“De SM rechter” op televisie

Morgenavond gaat op VTM de film “SM rechter” in première, de verfilming door Erik Lamens van de problemen die rechter Koen Aurousseau heeft ondervonden, nadat hij de masochistische fantasieën van zijn vrouw Magda tegemoet was gekomen.

In de film heeft Aurousseau de naam Allegaerdts gekregen (rol van Gene Bervoets) omdat de film zich toch een paar vrijheden veroorlooft. Zo wordt Magda vertolkt door de veel jongere Veerle Dobbelaere. Deze verbaasde mij door in Humo (5/10/2010) te verklaren: “SM is een geaardheid, net als homoseksualiteit dat is: je wordt ermee geboren.” Dat is misschien wel waar voor het kleine percentage beoefenaars die seksueel genot puren uit pijn, maar voor zover ik kan nagaan worden de meesten aangesproken door het rollenspel dat ermee gepaard gaat en dat lijkt me toch duidelijk eerder een gevolg van omstandigheden of van ervaring, noem het zoals je wil. Ik denk daarbij vooral aan religie (schuld en boete) of aan opvoeding (lijfstraffen b.v.). In dat opzicht zouden liefhebbers van SM dan toch verschillen van homoseksuelen, ook al staan daar omgevingsinvloeden ook nog altijd ter discussie. Maar, hoe dan ook, ik kan natuurlijk Veerle Dobbelaere wel volgen als ze besluit: “Ik ben blij dat de film een maatschappelijke discussie op gang heeft gebracht over de vraag in hoeverre de staat zich mag moeien met wat er in de slaapkamer gebeurt. Ik heb ook veel positieve reacties gekregen van mensen die anders tegen SM zijn gaan aankijken als gevolg van de film. (…) Ik hoop – dénk – dat de sociale acceptatie nu veel groter is dan vóór de film, en daar ben ik trots op.” Anderzijds lees ik in de pers dat de SM-scènes “pseudosmakelijk” in beeld gebracht zijn, whatever that may mean.
Met het uitbrengen van de film “De SM-rechter” staat het sadomasochisme dus weer volop in de belangstelling, niet in het minst door de talrijke interviews die door het koppel waarover de film echt gaat (Koen en Magda Aurousseau) in diverse media worden gegeven. Toch heb ik de indruk dat hierdoor vaak meer misverstanden ontstààn dan er worden weggenomen. Magda Aurousseau kickte nu eenmaal op extreme pijn en daardoor wordt er toch wel een vertekend beeld van de doorsnee-masochist opgehangen. Zo zegt Koen Aurousseau in Humo bijvoorbeeld: “Als je mij vraagt: ‘Begrijp je het?’ dan zeg ik: ‘Neen’. Net zomin als ik begrijp dat iemand een berg beklimt, naar beneden komt met afgevroren tenen die ze moeten amputeren, en toch maar van één ding droomt: weer zo snel mogelijk naar boven gaan.”
Om eerlijk te zijn, hierbij denk ik eerder aan het masochisme van wielrenners, zoals dat onder meer door Eric Breukink in zijn boek wordt omschreven. Vandaar ook trouwens dat Aurousseau verder gaat met de opmerking, die nu bijna overal als titel opduikt: “Als sm een olympische sport was, had België met haar een gouden medaille binnengehaald. Ze heeft trouwens ooit de prijs gewonnen voor beste slavin.”
Ik geef het toe dergelijke (ludieke) wedstrijden worden inderdaad soms gehouden (er wordt er één beschreven in deze tekst), maar dan gaat het toch om méér dan louter om pijn te kunnen verdragen.
MEER BLOOT, MEER VOYEURISME, MEER MASTURBATIE
Volgens de Amerikaanse seks-columniste Anka Radakovich zijn de erotische trends voor de toekomst: meer bloot, meer voyeurisme, meer masturbatie. De aidsgeneratie nietwaar, de schrik voor het directe contact zit er al goed in, maar de behoeften blijven dezelfde. Meer zelfs, door de frustraties die de angst voor aids met zich meebrengt worden ze steeds groter: “Vrouwen die het beest willen uithangen en mannen die niets anders van hen verwachten. SM wordt steeds populairder en blijft dat. Wees eerlijk: het bestaan is stresserend geworden en een goed pak slaag kan lekker ontspannend zijn.”
05 snoecks 82In de jaren tachtig noemde men sadomasochisme nog met afschuw een “seksuele perversiteit” en de beoefenaars ervan schaamden zich ervoor, maar vanaf de jaren negentig was er zelfs in de opera sprake van SM (Puccini’s “Turandot” in de versie van Robert Carsen in de Vlaamse Opera) en werd er een dichtbundel over gepubliceerd (“Master” van Peter Verhelst). Al kon men in the eighties toch soms ook aardig subtiel (nou ja) uit de hoek komen. Bijgevoegde illustratie uit Snoecks 82 is immers een publiciteit voor… een middel tegen cellulitis (Actibion).
Maar het was dus hoe dan ook heel wat anders dan die uitspraak van de correctionele rechtbank van Antwerpen op 10 juni 1985 die de verkoop van “horrorprenten met sadomasochistische inslag” verbood. Met name de films “Day of the woman” (vertaald als “De dag van de verkrachte vrouw”), “Shocking Africa, “Driller Killer” en “I spit on your grave” werden als zedenschennend en “mensonwaardig” veroordeeld “omdat het lijden van de mens hierin als genotsbeleving wordt voorgesteld”. De videoverhuurders werden tot 30.000 toenmalige Belgische frank veroordeeld “omdat ze verondersteld worden te weten wat ze precies verhuren”.
Maar wist het gerecht wel welke films ze veroordeelde? Dit lijken me immers helemaal geen SM-films. Verkrachting is géén SM, laat dat al meteen duidelijk wezen. En “Shocking Africa” lijkt me eerder thuis te horen in de “Mondo Cane”-traditie, terwijl “I spit on your grave” volgens mij gewoon de verfilming is van het boek van Boris Vian “J’irai cracher sur vos tombes”…
SM is ondertussen echter niet alleen “salonfähig” geworden, het is zelfs zowaar tot een modeverschijnsel uitgegroeid. Een bezoek aan de porno-afdeling van een videozaak, leert ons b.v. dat bijna alle SM-video’s (en dat zijn er heel wat) uitgeleend zijn! Trouwens, de mode zelf werpt zich ook op de trend. Tieners gaan nu naar fuiven in de kledij waarmee hun ouders naar duistere privéclubs gingen!
Dat uit zich dan ook in reclamefilmpjes uiteraard. Zo presenteert topmodel Linda Evangelista geboeid (maar glimlachend: alle begin is moeilijk!) Yardley lippenstift. In de zomer van het jaar 2000 maakte een lichtfirma Modular zelfs reclame met twee meisjes die samen een etentje hebben onder het licht, waarover het in de publiciteit juist gaat. So far so good, maar hoe zijn die meisjes gekleed en wat doen ze? Het rechtse meisje draagt een sexy corsage met hoge zwarte laarzen en kijkt recht in de lens, terwijl ze ongeïnteresseerd het linkse meisje iets te eten geeft. Dit linkermeisje draagt een weliswaar sexy maar toch eenvoudig kleedje en heel haar houding wijst op onderdanig gedrag.
En dan was er Naomi Campbell. In een publiciteitsspot voor Vauxhall Corsa loopt ze, gekleed in strak lederen korte broek, idem dito beha en hoge laarzen langs een rij mannen die vastgeketend staan (iets te veel als Hannibal Lecter, als je’t mij vraagt). Aan één vraagt ze: “You like the way I look best, don’t you?” De man maakt echter de onvergeeflijke fout om met de ogen liever de Vauxhall Corsa te volgen. Als straf krijgt hij een lading stoom over zich heen…
Haaks op al deze “positieve” benaderingen stond “het geval” van rechter Koenraad Aurousseau. Hij verloor in september 1997 immers zijn functie, aangezien er video-opnamen circuleerden, waarop hij zijn vrouw naaide. Letterlijk dan. Maar op haar eigen verzoek, want zij (Magda) was masochistisch en had dus zelf gevraagd op die manier te worden behandeld. De confrater die rechter Aurousseau veroordeelde stipuleerde echter heel duidelijk in het vonnis dat de man zich niet aan de codes hield.
Wat echter totaal aanstootgevend was in deze zaak was dat zijn vrouw Magda helemaal geen klacht had ingediend. Het gerecht was namelijk via een andere zaak op een videoband gestoten. Maar het blijft een feit dat ze herhaaldelijk om genade vraagt (terwijl ze de rechter oraal moest bevredigen, werd door een politieman – niet in dienst – haar vagina dichtgenaaid, létterlijk dus wel te verstaan) en dat er geen gevolg werd gegeven aan haar verzoek. Ook de reden waarom dit gebeurde is zeer laakbaar in SM-kringen: de rechter en zijn companen waren zo dronken dat ze een videoband nodig hadden om zich te herinneren wat ze juist hadden uitgehaald! En dat terwijl drank en drugs juist taboe zijn bij SM, precies omdat zowel bij meester als slaaf de grenzen gaan vervagen.
Het dient gezegd dat deze versie van de feiten wel uit de katholieke krant “De Standaard” komt. In het liberale “Het Laatste Nieuws” staat er dat de rechter slechts één keer nog een stroomstoot toedient, nadat zijn vrouw genade had geroepen. Bovendien blijkt de band met het naaien e.d. een compilatie van eigen activiteiten te zijn, waar de vrouw ’s nachts placht naar te kijken, als de kinderen in bed lagen. Van dronkenschap wordt in HLN niet gesproken. Bovendien verklaart Aurousseau in “De Gazet van Antwerpen” tien jaar later (op 30/8/2008 om precies te zijn) dat het afgesproken stopwoord “stop” was en niet “genade” dat voor Magda alleen maar “zachter” zou betekenen.
Toch kon ook Eliane “saccoche” Liekendael het niet laten in haar “mercuriale” bij het begin van het gerechtelijk jaar 1998-99 een verwijzing naar de Sade te steken. Etienne Vermeersch reageerde verbolgen in Knack van 9/9/98: “Wat met wederzijdse instemming gebeurt tussen volwassen mensen, gaat haar niet aan. Buitenstaanders hoeven zich niet te moeien met wat bijvoorbeeld de Mechelse rechter Aurousseau in zijn privé-leven uitspookt, zolang hij de wet niet overtreedt. Mevrouw Liekendael mag als persoon het gedrag van anderen ‘losbandig’ of ‘walgelijk’ vinden, maar in haar functie van procureur-generaal heeft zij zich daarover niet uit te spreken. Zij moet waken over de correcte toepassing van de rechtsregels. Bij mijn weten komt de Sade niet voor in de strafwet. Hoe kan je als magistraat nu betreuren dat de strafwet je niet toelaat iemand te vervolgen voor privé-zaken?”
Anderzijds dient ook gezegd dat in februari 2001 in Gent een 41-jarige man werd vrijgesproken, die door zijn 36-jarige ex-vrouw werd beticht van verkrachting, foltering en opsluiting. Het bleek echter om een SM-relatie te gaan, waaraan de vrouw – zolang alles goed ging – haar volledige medewerking had verleend. Nu werden die feiten echter aangehaald in het kader van – u had het al kunnen denken – een strijd over de bezoekregeling van de kinderen. De rechter oordeelde dan ook dat deze aanklacht ongegrond was.
