Op 17 januari 1773 werd in Milaan het motet “Exsultate, jubilate” van W.A.Mozart gecreëerd door de castraat Venanzio Rauzzini in tegenwoordigheid van de componist. This religious solo motet was composed when Mozart was staying in Milan during the production of his opera Lucio Silla which was being performed there in the Teatro Regio Ducal. It was written for the castrato Venanzio Rauzzini, who had sung the part of the primo uomo Cecilio in Lucio Silla the previous year. While waiting for the end of the run (from 26 December 1772 to 25 January 1773), Mozart composed the motet for his singer, whose technical excellence he admired. Its first performance took place at the Theatine Church on 17 January 1773, while Rauzzini was still singing in Mozart’s opera at night. Mozart made some revisions around 1780. In modern times, the motet is usually sung by a female soprano. Mijn voorkeur gaat uit naar bovenstaande uitvoering door Emma Kirkby met The Academy of Ancient Music, geleid door Christopher Hogwood.

In 1773 schrijft Mozart in Salzburg achtereenvolgens zijn 26ste (KV.184), 27ste (KV.199), 22ste (KV.162), 23ste (KV.181), een ongenummerde “serenade” (KV.185), zijn 24ste (KV.182), zijn 25ste (KV.183), 29ste (KV.201), 30ste (KV.202), nog een ongenummerde “serenade” (KV.203) en zijn 28ste symfonie (KV.200).
KV.161a of 184 werd op 30 maart gedateerd. De verschillende KV-nummers zijn te wijten aan het feit dat Ludwig Ritter von Köchel in 1862 ter goeder trouw een chronologische volgorde had opgesteld, die echter later (eerst in 1905 door Paul Graf von Waldersee en daarna nog eens in 1936 door Alfred Einstein) werden aangepast aan nieuwe “ontdekkingen”. Een aantal van deze werken was wel gekend door Köchel, maar aangezien hij ze als “verloren” veronderstelde, had hij ze – zonder chronologische volgorde – samengebracht in een “Anhang”. Vandaar de Anh. bij sommige composities. De Köchelnummers hadden echter reeds zo’n ingang gevonden, dat ze niet meer werden gewijzigd. Men voegde er dan een kleine letter achter.
De dramatische opening van deze symfonie nu doet denken aan de sinfonia concertante (KV.364) en de blazersserenade (KV.375). Een ondergeschikt thema is ontleend aan de eerste beweging van de 52ste symfonie van Haydn. Het andante heeft het effect van een tragische Italiaanse aria. De uitbundige finale is dan weer opvallend gelijk aan het rondo van het hoornconcerto (KV.495). Met de toestemming van Mozart werd deze symfonie later gebruikt als ouverture van het toneelstuk “Lanassa” van de Berlijnse schrijver Karl Martin Plümicke, zoals het werd gebracht door de groep van Mozarts vriend Johann Böhm. Het betreft hier eigenlijk een bewerking van “La Veuve du Malabar” van Antoine-Marin Lemierre over de weduwe van een Hindoe die zichzelf vrijwillig in de vuurpoel stort, waarin het stoffelijk overschot van haar man wordt verbrand. Het is dan ook niet onlogisch dat voor de rest ook nog fragmenten uit Mozarts “Thamos, Koning van Egypte” werden gebruikt bij deze toneelopvoering. Het heeft wel tot het misverstand geleid dat deze symfonie ook de ouverture van “Thamos” moet geweest zijn.
KV.161b of 199 is gedateerd op 10 of 16 april (het is een beetje onleesbaar). Het begint in 3/4 zodat ze door sommigen als een “wals” is omschreven. Mozart zélf zou er later de draak mee steken o.a. in Musikalischer Spass KV.522, een parodie op het dilettante gedoe van hovelingen. Vooral de hoorns mogen hier eens goed vals spelen (voor de verandering?)…
KV.162 is wellicht van 19 of 29 april en is ook weer feestelijk van aard. KV.162b of 181 dateert van 19 mei en begint al even feestelijk, zij het tamelijk “abstract”. Vader Mozart zal dit ongetwijfeld weer “lawaai” hebben gevonden! Om hem te paaien, plaatst Wolfgang in de tweede beweging een gevoelige hobo-solo en eindigt hij zowaar met een “quickstep”.
Tussen juli en september bezoekt hij Wenen, waar de populairste componisten op dat moment Hasse, Gluck, Gassmann, Wagenseil, Salieri, Hoffman, Haydn, Dittersdorf, Vanhal en Huber zijn. Mozart ondergaat er de invloed van en dat is te horen in zijn volgende symfonieën.
KV.173dA of 182 is van 3 oktober 1773. Tien jaar later schrijft Mozart in een brief naar zijn vader nog altijd fier over deze symfonie. Wellicht omdat hij zich alweer moest verdedigen tegen het “lawaai” in de eerste beweging. Het Dionysische einde maakt deze symfonie tot pure “opera buffa”.
De symfonie in g KV.173dB of 183 is van 5 oktober. In december 1773 schrijft Mozart zijn eerste “echte” klavierconcert (in D, KV.175). In februari 1782 zou hij hiervoor een nieuwe finale schrijven (rondeau, KV.382), nu bekend als concerto nr.28, waarop hij zo fier was dat “alleen zijn geliefde zus” en hijzelf het mocht spelen.
In 1774 (het jaar van Goethes “Werther”) schrijft hij in Salzburg voor het carnaval zestien menuetten (KV.176). Daarna volgen dat jaar nog vier “Germaanse” symfonieën. Eerst is er op 6 april de 29ste in A (KV.186a of 201). Mozarts Salzburgse Symfonieën, die gecomponeerd werden eind 1773 en in 1774 zijn van specifiek belang. Niet alleen wordt het type van de Italiaanse Sinfonia in drie bewegingen verlaten, zij tonen ook dat Mozart de indrukken heeft verwerkt die de studie van de werken van zijn Salzburgse collega Michael Haydn en van de Weense componisten op hem naliet.
Een nauwkeuriger analyse van die composities versterkt de bovenstaande indruk: Mozart verlengt de bewegingen door coda’s en hij verrijkt de compositie met talrijke contrapuntische elementen. De specifieke symfonische stijl krijgt langzamerhand vorm: in verschillende bewegingen wordt de luisteraar getroffen door de dialoog tussen violen en bassen. De voornoemde kenmerken zijn vooral van toepassing op de symfonie nr.29 in A, KV.201, (1774) voor 2 hobo’s, 2 hoorns en strijkers. Het is moeilijk te zeggen wat het mooist is aan het allegro moderato: de rijkdom en plasticiteit van de thema’s, hun contrastrijke schikking of de kunstzinnige uitwerking. Het andante is een van de meest gracieuze uit Mozarts middelste periode. Het menuet is geconstrueerd rond een gepunt ritme, terwijl het trio zich onderscheidt door zijn zengend karakter en subtiele harmonie. De finale moet niet onderdoen voor de aanvangsbeweging.
Op 5 mei volgt dan de 30ste in D (KV.186b of 202). De symfonie in D (augustus) is eigenlijk een uittreksel uit een serenade en krijgt daarom geen officieel nummer (wél een KV natuurlijk: 189b of 203). Het betreft de 2de, 6de, 7de, 8ste en 9de beweging, terwijl de 3de, 4de en 5de beweging samen een vioolconcerto vormen en dat alles wordt uiteraard gewoontegetrouw voorafgegaan door een mars.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.