José Carreras wordt 65

De Spaanse tenor José Carreras werd geboren in Barcelona op 5/12/1946 en wordt vandaag dus 65 jaar. Op Klara zeiden ze daarnet dat hij evenwel weinig reden heeft tot vieren, want dat zijn tweede huwelijk pas op de klippen is gelopen.

José Carreras debuteerde reeds als kind in “El Retablo de Maese Pedro” van De Falla. Hij studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad en debuteerde daar als volwassene in 1970 ook in het Teatro Liceo als Gennaro in Donizetti’s “Lucrezia Borgia”, daarna volgde Flavio in “Norma” (met Montserrat Caballé in de titelrol) en in 1971, eveneens met Caballé, een concertante uitvoering van “Maria Stuarda” in Londen. In 1975 volgde Riccardo in de Scala van Milaan en daarna ging hij naar de New York City Opera voor Butterfly, Lucia di Lammermoor, La Bohème, La Traviata en Rigoletto om in de Metropolitan te eindigen als Cavaradossi. In 1976 werd hij door Herbert Von Karajan naar Salzburg gehaald, eerst voor het Requiem van Verdi en een jaar later voor Don Carlo.
Voor het volgende stadium van zijn loopbaan kan ik een beroep doen op een CD die ik in die periode heb gekocht. Ze begint met “O inferno! Amelia qui!”, de aria van Adorno uit “Simone Boccanegra” van Verdi; het Orchestra del Teatro alla Scala wordt geleid door Claudio Abbado; opname uit 1977). Daarna volgt “Recondita armonia” (aria van Cavaradossi uit “Tosca” van Puccini; de Berliner Philharmoniker wordt geleid door Herbert von Karajan; met een korte interventie van Fernando Corena; opname uit 1980). “La fleur que tu m’avais jetée” en “C’est toi!”/”C’est moi!” is een opname met Agnes Baltsa als Carmen; de Berliner Philharmoniker wordt opnieuw geleid door Herbert von Karajan; opname uit 1983. Daarna volgt “Maria”, de aria van Tony uit “West Side Story” van Leonard Bernstein. Het studio-orkest wordt geleid door de componist zelf. Het betreft een opname uit 1985 met Kiri Te Kanawa als Maria. (Tussendoor zag ik hem ook in levende lijve tijdens een recital in de Gentse Opera op 23/10/85.) “La vita è inferno all’infelice” en “Oh, tu che in seno agli angeli” komen uit “La forza del destino” van Verdi; het Philharmonia Orchestra wordt geleid door Giuseppe Sinopoli; opname uit 1987. Voor “Viene la sera” (aria van Pinkerton uit “Madama Butterfly” van Puccini) zorgen Mirella Freni en Teresa Berganza voor de replieken. Dat jaar nam hij ook de film “La Bohème” op met Barbara Hendricks als Mimi.
Toen één van zijn kiezen ontstoken was, kreeg hij te horen dat hij aan leukemie leed. Hij onderging een beendermergtransplantatie met een nieuwe in Amerika ontwikkelde methode, waarbij beendermerg van hemzelf werd gebruikt, nadat zijn broer Albert en zijn zus Marie-Antonia niet in aanmerking kwamen en hij weigerde dat zijn zoon Alberto, op dat moment 16, als donor zou optreden. De bloedkanker zette zich niet door.
Maar terug naar de CD: “E lucevan le stelle” is een opname van zijn wederoptreden in april 1989 in Covent Garden met Colin Davis als dirigent, net als “Che gelida manina”. “L’improvviso”, de aria van Andrea Chenier, komt uit de gelijknamige opera van Giordano; het Orchestra del Maggio Musicale Fiorentino en het Orchestra del Teatro dell’ Opera di Roma worden geleid door Zubin Mehta; opname van 7 juli 1990.
Twee jaar later, in juli 1992 dus, juist nadat hij de ster was van een groot gala op de wereldtentoonstelling van Sevilla en voor hij de Olympische Spelen van Barcelona mocht afsluiten, trad José Carreras op op het Rode Plein in Moskou voor… een handvol toeschouwers. De hoge prijzen en het gure weder deden hem de das om. In dat jaar is Carreras gescheiden van zijn eerste vrouw Mercedes Perez, waarmee hij sinds 1971 was gehuwd. Ze hebben twee kinderen: Albert (°1973) en Julia (°1978). Hij hertrouwde met ene Ana Elisa, maar werd prompt daarna verliefd op de Duitse ex-stewardess Petra Schlapp, toch zou het dus nog tot 2011 duren vooraleer hij zou scheiden. Ondertussen ben ik hem wat uit het oog verloren. Ik herinner me alleen nog dat hij in de zomer van 1993 zware kritiek uitoefende op de manier waarop Gerard Mortier de Salzburger Festspiele runde. En er was in die tijd natuurlijk ook de hulde-CD, gewijd aan Mario Lanza – dat zal zijn geloofwaardigheid bij Mortier wel niet hebben verhoogd…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.