Hoe dan ook, na het ontslag van Aurousseau nam het koppel een café in Mechelen over. Ik ben daar even langs gegaan, heb hen beiden ontmoet, maar veel verder dan het bestellen van een pint ging onze conversatie niet. Het café was trouwens ook geen lang leven beschoren. Aurousseau werd opgevist door Jean-Marie De Decker, maar sedert die met de VLD gebroken heeft, weet ik niet of Aurousseau nog een kabinetsfunctie heeft. Hoe dan ook, hij en Magda zijn nog steeds samen en in 2009 werd er door Erik Lamens over hen dus een film gedraaid, “De SM-rechter”. Met Gène Bervoets in de rol van Aurousseau en Veerle Dobbelaere in die van Magda. Bervoets zei hierover in Humo van 17/6/2008: “Ik heb al verschillende keren samengewerkt met Veerle en daardoor is er vertrouwen tussen ons. Dat stelde ons in staat om er, na overleg, gewoon helemaal voor te gaan. Sommige dingen – ik denk bijvoorbeeld aan zweepslagen – kan je nu eenmaal niet faken; dat moet je gewoon dóén.”
SIGMUND FREUD
Freud wist het al: SM-gevoelens zijn eigenlijk heel “normaal”, want veel voorkomend. Hij onderscheidde drie “soorten” en twee daarvan zijn wijdverspreid. Het eerste niveau is dat van pijn die ook genot verschaft. In zijn extreme vorm is dat misschien wel aberrant, maar op een lager niveau is dat een veel voorkomend verschijnsel. Scheppen wij niet allen behagen in een lied of een film die op de traanklieren werkt b.v.? Of wat met horrorfilms of -boeken, waarmee wij met plezier onszelf de stuipen op het lijf jagen?
Ten tweede is er ook het schuldbesef dat ermee gepaard gaat. Dit is zelfs zo wijd verspreid dat de godsdiensten hun succes daaraan te danken hebben: zij spelen gretig in op de schuldgevoelens die in ieder van ons huizen.
Alleen het derde niveau is een beetje speciaal. Hier heeft Freud het trouwens enkel over mannen en dan wel mannen die de schuld op zich nemen voor het afstotelijke hanige gedrag van de meeste van hun seksegenoten tegenover de vrouwen. Daarom onderwerpen zij zich onderdanig ten overstaan van een meesteres, waarbij zij zich vaak ook laten “feminiseren” door kledij, door zich te laten penetreren enz.
Dé cultfilm van de SM’ers is natuurlijk “Histoire d’O” van Just Jaeckin. In het softporno-genre is dit trouwens wellicht de beste regisseur. Hij is b.v. ook de maker in 1984 van een film naar een van de vele SM-stripfiguren, “Gwendoline” uit “Bizarre”, het tijdschrift dat de Brit John Alexander Scott Coutts alias John Willie (1909-1962) uitgaf in de VS tussen 1946 – of ’48, De Morgen spreekt zichzelf weer eens tegen – en 1959. Ook vertwijfeling over deze laatste datum, want Jesse Brouns schrijft in De Morgen dat Willie ermee stopte nadat één van zijn modellen, Judy Ann Dull, tijdens een bondage werd vermoord. Maar even verder lezen we dan weer dat de moordenaar reeds in 1958 werd gevat. Maar goed, deze film met in de hoofdrol Tawny Kitaen en Bernadette Lafont als de boze koningin mag dan zwakker zijn, zowel op het zuiver filmische vlak als op het gebied van SM, de hele film door is echter een revue van de schitterendste SM-pakjes (van François Schuiten en Claude Renard).
“Gwendoline” behoort tot het zogenaamde “sword & sorcery”-genre, dat meestal schatplichtig is aan “Conan the Barbarian” van Robert E.Howard (1906-1936). De vrouwen die een rol spelen in “sword & sorcery” dragen altijd een outfit die aan SM doet denken (“Red Sonja” met Brigitte Nielsen, “Xena, warrior princess” met Lucy Lawless, maar ook de fee Galaxa in de Rode Ridder!) en dat zal ook wel bijdragen tot de populariteit. Terry Goodkind maakt in zijn debuut “Wizard’s First Rule” zelfs (functioneel) gebruik van SM-elementen, wat eigenlijk niet verwonderlijk is, aangezien veel fantasy-literatuur op geritualiseerde handelingen berust.
Vandaar dat we klassieke SM-elementen (“eyes down” en “he hasn’t been properly trained” zijn letterlijke citaten uit “histoire d’O” maar dan met rollenomkering) ook terugvinden in een aflevering van de tv-serie “Planet earth” op basis van een idee van Gene “Star Trek” Roddenberry. In de 23ste eeuw zou de aarde immers opgedeeld zijn in leefgemeenschappen die in diverse stadia van ontwikkeling verkeren. Zo is er ook een haast middeleeuwse gemeenschap, waar de vrouwen het voor het zeggen hebben en de mannen als slaven worden gebruikt. En alsof het allemaal nog niet duidelijk genoeg is: een deel van de “plot” draait om het feit dat deze mannen gedrogeerd worden zodat ze angstig zijn, maar wanneer op het einde deze drug wegvalt, blijven de meesten toch graag in dienst van hun meesteres…
Een andere uitstekende soft pornofilm is “Troublante voisine” van Raoul Chenille uit 1993, waarin Yves Contreloup een wat getroubleerde student geneeskunde is. Niet alleen wordt zijn kot voortdurend ingenomen door zijn vriend en diens warmbloedige liefje Sylvia Romain, het is vooral zijn overbuurvrouw Sarah Czernin die zijn aandacht trekt door merkwaardige rituelen die zich in haar woning blijken af te spelen. Het blijken onderdelen te zijn van een SM-spel dat haar wordt opgelegd door een gehuwde kerel. Brave Yves tracht haar te “redden”, maar dat wil Sarah zo maar niet… Het oorspronkelijke verhaal zou van ene Suzy Crusoe zijn. De muziek is van Nick Tatos.
Het is opvallend hoezeer vrouwelijke auteurs gefascineerd zijn door sadomasochisme. Jeanne de Berg, Pauline Réage, Elfriede Jelinek, ze hebben het bijna uitsluitend dààrover, maar ook Emmanuelle Arsan en Régine Deforges, die wat men zou kunnen noemen ‘soft seksboeken’ schrijven (‘vanilleseks’ noemen SM’ers dat), hebben er belangstelling voor. Jenny Diski, de pleegdochter van Doris Lessing, debuteerde in 1986 (op 35-jarige leeftijd) met “Nothing Natural” (vertaald als “Onnatuurlijk”), een roman over een feministe met een sadomasochistische verhouding. En er zijn de kunstwerken van de Amerikaanse Kathe Burkhart b.v. Zij inspireert zich op Liz Taylor (de rebelse zwartharige feeks), waarmee ze zich identificeert en die ze dan afbeeldt in schilderijen waarin ze door mannen wordt bedreigd. Enerzijds dus zeker als aanklacht bedoeld, maar daarnaast ook met een wellustig masochistisch genoegen.
Ook de film “Verführung: die grausame Frau” van Monika Treut (°1954) uit 1985 hoort in dit “feministisch sadomasochisme” thuis. Wanda (Mechthild Grossman), een mysterieuze meesteres, opent een galerie voor SM-erotiek. Zij is leidster van een ensemble, “een groep klerken die hun privé-perversies kunnen tonen in haar show,” zoals de journalist Marsch (Udo Kier) het formuleert. Ook hij ontkomt echter niet aan “praktijkervaring” als slaaf Gregor. Op een bepaald moment weet hij zijn meesteres echter niet meer te boeien en zij zegt dat het spel is afgelopen, net zoals ze de levens dicteert van de logé Justine, het kamermeisje Frederik en zelfs van Caren, haar geliefde (Sheila McLaughlin).
Een opmerkelijk verschijnsel dus, des te meer daar de overgrote meerderheid van die vrouwen in de masochistische component is geïnteresseerd. Nochtans zou je verwachten – zeker in de semifeministische kringen waarin SM wel eens wil gedijen – dat deze vrouwen rebelleren tegen het rollenpatroon dat op die manier doorwerkt.
Ook homofielen hebben een speciale belangstelling voor SM. Rudolph Valentino b.v. werd nooit in publiek gezien zonder zijn “slavenband” van zijn tweede (lesbische) vrouw Natacha Rambova. Als Valentino trouwens dan toch met vrouwen te doen had, dan waren het telkens bazige lesbiennes (“butches”). Toen hij stierf, waren het overigens niet enkel vrouwen die zich zelfmoordden. Ook zijn manager had het nogal zieke idee om dit aspect van Valentino bij zijn dood uit te spelen: zijn open doodskist werd geflankeerd door jonge kerels in fascistenuniform die de groet van Benito Mussolini brachten. De zanger Rudy Vallee (wiens naam toch geen toeval kan geweest zijn) begon zijn carrière met de schlager: “There’s a new star in heaven tonight, Rudy Valentino”. Ramon Novarro (de eerste Ben Hur) had van Valentino overigens een versierde dildo gekregen als aandenken. 45 jaar later (in 1968) zou hij ermee op Halloween (31 oktober) vermoord worden door twee broers, die zijn huis waren ingebroken op zoek naar geld. Hij werd doodgeslagen en de dildo staken ze in zijn mond.
Andere masochisten waren Emil Jannings en Charles Laughton, terwijl Erich Von Stroheim, David O.Selznick, Victor McLaglen en Wallace Beery als “sadisten” bekend stonden, wat natuurlijk niet altijd betekent dat ze aan SM deden. Sommigen waren gewoon macho’s met wapperende handjes!
Bij de meisjes stond vooral de Ziegfeld Girl Mary Nolan (ook gekend onder de naam Imogene Wilson) bekend als “la belle masochiste”, maar vaker krijgt men het oerbeeld van de vrouwelijke godin uit matriarchale tijden, die de jager met de botte speer aan haar voeten doet neerknielen. Het vamp-image van Theda Bara was daarop gebaseerd maar men vindt het ook terug in boeken als “L’Atlantide” van Pierre Benoit, wat herhaaldelijk werd verfilmd, of “She” van Rider Haggard, vooral gekend in de versie met Ursula Andress in de titelrol van Aysha. Niet toevallig krijgt ook een personage uit “Le cri de la soie” deze naam toegewezen.
LE CRI DE LA SOIE
