NTG-stuk nr.129: “Spoken” (nov.1979)

Eerste akte
Regina Engstrand jaagt haar vader, de timmerman, het huis uit, wanneer hij haar tracht te overhalen bij hem in de stad te komen wonen en samen een restaurant voor zeelui te openen.
Pastoor Manders komt met de weduwe mrs.Alving spreken over de plannen van het weeshuis dat zij heeft laten bouwen. Haar zoon Oswald is net terug uit Parijs en Rome en verdedigt zijn opvattingen over de vrije liefde die hij daar in de artistieke middens die hij heeft gefrequenteerd heeft ondervonden.
Wanneer zijn moeder zich aan zijn zijde schaart, verwijt Manders haar (als Oswald weg is) dat zij tekort is geschoten in haar taak als echtgenote en als moeder, want zij heeft haar man eens ontvlucht en haar kind zond ze toen hij pas zeven jaar was al naar vreemden.
Mrs.Alving repliceert dat haar man ook nadat Manders haar weer met hem had verzoend, een brutale dronkaard is gebleven en dat zij haar kind heeft weggezonden, toen hun echtelijke ruzie een hoogtepunt bereikte wanneer kapitein Alving de meid begon lastig te vallen. Zij richt nu dit weeshuis op met zijn geld, omdat zij hem volledig wil vergeten en Oswald volledig van haar afhankelijk wil maken.
Hoogtepunt op het einde van deze akte: mrs.Alving heeft nog maar net gezegd dat ze na de inhuldiging van de gedenksteen voor haar man morgen hem met een gerust gemoed zal kunnen vergeten, wanneer ze in de keuken Regina net dezelfde woorden hoort zeggen als haar vroegere meid, omdat ze door Oswald lastig gevallen wordt. Op de vraag van Manders wat er scheelt, antwoordt mrs.Alving: “Ik hoor spoken!”
Lees verder “NTG-stuk nr.129: “Spoken” (nov.1979)”