Er is nogal wat te doen rond de “Auwch”-award voor “meest vrouwonvriendelijke uitspraak”, uitgereikt door de Vrouwenraad voorgezeten door Magda De Meyer. Deze weinig benijdenswaardige prijs gaat immers naar een column van Standaard-journalist Tom Heremans, die zich daarin een beetje vrolijk maakte over de naaktkalender uitgegeven door Lieve Blancquaert en Annemie Struyf (foto Radio 1).

Heremans schrijft o.a. “Loop niet meteen weg, het is niet omdat Annemie het initiatief nam, dat ze zelf ook uit de kleren gaat“. Of nog: “Als u graag naar ruïnes kijkt, dan zouden we u aanraden nog een dagje geduld uit te oefenen en er zondag tijdens de Erfgoeddag op uit te trekken.
Deze uitspraken, misschien vergelijkbaar met de jaarlijkse conférence van Geert Hoste, maar in de verste verte nog niet eens van het niveau van onze “hardere” stand up comedians, werden hem zwaarder aangerekend dan “vrouwen die seksueel worden aangevallen, lokken dat zelf uit” van priester Piero Corsi of “als bedrijven verplicht worden om vrouwen in hun bestuur op te nemen, zal de kwaliteit erop achteruitgaan” van baron Paul Buysse.
Terecht gaat Liesbeth Van Impe in haar editoriaal vandaag dan ook op haar achterste poten staan om haar collega te verdedigen, vooral omdat in de toelichting blijkbaar een vergelijking wordt gemaakt tussen dit soort grappen en “grappen” als de fameuze “hoerenpagina’s” op Facebook. Wie dat verschil niet ziet, “gaat helemaal uit de bocht,” schrijft Van Impe. “En bevestigt nog eens het torenhoge (en foute) cliché dat vrouwen geen gevoel voor humor hebben.”
Ook Saskia De Coster haast zich om eraan toe te voegen: “Door hem deze prijs te geven, bevestig je net alle vooroordelen die er rond feministes hangen: dat het een bende anti-mannelijke zuurpruimen zijn.”
Toch blijft Magda De Meyer de beslissing verdedigen: “Zijn opmerkingen waren denigrerend voor oudere vrouwen. Wij vechten tegen de uitbuiting van vrouwen in Oost-Congo, maar ook dit is onze taak: de vraag stellen waar de humor stopt en waar de aanval begint.”
Ik zou zeggen: Oost-Congo en deze column in één zin samenbrengen, is alweer een zware uitschuiver, maar laten we het liever over iets anders hebben. Wie zit er namelijk in die jury die deze prijs heeft uitgereikt? Dat heb ik nergens kunnen vernemen. Twintig bladzijden verder lees ik in dezelfde krant echter iets over de vrouwvriendelijke Wauw-award die naar Koen Wauters van Clouseau is gegaan. En daar staan de juryleden wél vermeld, namelijk Eva Mouton, Annick Ruyts en… Lieve Blancquaert. Waarom fluistert een duiveltje op mijn linkerschouder mij nu in het oor dat het niet verwonderlijk zou zijn, mocht dit ook de jury zijn geweest voor het uitreiken van de Auwch-award?

“Loslopend wild” en “Tegen de sterren op”

Ik was overigens ook niet wild van “Loslopend wild” op één, echter zonder daar nu meteen grote theorieën aan te koppelen over “vrouwen en humor”. Nee, ik vond de diverse scenariootjes gewoon niet goed (genoeg) geschreven. Zoals August Vermeylen destijds om “more brains” stond te roepen, zo roep ik al jaren om “more writers” en vooral “better writers” (de roep om “more writers” heeft enkel maar zin omdat je meer kansen hebt dat er in een groter geheel toch enkelen bovenuit springen). Maar ik heb meer en meer de indruk dat ik een roepende ben in de woestijn. Dat gemis aan goede scenaristen blijkt volgens mij trouwens nog altijd veel meer uit het gelijktijdig geprogrammeerde “Tegen de sterren op” op VTM. Men zegt dat de imitaties daar van uitstekende kwaliteit zijn (ik heb daar zo mijn bedenkingen bij, maar goed), maar dat volstààt natuurlijk niet. Je moet die imitaties neerzetten in een geestig scenario. En daar loopt het nog altijd mank. Dat is trouwens al een oud zeer. Zelfs Chris Van den Durpel (volgens mij nog altijd de imitator par excéllence) kan daarover meespreken. “Sketch à gogo” van Stany Crets en Peter Van den Begin is veruit het beste programma op het vlak van scenario schrijven. Een absurde grap als die over een indiaan en zijn paard is inderdaad te zwak, zelfs voor het moppenwinkeltje van Franske, maar door ze te verwerken in de rest van de uitzending kan men zelfs zeggen dat deze die bewuste aflevering drààgt. Maar goed, om niet al te negatief te zijn: een voorbeeld van hoe het moet, is het zogenaamde “Klagerfestival”. Dààraan is gewerkt. Dàt zijn goede teksten. Proficiat.