“Le cri de la soie” van Yvon Marciano (1996) concentreert zich op de erotische fascinatie van een vrouw (Marie Trintignant) voor zijde. Dit wekt in het begin de aandacht van psychiater Clérembault, die besluit zich te specialiseren in stoffenfetisjisme. Omdat men zich op biografisch vlak nogal wat fantasietjes veroorlooft (Clérembault was misogyn en had dus zeker geen oogje op Marie) hebben de scenaristen (Marciano zelf en Jean-François Goyet) de naam veranderd in Gabriel de Villemer (rol gespeeld door Sergio Castellito). Deze wordt bij zijn studie geholpen door zijn gepassioneerd geïnteresseerde huishoudster Cécile (Anémone). Het voornaamste uitgangspunt van de Villemer is dat het verschil tussen mannen en vrouwen is dat de mannen de stof zien als een transpositie van een vrouwenlichaam, terwijl de vrouwen, of althans toch déze vrouw, de stof op zichzelf begeren, zonder daarbij aan een man te denken. Dit inzicht leidt ertoe dat Marie (ook het filmpersonage heet zo) een relatie begint met de Villemer, al zal ze zich tijdens het vrijen nog altijd met zijde behelpen om een orgasme te bereiken. Als de Villemer zelfmoord pleegt (ook Clérambault deed dit) omdat hij blind is geworden, ontstaat er een toenadering tussen Marie en Cécile. Marie moet immers eigenlijk niet van mannen weten en volgens eigen verklaringen ook niet van vrouwen, maar zoals de Villemer in de film opmerkt: “Dat moeten we dan maar op uw woord geloven.” De slotscène, waarbij Marie en Cécile samen een zijden sjaaltje vasthouden, kan dus naar believen geïnterpreteerd worden…
EXIT TO EDEN
Ook Anne Rice (“I think pornography is completely worthwhile. I wanted to write the kind of delicious S&M fantasies I’d looked for but couldn’t find anywhere. I’m really rather proud of it, shocking though that might be. I feel that if I’m read 200 years from now, it’ll be as much for that as anything else.” New York Times, 7/11/1988) moet deze boeken voor ogen hebben gehad toen zij in “Exit to Eden” een exotisch eiland (Eden) creëerde dat een soort van Disneyland is voor sadomasochisten. In 1995 werd deze novelle verfilmd door Garry Marshall, maar het resultaat was niet wat zijn voorgaande films (“Pretty woman”, “Frankie and Johnny”) lieten verhopen. Een detectivepaar (Dan Aykroyd en Rosie O’Donnell) zitten achter een diamantsmokkelaar (Stuart Wilson) aan die werd gefotografeerd door Paul Mercurio (van “Strictly ballroom”) en waaruit moet blijken dat hij met zijn vriendin Nina (Iman) zijn dagen slijt op het SM-eiland van meesteres Lisa (Dana Delany). Voor wie ervan houdt, kan men zeggen dat Rosie O’Donnell zich nog transformeert naar een geloofwaardige meesteres, maar dan nog helpen de flauwe grappen van Dan Aykroyd het verhaal nog meer om zeep. Het boek van Rice (geschreven onder pseudoniem) is niet komisch en bevat meer echte SM.
LUIS BUNUEL
Luis Bunuel verfilmt in 1964 “Journal d’une femme de chambre” (met Jeanne Moreau) en in 1967 wint “Belle de jour”, eveneens van Luis Bunuel, deze keer naar de roman van Joseph Kessel, de Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië. Zoals gewoonlijk zitten er SM-elementen in deze films van Bunuel. Bunuel zou zijn obsessies met SM ook nog in “Obscur objet du désir” (eigenlijk een remake van “La femme et le pantin”) uitleven. In “Belle de jour” is het als volgt: Séverine (Catherine Deneuve) is ogenschijnlijk gelukkig getrouwd met de geneesheer Pierre (Jean Sorel), maar Séverine koestert masochistische fantasieën (uit een flashback blijkt dat dit teruggaat naar een incident uit haar jeugd). Om deze uit te leven wendt Séverine zich tot haar vriendin (Françoise Fabian) die haar madame Anaïs (Geneviève Page) aanraadt, die een bordeel bezit. Haar eerste klant is een industrieel (Francis Blanche), maar het is vooral de gangster Marcel (Pierre Clementi) die daar op haar verslingerd geraakt en zij op hem in een SM-verhouding, die echter in het gedrang komt als de cynische vriend van Pierre, Husson (Michel Piccoli), hen ontdekt.
Catherine Deneuve vertelt hierover (nadat ze haar beklag heeft gedaan over het “walgelijke” gedrag van Bunuel op de scène, die haar de naaktscènes voortdurend liet overdoen in het bijzijn van een voltallige crew): “Ik vind het – echt waar – de meest erotische film aller tijden. Dat zou er natuurlijk op kunnen wijzen dat Bunuel gewoon de enige juiste werkwijze hanteerde, dat de vernedering een essentieel onderdeel van het creatieve proces uitmaakte.”
Duidelijk als reactie op het succes van “Belle de jour” draaide Henri-Georges Clouzot in 1968 “La prisonnière”, die in het begin een oprechte film over SM lijkt te worden, namelijk als Dany Carrel gefascineerd wordt door foto’s die een galeriehouder heeft genomen en vraagt om zo’n fotosessie bij te wonen. Eerst reageert ze nog geschokt, maar nadien laat ze zich toch inwijden in de kunst van het domineren. Helaas gaat de film vanaf dat moment de amoureuze toer op met alle verwikkelingen vandien (de galeriehouder is immers ook de afnemer van het werk van haar echtgenoot) en als ze dan na een zelfmoordpoging in een coma geraakt, freakt Clouzot helemaal uit met een typisch psychedelische jaren zestig-visioen.
“Glissements progressifs du plaisir” van romanschrijver Alain Robbe-Grillet uit 1984 baadt ook in deze sfeer (de film werd voor een deel trouwens opgenomen in de kerkers waar de markies de Sade gevangen zat). De film vertrekt van een politie-enquête (door Michel Lonsdale) over de moord op een jonge vrouw. Daarbij is de voornaamste verdachte haar lesbische vriendin, een amorele puber (Anicée Alvina), die wordt verdedigd door de advocate Nora (Olga Georges-Picot). Naast veel vrouwelijk naakt (terwijl de heren keurig gekleed zijn) bevat de film de hele panoplie: sadomasochisme, fetisjisme, vampirisme enz. De maatschappijkritiek (vooral tegen de kerk) ontleent Robbe-Grillet aan Bunuel, evenals een paar surrealistische “symbolen” die niet worden uitgelegd (een blauwe pantoffel, een gebroken fles, drie eieren in een kom). Daardoor wordt zijn film door Jules Segers in “Film en Televisie” nr.206 als “artistieke porno in diepvriesverpakking” gekwalificeerd. In 1983 draaide hij ook nog “La belle captive” met Daniel Mesquich en Gabrielle Lazure, maar in tegenstelling met wat de titel laat vermoeden heeft dit niets met SM te maken.
“Soixante-neuf, année erotique” zongen (?) Jane Birkin en Serge Gainsbourg op de keerzijde van “Je t’aime, moi non plus” en het is waar, want rond deze tijd moet via de omweg van “Ilsa, de wolvin van de SS” ook voor het eerst SM zijn weg naar de bioscopen hebben gevonden. Zij het dat het toen nog “gespecialiseerde” bioscopen waren, zoals “het Leopolleke” in Gent.
“There’s a certain satisfaction in a little bit of pain” zingt Madonna op haar CD “Erotica” en de bijhorende video­clip, evenals het fotoboek “Sex” laten er geen twijfel over bestaan dat ze het heeft over sadomasochisme. In “Newsweek” geeft ze trouwens zelf tekst en uitleg: “Er zit in het katholicisme een hoop pijn die tegelijk genot is. En dat heeft ook te maken met onderworpenheid en SM. Daarnaast fascineert me het idee, van rol te verwisselen. Als iemand doortastend is en zijn leven helemaal in de hand heeft… en dan het idee de rollen om te keren, de bordjes te verhangen met knevelen en vastbinden: niet meer de persoon zijn die aan de touwtjes trekt, die de lakens uitdeelt. Dat heeft iets prikkelends.” Dat was overduidelijk te zien in haar film “Body of Evidence”, die gemodelleerd was op “Basic Instinct”, de film die aan de oorsprong ligt van de belangstelling voor deze vorm van seksualiteit. “Body of Evidence” vertrekt overigens van een misdaad die als een “SM-ongeval” wordt gecamoufleerd. Iemand met een zwakke gezondheid kan immers makkelijker “doodgeneukt” worden als-ie zich niet kan verzetten. Een handigheidje dat ook in “The Hot Spot” van Dennis Hopper uit deze zelfde periode (1990) van pas komt, evenals in de TV-serie “Diamant” van Jean-Pierre Dedecker.
Madonna werd in haar voorkeur trouwens voorafgegaan door Grace Jones. Dier “act” in de film “Vamp” was echter zo shockerend (vooral de transformatie naar een vampier) dat het eerder het einde van haar carrière betekende dan dat het er een steun voor was.
De eerste keer dat er op televisie over SM werd gedebatteerd, was naar aanleiding van de film “Nine 1/2 weeks”. Ik weet het nog goed, aangezien ik toen nog geen videorecorder had en, naïef als ik altijd ben, aan iemand ging vragen om dat debat voor mij op te nemen. Ik voegde het er nog eens duidelijk aan toe: het debat interesseerde mij, niet de film, want die had ik al gezien en die was me eigenlijk niet zo goed bevallen, alhoewel verder zowat iedereen in de ban was van de subtiele spelletjes die Mickey Rourke aan Kim Basinger opdrong, spelletjes waarvan we allemaal misschien wel eens droomden, maar waaraan we ons niet durfden wagen.
Tegenwoordig lijkt echter zelfs in “Batman returns” Michelle Pfeiffer in haar catwoman-outfit wel uit een sadomasochistische film weggelopen. In een interview stelde Terry Wogan dat de manier waarop ze met de zweep omspringt “het slechtste in de mens naar boven zou kunnen brengen”. Waarop mooie Michelle repliceerde: “Of het beste…” Dit raadselachtige antwoord was helemaal ton sur ton met de wellust waarmee ze Jack Nicholson de boeien omdoet in “Wolf”.
Het pakje dat Pfeiffer in “Batman returns” droeg, inspireerde de makers van de film-in-de-film “Irma Vep”, zogezegd een remake van “Les Vampires” met Musidora, de eerste “vamp” uit de Franse filmgeschiedenis (1919). In 1996 draait Olivier Assayas een satire rond een zogezegde remake van deze film, onder de titel “Irma Vep” (een anagram voor “vampire”) door ene René Vidal. Deze rol wordt gespeeld door Jean-Pierre Léaud. De rol van Irma Vep (of Musidora als u wil) door de Hongkong-ster Maggie Cheung.
Het gebruik van de zweep maakt dat ook de Zorro-films bij uitstek in aanmerking kwamen voor SM-knipoogjes. Vooral “Zorro’s black whip” uit 1944 met een vrouwelijke Zorro (Linda Stirling) in de hoofdrol. Maar ook Antonio Banderas (1998) kan er wat van. Uiteraard, want die heeft een “harde leerschool” gehad bij Pedro Almodovar, de homo die betere vrouwenfilms maakt dan eender welke hetero of zelfs eender welke vrouwelijke regisseur. Zowel in “Atame” als in “Matador” gebruikt hij elementen ontleend aan SM.
