“Vijf regels voor een geslaagd criterium”

José De CauwerVandaag in mijn krant een grappig artikel onder de titel “Vijf regels voor een geslaagd criterium”. En de allereerste regel is natuurlijk “Er moet een grote naam op het podium”. Daarbij moet ik altijd met de glimlach terugdenken aan de tijd dat José in dienst reed van Hennie Kuiper. Ik kan hiervoor merkwaardig genoeg verwijzen naar bijgevoegde foto, want de handen die mijn oudste (en toen nog enige) zoon Roddy vasthouden, zijn die van Hennie Kuiper bij de start van de Omloop Het Volk. Toen we daarna naar huis reden en Roddy vóór mij op de fiets zat, was dat eigenlijk een voorafschaduwing van die fameuze grap van de Nederlandse cabaretier Herman Finkers als-ie stelt dat voor het rijden in een felle tegenwind er niets beter is dan zo’n kind vóór je op de fiets te nemen… Maar dit terzijde, ik wou vooral vertellen dat José dan in de slipstream van Hennie ook overal criteriums mocht gaan rijden (hij functioneerde tevens als chauffeur, meen ik me te herinneren). En zo gingen ze ergens in een afgelegen Bretoens dorp fietsen en… José won! Daar zijn ze nooit meer mogen terugkeren ;-) Nochtans had hij daar zélf vooraf nog voor gewaarschuwd…