VROUWEN EN HUMOR
Maar dit gezegd zijnde, heb ik wel al sinds enkele jaren wat bedenkingen over “vrouwen en humor” op mijn blog staan en ik ben natuurlijk niet zo achterlijk om niet van de gelegenheid te profiteren om deze nog eens in the spotlights te plaatsen…
Van Jan De Smet van de Nieuwe Snaar is deze merkwaardige vaststelling (DS, 30/1/1991): “Ik zou niet onmiddellijk iemand kunnen noemen die de vrouwelijke pendant van Urbanus is. Privé kunnen vrouwen wel humoristisch zijn, maar op het podium lukt het niet. Ik verwijs daarbij naar Myriam Thys, de zwakste schakel in de radioprogramma’s De Taalstrijd en De Perschefs.
Toegegeven, in 1991 was Els De Schepper (geen Familie, maar Wittekerke) nog niet actief en evenmin De Bloeiende Maagden of De Dulle Roeckers, maar dat zal alvast weinig aan deze vaststelling veranderen. In Nederland ligt dit wel enigszins anders. Naast namen als die van Fien de la Mar of Jasperina De Jong hebben we daar ook nog Angela Groothuizen (bekend van de Dolly Dots en “Sex met Angela”), Karin Bloemen, Marijke Boon en Brigitte Kaanendorp. En in het buitenland is er natuurlijk French & Saunders of Bette Midler, maar precies die vulgariteit spreekt mij niet erg aan.
In 1998 treedt Bruno Wyndaele dit standpunt nog steeds bij, zij het enigszins genuanceerd: “Voor De Rechtvaardige Rechters (radio) hebben we best een aantal grappige vrouwen gevonden. In De Commissie Wyndaele (televisie) zitten geen vrouwen omdat vrouwen dat niet graag doen. Maar ik heb me bij de selectie niet door het geslacht van de kandidaten laten leiden. Ik heb enkel gezocht naar ‘de besten’. Achteraf stelde ik vast dat daar geen enkele vrouw tussen zat. Een vaststelling waaraan geen seksistische, maar een anti-seksistische beslissing ten grondslag ligt.” (De Morgen 4/9/1998)
Tijdens een klein festivalletje van stand-up comedy in het NTG konden we bovendien vaststellen dat ook het publiek overwegend uit mannen bestond, terwijl dit voor alle andere uitvoerende kunsten (opera, ballet, theater, moderne dans, noem maar op) precies het omgekeerde is!
Volgens prof.Stefaan Lievens van het Centrum Medische Psychologie en Neuropsychologie in Weekendknack van 11/3/1998 heeft dit wél met seksisme te maken: “De vrouw wordt geacht zichzelf meer onder controle te hebben, zich emotioneel meer te beheersen, niet te extravert te zijn.”
Interviewster Jo Blommaert weet niet wat ze hoort: “Er wordt toch altijd gezegd dat vrouwen juist wél emotioneel zijn en – in tegenstelling tot mannen – ook mogen zijn?” Maar meteen geeft ze zichzelf ook antwoord: “Hangt het er dan van af over welke emotie het gaat: de lach of de traan? Een man mag niet huilen en een vrouw mag niet lachen?”
Een andere mogelijkheid is vrouwen wel gevoel hebben voor humor, maar bang zijn om af te gaan. Dat zou dan eveneens een maatschappelijk gegeven zijn, vergelijkbaar met het feit dat een vrouw – alle emancipatie ten spijt – nog altijd uiterst zelden een man ten dans zal vragen, laat staan ten huwelijk…
Prof.Lievens gaat verder: “Bovendien zullen diegenen die zelf minder grappen maken, er vaker het voorwerp of slachtoffer van zijn. Dat is volgens mij een reden waarom vrouwen in moppen vaak een ondergeschikte positie innemen. Er bestaan veel moppen over schoonmoeders maar weinig over schoonvaders.”