Minder prettig is de afloop in “Die flambierte Frau” van Robert van Ackeren (1983) met Gudrun Landgrebe en Mathieu Carrière. Maar het meest expliciet wordt deze vorm van seksualiteit getoond in “Whispers in the dark”, de debuutfilm van scenarist Christopher Crowe die voor het eerst in ons land was te zien op het Filmfestival van Gent. Een interessante film, dat wel, maar zeker geen geslaagde productie. We maken kennis met een vrouwelijke psychiater Ann Hecker (Annabella Sciorra, ook te zien in “The hand that rocks the cradle”), die een moeilijke periode doormaakt in haar privé-leven en daarom uit haar evenwicht wordt gebracht door de SM-fantasieën van patiënte Eve Abergray (Deborah Unger). Als gevolg daarvan gaat zijzelf opnieuw in therapie bij haar mentor aan de universiteit, Dr.Leo Green (het is moeilijk om je Alan Alda, die we zo gewend zijn als hoofdvertolker van het MASH-feuilleton, zonder legeruniform voor te stellen). De beste therapie is echter nog steeds de Liefde en die klopt aan haar (lift)deur in de vorm van piloot Doug McDowell (Jamey Sheridan). Even balanceert de film op de rand van de soap, maar dan ontdekt Dr.Hecker dat de man die in de verhalen van Eve zo’n gevaarlijke spelletjes speelt niemand minder is dan “haar” piloot. Als op de koop toe een naakte Eve even later opgehangen wordt aangetroffen, gaan de poppetjes aan het dansen…
Wat mij het meeste stoort in deze prent (naast de Agatha Christie-mentaliteit dat àlle mensen blijkbaar potentiële moordenaars zijn, want iedereen in de film is verdacht) is dat de rolverdeling weer typisch de man als sadist en de vrouw als masochist voorstelt. Met deze uitvergroting van het traditionele rollenpatroon naar het seksuele heb ik het altijd lastig, ook al fantaseren de meeste vrouwen zoals eerder gezegd over onderwerping (zie b.v. Pauline Réage, Emmanuelle Arsan, Régine Deforges, Camille Paglia, enz.; een uitzondering is Elfriede Jelinek). Nochtans zou je verwachten dat dergelijke vrijgevochten vrouwen juist rebelleren tegen het rollenpatroon dat op die manier doorwerkt. Maar het tegendeel is waar. Als feministen uit reactie tegen de macho-porno zich zelf aan het schrijven zetten (wat in Nederland is gebeurd) dan stellen we vast dat het dan alweer SM-fantasieën zijn…
Die “vrouwvriendelijke” porno kun je per postorder bestellen bij “Mail and Female”, maar de enige film die ik er ooit eens heb besteld was zo duur en van zo’n slechte kwaliteit (inhoudelijk was er geen verschil met de brol in “niet-alternatieve” zaken en technisch waren zowel klank als beeld zelfs veel slechter) dat het daarbij is gebleven. En recensie-exemplaren stuurt men in deze branche blijkbaar alleen naar feministische bladen.
Een ander merkwaardig personage is Elvira. Ene Cassandra Peterson draaide in 1988 een film met de naam “Elvira, Mistress of the Dark” (regie: James Signorelli), die haar eigenlijk helemaal “op het lijf” was geschreven. Dat is dan wel erg letterlijk te nemen want haar typisch Amerikaanse Dolly Parton- of Annie Sprinkle-achtige boezem staat centraal in deze prent over een “vulgaire” TV-presentatrice die haar “puriteinse” buren op stang jaagt. Elvira noemt zichzelf een heks en dat heeft uiteraard wel wat met seks te maken, maar buiten haar uiterlijk dat erg op dat van een meesteres lijkt, heeft het bitter weinig met SM te maken.
Wat nu ook weer niet wil zeggen dat SM noodzakelijkerwijs iets met bondage of pijn te maken heeft. De “gehoorzaamheidsspelletjes” die Ewa en Marysia in “Meisje Niemand” (Tomek Tryzna) met elkaar spelen zijn daar een duidelijk voorbeeld van. De afhankelijkheid van de partner kan zich immers op allerlei manieren uiten. Door “nursing” bijvoorbeeld (d.i. zich als een baby gedragen), maar ook door zich voor dood houden, zoals o.a. op humoristische wijze wordt aangetoond in de leuke Italiaanse film “Volere volare”. In deze film zit terloops gezegd ook een parodie op het dubben van het kreunen bij seksfilms, iets wat inderdaad vaak op de lachspieren werkt. Heb je b.v. al ooit een vrouw iets horen zeggen, terwijl ze een fellatio doet? Wel, in een seksfilm kan dat!
JAPANSE FILMS
Voorbeelden van fetisjisme zijn dan weer terug te vinden in de films “Le cri de la soie” (via een bijrolletje van een masochistische katholieke schooldirectrice komt SM heel eventjes ter sprake), “The Pillow Book” en natuurlijk nog veel meer in “Irezumi” van Yoichi Takabayashi b.v. die in België (terecht) werd uitgebracht onder de titel “De geest van de tatoeage”. Want daarover gaat het precies. Het samengaan van eros en thanatos, rituelen en pijn, is immers een constante in de Japanse cultuur.
Fujieda houdt zozeer van de huid van zijn “ondergeschikte” minnares Akane dat hij haar naar de beroemde tatoeëerder Kyogoro stuurt. Daarmee is hij in contact gekomen omdat zijn vorige geliefde diens vrouw was. Zij heeft haar zoon Harutsune getatoeëerd en nu is hij assistent bij Kyogoro, zonder dat hij weet dat dit eigenlijk zijn vader is. Zijn assistentie bestaat er precies in dat Kyogoro vindt dat de huid van een vrouw beter kan bewerkt worden als ze seksueel opgewonden is. Daarom dient Harutsune als “levend kussen”. Er ontstaat uiteraard een relatie tussen Akane en Harutsune, maar als deze laatste verneemt dat Kyogoro zijn vader is, pleegt hij zelfmoord. Ook Kyogoro zelf wordt ziek en sterft. Akane laat dan de final touch plaatsen door Kyogoro’s dochter. Oorspronkelijk was ze tegen dat tatoeëren en deed ze het enkel voor haar minnaar, maar nu is ze een zelfbewuste vrouw geworden die fier is op haar lichaam.
Een ander voorbeeld is “De wereld van Utamaro” van Akio Jissoji uit 1978. Utamaro (1753-1806) vormde het hoogtepunt van de Japanse etskunst, die in de 17de eeuw uit China was overgenomen. Het was de tijd dat de adel teloor ging ten voordele van de burgerij. De adel spartelde nog tegen met allerlei verordeningen die moesten beletten dat de burgerij zich met decadente luxevoorwerpen zou omringen. En dat was zeker het geval met Utamaro, die zijn onderwerpen zocht bij geisha’s en in bordelen.
SM is ook in Japanse porno erg in. Maar het is dan wel vaak heel macho SM, zoals ook blijkt uit “Tokyo decadence” van Ryu Murakami (1993), met als gevolg dat men vaak met een wrang gevoel achterblijft. Bij “Rubber’s Lover” van Fukui Shonji (1995) is het aanleiding voor een stoutmoedige kritiek op de Japanse maatschappij.
De Japanse regisseur Nagisa Oshima scoorde in 1976 een schandaalsucces met “Het Rijk der Zinnen” (“Ai no corrida”). Dat kwam merkwaardig genoeg niet omdat voor het eerst in een “normale” film de hoofdacteurs elkaar echt penetreerden, zoals tot dan toe enkel in een pornofilm gebeurde. Nee, de ophef rond “Het Rijk der Zinnen” werd door Manu Ruys in “De Standaard” als volgt samengevat: “Er is naakt en er is seks-sadisme. Wie het onderscheid niet aanvoelt, ontbeert een gezond en evenwichtig oordeelsvermogen en werpt zich beter niet op als woordvoerder van de openbare opinie.”
Deze krant had zich destijds wel heel expliciet in het onderwerp vastgebeten. Zo kopte Maria Rosseels met letters die men bij Het Laatste Nieuws was gaan lenen: “Noem het kind bij zijn naam: pornografie”. Ook zij legt de link met sadisme en vindt dat de naam Sada voor het vrouwelijke hoofdpersonage niet toevallig is gekozen. Merkwaardiger is wel dat Rosseels ook wel toegeeft dat de film verschilt van de doorsnee-porno, maar naast “de esthetische kwaliteiten” is er een onderscheid dat de film juist “slechter” maakt dan die porno, zodat “de directeurs van pornozalen de film van Oshima niet lusten; het publiek dat die bioscopen frequenteert wil, naast de seks, ook nog een romantisch (desnoods gecamoufleerd) verhaal. En dat zit er bij Oshima niet in. De non-stop seks wordt vlug eentonig.”
Anderzijds houdt Maria ons wel (als enige!) op de hoogte van wat we allemaal missen: het bevredigen van een oude bedelaar en een lesbische scène werden twaalf minuten ingekort. Op de koop toe geeft ze ons ook nog wat erotische cultuur mee. Aangezien het verbod op het tonen van schaamhaar toen nog geldig was, herinnert ze ons eraan dat dit teruggaat op een eeuwenoud taboe: “Ook in het keizerlijke China gold het tonen van schaamharen als obsceen, en de dure courtisanes, aan wier naakt-dansen niemand aanstoot nam, waren dan ook keurig onthaard.”
Hetzelfde verhaal werd dertig jaar later verteld in de kortfilm “La véritable histoire d’Abe Sada” van Noburo Tanaka. Deze kortfilm vormde een onderdeel van “Roman Porno”, een bundeling van vijf erotische Japanse kortfilms van de gespecialiseerde firma Nikkatsu. Ondanks het feit dat de bedoeling puur commercieel is, levert het toch een aantal picturale pareltjes op. Het is duidelijk dat de regisseurs (buiten Tanaka ook nog Seijin Suzuki en Tatsumi Kumashiro) in de leer gingen bij de rijke traditie van de Japanse erotische prenten. Met name déze film van Tanaka (de twee overige zijn ook van zijn hand) onderscheidt zich van die van Oshima, door meer de nadruk te leggen op het sadomasochistische karakter van de relatie tussen Sada en haar meester Kichi.
In het tweede deel van “Histoire d’O”, “Retour à Roissy”, sterft O uiteindelijk uit liefde voor haar minnaar, Sir Stephen. Dit tweede deel is onder de titel “Fruits de la passion” in 1981 verfilmd door de Japanner Shuji Terayama (met o.a. Klaus Kinski als Sir Stephen) maar daarbij werd de handeling naar het China van de jaren twintig overgeplaatst en dat is niet steeds geslaagd. Enerzijds omdat er een mengeling van slecht Frans, slecht Engels en… Japans wordt gesproken (over de kwaliteit hiervan kan ik me uiteraard niet uitspreken, maar het is zeker geen Chinees), anderzijds omdat de pogingen om een politieke film een erotisch tintje te geven met de bedoeling een groter publiek te bereiken reeds eerder falikant zijn afgelopen.
De producer van Jaeckins “Histoire d’O”, Eric Rochat heeft in 1984 onder de titel “Histoire d’O 2” ook een “vervolg” gedraaid met Sandra Wey in de titelrol maar dat heeft niks met het boek van Pauline Réage te maken. Er zitten een paar leuke scènes in, maar daarvoor moet men zich wel doorheen een totaal krankzinnig verhaal worstelen. Juffrouw O. heeft haar erotische lesjes bij sir Stephen goed geleerd en keert de rollen om: het is nu háár beurt om te manipuleren, te vernederen, te onderwerpen. Om een Amerikaans magnaat op de knieën te krijgen, pleegt ze « erotische chantage » onder zijn gezin en haalt zo haar slagje thuis. U kunt het zo banaal niet bedenken of het wordt wel ergens uit één of andere mouw geschud. Schuldigen deze keer zijn: Eric Rochat, die zowel regie als scenario op zijn geweten heeft, Sandra Wey, Carole James, Manuel de Blas, Rosa Valenty, enz., allen waarschijnlijk in de grond brave huisvaders en -moeders, die een centje bijverdienen door zich voor een filmcamera stierlijk te komen vervelen. De enige bekende naam die we bij deze productie aantreffen is die van componist Stanley Myers (“The Deer Hunter”).
