Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Franse wielrenner Serge Svoboda is overleden. Zijn voornaamste overwinning was in 1937 toen hij Frans kampioen werd bij de amateurs en de onafhankelijken (zie bovenstaande foto). Hij zal echter vooral herinnerd worden als de broer van actrice Madeleine Robinson (1917-2004), die dus eigenlijk ook Svoboda heet…

De familie is dus overduidelijk van Tsjechische afkomst, maar waar Serge voor de Franse nationaliteit opteerde, werd Madeleine Zwitserse. Met een naam als Svoboda kan je misschien wel zonder problemen een wielercarrière uitbouwen, maar in de filmwereld? Zoals ze in haar memoires schrijft, koos ze het pseudoniem “Robinson” nadat ze aanvankelijk had overwogen “mijn naam [Svoboda] letterlijk te vertalen en mezelf Madeleine Liberté te noemen? Moeilijk in een tijdperk waarin de bourgeoisie zo bang was voor communisten.” Vervolgens overwoog ze een woord dat vrijheid vertegenwoordigde, wat haar “Madeleine Bastille” zou hebben opgeleverd, “mooi, aangenaam klinkend, maar belachelijk in een tijd waarin de gelijknamige omnibus nog steeds erg populair was.” Uiteindelijk koos ze voor herinneringen aan haar jeugd, met name aan Robinson Crusoe: “Ik behield het beeld van hem als een vrij man.”
Haar acteercarrière begon in 1934 in Tartarin de Tarascon, een film geregisseerd door Raymond Bernard, gevolgd door een hoofdrol in Mioche van Léonide Moguy in 1936.
Ze speelde vervolgens in 80 films en talloze televisieseries en tv-films. Zo o.a. in “Le garçon sauvage” van Jean Delannoy uit 1951 (zie onderstaande foto), “Het proces” van Orson Welles uit 1962 naar het boek van Franz Kafka en “Une piège pour Cendrillon” van André Cayatte naar het boek van Sébastien Japrisot. Haar laatste filmrol was in 1995 in L’Enfant en héritage, een televisiefilm geregisseerd door Josée Dayan.
Ze speelde ook in talloze toneelstukken, met name twee grote successen: Adorable Julia, gebaseerd op de roman van Somerset Maugham (meerdere keren opgevoerd tussen 1954 en 1972 en uitgezonden op televisie), en Noix de coco van Marcel Achard (1960, eveneens uitgezonden op televisie). Ze speelde ook Martha in Edward Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf?, geregisseerd door Franco Zeffirelli, een productie die controverse veroorzaakte, de zogenaamde “Virginia Woolf-affaire”, vanwege de moeizame relatie van de actrice met haar tegenspeler Raymond Gérôme. Dit leidde tot de mythe dat Madeleine Robinson een “moeilijk temperament” zou hebben gehad. Voor deze rol ontving ze le Prix du Syndicat de la critique voor Beste Actrice (1965). Ook noemenswaardig is haar heropvoering van Jean Cocteau’s Les Parents terribles, waarin ze tante Léo speelde, met Jean Marais als haar tegenspeler en regisseur (1977). In 2001 ontving ze een Molière voor haar carrière. Ze woonde toen al enkele jaren in Montreux, Zwitserland, in ruste.
Madeleine Robinson was getrouwd met acteur Robert Dalban (met wie ze een zoon kreeg), vervolgens met Guillaume Amestoy, en woonde samen met de Spaanse acteur en schrijver José Luis de Vilallonga. Uit haar relatie met Jean-Louis Jaubert, zanger van Les Compagnons de la Chanson, kreeg ze een dochter.

Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)

83-madeleine-robinson-in-le-garcon-sauvage

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.