In “Onvoorziene omstandigheden” (VRT) was er nog tamelijk wat vrou­welijke inbreng, o.m. via de Speeltheater-meisjes Ineke Nijssen en Jeanne Pennings, maar toen VT4 de formule overnam voor “Geert Hoste’s Comedy Cup” was Ilse Verheyden nog de enige die haar mannetje moest staan. Zelf verklaart ze daarover in De Morgen van 2/9/1999: “Al geef ik volmondig toe dat ik het tempo van mijn mannelijke collega’s nauwelijks kan volgen. Mannen zijn nu eenmaal taalvaardiger, maar we doen ons best om ze bij te benen.”
Kort daarop reveleerden Tine Embrechts als Kelly the Pornoqueen in het “Peulengaleis” en Barbara Sarafian in “Het Leugenpaleis”, “Blinde Vinken” en “De Rechtvaardige Rechters” zich echter als ware talenten. Tine Embrechts in Weekendknack van 3/11/1999: “De clown uithangen is iets wat mij altijd al goed afging, ik heb dat gewoon in mij. Maar ik merk wel dat mensen het van een vrouw minder gemakkelijk aanvaarden. En er zijn ook niet veel vrouwen die het graag doen, denk ik, ze zoeken het eerder in het mysterieuze of het verleidelijke.”
En Sarafian in DS Magazine van 22/10/1999: “Geef vrouwen een man om het huishouden te regelen en voor alle praktische zaken te zorgen en je zult wat meemaken. Vrouwen ontberen vaak de tijd om grappig te zijn. Al ben ik ervan overtuigd dat mannen en vrouwen een heel andere humor hebben. Voor een man is een grap een grap. Een vrouw associeert het met iets anders. Het is de nieuwe trend te zeggen dat humor humor is, of het nu een vrouw of een man is die de grap vertelt. Onzin. Er zitten vrouwen in het publiek die me van de eerste seconde niet kunnen luchten. Ach, vrouwen en humor. Hoe minder erover gepraat wordt, hoe beter.”
Toch kan ze het zelf niet laten. Ook zij laat zich nog eens gaan in de speciale Knackweekend-editie gewijd aan het Gentse Filmfestival van 1999: “Je moet spitsvondig zijn maar niet pinnig, je mag best een beetje gewaagde praat uitslaan – dat vinden mannen tof – maar niet vuilbekken, want dat is vulgair. Humor is ook een kwestie van timing en de meeste vrouwen missen de training die je daarvoor nodig hebt. Tot voor kort werden wij immers niet verondersteld om in het openbaar de grapjas uit te hangen. Daarom zijn er volgens mij zo weinig grappige vrouwen in de media. Wat jammer is, want volgens mij zijn alle vrouwen grappig. Vrouwen zijn immers met zoveel dingen tegelijk bezig dat er wel van alles moet mislopen. En als je daar de humor niet van inziet, kom je de dag niet door.”
Een supporter van Sarafian is Dimitri Desmyter, die samen met Stef Van Poucke het stand-up duo Loslopend Wild vormt, tevens de kern van de Gentse Lunatic Comedy Club. Desmyter heeft zijn eindwerk voor communicatiewetenschappen gewijd aan het verschil tussen “mannelijke” en “vrouwelijke” humor. En wat blijkt? Mannen blijken graag te lachen met iemand anders, terwijl vrouwen het eerder appreciëren dat iemand met zichzelf kan lachen. Merkwaardig genoeg komt dit overeen met wat traditioneel als het onderscheid tussen Franse en Engelse humor wordt beschouwd: de Engelsen lachen vooral met zichzelf, de Fransen lachen vanuit hun hautaine chauvinisme liever met anderen…
Aan de improvisaties à la “Onvoorziene omstandigheden” doen overigens wel meer vrouwen mee, maar het kost heel wat overredingskracht om ze te bewegen ook aan stand-up comedy te doen. Er is immers uiteraard een groot verschil tussen beide genres. Volgens Desmyter mag je stellen dat stand-up voor 80% wordt uitgeschreven, terwijl men voor 20% inspeelt op de reacties uit het publiek. Als voorbeelden van nieuwste stand-up geeft hij Koen Opdenberg, Clovis Braakland, Henk Rijkaard en Bert Kruismans, de winnaar in 1999 van de Tweejaarlijkse Lunatic Comedy Cup tijdens de Gentse Feesten. Maar dus inderdaad geen enkele vrouw…
Tom Lanoye in het Gentse tijdschrift Zone 09 van 30/5/2007: “Stand-up comedy is een problematisch genre: te vaak verzandt het in vrijblijvende neger-, homo- en andere aangebrande moppen, waarbij de botheid het gebrek aan talent moet verbergen. Dan wordt het al snel ‘nieuw politiek correct’: zo grof mogelijk de vroegere politieke correctheid schenden. Vertel een grove racistische mop, met een knipoog naar de antiracisten die mogen lachen omdat het te grof is om gemeend te zijn, en de echte racisten kunnen lachen op een eerstelijnsniveau. Dat is geen comedy maar slecht middenstandsgewin.”