Datzelfde jaar verscheen er ook een Frans-Zweedse hard porno-film “L’éducation anglaise” van Michel Ricaud met Susanne Larsson, Thomas Persson, Claudia Morel en Karin Jonsson, die schaamteloos het basisstramien van “Histoire d’O” jat om dan te kunnen overgaan tot de orde van de dag, zijnde “la démonstration des jets d’urine et de sperme que ces jeunes filles reçoivent dans la bouche” (*). Maar toegegeven, binnen zijn genre is dit het betere werk (net als “Legend” b.v.). Cameraman Sven Thelander heeft zelfs aandacht voor andere plans dan gewoon de diepste krochten van het menselijk lichaam (**).
Nog in datzelfde jaar draaide Sophie Favier (later bekend van het onderdeel “Sex machine” uit “Les enfants du rock” en nog later zelf présentatrice van “Sophie… sans issue” op TF1) “Lady Libertine”. Net voor de release kwam ze echter tot het besef dat deze video haar latere carrière wel eens zou kunnen schaden en ze hield hem tegen.
Reeds in 1974 was er “Histoire de Q” van Jean-François Davy, die buiten de gemakkelijke woordspeling eigenlijk niets met “Histoire d’O” heeft te maken. Het gaat immers over een failliet verklaarde garagist (Philippe Gasté), die als kleine zelfstandige daarna een bordeel voor vrouwen opent. Jean Roche is er tewerkgesteld en Anne Libert is één van de klanten.
Een film die als “anti-Histoire d’O” de geschiedenis is ingegaan, is “Maîtresse” van Barbet Schroeder uit 1976. Enerzijds is dit ten onrechte omdat het ook een SM-film betreft, alleen is het rollenpatroon deze keer omgekeerd: Bulle Ogier is de dominerende “maîtresse”. Anderzijds is het juist, omdat de film moralistisch is van strekking: uiteindelijk wordt ze immers uit dit milieu “gered” door haar “oprechte liefde” voor inbreker Gérard Depardieu.
Maar als men dan toch over een “anti-Histoire d’O”-film wil spreken, dan vind ik persoonlijk dat “Salo” (1975) van Pier Paolo Pasolini daar meer voor in aanmerking komt. Deze film is weliswaar gebaseerd op “De 120 dagen van Sodom” van de markies de Sade, maar is eigenlijk geen SM-film. Gesitueerd in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de kortstondige fascistische republiek in Noord-Italië met als hoofdstad Salo, zonderen een bankier, een hertog, een bisschop en een magistraat zich gedurende 120 dagen af met 16 opgepakte en gekeurde jongelui van beider kunne, in een geïsoleerde statige villa. Opgehitst door schunnige vertellingen van de “ceremoniemeesters” (een kwartet verlepte bordeelmadames) vieren zij hun ziekelijke perverse lusten bot op de weerloze slachtoffers (er zijn voor het evenwicht ook nog acht bewakers). Ronald Bergan schreef dat “de tien laatste minuten tot de verschrikkelijkste, maar ook meest memorabele en mooiste uit de hele filmgeschiedenis behoren”. Deze sequentie is overigens zonder klank, maar wél met muziek uit de “Carmina Burana” van Carl Orff.
Met deze film wilde Pasolini naar eigen zeggen zijn triptiek van het leven (Decamerone, Canterbury, 1001 nacht) afzweren. De film is m.a.w. opzettelijk anti-erotisch, niet alleen door de glasharde belichting of de gedepersonaliseerde verhoudingen, maar ook door b.v. het zogezegde bruiloftsmaal van excrementen e.d. Alhoewel de film dus eigenlijk een veroordeling wil zijn van hetgeen wordt getoond, werd hij toch na korte tijd verboden (misschien omwille van de lijdzaamheid van de slachtoffers, waardoor ze in zekere zin medeplichtig worden?) en nog enige tijd later werd Pasolini zelf vermoord door een jonge crimineel, die zijn slachtoffers meestal bij homoseksuelen zocht.
Over het leven van de Sade zijn al meerdere (meestal niet geslaagde) films gedraaid, de laatste (“Quills”) door Philip Kaufman, waarbij de seksuele component heel erg binnen de perken werd gehouden. In dat opzicht is “Quills” zowat het tegendeel van Pasolini’s “Salo”. Vooral de figuur van het kamermeisje (Kate Winslet) wordt erg respectvol benaderd. Kaufman baseert zich hiervoor vooral op het feit dat de Sade ondanks alles op heel wat feministische aanhangers kan rekenen. Hij citeert zelf Simone de Beauvoir, Angela Carter en Camille Paglia (“Ik ben een adept van markies de Sade. Zijn heldinnen behoren tot de sterkste vrouwen uit de wereldliteratuur, voor hem is de lesbienne superieur aan andere vrouwen” in Humo), zelf zou ik daar nog Annie Le Brun en de Amerikaans-Duitse filmregisseur Monika Treut kunnen aan toevoegen.
En als er vóór Kaufman dan al een film over het leven van de markies wordt gedraaid (“Marquis De Sade”, VSA 1996), dan is het alweer door een vrouw, deze keer Gwyneth Gibby. Al dient gezegd dat er in 1969 ook al een eerder zeurderige gelijknamige film werd gedraaid door Cy Endfield en pas enkele jaren geleden was er ook nog de Franse film van Benoît Jacquot. En natuurlijk is er ook nog de “Marat/Sade” van Peter Brooks, eerder een verfilming van het legendarische toneelstuk. Als men trouwens bij al deze films ook nog diverse recente theaterproducties telt (o.a. “God van Morgen” van Brecht Callewaert), kan men echt wel over een Sade-revival spreken.
Ook het leven van zijn tegenhanger Leopold von Sacher Masoch werd verfilmd (“Masoch”, 1980) en alhoewel die werd gedraaid door Franco Taviani is ook hij toch ontgoochelend. Bij Sacher Masoch komt de onderwerping op de eerste plaats. Dat blijkt vooral uit zijn meesterwerk “Venus im Pelz” (1869), waarnaar in de jaren zestig ook een soft seks-film met Laura Antonelli werd gedraaid, waarvan in 1994 zowaar een Nederlandse versie van op de markt kwam (“Venus in bont” van Ian Kerkhof, de maker van “Kyodai makes the big time” en “The Mozart Bird”). In 1972 was er “La punition”, naar het boek dat Xavière Lafont in 1969 onder de initialen F.B. Had gepubliceerd. Het werd verfilmd door Pierre-Alain Jolivet in 1972 met Karin Schubert in de hoofdrol en Georges Géret als de pooier die haar in een vunzige strafkamer verplicht aan de aberraties van haar perverse gasten te voldoen. “Het werk ligt boven de middelmaat van het genre,” schrijft Film en Televisie merkwaardig genoeg, zeker omdat de recensie eindigt met deze memorabele zin: “Commercieel gefundeerde immoraliteit, een weerzinwekkend pessimisme, onwaardig menselijk gedrag en misdadige alternatieven zijn de onsympathieke factoren van deze prent.”
Hoe kan deze film dan “boven de middelmaat” zijn? Wellicht om déze reden: “De personen en karakters krijgen in de begrensde dimensies van de strafkamer een metaforische en generaliserende betekenis: alle mensen worden blijkbaar door seksuele frustratiecomplexen beheerst.”
Ondertussen had de schrijfster onder haar echte naam (zij het alleen de voornaam) al een tweede boek geschreven dat merkwaardig genoeg de titel “F.B.” meekreeg. Volgens Jean-Pierre Castelnau in het woord vooraf is het verschil met “Histoire d’O” dat het géén fictie is. Xavière Lafont werd geboren in 1941 in de Ardèche en werd op haar twintigste wees, waarop ze een vrijbuitersleven begon te leiden, waarbij ze o.a. aan de kost moest komen als stripteaseuse.
LILIANA CAVANI
In 1973 was er natuurlijk “Night porter”, eigenlijk “Portiere di Notte”, de tweede film van Liliana Cavani (°1937) na “I Cannibali” uit 1970 en nadat ze voor televisie vooral documentaires over Stalin en Hitler had gedraaid. De fascinatie voor autoritaire regimes vindt trouwens zijn weerspiegeling in deze decadente liefdesgeschiedenis tussen een ondergedoken nazi-beul Max (Dirk Bogarde), in 1957 nachtportier van een Weens hotel, en één van zijn voormalige slachtoffers Lucia (Charlotte Rampling). Het was Dirk Bogarde (overigens ooit nog als soldaat een bevrijder van de kampen) die Rampling had voorgesteld als tegenspeelster, nadat hij met haar een scène had gehad in “The damned”.
Uiteraard zorgde dit thema voor het nodige schandaal, maar ook al werd onlangs “bewezen” dat een vrouwelijk orgasme los staat van het feit of men al dan niet genot beleeft aan een seksuele daad, laat staan ermee instemt (deze studie was vooral belangrijk om slachtoffers van verkrachtingen opnieuw zelfvertrouwen te geven, want de meesten schaamden zich omdat ze desondanks toch een orgasme hadden gehad), toch bestaan er inderdààd verhoudingen waarbij het onderworpen zijn precies erotiserend werkt. Dat Lucia ook na de oorlog dus graag geketend wordt door haar beul is op zich dus niet zo verwonderlijk. Het probleem is alleen maar dat men zo graag veralgemeent en dat Cavani werd aangewreven hiermee de nazi’s te vergoelijken. Dat het bovendien een verhouding was van een dominante man en een onderdanige vrouw is, gezien de historische achtergrond wel normaal, maar ook hier ging men aan het veralgemenen en dat ondanks het feit dat Cavani niet alleen zélf een vrouw is, maar ook nog een documentaire heeft gedraaid over “de vrouw in de weerstand” (1963).
Inhoudelijk draait de film over een “deculpabilisering” die oud-nazi’s via schijnprocessen in dat hotel proberen uit te lokken. Daarvoor hebben zij dan getuigen nodig, die dan later wel “verdwijnen”. Ook Max heeft reeds zo iemand laten “verdwijnen” in een visvijver, maar zal hij dat met Lucia ook kunnen doen? Hij achtervolgt haar alleszins tot op de plaats waar ze haar verloren waardigheid kan hervinden: de uitvoering van Mozarts “Toverfluit”, geleid door haar man. Een gelijkaardig onderwerp wordt vier jaar later door haar behandeld in “Beyond good and evil” over Lou Andreas Salomé (1861-1937), een vreselijk intelligente vrouw en volgens Cavani tevens een meesteres.