Een tijdje geleden werd José De Cauwer zestig jaar. Tijd voor een boek vond Rik Vanwalleghem en een vijftiental gesprekken tussen de journalist en de ex-wielrenner en ex-ploegleider resulteerden in “De kijk van De Cauwer”, een boek van 256 pagina’s, verschenen bij Borgerhoff-Lamberigts en verkrijgbaar voor 21,50 euro. Zelf heb ik José ongeveer evenveel keren geïnterviewd als Rik Vanwalleghem. Ik heb echter het voordeel (vind ik toch) dat die gesprekken in een tijdsspanne van zo’n twintig jaar plaatsvonden, zodat de “kijk” van De Cauwer af en toe lichtjes gewijzigd werd. Ik heb de neerslag van die gesprekken in onderstaand stuk samengebracht. Ik begin met een voorval waarover José De Cauwer het eergisteren in de Gazet van Antwerpen nog had, als Luc Lamon hem de vaststelling voorlegt dat het “een positief verhaal” geworden is: “In essentie wel. Omdat ik uit veel negatieve ervaringen positieve energie putte. Ik verloor al vroeg mijn vrouw, was in mijn enthousiasme te stom om in te zien dat het ADR-verhaal op een ramp zou uitdraaien, er was het brievenbusdopingverhaal…”
Dom, dom, dom. Hoe kon José De Cauwer zo dom zijn? Amateurrenner Ronny Van Sweevelt vraagt hem of hij geen adres heeft van iemand die hem amfetamines kan leveren en hij geeft hem het adres van “Schele Cees”, alias Cees Masseurs, ooit verzorger bij Tulip, de ploeg die José nog heeft geleid na zijn ADR-débâcle (later zal trouwens blijken dat Adrie Kools, een renner uit die ploeg, ook zwaar verslaafd is).
“Op dat moment zat ik in zware financiële problemen,” zegt José, “maar ik ben geen dealer, ik heb er geen cent aan verdiend.”
Ik kénde José in die tijd. Ik kende hem trouwens al veel langer, toen ik nog als kind zijn wiel trachtte te houden als de nieuweling met de blauwwitte trui van Sint-Gillis-Waas met ons rondjes kwam draaien “rond den blok” (de wijk).
Maar ik kende José dus ook in die tijd toen hij in een diep dal zat. De financiële problemen waar hij op doelt, waren die van de ADR-ploeg, waarmee José grote successen had behaald (de Touroverwinning van Greg Lemond!), maar sponsor Lambert kwam niet met het beloofde geld over de brug. En aangezien José zich persoonlijk garant had gesteld tegenover de renners, draaide hij ervoor op. Dàt is de José waarvoor ik altijd bewondering heb gehad. De man van het gegeven woord.
Maar daarnaast had de “kingmaker” zoals ik hem toen in “De Rode Vaan” heb genoemd nog andere, nóg grotere problemen. Zijn eerste vrouw was na een slepende ziekte gestorven en hij had pas kennis gemaakt met Silvana. En haar hartsvriendin was… de levensgezellin van Ronny Van Sweevelt. Toen ze samen schoenen gingen kopen, dacht Ronny ook iets te kunnen kopen bij José.
En dan waren er nog de problemen met zijn tienerdochter. Je weet hoe dat gaat: het meisje is juist in haar apejaren als ze haar moeder verliest en een nieuwe jonge vrouw in huis komt wonen. Ja, een mens zou voor minder grijze haren krijgen. En die kréég José dan ook…
In het geval van zijn dochter niet helemaal terecht, dacht ik zo. Als hij me vertelde dat ze ervandoor was met een “veel oudere punker”, dan geloofde ik hem natuurlijk, maar later bleek dat de zeer aimabele accordeonist Marino Punk te zijn. Marino ziet er nog altijd zéér punk uit, maar hij is feitelijk te braaf om los te lopen. Eigenlijk is het gezinnetje dat hij met de dochter van José heeft gesticht zeer burgerlijk. Ze hebben ondertussen zelfs een kwartet koters. Hopelijk heeft José dat ondertussen ook allemaal ingezien en kent hij alvast op dat vlak opnieuw wat meer rust. Toch was ik ontgoocheld toen ik onlangs een fotoreportage zag “samen met zijn dochters”, maar dat bleken dan wel zijn dochters uit zijn tweede huwelijk te zijn. Van Debbie (zo heet ze, meen ik me te herinneren uit de tijd dat ze samen met mijn zoon op school zat; ze lagen trouwens ook al samen in de kraamkliniek, want ze verschillen amper drie dagen, maar daar was ik me toen niet van bewust) was nog altijd geen sprake…
Maar zó ongelukkig dat hij ook dacht dat hij ongestraft adressen van dealers kon doorgeven, nee, zo “verstrooid” kan hij niet geweest zijn. Mij lijkt het eerder een “jemenfoutisme” van het moment. De periode moet zo donker geweest zijn dat De Cauwer niet gedacht heeft dat hij ooit nog uit dat dal zou geraken en het kon hem dan ook eigenlijk niet veel schelen. Maar later is dat als een boemerang terug op hem afgekomen. Uiteindelijk werd hij weliswaar niet veroordeeld (wegens verjaring van de feiten), maar het kwaad was geschied.
“WIELRENNEN WAS VOLGENS MIJN VADER IETS MINDERWAARDIGS”
De Cauwer zelf is als wielrenner gestart bij Lucien Van Impe…
José De Cauwer: Nee, bij Hertekamp met Peirsman, Van Landeghem, Buckaki, allemaal mannen van het Waasland. Maar dat jaar klopte ik De Vlaeminck wel in een massaspurt te Belsele en zo is Stablinski me komen halen…
– Voor je bij de beroepsrenners zat, werd er in Temse niet zoveel aandacht aan jou besteed als aan André Peirsman b.v. Heb je daar een verklaring voor?
J.D.C.:
Er was een groot verschil tussen André en mij. André’s vader had een ‘melkronde’. Dat betekende dat hij met vele mensen in contact kwam, terwijl ikzelf helemaal aan de rand van Temse woonde en bovendien bijna niet buitenkwam. Ik stond wel in de krant en zo, maar er was niemand die vermoedde dat ik van Temse zelf was. Zo heb ik eens tijdens een juniorswedstrijd in Temse zestig van de zeventig kilometer voorop gereden en dan wist de speaker nog niet dat ik een lokaal renner was!
01 jose de cauwer bij ksv temse– Werd je van huis uit gestimuleerd om renner te worden? Waren er nog renners in je familie b.v.?
J.D.C.:
Neen, helemaal niet. Ik ben eigenlijk begonnen als voetbalspeler (zie foto van Guy Van Hoelandt; José staat in het midden op de tweede rij; verder herkennen we nog o.a. André Van De Walle, Eddy Cools, André Van der Aa, François Van Breuseghem en Albert Brijs). Wielrennen dat was volgens mijn vader iets minderwaardigs: eigenaardige tiepen en zo. Dat was zo de opvatting in die tijd. Anderzijds stond hij er als arbeider van de Boelwerf wel op dat ik goed reed in Tielrode. Als ik dan gewonnen had, dan ging hij een kwartier vroeger naar de werf. Indien ik integendeel slecht had gereden, dan kwam hij bijna te laat! Dat is trouwens de grootste kwaal voor jonge renners: de druk van de omgeving. Eigenlijk zou men wielrennen zuiver als hobby moeten kunnen beoefenen, zonder dat men daar altijd prestaties tegenover plaatst. En met mate ook. Eén wedstrijd per week is meer dan genoeg.
– Is je vader vaak te laat moeten komen?
J.D.C.:
Als junior heb ik twintig wedstrijden gewonnen en als liefhebber jaarlijks tien à twaalf. Ik heb een wagen gewonnen in de G.P.Meert in Nieuwkerken en een sterrit. En ik ben meegeweest naar de Vredeskoers. Al bij al toch niet zo slecht, geloof ik.
– Hoe ging dat in de Vredeskoers? Men vertelt steeds dat het zo lastig is…
J.D.C.:
Voor mij is dat erg tegengevallen. Ik ben zwaar ten val gekomen. Bovendien werd ik dan nog erg ziek (een “negenoog”). Gedurende drie dagen reed ik van de aankomst naar het hospitaal en van het hospitaal naar de start. Toen het dan op de koop toe begon te regenen, verplichtte de koersdokter mij op te geven, anders was ik nog verder gereden.
– Wie waren je ploegmaten in die tijd (1972)?
J.D.C.:
Theo Dockx, wijlen Isidoor Weemaes, Rudy Reypens…
– Zo te horen heb jij het dan nog het verst geschopt?
J.D.C.:
Van die mannen wel, ja.
– Hoe kwam het dat niet de besten geselecteerd waren?
J.D.C.:
Het was in het jaar van de Olympische Spelen en de kern die hiervoor was aangeduid mocht niet deelnemen. Vandaar dat ze dan ‘de tweede rij’ namen.
Na Gitane stapt José over naar het Zeeuwse Frisol, waar hij weer een aantal Waaslanders terugvindt. Maar hij maakt er vooral kennis met Hennie Kuiper, die de rest van zijn loopbaan zou bepalen. In het begin van het seizoen 1975 wordt José derde in de Omloop Het Volk. Het was ook het voorspel voor… de wereldtitel van Hennie Kuiper! Ondanks het feit dat hij toch Olympisch Kampioen was geworden, was Hennie immers helemaal onzeker over zichzelf. José wreef hem die derde plaats dan ook onder de neus: “Als ik met mijn beperkt talent hier derde kan worden, wat staat er jou dan niet te wachten?” schimpte hij. En hij nam Kuiper mee naar een LSP-cursus en de rest is geschiedenis. Waarmee ik overigens zeker geen reklame wil maken voor LSP- en andere dergelijke cursussen. Zeker niet! Het is vooral bij de Raleigh-ploeg dat het duo tot zijn recht zal komen. Het is ook in die periode dat ik José voor het eerst aan het werk zie en hoor tijdens een debat in Temse.