Ingrid Van der Veken vroeg aan De Dulle Roeckers (de zwartharige Hilde De Roeck uit Steendorp en de Nederlandse blonde Ingrid Dullens) of er een verschil was tussen mannelijke en vrouwelijke cabaretiers (HLN, 31/1/1997): “Mannen zijn voetballers, die willen scoren. Vrouwen maken meer sfeertjes. Omdat cabaret lange tijd het speelterrein van mannen is geweest, hebben veel vrouwelijke cabaretières in het verleden geprobeerd er als mannen uit te zien. Wij doen net het tegenovergestelde: wij dragen veel pluimen en glitterjurken met hele hoge splitten. Wij zijn vrouwen, en dan moet je niet doen alsof je geen borsten hebt.”
In Humo van 2/2/1999 voegt Hilde daaraan toe: “Soms denk ik dat daarom humor ook heel lang een mannenkwestie is geweest, omdat het een vorm van haantjesgedrag is, iets dat vrouwen minder nodig hebben. Ik weet niet of het dè verklaring is, maar ik merk, meestal bij lelijke of kleine mannen, om het even cru stellen, dat humor een manier is om vrouwen te verleiden. Dat ze die grappen eigenlijk maken uit een soort biologische noodzaak. Wij kennen heel wat mannelijke cabaretiers die ook naast het podium constant grappen staan te maken.”
En Ingrid treedt haar bij: “Cabaretier Marcel Verreck zingt daar zelfs heel eerlijk over: ‘ze lacht om mij/ze vindt me leuk’. Zo denkt een man kennelijk: ze lacht, dus ze vindt me leuk.”
Bart De Pauw heeft in Humo van 30/3/2004 alweer een andere verklaring: “Volgens mij draait dat ook rond kunnen relativeren. Voor ‘Buiten de Zone’ zochten we altijd vrouwen om mee te brainstormen. We begonnen dan met: ‘Stel je voor dat…’ De venten sprongen daar meteen op, lieten hun waanzin de vrije loop, en werden steeds grover. Maar de vrouwen maakten de omgekeerde beweging, en zeiden: ‘Maar feitelijk is dat toch heel érg.’ Ze konden het uitgangspunt niet genoeg relativeren, en daardoor konden ze er niet eens lekker mee aan de haal gaan. Terwijl, ja, humor is nu eenmaal vaak grof.”
ZIJN DE WENTELTEEFJES DE GENTSE SPICE GIRLS?
Girl Power is dan ook iets wat we tot nu toe enkel kenden in de popmuziek. Maar in het theaterwereldje zijn de Wentelteefjes stilaan een begrip en wat zij laten zien zou men als Girl Power in het theater kunnen bestempelen. De voorbije jaren waren ze telkens te zien tijdens de Gentse Feesten in café’s als Het Gouden Hoofd of de Hotsy Totsy, in 2001 hebben ze echter voor het eerst een “echte” theatervoorstelling opgezet in het Burgcentrum. “Een ander alleluja” toont vijf stoute meisjes en één brave jongen. Tijd dus voor tegengas.
Een wentelteefje is “een snede wittebrood of beschuit, in melk en eieren gedoopt, met kaneel en suiker bestrooid en dan even in de pan met boter gebakken.” Althans zo leert ons van Dale. Of wat in het dialect “verloren brood” heet. Maar wie denkt er aan “verloren brood” als hij vijf teefjes over het theater ziet wentelen, terwijl ze aan elkaar en aan de toeschouwers zowat al het lekkers tonen wat de Schepper hen heeft gegeven?
Nee, dan denk je dus eerder aan een theaterversie van The Spice Girls. Met Justine (Barbara De Jonge) als Scary Spice: vol agressie, onberekenbaar, wild en gevaarlijk. Ze haat homo’s, ze haat lesbiennes, maar in een onbewaakt moment draait ze wel een tong met haar vriendin.
Elske (Lisbeth Maes) is haar tegendeel: de onschuldige, licht onnozele Baby Spice. Zij gelooft alles wat haar Nonkel Lode haar voorhoudt.
