Vioolbouwer Luc Deneys uit de Sint-Jacobsnieuwstraat in Gent wordt vandaag zeventig jaar oud. Het is dus blijkbaar 24 jaar geleden dat ik met hem heb gesproken, aangezien hij toen 46 jaar oud was. De oorspronkelijke titel en datum van publicatie van dit artikel zijn echter helaas verloren gegaan. Mijn excuses daarvoor.

Een vraag die ik jammer genoeg ben vergeten stellen aan Luc, ik stelde ze dan maar aan chatgpt: de stratocaster van Rory Gallagher heeft zijn afgeragde uiterlijk vooral gekregen door het zweten van Gallagher. Door een zeldzame bloedgroep zweette de gitarist dermate zuur dat het als een soort verfafbijt fungeerde. Tijdens de cellowedstrijd vroeg ik me af waarom dit bij cellisten (en overigens ook violisten) niet meer voorkwam. Ik heb één deelnemer gezien bij wie het vernis bovenaan de cello wat verdwenen was (ik weet helaas niet meer wie het was), maar als men weet dat men een gitaar op de buik speelt, dan zouden cello’s en violen die men onder de kin houdt, daar toch meer last van moeten hebben? Ettore Pagano b.v. die liet heel wat zweetdruppels achter op zijn instrument, maar toch viel er niks aan te merken. (Misschien kwam dat ook omdat hij op een moderne cello speelde, die daarvoor misschien resistenter zijn dan de oudere modellen?)
Interessante observatie. De verklaring zit waarschijnlijk in een combinatie van materiaal, afwerking, speelhouding en onderhoud.
Bij de beroemde Stratocaster van Rory Gallagher speelde inderdaad mee dat zijn zweet uitzonderlijk zuur zou zijn geweest. Sommige bronnen spreken over een zeldzame bloedgroep, andere over een combinatie van huidchemie, intensief zweten en jarenlang vrijwel onafgebroken gebruik. Hoe dan ook: de nitrocelluloselak van Fender-gitaren uit die periode was relatief kwetsbaar, zodat zweet, huidvetten en wrijving de lak geleidelijk konden aantasten.
Bij violen en cello’s ligt dat anders.
1. Het vernis van strijkinstrumenten is anders samengesteld
Het traditionele vernis op een viool of cello bestaat meestal uit harsen en oliën en wordt in zeer dunne lagen aangebracht. Het is weliswaar niet onverwoestbaar, maar reageert anders dan de lak van een elektrische gitaar. Bovendien zijn veel historische instrumenten al eeuwenlang blootgesteld aan zweet en gebruik; restaurateurs weten precies hoe ze slijtage moeten beperken.
2. Het zweet komt niet op dezelfde plaatsen terecht
Een gitarist heeft voortdurend contact met het instrument:
Een cellist raakt zijn instrument veel minder met de huid:
Bij een violist is er wel rechtstreeks contact tussen kin/hals en het instrument, maar precies daarom is er een kinsteun aangebracht. Die neemt het grootste deel van de belasting op.
3. Strijkers poetsen hun instrument voortdurend
Professionele strijkers vegen na vrijwel elke repetitie of elk concert hun instrument af met een zachte doek. Dat gebeurt niet alleen om zweet te verwijderen, maar ook om harsstof van de strijkstok weg te nemen. Daardoor blijft agressief zweet zelden lang op het vernis liggen.
4. Slijtage komt wel degelijk voor
Als u oude instrumenten bekijkt, ziet u vaak:
Sommige beroemde instrumenten vertonen zelfs zeer uitgesproken gebruikssporen. Alleen ziet dat er meestal anders uit dan de “relic”-uitstraling van Gallaghers Stratocaster.
5. Moderne cello’s zijn niet noodzakelijk resistenter
Dat Ettore Pagano’s moderne cello er ongeschonden uitzag, hoeft niet te betekenen dat ze beter bestand is tegen zweet. Een nieuwe cello heeft simpelweg nog niet de duizenden speeluren achter de rug van een instrument dat al tientallen jaren intensief gebruikt wordt. Bovendien worden wedstrijdinstrumenten vaak bijzonder zorgvuldig onderhouden.
Wat ik tijdens de Elisabethwedstrijd zelf opvallend vond, is dat sommige kandidaten inderdaad zichtbaar transpireerden — Pagano was daarin zeker niet de enige — maar dat het zweet meestal op de handen, het voorhoofd of de armen terechtkwam en niet langdurig op het vernis bleef liggen. Een gitarist die avond na avond met zijn onderarm op exact dezelfde plek van de klankkast schuurt, stelt zijn instrument aan een veel intensere combinatie van zweet én mechanische slijtage bloot.
Daarom is de vergelijking met Gallagher eigenlijk minder evident dan ze op het eerste gezicht lijkt: bij hem was niet alleen het zweet, maar vooral de combinatie van zweet, wrijving, dunne lak en jarenlang onafgebroken gebruik verantwoordelijk voor dat legendarische afgeragde uiterlijk.
LikeLike