Beide films komen uitgebreid aan bod in “Ventoux” van Bert Wagendorp uit 2013, een roman die gegroeid is uit een origineel filmscenario voor de gelijknamige film van Nicole van Kilsdonk, die echter pas in 2015 uitkwam. Op de pagina’s 252-255 gaat het er eigenlijk vooral over dat jonge mensen niet aan BDSM moeten doen en dat is eigenlijk wel een stelling waarbij ik me kan aansluiten. Op die leeftijd zijn er nog zoveel andere, onschuldiger vormen van seksualiteit te ontdekken dat men nog niet de sprong in het diepe hoeft te maken. Het feit dat het personage van Peter eerst als een klootzak wordt bestempeld (p.254), maar nadien toch weer in de armen wordt gesloten, staat volgens mij ook symbool voor het feit dat BDSM als zodanig toch niet wordt veroordeeld. En als dat dan toch al het geval zou zijn, dan is het inderdaad de zeer specifieke opvatting van Liliana Cavani, die op verschillende vlakken toch wel heel erg afwijkt van “normale” BDSM. Het mag al een geluk heten dat de onderdanige component (Laura) toch wel degelijk instemt met haar rol, al roept ze achteraf daarin haar jeugdige leeftijd als excuus in. Waar ik dus – zoals gezegd – kan inkomen. Het feit dat de andere leden van het vriendenclubje niks in de mot hebben, is dan weer positief: het rollenspel werd dus duidelijk tot de slaapkamer beperkt en werkte niet door in de “reële” wereld. In de verfilming werd dit overigens volledig weggelaten. Ik denk dat voor wie het boek niet heeft gelezen, de dood van Peter gewoon een ongeluk zal lijken (b.v. Reinier De Vlaam op de Internet Movie Database: “We have a death by accident in the past”). Zoals gewoonlijk kan men dus stellen dat “het boek beter was”, met één opmerkelijke uitzondering: Abbey Hoes is als de jonge Laura nog betoverender dan ik me in mijn fantasie had voorgesteld…
UNDERGROUND MOVIES
Undergroundfilmers hebben ook altijd aandacht gehad voor BDSM. Zo heeft de Zwitserse Cleo Uebelmann in 1985 “Mano Destra” gemaakt, waarin zijzelf als meesteres is te zien. Gedurende 53 minuten gebeurt er amper iets. Zij waakt gewoon over haar slavinnetje dat zichzelf aan haar heeft overgeleverd. Nadien was er ook nog Lydia Lunch, die zichzelf als onderwerp nam van de film “The right side of my brain” van Richard Kern.
Maar dan is “Bitter moon”, de film van Roman Polanski, toch beter. Al is dit ook geen film “voor beginners”. De fout is hier dat de grens vervaagt tussen sadomasochisme (als spel) en puur sadisme. De SM-spelletjes worden weliswaar in het begin gespeeld, wanneer het paar nog erg verliefd is op elkaar, maar wanneer nadien eerst de man en later de vrouw zich als sadist gaat opwerpen, zal voor de onervaren toeschouwer de grens tussen spel en realiteit niet erg duidelijk zijn. Ook hier lijkt deze film naar het boek van Pascal Bruckner (“Lune de fiel”) toch de heimelijke bedoeling te hebben moraliserend te willen zijn: steeds geraffineerder erotische spelletjes uitvinden loopt uiteindelijk slecht af.
In dezelfde sfeer baadt ook “Romance X” van Catherine Breillat uit 1999. Omdat haar man Paul (Sagamore Stévenin) haar beu is, gaat lerares Marie (Caroline Ducey) elders op zoek naar liefde. Na een avontuurtje met een knappe Italiaan (Rocco Siffredi) maakt haar schooldirecteur Robert (François Berléand) haar vertrouwd met sadomasochisme, maar zoals gezegd is ook dit geen “opwekkende” film.
Diezelfde “les” zat ook reeds in “The comfort of strangers” van Paul Schrader (1990). Schrader, geboren in Michigan, debuteerde als scenarist (“Obsession”, “Mosquito coast”, “Taxi driver”) en heeft in de films die hij sinds 1977 heeft geregisseerd (“Blue collar”, “Hardcore”, “American gigolo”, “Cat people”, “Mishima”, “Light of day” en “Patty Hearst”) reeds laten blijken belangstelling te hebben voor SM. In een Amerikaans filmtijdschrift heeft hij b.v. als criticus eens een artikel gewijd aan “Guilty pleasures” (***). Would-be psychologen wijten dit aan zijn ongelukkige jeugd in een gereformeerd fundamentalistisch milieu, waarbij hij voor een klein vergrijp door zijn vader tot bloedens toe werd afgeranseld.
Voor “The comfort of strangers” baseerde hij zich op het boek van Ian McEwan (“Cement garden”, “The good son”) dat door Harold Pinter voor de film werd bewerkt, want Schrader zelf gelooft niet meer in de mythe “de auteur-regisseur”. Een jong koppel (Rupert Everett en Natasha Richardson als Colin en Mary) is met vakantie in Venetië in een mogelijk wel laatste poging om hun verhouding nieuw leven in te blazen. De vrouw heeft immers twee kinderen (van wie wordt niet gezegd, evenmin of ze al dan niet getrouwd is geweest) en de man heeft het daar zo niet op begrepen.
Tijdens hun verblijf in Venetië worden zij gadegeslagen door een onheilspellende aristocratische heer, de Italiaanse diplomaat Roberto, die lange tijd in Engeland heeft gewoond (gespeeld door Christopher Walken). Die slaagt er uiteindelijk in hen naar zijn somptueuze huis te lokken, waar het tweetal ook kennismaakt met diens Canadese vrouw Caroline (Helen Mirren), die het huis niet uitkan wegens rugklachten. Nadat ze o.m. naakt zijn begluurd door het oudere paar, moeten de jongeren beloven terug te keren.
Dit voorval heeft deze laatste wel zodanig gestimuleerd dat zij nu wél dagenlang vrijen, daar waar ze oorspronkelijk op elkaar uitgekeken waren. De jongeman stelt zelfs voor om te trouwen. Door het feit dat er nog wel wat zaken gebeurd zijn, die minder aangenaam zijn (de jonge man kreeg een zogezegd speelse, maar niet minder pijnlijke stomp in de maag van de oudere; de jonge vrouw ontdekte dat deze in het geniep foto’s van haar minnaar had genomen), besluiten ze hun belofte niet na te komen, maar door een toeval (de overeenkomsten met “Don’t look now” van Nicolas Roeg zijn opvallend) komen ze uiteindelijk toch terecht in de woning, die nu totaal verlaten blijkt. Het paar staat immers zogezegd op het punt te verhuizen.
Terwijl de mannen even weg zijn, wordt de jonge vrouw door de oudere gedrogeerd, terwijl ze verklaart dat haar rugklachten afkomstig zijn van een SM-spelletje dat een beetje uit de hand is gelopen. Bovendien blijkt de vrouw “expendable” te zijn: het is in haar minnaar dat zowel de man als de vrouw geïnteresseerd zijn. Als deze dan terugkeert, wordt hij door de man de keel overgesneden, terwijl hij zijn vrouw neukt boven het lijk. De jonge vrouw kan in haar gedrogeerde toestand niets anders dan toekijken…
In “Servante et Maîtresse”, een Franse film naar een scenario van Dominique Fabre, loopt het eveneens slecht af. Dit is tevens een voorbeeld van hoe weinig het soms met seks als zodanig kan te maken hebben. Eigenlijk komt er in deze film, waarin Andrea Ferreol als dienstmeid de reusachtige erfenis van haar patron in de wacht sleept ten nadele van verre neef Victor Lanoux, slechts één seks-scène voor en dat is niet toevallig helemaal op het einde. Eén van de rituelen van de neef was destijds immers dat hij opzettelijk een plek maakte op zijn broek, die dan door de meid diende te worden verwijderd. Dat werd dan telkens de aanleiding voor een fellatio.
Nu de rollen omgekeerd zijn drijft Ferreol Lanoux steeds verder in de vernedering (al is ze duidelijk verliefd op hem) om uiteindelijk een biseksuele balletdanser in te huren, die na een liefdesnacht met haar ook een plek maakt op zijn broek die door Lanoux dient te worden “verwijderd”. Na deze ultieme vernedering vrijen ze dan eindelijk “op gelijke basis” met elkaar, maar wat Jérôme (Lanoux) niet weet is dat Maria (Ferreol) een overdosis slaapmiddelen heeft ingenomen. De film eindigt dan ook met een vertwijfelde oproep tot de hulpdiensten. Of ze nog op tijd komen, laat de realisator aan de verbeelding van de kijker over.
En dan is er ook nog “T’aime” van Patrick Sébastien uit 2000, de komiek die de laatste tijd ook wel eens de ernstige toer opgaat. Ook dat is weer zo’n typische film, waardoor je een regelrechte afkeer aan SM overhoudt. Hij gaat immers over een simpele man, Zef genaamd (rol gespeeld door Samuel Dupuy), die ooit eens getuige was van een sadomasochistische vrijpartij van zijn zus. Hij heeft natuurlijk geen bal begrepen van wat daar gebeurt, maar hij wil ook zo wel eens “spelen” met Marie, de dochter van een rijke parfumier (rol van Marie Denarnaud). Uiteraard komt dat in zijn geval neer op een regelrechte verkrachting…
In “A la folie” van Diane Kurys zit dan weer een zeer angstaanjagende lesbische SM-verhouding met Béatrice Dalle als meesteres en Anne Parillaud als onderdanige lesbienne die zich niet van haar kan losmaken. Misschien ook omdat ze het steevast met jongens probeert en niet met een andere vrouw?
In 1998 volgde dan “Sick: the life and death of Bob Flanagan, supermasochist” en de documentaire “Fetishes” van Nick Broomfield. Nog een jaar later verwekte “Gojitmal” (“Leugens”) van de Koreaan Jang Sun Woo schandaal op het festival van Venetië, maar misschien was dit eerder omdat de film naar verluidt “spuugvervelend” is…
Daarna zagen we Isabelle Huppert, de heldin van Michael Hanekes film “La Pianiste”, zich stiekem verminken met een scheermesje in de badkamer terwijl haar tirannieke moeder de tafel dekt. Een beetje op dezelfde wijze, maar wel veel zachter, verminkt de twintigjarige Lee (Maggie Gyllenhaal) zich in “Secretary” van Steven Shainberg (2003).
Wanneer het verhaal begint, werd ze net ontslagen uit een psychiatrische instelling waar ze een behandeling volgde voor zelfverminking, een obsessie waarvan ze nog niet helemaal genezen is. Nu staat ze opnieuw in de bewoonde wereld. Ze gaat op zoek naar werk en komt terecht bij een advocaat, Mr. Grey (James Spader). Haar taken bestaan voornamelijk uit koffie serveren, klasseren en brieven tikken. Langzaamaan leert de jonge vrouw zichzelf kennen. En daar dragen vooral Grey’s psychologische vernederingen en grove opmerkingen over haar kledij en haar gedrag toe bij. Wanneer ze op een dag een tikfout in een memo maakt, krijgt ze er flink van langs. Lee is verrast over het onbeschaamd gedrag van haar baas wiens fysieke straffen haar een bijzondere voldoening geven.
“Secretary” is gebaseerd op een kortverhaal uit het boek “Bad Behavior” van Mary Gaitskill. Opvallend is dat de cineast geen oordelen velt noch redenen zoekt voor Lee’s ongewoon gedrag. Shainberg was overigens reeds bekend van de Jim Thompson‑verfilming “Hit Me”).
XUucgab

