De Franse acteur en regisseur van meestal komische films, Pierre Richard, volledige naam Pierre-Richard Maurice Charles Léopold Defays, werd geboren in Valenciennes op 16 augustus 1934 (foto A.Savin, via Wikimedia).

Richard maakte zijn (bescheiden niet gecrediteerd) debuut op het witte doek in “Montparnasse 19”, Jacques Beckers biopic over het leven van Modigliani.
In 1961 debuteerde Richard samen met zijn vriend Victor Lanoux in de wereld van het cabaret. Vijf jaar lang brachten ze hun sketches in de cabaretten van de Rive Gauche.
Pas in 1968, tien jaar na zijn filmdebuut, was hij in een tweedeplansrol te zien in Yves Roberts succesvolle komedie “Alexandre le bienheureux”.
Hij regisseerde “Le Distrait”, zijn eerste film, in 1970 en vertolkte er eveneens de hoofdrol in. Pierre Richard deed een jaar later zijn typetje van onhandige maar sympathieke kluns nog eens over in “Les malheurs d’Alfred”, opnieuw in een eigen regie, maar naar een idee van Roland Topor. Het is echter in een regie van Yves Robert dat hij echt doorbreekt, namelijk met “Le grand blond avec une chaussure noire” uit 1972. Na een totaal mislukte prekerige (vooral tegen de wapenindustrie) eigen film “Je sais rien, mais je dirai tout” in 1973, was hij in 1974 in zo maar eventjes drie succesvolle films te zien: “La course à l’échalote” (Claude Zidi), “Le retour du grand blond” (Yves Robert) en “La moutarde me monte au nez” (Claude Zidi). In 1976 is hij miscast als pornofilmer tegen wil en dank in “On aura tout vu” van Georges Lautner. “La carapate” van Gérard Oury uit 1978 mag er nog zijn (over mei ’68), maar dan gaat het met “Je suis timide… mais je me soigne” bergaf. Nochtans geregisseerd door Richard zelf, koppelt hij zich hier, net als twee jaar later in “C’est pas moi, c’est lui” aan de Italiaanse acteur (Aldo Maccione). Het is geen succes.
Als duo met Gérard Depardieu daarentegen komt hij er nog eens opnieuw door in “Le coup de parapluie” (Gérard Oury) uit 1981 en in “La chèvre” en “Les fugitifs” (Francis Veber). Komedies met een dosis sentiment en een sociale ondertoon zijn de specialiteit van Francis Veber (Le jouet, La chèvre, Les compères). Met Les fugitifs en lievelingsacteurs Gérard Depardieu en Pierre Richard levert hij opnieuw een pretentieloze, maar meeslepende film af die enkele universele relationele waarden in de kijker plaatst. Het goed uitgekiende scenario biedt een raak gedoseerde afwisseling van humor, ernst en ontroering. Les fugitifs gaat over de ontmoeting tussen Pignon, een onhandig-wanhopige weduwnaar die na drie jaar werkloosheid het slechte pad wil bewandelen en Lucas, een zware jongen die na vijf jaar cel wegens 14 bankovervallen besloten heeft eerlijk te worden. Maar… tijdens een overval pikt amateur Pignon er net prof Lucas als gijzelaar uit. Voor de politie is Lucas natuurlijk het brein achter de kraak. De haat/liefde-relatie tussen beide vluchtelingen kan van start gaan… Maar er is een derde hoofdpersonage, nl. Jeanne, het zesjarige, schattig-tengere dochtertje van Pignon, dat sinds de dood van haar moeder geen woord meer gesproken heeft. Zij buigt Les fugitifs om tot een origineel en gevoelig verhaal over liefde, genegenheid en vriendschap. Met zijn pittig tempo, zijn snedige dialogen en zijn overtuigende cast steekt Les fugitifs flink boven de middelmaat uit.(*)
De “solo-films” van Pierre Richard uit die tijd, “Le Jumeau” van Yves Robert uit 1984 en “A gauche en sortant de l’ascenseur” van Edouard Molinaro uit 1988 kunnen echter toch niet voldoen, ook niet drie jaar later als Pierre Richard na meer dan tien jaar nog eens zichzelf regisseert in “On peut toujours rêver”. Richard speelt hierin de rol van een in zijn werk en eenzaamheid opgesloten rijkaard. Tot hij een simpele Noord-Afrikaan ontmoet (Smaïn) die weer vreugde in zijn leven pompt. Kortom, het scenario staat nog altijd bol van stereotiepen. Ze zullen het blijkbaar nooit leren, onze zuiderburen…
Daarna speelde Richard gedurende lange tijd nog bijna uitsluitend in zogenaamd “ernstige” films zoals “La partie d’échecs” (Yves Hanchar, 1994), maar in 2009 zag ik hem terug in een film die opnieuw aanknoopte met zijn vroegere werk. In “Victor” van Thomas Gilou speelt hij een oude knakker, die zichzelf laat adopteren om op kosten van zijn adoptiefamilie een heerlijk leventje te leiden. Deze film deed me merkwaardig genoeg denken aan “Le jouet”, waarin hij ook door een rijke familie wordt “aangekocht”, maar deze keer als speeltje voor een verwend joch. In “Victor” is de adoptiefamilie zelf niet zo rijk, maar zij worden gesponsord door een schandaalblad die in de hele historie een vervolgverhaal ziet dat kan zorgen voor een hoge oplage. Welnu, net zoals in “Le jouet” is Victor weliswaar het verhandelde subject, maar hij weet de zaken zodanig te manipuleren dat hij uiteindelijk als winnaar uit de hele affaire komt. Toch haalt “Victor” het niveau van “Le jouet” niet, omdat regisseur Thomas Gilou blijkbaar niet wist waarmee hij met zijn film nu eigenlijk naartoe wilde. Wilde hij de schandaalpers aanklagen? Of de manier waarop mensen van de derde leeftijd door de maatschappij worden afgeschreven? Of is het dan toch een “romcom” over een echtelijke verhouding die onder druk komt te staan?

In 2017 zag ik hem dan in een film die duidelijk een “romcom” wou zijn: “Un profil pour deux” van Stéphane Robelin. Alex (Yaniss Lespert), trentenaire, donne des cours d’informatique à Pierre (Pierre Richard), septuagénaire, sur l’encouragement de sa fille Sylvie (Stéphane Bissot). Pierre décide alors de s’inscrire sur un site de rencontre… mais avec la photo de son jeune professeur… Het “slachtoffer” (Fanny Valette) zal dus voor een verrassing komen te staan.
Het is zeker geen spoiler om te verklappen dat op het einde van de film zowat iedereen een geschikte partner vindt, zelfs Juliette (Stéphanie Crayencour), de kleindochter van Pierre en het lief van Alex, keert terug naar haar vorige geliefde (Pierre Kiwitt). Een modern sprookje kortom.

In 2018 is hij één van de drie “Les vieux fourneaux” van Christophe Duthuron, naar de strip van Wilfrid Lupano et Paul Cauuet (2014). Antoine (Roland Giraud), Emile (Eddy Mitchell) et Pierrot (Pierre Richard), trois amis d’enfance approchant des 80 ans, se retrouvent à l’occasion des obsèques de Lucette, la femme d’Antoine. Mais les retrouvailles sont de courte durée : Antoine trouve par hasard une lettre qui lui fait perdre la tête. Sans fournir d’explications, il part depuis le Tarn jusqu’à la Toscane. Pierre, Emile et Sophie (Alice Pol), la petite-fille d’Antoine, se lancent à sa poursuite afin de l’empêcher de faire une folie après cinquante ans de silence.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.