Feeken (Ilse Roman) is Posh Spice: bloedmooi maar zo dom als Herman Brusselmans altijd heeft beweerd. In dit geval geïllustreerd door haar blinde geloof in allerlei mysterieuze krachten. Ze wil ook geen seks, iets wat ik mij van Posh eigenlijk wel kan voorstellen. Roddelen dat haar vent haar slipjes draagt, ja, maar waarom doet hij dat? Misschien wel omdat hij niet genoeg aan zijn trekken komt?
Dat is alleszins het geval met Vera (Veerle Malschaert). Net als Sporty Spice heeft zij moeite met haar lichaam. Ze noemt zichzelf lelijk, maar trekt wel exhibitionistisch haar slip uit en steekt haar kont uitdagend in de lucht.
En tenslotte is er Martine (Michelle Adriaense). Zij staat er een beetje buiten. En enkel daarom is ze te vergelijken met Geri Halliwell, die de eerste was om haar eigen weg is gegaan. Haar personage van dominante lesbienne beantwoordt het minst aan de vroegere Ginger Spice.
En tenslotte is er dus nog Philippe Vandemeulebroeke. Als Bennie is hij de pineut van het stuk. “We hadden iemand nodig om te misbruiken,” zegt Barbara onomwonden. Hij mag met een korte monoloog wel het stuk besluiten, maar dat is eerder een “Wiedergutmachung” voor de pesterijen die voorafgaan. “Vooral in het begin lijkt het stuk manonvriendelijk, dat is waar, maar dat is dan gewoon omdat er maar één man in voorkomt en dat is dan wel een heel domme vent. Maar eigenlijk zijn de vijf vrouwen even geschift,” voegt Veerle eraan toe.
Toch kan men zich afvragen waarom zij voor zo’n Girl Power-stuk een beroep hebben gedaan op een mannelijke regisseur: Luc Frans die de oudere jongeren nog wel zullen kennen als Adrian Mole bij het Speeltheater. “Omdat hij de vorige drie stukken van de Wentelteefjes ook heeft geregisseerd,” klinkt het in koor. “En omdat hij zo’n lieve jongen is,” piept iemand. In het kussengevecht dat volgt kunnen we niet zien wie het was.
“Heeft de toekomst nog iets in petto voor de Wentelteefjes?” vragen we ter afronding. “Jazeker, want Nonkel Lode heeft het gezegd,” verzekert Lisbeth. “Humor hoort er alleszins bij,” volgens Ilse. “Ja, maar liefst pijnlijke,” besluit Michelle.

Ronny De Schepper

Uitsmijter
Zij: “Neem je me in het ootje?”
Hij: “Als het voor jou om het even is…”

2 gedachtes over “Verboden te lachen met Lieve Blancquaert en Annemie Struyf

  1. Erg verwonderlijk dat Lieve Blancqaert het vermelden van de column over wat er over haar geschreven was en dit vooral niet herhalen zou..teveel eer voor..dus moest ik het even opzoeken..sorry het was heel geestig en dit met veel verwijzingen naar haar eerder werk en erg plastisch..doch niks ernstig in deze tijden van twitter, Facebook ..en inderdaad stand up ..en grote muyle van schrijvers zoals het in haar dialect kan klinken. Het was dus nog veel erger voor de grote vriendin Annemie Struyf die o zo zwaar aangepakt..dit bleek ook nog mee te vallen!
    (Buiten de ongezellige stem) was het ons allemaal al wel opgevallen de tics van haar vriendin, hun goed uitgedokterde gezamenlijke opdrachten moeten vooral hun leven wat opgeleukt hebben, maar daar kon je niks van merken..de prijs ook al zo bizar..en dan ook nog te vernemen dat de namen van de vrouwelijke jury ook al geheim was! Dit is wat veel om medelijden op te wekken.
    Zelf heb ik haar ooit (lieve blanquart) een voorstelling bijgewoond ( fotografie)waar ze ook niet kon zwijgen over haar grote vriendin, haar partner die maar niet met haar wil trouwen en achteraf had ze alle boeken bij die je maar zou kunnen verkopen en dat als enige focus!
    Wij hebben ook met haar helemaal niet kunnen lachen.
    Soms heb je spijt dat je TV nog aanstaat of je naar domme commerciële voorstelling bent gegaan die visueel heel leuk had kunnen wezen, dan heb ik het nog niet over de ontbrekende humor!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.