Daar staat tegenover dat regisseur Jared Cohn in het door hemzelf geschreven “Bound” uit 2015 (foto) terugvalt op een bekend thema: “The daughter of a wealthy real estate broker falls in love with a younger man, who introduces her to B&D and S&M. Using her newly awakened sexual prowess, she finally takes charge of her own life.”
En wat met de Vlaamse film? René Los, de partner van Tom Lanoye schreef ooit een lezersbrief naar “De Morgen” n.a.v. het boek “Onzuivere gedachten” van Dieter Lesage, waarin deze de verhouding tussen Vlaanderen en Wallonië als een SM-relatie omschreef. Lesage wou daarmee terecht opmerken dat het slaafje (Vlaanderen) op een subtiele manier eigenlijk macht heeft over de meester (Wallonië). René Los als politiek secretaris van Agalev-Antwerpen onderschrijft deze zienswijze en werkt ze nog wat meer uit, maar meer dan de politieke inhoud van deze brief valt uiteraard de passage “Ik hou ook wel van SM-spelletjes, ze kunnen seksueel zeer prikkelend werken” op. SM doe je nu eenmaal (op z’n minst) met twee. Toch zijn de geheime SM-spelletjes van Tony’s ouders in “Alles moet weg” een toevoeging van regisseur Jan Verheyen
De ergste SM-toestanden vinden we echter wellicht in de baseball-film “Bull Durham”. Daarin bindt de sensuele Susan Sarandon immers de jonge Tim Robbins vast aan het bed om hem te bestoken met… poëzie van Walt Whitman!

