn er bij deze jaarwisseling nog “M.Butterfly” van David Cronenberg over de liefde van Jeremy Irons voor een opera-diva die echter John Lone blijkt te zijn en “Little Buddha” van Bernardo Bertolucci, waarin Keanu Reeves, het lievelingetje van Tom Lanoye, de rol van de jonge Boeddha vertolkt.Het grote succes van de Chinese films met hun trage ritme, hun ingehouden passie en hun grote aandacht voor de vorm is misschien echter nog beter te merken in de weerslag op de westerse filmproductie. Kan men “The remains of the day” van James Ivory met Anthony Hopkins, Emma Thompson en James Fox nog beschouwen in dezelfde lijn als “Howard’s End” (maar nu wel met een Engelse auteur van Japanse afkomst als schrijver van de roman!), dan is vooral “The age of innocence” van Martin Scorsese daarvan een illustratie. De show wordt hier gestolen door Michelle Pfeiffer, nadat ze dit jaar reeds een oscarnominatie en een Gouden Beer kreeg voor haar rol in “Love-field”.
SEKS
Al kan je “Rising sun” zelf er niet echt toe rekenen toch was de film eveneens een aanduiding dat de rage van de erotische thrillers een jaartje aan verlenging toe was. Er zal wel eens een reusachtige flop nodig zijn om er een halt aan toe te roepen. Sommigen dachten dat dit met “Sliver” en “Body of evidence” reeds het geval zou zijn, maar ondanks een aantal negatieve kritieken is dit toch niet helemaal waar. Het leukste moet immers nog komen: “Fatal instinct” is een parodie op het genre gedraaid op het stramien van “Hot shots” of “Naked gun”! Nog tegenvallers, ofwel als thriller, ofwel op het vlak van erotiek waren “Guilty as sin”, “Consenting adults”, “Love crimes”, ‘Traces of red”, “Kalifornia”,
“Boxing Helena”en ik vergeet er zeker nog een handvol. Maar dé flop van het jaar was voor mij “The vanishing” van de Nederlander George Sluizer. De oorspronkelijke versie, “Spoorloos”, vond ik een ontzettend knappe film, maar deze remake is uiteindelijk de grootste schande van het jaar geworden. I.p.v. de intellectuele amateur-wielrenner (gebaseerd op de auteur van het boek, Tim Krabbe) die zijn vakantie doorbrengt in het zuiden van Frankrijk, stonden er op het dak van de wagen van Kiefer Sutherland wel mountainbikes, maar er werd niets mee gedaan, net zoals men met zijn hele personage geen weg wist. Jeff Bridges van zijn kant mocht wel een leraar blijven (chemie), maar niet langer de briljante wiskundige die de perfecte moord pleegt. Nee, hij werd eerder een “gewone” Amerikaanse “fruitcake“, zoals er zoveel in Hollywoodfilms rondlopen. Maar dat is nog het minste aspect van de hele “Hollywoodisering” van deze film: op het ogenblik dat de originele film eindigt (namelijk met het vreselijk beklemmende beeld van onze landgenoot Gene Bervoets met de aansteker in de kist) komt er zowaar nog een half uur gratis en voor niks bij. Een kopie van het einde van “Cape Fear” met elke minuut een nieuwe wending, met doden die weer tot leven komen en natuurlijk met een happy end. Geef toe, op die manier zijn er tal van mogelijkheden: King Lear verzoent zich met zijn boze dochters, Ophelia is niet écht dood, Othello en Desdemona leven nog lang en gelukkig, enz. Om echter op een optimistische noot te eindigen: op erotisch vlak wordt volgend jaar Lena Olin opnieuw gesignaleerd. Samen met Willem Dafoe draait ze in Italië “La nuit et le moment”. Jean-Claude Carrière, de scenarist van “The unbearable lightness of being”, schreef speciaal voor haar dit verhaal over vrijgevochten seksuele zeden in de achttiende eeuw. Een gelijkaardig onderwerp wordt ook behandeld in “Lou n’a pas dit non” over Lou Andreas Salomé, een vreselijk intelligente vrouw, tevens een SM-meesteres die o.m. Friedrich Nietzsche en Rainer Maria Rilke tot haar slaven mocht rekenen. Masochistische literatoren, zou dat nog eens geen onderwerp zijn voor Jambers? Hubert Lampo en Hugo Claus dienen zich volgens Johan Anthierens reeds klaar te houden!

Referentie

Ronny De Schepper, Sex, lies and dinosaurs, Steps Magazine december 1993

2 gedachtes over “Sex, lies and dinosaurs

    1. Nee hoor, het is gewoon een technische kwestie. Ik wil dit artikel antidateren (naar 31 december 2013), maar daarvoor moet ik het eerst eens laten verschijnen. De tekst zit op dit moment in de pijplijn (!?) maar zal dus straks op die datum verschijnen. Ja, er moeten misschien andere manieren zijn om zoiets te doen, maar met mijn beperkte computerkennis is dit het beste was ik kan doen…

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s