Droevig nieuws uit de wielerwereld. Nini Mariën, de vrouw van Rik van Looy, is op 88-jarige leeftijd overleden. Ze was al een tijdje ziek. Als rennersvrouw was Nini in de wielerwereld een icoon in een tijd dat vrouwen daar niet welkom waren. Guillaume Driessens, de sportdirecteur van Van Looy op het hoogtepunt van zijn carrière, was daarvan de profeet. Maar voor haar maakte hij een uitzondering. Ze cijferde zich immers helemaal weg voor de “keizer van Herentals”. Anderzijds was Nini ook een modesymbool. Ze stond in die tijd bekend als “de Vlaamse Marilyn Monroe”. Zo trad ze ook op in het boek “Zonde van Nini” van Stef Vancaeneghem over de fameuze sprint in Ronse (1963). Bij die gelegenheid heb ik haar (helaas enkel telefonisch) geïnterviewd voor De Rode Vaan.

De eerste poging mislukt. Zelfs bijna 25 jaar later was Vancaeneghem blijkbaar nog altijd te zeer onder de indruk om haar uit te nodigen op de persvoorstelling, zodat Nini bij de eerste contactname zelfs niet eens van het bestaan van het boek afwist. Via de uitgeverij laat ik haar een exemplaar bezorgen en enkele weken later bel ik haar op om naar haar indrukken te peilen.

11 nini van looy

Nini: Het hele boekje heb ik nog niet gelezen. Wij staan net op het punt op vakantie te vertrekken en dan neem ik het zeker mee. Maar het betreffende hoofdstuk heb ik natuurlijk al doorgenomen en uiteraard met veel genoegen. Hoe zou je zelf zijn als ze je vergelijken met Marilyn Monroe?
– Ik weet het niet, want niemand heeft die vergelijking tot nu toe gemaakt. Dat komt misschien omdat ik niet zo blond ben. Had u opzettelijk die Marilyn-look?
Nini: 
Nee, zeker niet. Ik wilde integendeel altijd gewoon mezelf zijn.
– Hoe dan ook, het resultaat deed de frisco’s die Dees (het alterego van Stef in zijn boek, RDS) moest verkopen in zijn hand smelten. Ik neem aan dat u zich evenwel niet meer herinnert dat er u een snotneus kwam vragen of u geen frisco moest hebben?
Nini:
 Uiteraard niet, maar het zou wel kunnen, want hoe hij het voor de rest beschrijft, klopt allemaal. Ik heb daar in dat rotslechte weer inderdaad een hele wedstrijd aan de aankomst gezeten. Als hij als klein baasje nochtans zo’n toffe jongen was als hij nu is, dan hoefde hij zich echter niet te schamen. U moet immers weten: ondertussen heb ik Stef Vancaeneghem ontmoet…
– Ha zo?
Nini:
 Onlangs waren Rik en ik op een sportavond in Ronse en daar kwam het boek uiteraard ter sprake. Toen ik dan aan hem werd voorgesteld, was hij blij verrast met het feit dat ik dat boek had ontvangen.
– Hoe dan ook, het is een belangrijke dag in de carrière van uw man geweest. Hoe is die voor u aangekomen?
Nini:
 Hard natuurlijk. Als ik zag dat het volledige peloton naar de meet kwam, twijfelde ik er immers geen ogenblik aan dat Rik de sprint zou winnen.
– Als u Benoni Beheyt tegenkomt, gaat er dan nog iets in u om?
Nini:
 Dat kan ik niet ontkennen. Dat geraakt gewoon niet uitgewist… Maar veel heb ik hem niet gezien, hoor.
– Rik zelf zegt nu wel al eens: als ikzelf een jong renner zou zijn geweest, dan zou ik het ook gedaan hebben.
Nini:
 Nu heeft hij makkelijk praten natuurlijk, ’t is allemaal al wat verbleekt. Maar in die tijd heeft hij daar toch maandenlang van afgezien. Hij verweet zichzelf vooral dat hij teveel vertrouwen had gehad in de ploeg.
– In die tijd stond u (mits enige overdrijving) haast evenveel in de krant als Rik. Dat is nu bijna ondenkbaar.
Nini:
 Ik denk dat dit te maken had met de manier waarop bij ons thuis de journalisten werden ontvangen telkens Rik een koers gewonnen had of zo. Dat zie je nu niet meer, geloof ik. Toen ging het er veel familialer aan toe, nu is men meer afstandelijk. Interviews gebeuren nu per telefoon bijvoorbeeld…
– Nog een geluk dat u mij nu niet kan zien blozen. Niet alleen journalisten werden door u goed ontvangen, de legende verhaalt ook dat zelfs een doodgewone supporter nooit tevergeefs heeft aangebeld…
Nini (nogal kordaat):
 Dat is geen legende, dat is de waarheid. Wij hebben steeds tijd gemaakt voor de supporters. Er is er nog nooit één te veel geweest. Zelfs nu nog altijd. Er zijn er zopas een paar de deur uit die met de fiets van Blankenberge waren gekomen. Dagelijks krijgen we trouwens ook nog een pak brieven en telefoontjes!

Ronny De Schepper

Referenties
Stef Vancaeneghem, Zonde van Nini, Uitg. H, Schoten, 1987, 92 blz., 390 fr.
Johan de Belie, Geil gebleven puber, De Rode Vaan nr.21 van 1987
Jan Draad, Nini Van Looy aan het lijntje, De Rode Vaan nr.21 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.