Het is vandaag 130 jaar geleden dat Peter Tsjaikovski de creatie van zijn zesde symfonie in b-mineur, bijgenaamd Pathétique, zelf dirigeerde in Sint-Petersburg.
Alhoewel ze door de critici slecht werd ontvangen, was Tsjaikovski zeer tevreden over zijn werk. Hij beschouwde de Pathétique als zijn beste werk.
De zesde symfonie, die hij heeft opgedragen aan zijn neef Vladimir Davydov, kan in zijn geheel beschouwd worden als een emotioneel geladen stuk, waarin klagende melodielijnen soms abrupt worden afgewisseld met heftige passages, of delen die aan een wals doen denken.
De naam Pathétique verwijst in eerste plaats naar de Pianosonate nr.8 in c mineur, opus 13, van Ludwig van Beethoven, die de naam Sonate Pathétique draagt. In de eerste maten van de symfonie zijn motieven van deze pianosonate te herkennen.
De compositie kent vier delen. Het eerste deel begint als een rustig adagio. Halverwege, na een korte fagotsolo waarvan de laatste noten worden aangeduid met pppppp, barst het gehele orkest plots uit in fortissimo en begint het allegro van het eerste deel. Het tweede deel doet als een wals aan, en is geschreven in de ongebruikelijke maatsoort 5/4. Deel drie, is zoals het al aangeeft, een levendig deel met soms kenmerken van een mars. Dit deel eindigt in een extatische uitbarsting van het gehele orkest met veel koperblazers en percussie. Het is daarom niet ongebruikelijk dat er na dit deel, tegen de ongeschreven wetten in, bij vergissing wordt geapplaudisseerd, dat heb ikzelf ook al een paar keer meegemaakt. Het vierde deel is een langzaam en aangrijpend deel, waarin het lijden van Tsjaikovski zelf als het ware doorklinkt. Met een serie dalende noten van de strijkers begint het als een klaagzang. Gedurende dit deel is er een hartslag hoorbaar, gespeeld door afgewisseld blazers of de contrabassen. Na een korte opleving luidt een zachte slag op de tamtam (sic) het noodlot in. De muziek sterft langzaam maar zeker uit. De hartslag, gespeeld door de contrabassen, vertraagt en dooft uit, waarmee de symfonie op een zeer kalme maar indringende wijze eindigt. Negen dagen na de première stierf de componist.
Symphonie Pathétique is ook de titel van een Duitstalige roman van Klaus Mann uit 1935, waarin de symfonie nr.6 fungeert als centraal motief rond het innerlijke leven van Tsjajkovski, inclusief zijn vermeende zelfmoord [ondertussen staat wel degelijk vast dat het geen zelfmoord was]. Vanwege de homo-erotische inhoud moest Mann voor de Amerikaanse markt in 1948 een gekuiste versie maken.
Ronny De Schepper (op basis van Wikipedia)
Volgens Iris Murdoch begint de “Symphonie Pathétique” van Tsjaikovski met “Frère Jacques”. Ik heb dat zopas nog eens beluisterd en ik herken “Frère Jacques” daar maar vaag in…
U hebt helemaal gelijk om daar vraagtekens bij te zetten. De bewering van Murdoch (in The Time of the Angels) moet niet letterlijk worden opgevat als: “Tsjaikovski laat aan het begin van zijn zesde symfonie Frère Jacques horen.” Dat is muzikaal gezien niet correct.
De Symphonie pathétique (Symfonie nr. 6 in b-klein, opus 74, 1893) begint met een zeer somber fagotmotief in het lage register, boven een donkere strijkersbegeleiding. Het is een van de beroemdste langzame openingen uit de symfonische literatuur. Het motief bestaat uit dalende en stijgende kleine intervallen en heeft een klagend, vragend karakter.
Waarom zou Murdoch dan aan “Frère Jacques” denken? Waarschijnlijk omwille van een ritmische en melodische verwantschap, niet omdat het citaat er echt in zit. De melodie van Frère Jacques begint met:
Het begin van Tsjaikovski’s thema heeft eveneens die wat zoekende, cirkelende beweging rond enkele naburige tonen. Vooral als men niet analytisch luistert maar associatief, kan men een soort “echo” van een kinderliedje horen.
Er is ook een interessante ironie: Frère Jacques is een onschuldig slaapliedje, terwijl Tsjaikovski’s opening precies het tegenovergestelde oproept: angst, noodlot, existentiële verlatenheid. Als Murdoch het in haar roman gebruikt, is dat waarschijnlijk niet toevallig. Ze houdt ervan om het alledaagse en het tragische naast elkaar te zetten. Een simpel kinderliedje dat ergens onder een zware, bijna metafysische klaagzang lijkt te zitten, past uitstekend bij haar thematiek.
Er bestaat trouwens een lange traditie van luisteraars die in serieuze muziek “verborgen” volksmelodieën menen te herkennen. Soms is dat bewust (zoals citaten bij Mahler), soms is het een associatie van de luisteraar. Bij Tsjaikovski’s Pathétique lijkt het vooral dat laatste te zijn.
Uw gevoel — “ik herken Frère Jacques maar vaag” — is dus precies de juiste reactie. Murdoch bedoelt vermoedelijk een stemming of een vage muzikale herinnering, geen letterlijk citaat. En dat past eigenlijk heel goed bij haar: ideeën en beelden zijn bij haar vaak eerder psychologische resonanties dan exacte verwijzingen.
chatgpt
LikeGeliked door 1 persoon