25 jaar geleden ging “La piel que habito” van Pedro Almodovar in première. De film is lichtjes gebaseerd op de roman Mygale (1984) van de Franse schrijver Thierry Jonquet. De film werd genomineerd voor een Gouden Palm in 2011. In 2012 won de film de BAFTA voor beste anderstalige film.
De film gaat over de briljante chirurg Robert Ledgard (Antonio Banderas), die er sinds de gruwelijke dood van zijn geliefde zijn levenswerk van heeft gemaakt om een kunsthuid te kweken die immuun is voor brandwonden en insectenbeten. “Antonio Banderas speelt een nogal gestoorde wetenschapper die een mooie jonge vrouw gevangen houdt in zijn huis terwijl hij haar gebruikt als menselijk proefkonijn voor een nieuw type synthetische menselijke huid,” schrijft de Ierse Charlene Lydon zowel op haar eigen filmblog als op de Internet Movie Database. Maar uiteraard houdt het hier bij Almodovar niet op: “Naarmate het verhaal zich ontvouwt, bloemblaadje voor bloemblaadje op die bloemachtige manier die we gewend zijn te zien van Almodovar, voegt elke scène verwondering en smaak toe aan een toch al robuuste opzet. (…) Het is geweldig om te zien hoe Antonio Banderas zich nestelt in de nogal verontrustende rol van Dr.Robert Ledgard. Hij straalt dezelfde charisma en seksuele bravoure uit die hem beroemd maakten, maar zonder ook maar het minste spoortje van sekssymboolstatus dat in de uitvoering doorschemert. Hij is griezelig, vreemd verleidelijk en onderbelicht het ‘gekke wetenschapper’-gedeelte bewonderenswaardig.”
De vertaling van de titel La piel que habito naar het Nederlands luidt: De huid waarin ik leef/woon en verwijst naar meerdere aspecten uit de film. Allereerst naar de hoofdpersoon Vera Cruz (Elena Anaya), die letterlijk door transplantatie een andere huid heeft gekregen en in een getransformeerd lichaam leeft. Zij leeft opgesloten in een kamer in het huis van de chirurg, die haar huid en lichaam heeft gecreëerd. Figuurlijk wordt de titel versterkt doordat zij gekleed is in een bodystocking die als tweede huid fungeert, en een gezichtsmasker draagt. Ook verwijst de titel in algemenere zin naar de letterlijke en figuurlijke verkleedpartij en vermommingen waarin mensen zich in het dagelijks leven aan anderen tonen. Dit wordt in de film onder andere versterkt doordat de halfbroer van de chirurg ‘Zeca’ (Roberto Álamo) met carnaval in tijgerkostuum het huis binnendringt.
Almodóvar verwerkt in de film veel persoonlijke favorieten, zoals de beeldhouwwerken van Louise Bourgeois (die Vera ertoe brengen zelf te gaan beeldhouwen) en de boeken van Alice Munro. Daarnaast verwijst hij in de film naar andere films en verhalen. Het gemaskerde gelaat van Vera lijkt bijvoorbeeld sprekend op het met verband omwikkelde gezicht uit de Franse horrorfilm Les Yeux sans visage (1960) van Georges Franju, ook over een bezeten chirurg. Ledgard noemt de synthetische huid Gal, naar zijn eerste vrouw. Hiermee verwijst Almodóvar naar de mythe over Galatea, een beeldhouwwerk van Pygmalion, de beeldhouwer die verliefd werd op zijn eigen schepping.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)