De Franse filmregisseur Pascal Thomas debuteerde in 1972 met “Les Zozos” naar een scenario van Roland Duval. De film speelt zich af in 1970. Frédéric (Frédéric Duru) en François (Edmond Raillard), kostschoolgangers in een provincielyceum, lopen in hun vrije tijd meestal de meisjes achterna. Frédéric heeft een oogje op Elisabeth (Annie Colé) en François probeert Martine (Virginie Thévenet) te verleiden. De meisjes gedragen zich nogal grillig. Elisabeth zou graag hebben dat François wat liever is voor haar en Martine zou Frédéric willen veroveren. Dat wil echter ook haar zus Nelly (Caroline Cartier). De jongens voelen zich onzeker en om enige ervaring op te doen, besluiten ze in te gaan op een uitnodiging van François’ pennevriendin en een reisje te maken naar Zweden, het land van de seksuele vrijheid…

Deze debuutfilm van Pascal Thomas is rumoerig, speels, met een beetje tragische ironie en heel veel seks, zij het echter méér in woorden dan in daden. “Les Zozos” wil slechts wat ontspanning en een beetje grapjasserij brengen, maar geeft tegelijk toch een goed beeld van de jeugd op het einde van de jaren zestig, die haar weg zoekt na de seksuele revolutie.
In 1973 was er dan “Pleure pas la bouche pleine” met een titelmelodie die zowaar gezongen wordt door Marino Marini. L’été dans un village du Poitou. Annie (opnieuw Annie Colé) a 16 ans, elle est amoureuse de Frédéric (nogmaals Frédéric Duru), mécanicien et coureur cycliste. Appelé, ce dernier part faire son service militaire. Se retrouvant seule entre un père bougon et une soeur taquine et espiègle, Annie s’ennuie. Mais bientôt surgit Alexandre (Bernard Menez), un jeune play-boy Parisien de vingt ans. Dans ses bras, Annie va connaître sa “première fois”. De retour à l’occasion d’une permission, Fredéric va sympathiser avec Alexandre.
Met zijn derde langspeelfilm “Chaud Lapin” (1974) gaat de jonge Franse cineast Pascal Thomas verder op het pad dat hij is ingeslagen met “Les Zozos” en “Pleure pas la bouche pleine”. Telkens weer beweegt hij zich daarbij als een koorddanser op de grenzen van de oppervlakkigheid, zodat je bij elke film denkt: de volgende keer redt hij het niet. Maar telkens weer weet Pascal Thomas te boeien, ook al “registreert” en “observeert” hij een beetje teveel. Toch verschilt deze film in een belangrijk aspect van de vorige twee, want na pubers en adolescenten komen hier nu de emotionele problemen van de volwassenen aan bod. Misschien is die nieuwe optiek er de oorzaak van dat de humor hier de overhand neemt op de ironie, de tederheid en de weemoedigheid uit de vorige films. En niet zelden neigt die humor naar het vaudevilleske of zelfs het platvloerse.
Dat heeft natuurlijk alles te maken met de keuze van Bernard Menez als hoofdpersonage. Hij is het type van de vrijgezel-don juan die iedere gelegenheid te baat neemt om zijn verleidingstaktieken toe te passen. Meer bepaald draait het verhaal rond het aanbod van een vriend om de vakantie met hem door te brengen, maar uiteraard niet alleen met hem: naast diens vrouw zijn er immers ook nog drie zussen om te veroveren… Waar Menez echter geen rekening mee heeft gehouden, dat is dat hij ook geconfronteerd zal worden met de respectievelijke echtgenoten en kinderen. En zo krijgt hij, in plaats van als grote verleider te kunnen optreden, eerder de rollen van kinderoppas, ziekenverzorger, vertrouweling en trooster bij vrouwenverdrietjes toebedeeld…
Zoals gewoonlijk bij Pascal Thomas vormt vooral Frankrijk zelf één van de voornaamste aantrekkingspolen van deze film: net als bij de rechtstreekse reportages van de Ronde van Frankrijk, krijgen we het prachtige landschap immers – zij het soms een beetje slordig – herhaaldelijk in beeld gebracht.
Ik hield erg veel van deze drie films en het is dan ook een beetje eigenaardig dat ik Thomas later helemaal uit het oog ben verloren. Pas in 2005 was er “Mon petit doigt m’a dit…” naar een verhaal van Agatha Christie (“By the pricking of my thumbs” uit 1968). Ik herkende overigens de stijl van de jonge Pascal Thomas helemaal niet meer, tenzij misschien dan de eigenaardige humor die het hele verhaal door opduikt. In 2008 volgde dan “Le crime est notre affaire” en in 2012 “Associés contre le crime…”, allebei opnieuw op basis van een verhaal van Agatha Christie, maar deze keer vond ik de humor zo banaal dat ik beide film zelfs niet heb uitgekeken. Is het trouwens niet een beetje een zwaktebod voor een filmregisseur om nu voortaan nog op één thema door te gaan?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.