De succesrijke Vlaamse thrillerauteur Pieter Aspe, pseudoniem voor Pierre Aspeslag, is gisteren overleden (foto Pieter DP via Wikipedia). Hij was 68. De auteur kampte al sinds 2020 met gezondheidsproblemen en lag toen vijftien dagen lang in het ziekenhuis. Hij had zware longproblemen, maar het bleek geen coronavirus te zijn geweest. Aspe was een van de best verkopende schrijvers die Vlaanderen ooit gekend heeft. Het duurde nochtans tot zijn tweeënveertigste voor hij zijn eerste boek publiceerde. (vrtnws)

Pieter Aspe, de ex-conciërge van de Heilig-Bloedkerk in Brugge, debuteerde in 1995 met “Het vierkant van de wraak” (Manteau).

HET VIERKANT VAN DE WRAAK

Dit is een thriller van het betere genre met weinig bloed, veel denkwerk en intellectuele referenties aan de Tempeliers e.d. Een beetje à la François Mauriac vindt Herwig Leus. Toch zitten er ook verwijzingen in naar Pro Vita, Anthony De Clerck en zelfs naar het openbaar verbranden van een Magritte door Jan Bucquoy.
Dirk Demuynck van uitgeverij Manteau vertelt over hem in de Standaard der Letteren van 24/12/1998 het volgende: “Sommige auteurs, zoals Bob Mendes, bereiken een typisch mannelijk publiek. Anderen, zoals Pieter Aspe, hebben ook veel vrouwelijke lezers. Dat heeft te maken met de inhoud en de manier waarop hun boeken geschreven zijn. Bob Mendes schrijft politieke thrillers, maar bij Aspe heb je twee invalshoeken: het spannende verhaal, dat vooral mannelijke lezers aanspreekt, en de relatie van het hoofdpersonage met Hannelore, wat vooral de vrouwelijke lezers interesseert.” Er zit ook nogal wat erotiek in, wat men in de VTM-verfilmingen uiteraard niet naliet om in de verf te zetten…
Daar werd de rol van Guido Versavel in de persoon van Lucas Van den Eynde aanzienlijk verjongd en mijns inziens terecht. De openheid waarmee het korps met de homoseksualiteit van Versavel omgaat, doet allicht meer voor de homobeweging dan eender welke parade waarin ze met hun kont bloot lopen, maar het is wel vrij ongeloofwaardig voor zo’n oude nicht. Bovendien wordt ook het typische partnership erdoor verstoord: er is geen bezwaar tegen dat er op het bureau een oudere wijze zit die de onstuimige Pieter Van In de hand boven het hoofd houdt, als hij weer eens de wet heeft omzeild, maar als “partner in crime” heeft Van In (die “uiteraard” dezelfde leeftijd heeft als Aspe, m.a.w. toch ook niet meer zo piep) beter een jongere collega aan zijn zijde, die meer risico’s durft te nemen. Versavel is bijvoorbeeld een expert in computers, dat is ook geloofwaardiger indien hij een dertiger zou zijn i.p.v. een vijftiger. Maar goed, het kwaad is geschied, Aspe kan hierop nog moeilijk terugkeren natuurlijk.

TANGO
Een ander typisch kenmerk voor Aspe is dat de overheid in bijna ieder verhaal een negatieve rol speelt. Wellicht denkt hij hiermee “links” te zijn (diezelfde gezagsdragers hebben meestal banden met extreem-rechts) maar in werkelijkheid voedt hij daarmee alleen de anti-politiek (*). Die houding wordt nog dubieuzer als hij in “Tango” zwaar ingaat tegen de bezetters van het Lappersfortbos. Zoals men kan vermoeden, ligt een persoonlijk incident aan de oorsprong hiervan: “Eén van hen heeft mijn dochter van 29 aan de harddrugs gebracht.” (Humo 11/6/2004)
Overigens is “Tango” ook een uitstekend voorbeeld van de belachelijke titels waarmee Aspe zijn werken opzadelt. Hij had vroeger al de gewoonte om zijn titels niet te verklaren zoals bij “De Midasmoorden” of “De kinderen van Chronos” (wie Grieks-Latijnse heeft gedaan, zal daar uiteindelijk niet zoveel problemen mee hebben, maar het blijft natuurlijk een elitaire houding…), maar bij “Tango” loopt het helemaal de spuigaten uit. Dit verhaal heeft immers niets met dans of met muziek of zelfs met Zuid-Amerika te maken. Als het ware achteraf (om de titel toch enigszins te rechtvaardigen) heeft Aspe er een flutverhaaltje aan toegevoegd over het feit dat Hannelore aan haar huwelijksreis in Argentinië een passie voor de tango heeft overgehouden. Maar als hij dan toch een “hippe” titel wilde, dan had hij beter “Matroesjka’s” gekozen, daarmee zou hij alvast veel dichter in de buurt hebben gezeten…

