Vijftig jaar geleden was Sarah Caldwell de eerste vrouw die als dirigent optrad in het Metropolitan Opera House in New York, toen ze het orkest leidde bij een uitvoering van “La Traviata”.
Caldwell werd geboren in Maryville, Missouri, op 6 maart 1924, maar groeide op in Fayetteville, Arkansas. Ze was een wonderkind en gaf al op tienjarige leeftijd openbare optredens als violiste. Op veertienjarige leeftijd behaalde ze haar diploma aan de Fayetteville High School. Caldwell studeerde in 1944 af aan
Hendrix College en volgde daarna lessen aan de Universiteit van Arkansas en het New England Conservatory of Music. In 1946 won ze een beurs voor altvioliste aan het Berkshire Music Center.
In 1947 regisseerde ze Vaughan Williams‘ Riders to the Sea. Elf jaar lang was ze de belangrijkste assistente van Boris Goldovsky. In 1952 verhuisde Caldwell naar Boston, Massachusetts, waar ze hoofd werd van de
opera-workshop van de Boston University. In 1957 richtte ze de Opera Company of Boston op, waar ze een breed scala aan opera’s regisseerde en een reputatie opbouwde voor het produceren onder druk van moeilijke werken. Ze stond ook bekend om haar interessante variaties op bekende opera’s. In de jaren tachtig was Opera New England, een onderdeel van Caldwells Opera Company of Boston, de rondreizende ambassadeur voor opera in de staten van New England. Ze zette jonge professionele zangers in voor producties die volledig geënsceneerd waren en met orkest werden begeleid. Ze regelde de financiering via lokale, staats- en federale subsidies.
Bij de New York City Opera regisseerde Caldwell Der junge Lord en Ariadne auf Naxos (met Carol Neblett), beide in 1973. In 1974 werd ze de tweede vrouw die het New York Philharmonic Orchestra dirigeerde met een volledig vrouwelijk programma van componisten zoals Ruth Crawford Seeger, Lili Boulanger en Thea Musgrave. Op 13 januari 1976 werd Caldwell de eerste vrouwelijke dirigent bij de
Metropolitan Opera, met La traviata (met Beverley Sills). In 1976 dirigeerde en regisseerde ze
Il barbiere di Siviglia (met Sills en Alan Titus), dat werd uitgezonden op PBS. Ze regisseerde ook John La Montaines opera Be Glad Then, America met Odetta, ter gelegenheid van het Amerikaanse tweehonderdjarig bestaan.
In 1978 leidde ze L’elisir d’amore in de Metropolitan Opera, met José Carreras en Judith Blegen. Ze trad ook op met de New York Philharmonic, het Pittsburgh Symphony Orchestra, het St.Paul Chamber Orchestra en het Boston Symphony Orchestra. Sarah Caldwell was zo dik dat ze zittend moest dirigeren. Ze viel in ongenade nadat ze aanpapte met president Marcos op de Filippijnen en met de Israëlische regering, juist op het moment van de Intifada. Ze overleed op 82-jarige leeftijd in het Maine Medical Center in Portland, Maine, aan hartfalen.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)