Ronny De Schepper

6 gedachtes over ““Vijf regels voor een geslaagd criterium”

  1. Geachte hr De Schepper,

    Door toeval vond ik een zeer oude vraag(uit 2005) van u op een Wieler-site m.b.t. Matt Burindi.
    Nu wil het toeval dat ik vorige week naast hem in het vliegtuig in Amerika zat. Hij las een boek van zijn oude wielercoach Chris Carmichael en gaf aan dat hij heel vroeger een tijdje behoorlijk had gefietst. Ik heb zijn emailadres, ik kan hem evt vragen of ik dit door mag geven.

    vr. gr. Marco V.

    Liked by 1 persoon

  2. Beste, wat een kontneuker van De Cauwer ben je eigenlijk. Een dopingtrafikant die zelfs nu nog frekwent amfetamines (zeer goeie bron dicht bij hem) gebruikt. En als commentator is hij met zijn waardeloos gestotter ook maar een kneusje. Open je je ogen, man. Peter

    Like

    1. Ik heb uiteraard geaarzeld of ik deze reactie wel zou plaatsen, eigenlijk is het tegen mijn “policy” om scheldwoorden (“kontneuker”) te publiceren en beschuldigingen (over die amfetamines) die moet je natuurlijk kunnen hard maken. Ik apprecieer echter wel dat je je niet verschuilt achter een pseudoniem (neem ik toch aan), wat voor velen een alibi is om erop los te schelden. Bovendien vind ik het wel typisch voor de “haatcampagne” die tegen José aan de gang is (ik denk b.v. ook aan “Uitlaat”). Bon, misschien komt hier reactie op, liefst zonder schelden, dan komt er misschien nog een positieve discussie uit voort. Ik ben altijd vatbaar voor bewezen argumenten, in afwachting blijf ik een fan van José, jawel, ik ga hem niet op basis van geruchten in de rug schieten.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.