ZONDER SPIJT
Daarna volgde “Onvoltooid verleden” over extreem-rechts en in 2006 was er “Zonder spijt” over de Bende van Nijvel, meer bepaald over de mysterieuze zelfmoord van Willy Acke, in het boek vermomd als Olivier Demedts. Zijn tweede vrouw Linda wordt dan Annick Demedts en verder is er ook nog journalist Walter De Bock als Wim Degeyter. Dat boek heb ik in april 2020 (dus in volle coronacrisis) gelezen. Als spoiler kan ik nu al zeggen dat Annick in het boek van Aspe niet kan aanvaarden dat het over een zelfmoord gaat, maar wel over moord. Aspe laat ook een commissaris van de federale politie optreden onder de naam Acke en wat ermee gebeurt kan je niet echt kies noemen… Idem dito voor de reden waarvoor ik dit boek eigenlijk heb gelezen. Ik kan nooit geloven dat de (verrassende, maar te ver gezochte) oplossing waarmee Aspe komt opdraven ook maar in de verste verte in de nota’s van Willy zou voorkomen. Dat is het recht van een fictieschrijver natuurlijk, ik moet zelfs toegeven dat het vrij professioneel gedaan is, maar zelf blijf ik totaal op mijn honger zitten. Ik mag hier natuurlijk geen spoiler weggeven, maar omdat ik het anders binnen veertien dagen toch alweer vergeten ben, ben ik wel verplicht er als hint aan toe te voegen dat het iets met Dutroux te maken heeft. (Hoe zou het trouwens nog met diens vader zijn, die nu reeds enkele jaren uit ons appartementsgebouw is gezet? Ik vermoed dat hij ondertussen gestorven is, al is daar op het internet niks van terug te vinden.) Tot slot: Aspe vermeldt dat “Demedts” ooit ook Germaanse heeft gestudeerd in Gent. Dat zou in de realiteit misschien best wel eens kunnen als ik naga hoe Willy in mijn leefwereld is terecht gekomen. En daarover gesproken, ooit heeft een andere Germanist, namelijk Siegfried Bracke, mij eens beloofd de “laatste steen om te keren” in deze zaak, maar ook daar wacht ik nog altijd tevergeefs op…

DE LAATSTE RIT
In 2011 kreeg Aspe van Het Nieuwsblad de kans om de Ronde van Frankrijk te volgen. In ruil schreef hij dan een korte roman (“De laatste rit”) die de lezers van de krant gratis kregen. Zoals gewoonlijk wanneer wielrennen en misdaad worden gemengd (zie Mendes, zie Blickensdörfer) werd het een zeer mager en vooral ongeloofwaardig beestje. En ongeloofwaardig niet alleen omdat een Belg (tegelijk een specialist van de kasseiklassiekers, een combinatie die heden ten dage als onmogelijk wordt omschreven) erin slaagt deze Tour te winnen, ook omdat de premisse zelf al totaal verkeerd is. Aspe laat zijn verhaaltje immers beginnen met een telefoontje dat werd afgeluisterd door de Franse geheime dienst. Nu is het op zich al erg ongeloofwaardig dat telefoontaps at random zouden gebeuren, maar kom, laten we nu aannemen dat dit toch zou kunnen via spraaktechnologie die dan zou reageren op woorden als terroriste of attentat. Maar het gesprek in kwestie vindt plaats in België en bovendien… in het West-Vlaams. Ga daar maar eens tegenaan staan, zelfs als je Lernout & Hauspie bent! (**)
Bovendien geeft Aspe eigenlijk zelf aan dat dit totaal onmogelijk is, want als de bedreigde renner een tweede telefoontje krijgt, moet hij dit zelf aan de politie melden (p.49). En nochtans zaten ze toen wél al in Frankrijk, want de Tour was al bezig!
Maar goed, juist omwille van de slechte voorbeelden die we al van elders kenden, zouden we dit allemaal nog door de vingers kunnen zien, mocht Aspe zich ondertussen ook niet schuldig maken aan sentimentaliteit van de allerlaagste soort, zo o.m. met de doodzieke vader van de Tourwinnaar (p.36, 93), maar ook wanneer Hannelore even komt overwippen (p.80). Kortom, niet iedereen is even enthousiast over “die Duvel zwelgende Bruggeling”. Deze beschrijving komt uit de mond van Luk Janssen in Humo van 8/7/2008 die verduidelijkt: “Ooit ben ik ’s in een Aspe begonnen, en op mijn sterfbed zal ik mezelf die weggegooide minuten nóg kwalijk nemen.”

Ronny De Schepper

(*) Waarin hij anderzijds wél gelijk heeft, is het aanklagen van die smeerlappen van advocaten die er telkens weer in slagen van bewezen daders vrij te krijgen op grond van procedurefouten (“Zonder spijt”, p.145) en dat in Brussel allochtone criminelen vrij spel hebben omdat de overheid schrik heeft van de allochtone gemeenschap in zijn geheel (“Zonder spijt”, p.210).

(**) Tegelijk mist Aspe dan wel tot tweemaal toe de kans om het op dat moment erg populaire zinnetje “Da meendzje nie!” (uit de televisieserie “De Ronde van Vlaanderen”) door West-Vlaamse wielrenners te laten uitspreken (p.42 en 81).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.