Referentie

Ronny De Schepper, Kreunen in het donker, Steps magazine oktober 1992

(*) “De gemiddelde man geniet ervan als een vrouw zijn sperma inslikt. Dat is een teken van totale gehoorzaamheid van de vrouw aan de man. Het is zowel een ceremonie als een bevestiging.” (Haruki Murakami, Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Atlas Contact, 2014, p.325-326)
(**) Ik heb lange tijd gedacht dat de buitenopnames plaatsvonden in het Gentse Citadelpark (met name aan die namaakrotsen), maar bij nader inzien blijkt dit toch niet het geval te zijn.
(***) Aan Gregory Ball heb ik ooit eens gevraagd wanneer de uitdrukking “guilty pleasure” voor het eerst werd gebruikt. En dit was zijn antwoord: “In my humble opinion, is ‘guilty pleasures’ iets dat al heel lang bestaat, sinds lang voor onze tijd. Om een voorbeeld van lang voor onze tijd te geven, alhoewel het toen niet in het Engels zou zijn geschreven (!): ’Short is the joy that guilty pleasure brings.’ – Euripides – Greek tragic dramatist (484 BC – 406 BC).”

Een gedachte over ““De SM rechter” op televisie

  1. Hoi,

    Een van de grootste bekendste acteurs, Al Pacino, heeft way back
    ook een film gespeeld met dit thema, “Cruising” (1980).
    Dit wil íe voor de buitenwereld niet meer weten…

    IMDB: Tagline:
    Al Pacino is Cruising for a killer.
    Plot:
    A police detective goes undercover in the sleazy and underground gay subculture of New York City to catch a serial killer who is murdering numerous gay men with S&M tactics.

    Cheers, B4E.

    P.S en denk ook eens aan Mascara, in jullie eigen Knokke (Heist) gedraaid..
    IMDB Mascara (1987)
    sleazy thriller with opera and transsexuals, nevertheless interesting and well-done

    PS(2) Denk ook aan de lesbische film/boek/art-project van Cleo Uebelmann uit Zwitserland
    “Mano Destra” nog wel te verkrijgen/huren in bepaalde circuits.

    Ps(3)
    Vroege sm/leather-fetish/cult:
    “Scorpio Rising” van Kenneth Anger..
    Hij is voor vele hedendaagse regiseurs een ware bron van inspiratie en voorbeeld geweest..

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s