Mozart schrijft in het voorjaar van 1775 in München onder meer de sonates KV.282 en KV.283. De invloed van Joseph Haydn en Johann Christian Bach is vooral te horen in het adagio waarmee de eerste sonate ongewoon begint. Maar, alhoewel Mozart, naast een schitterend pianist, ook een begenadigd violist was, componeerde hij slechts vijf concerti voor dit instrument en dan nog wel alle binnen dezelfde periode in 1775. Het rondo in B (KV.269) dat Mozart ook nog schreef in die periode, was eigenlijk bedoeld voor het vioolconcerto KV.207. Het rondo in G daarentegen (KV.373) is op 2 april 1781 voor bisschop Colloredo gecreëerd door de Salzburgse violist Antonio Brunetti, die overigens Mozarts plaats had ingenomen in het orkest na diens vertrek. Het adagio in E (KV.261) is eveneens voor deze Brunetti geschreven, als alternatief middenstuk voor het concerto in A (KV.219) dat hij “te geleerd” vond.
Ronny De Schepper