De Nederlandse zanger Dave (foto Eric Koch via Wikipedia) die vooral in Frankrijk veel succes heeft, viert vandaag zijn 75ste verjaardag.

Hij werd geboren in Amsterdam als Wouter Otto Levenbach uit een Joodse familie die zich had bekeerd tot het protestantisme. Op 16-jarige leeftijd werd hij erg religieus en overwoog hij middels een theologiestudie dominee te worden. Uiteindelijk studeerde hij echter rechten aan de Universiteit van Amsterdam, maar maakte zijn studies niet af.
Wouter Levenbach begon zijn muzikale carrière op 20-jarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single “Girl of my dreams” uitbracht. De voornaam van Dave Rich hield hij als zijn artiestennaam (*).
In 1965 verkaste hij naar een woonboot in Parijs. Optredens op straat, in clubs en cabarets. Toch zong hij in zijn begintijd nog in het Nederlands. Hij deed met “Niets gaat zo snel” mee aan het Nationale Songfestival van 1969 (zie bovenstaande foto). Later schakelde hij over naar het Frans. Met een bewerking van “Moonlight Serenade” van Glenn Miller, getiteld “Dansez maintenant” had hij in 1975 een grote hit. En ook met “Vanina”, de vertaling van “Runaway” en “Du côté de chez Swann” (1977). “Dit is een typisch voorbeeld van hoe zelfs gewone hitparadenummers een briljante tekst hebben,” schreef ik destijds op Spotify. En ik voegde eraan toe: “Dat is iets wat het Frans voor heeft op andere talen, zoals het Engels of het Nederlands. Ik heb het dan niet over singer-songwriters, maar over gewone hitparadedeuntjes.” “Du côté de chez Swann” refereert inderdaad aan een roman uit de cyclus “A la recherche du temps perdu” van Marcel Proust. En ik zie het niet vlug gebeuren: Luc Steeno die over “Het verdriet van België” zingt of Justin Bieber over “Ulysses”. De tekst van “Du côté de chez Swann” werd geschreven door Dave’s levenspartner Patrick Loiseau.
Toen halverwege de jaren tachtig zijn populariteit taande, ging hij zonder band optreden en maakte hij van zijn zangrepertoire een soort cabaretachtige voorstelling. Rond 1995 zat zijn zangcarrière weer in de lift. Hierna ging hij zich ook toeleggen op presenteerwerk voor de Franse televisie. Zo versloeg hij het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima Zorreguieta en een aantal malen het Eurovisiesongfestival.
Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag vertelde hij aan Marc van den Eerenbeemt van De Volkskrant op 30 april 1994:‘Als kind heb ik heel lang op school verteld dat mijn ouders in Auschwitz waren omgekomen. Ik wilde zo ontzettend graag bij een minderheid horen. Toen de Blue Diamonds op school optraden, was ik heel verdrietig dat ik niet bij die Ambonezen hoorde. Dat is een van de leuke kanten van homo zijn – je hoort bij een minderheid, maar een geprivilegieerde.’
Dave liet zich nooit naturaliseren tot Fransman: ‘Een kwestie van cultural background, ik houd nog steeds van Multatuli en Theo Thijssen. Maar Nederland is te klein voor mij. Ik ben een nomade, reizen is echt iets heel belangrijks voor mij.’
In 2003 kwam zijn autobiografie “Soit dit en passant” uit waardoor hij veelvuldig voor de Franse radio en televisie werd gevraagd. In 2004 gaf hij drie dagen na elkaar concerten in het Olympia in Parijs. Zijn in datzelfde jaar uitgebrachte album “Doux Tam Tam” boekte een groot succes. In 2006 kwam een nieuw album uit met persoonlijke teksten, dat hij daarom “Levenbach” noemde, naar zijn werkelijke achternaam.
Sinds 2010 is hij jurylid in “La France a un incroyable talent”. In 2011 verscheen het album “Blue Eyed Soul”, met daarop Franse versies van bekende Motown-klassiekers. Dave was te zien in de in 2013 uitgebrachte Franse film “Une chanson pour ma mère” van regisseur Joël Franka.
In het interview met De Volkskrant voorspelde hij het al: ‘Zo zie ik mezelf oud worden. In de zon. En vijf, zes keer per maand optreden om andere mensen hun jeugd te laten ophalen. Het goede van ouder worden is dat je je bewuster wordt van de wereld om je heen. Waarschijnlijk omdat anderen, veel vrienden, dood gaan.’ (Wikipedia)

(*) Uit het geciteerde interview in De Volkskrant: ‘De naam is een eigen vondst. 2 Samuel 1, vers 26! Toen David vernam dat Jonathan gestorven was in de strijd tegen de Filistijnen, sprak hij: De liefde die ik voor hem gevoel is mij meer waard dan de liefde voor mijn vrouw. Daarom wilde ik ook David heten. Toen ik in 1963 solliciteerde bij Phonogram voor een eerste platencontract, noemde ik mijzelf David Rivus Vitae. David Beek van het leven, naar mijn naam Levenbach. Ik kreeg een kort briefje met: We hebben besloten dat u Dave Rich gaat heten. Onder die naam heb ik gezongen tot ik in 1967 onder contract kwam bij Eddie Barclay. Hij besloot dat het kortweg Dave zou worden.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.