In 1988 ging “Achiel De Baere” van Eric De Volder in première. De voorstelling krijgt nu een tweede leven. “Volkomen terecht,” stelt Danielle De Regt in De Standaard. Destijds maakte de voorstelling ophef omdat het één van de eerste was om van een “document humain” te vertrekken. Eric De Volder had op de rommelmarkt een schriftje gekocht, waarin ene Achiel De Baere, een duivenmelker uit de Gentse Congosteeg, die zijn alledaagse ideeën over seks, geld, liefde, ziekte en het weer in zijn eigen kromtaal had neergepend tot ze op 9 mei 1973 plotseling stoppen. Eric De Volder pulkte er drie personages uit: de schlemiel Achiel, de behaagzieke Rachel en de bemoeizuchtige Rudy (een figuur die men kan vergelijken met de buurman uit “Van vlees en bloed”, je weet wel: “Mee ma kunde lache!”). Het interessante aan deze herneming is nu dat dezelfde drie acteurs van destijds, hun rol nu twintig jaar later (zoals Dumas’ “Drie musketiers”!) hernemen. Respectievelijk zijn dat dan Bob De Moor, Ingrid De Vos en Dirk Buyse. In een interview zei Bob De Moor dat ze er nu de juiste leeftijd voor hadden en die indruk heb ik ook.

Erik De Volder leerde ik destijds kennen toen hij drummer was bij de in het Waasland erg populaire boogie-woogie-groep Papadock’s. Al vlug nam De Volder het roer in handen, door vanachter zijn drumstel te stappen en gewapend met een tropenhelm smartlappen te gaan debiteren op een manier die er dik “over” was, waardoor men dan gemakshalve aanneemt dat het hier satire betreft. De vroegere zanger-gitarist en het gezicht van de groep, Luc Vermeulen, gooide de handdoek in de ring en zo kreeg De Volder vrij spel. Exit de boogie-woogie-groep en even later natuurlijk exit Papadock’s tout court, want het Waasland was duidelijk nog niet “rijp” voor de escapades van De Volder, die daarop samen met toetsenist Lukas De Bruycker de wijk nam naar Gent.
Jo Decaluwe, die altijd al een soft spot heeft gehad voor cabaret gaf De Volder dan een kans met “Alcazar”, een aaneenschakeling van “keukenmeidliederen”, gecreëerd ter gelegenheid van de Gentse Feesten 1976, nog altijd samen met Lukas De Bruycker. Wanneer het programma in januari 1977 wordt hernomen als benefiet voor de verhuis van Arca, is Lukas reeds vervangen door Jan De Bruyne. Walter Ertvelt zette de productie op plaat. Uit deze productie komen o.m. “Waar ligt mijn duurbaar vaderland” en “De gedachten zijn vrij”. Dirk Dauw vond in “De Gentenaar” dat De Volder “verrassend knap” zingt…
In 1977 stichtte Josse De Pauw samen met Pat Van Hemelrijck Theater Radeis, een volks straattheater dat in onooglijke dorpen en op steedse pleinen rond een kleurrijke kiosk een pretentieloos spektakel zou brengen. De Beursschouwburg gaf hun die kans t.g.v. Mallemunt. Dat werd dan “Sierkus Radeis”. Eric De Volder en Jan De Bruyne werden uit Parisiana aangetrokken, maar De Volder vertrok reeds een jaar later. Hij werd vervangen door mimespeler Dirk Pauwels.
De Volder zelf was daarna op televisie te zien in het satirische programma Blikschade, waarvoor Guy Mortier een aflevering had geschreven rond allerlei komische toestanden in een supermarkt. Ook Jean Blaute en Raymond van het Groenewoud verleenden hun medewerking.
DE MAANVAL
De jaren tachtig sla ik voorlopig grotendeels over, omdat die artikels nog niet in mijn computer zitten. Ik ga dan ook meteen naar “De maanval” in Vooruit in september 1989, een productie met Ingrid de Vos, Mia Grijp, Elsemieke Scholte, Julia Henneman en Patty Pontier en met muziek van Fred Van Hove. Deze voorstelling was immers ontstaan uit een maandenlange briefwisseling tussen de vijf actrices. Daaruit distilleerde Eric De Volder een tekst, waarvan Mia Grijp zegt: “Ik liet de regie aan Eric omdat ikzelf zeer graag wou meedoen. Ik zing immers graag en dan vind ik het niet eerlijk om als kapitein tegelijk ook mee in het stuk te staan. Bovendien wilde ik er per se een man bij hebben. Alleen maar met vrouwen werken geeft me een oneerlijk gevoel. Als een man dat vanop afstand bekijkt, lijkt me dat beter dan wanneer alleen maar vrouwen daarmee omgaan.” Maar het idee ging dus blijkbaar wel reeds van jou uit? “Inderdaad. En de eerste die ik ervoor heb aangesproken is Ingrid De Vos.”
In die tijd (en misschien nu nog, ik houd dat niet zo goed bij) was Ingrid de vriendin van Eric De Volder…
“Zo zijn we inderdaad bij Eric verzeild geraakt. Want ikzelf wou eerst Anne-Teresa De Keersmaeker vragen, omdat ik dacht: het moet alleen maar vorm hebben, de rest kunnen we zelf wel invullen. Maar een beetje later bleek dat zij met ‘Stella’ bezig was en dat was eigenlijk juist hetzelfde als datgene waarmee wij bezig waren (lacht).”
GEORGE
Daarna deed ook de jonge theatergroep Dinska Bronska een beroep doen op Eric De Volder.
Anouk David: Voor George zijn we geregeld allen samengekomen om gezamenlijk de tekst van Wannes van de Velde te herwerken. Eric werkt trouwens ook volgens hetzelfde “concept”, al vind ik dat een vies woord, typisch voor de Studio Herman Teirlinck. Maar met Eric wordt er totaal anders gewerkt. Hij laat ons eerst doen en dan gaan we samen op zoek om daar een interessante voorstelling van te maken. Het wordt dus eigenlijk eerder een samenwerking, ook al neemt hij uiteindelijk de taak van regisseur op zich, omdat hij toch de nodige ervaring heeft om de beslissingen te nemen, die dienen te worden genomen. Ik denk dan ook dat we heel veel kunnen leren van hem.
– Kun je misschien toch iets concreter zijn? Je hebt b.v. al eens gezegd dat je een verhaallijn belangrijk vindt.
Anouk:
Het zijn zeven personages die door drie acteurs worden gespeeld met maskers. Die drie acteurs, Walter Janssens, Johan Knuts en ikzelf zullen constant aanwezig zijn op de scène, zodat de wisselingen dààr zullen gebeuren. En de tekst van Wannes bevat wel degelijk een verhaal, maar dat is nu al geëvolueerd en dat zal nog wel gebeuren. ‘George’ is een vreemdeling, of een artiest, of wat je er ook wil in zien, en hij komt in een soort droomwereld terecht, waarin allerlei figuren aanwezig zijn. Die zijn wel degelijk reëel aanwezig, maar toch zouden het ook droomfiguren kunnen zijn. Eigenlijk is het dus een soort van fantastisch verhaal. Het begint met George die wil vertrekken. Weg van de plek waar hij is. Al die andere figuren willen dat dan plotseling ook. Dat is dan ook het grote thema van het stuk: vertrekken als vlucht, maar altijd weer bij jezelf terechtkomen. Reizen en toch altijd op hetzelfde punt terechtkomen. Waarom vertrekken mensen? Waarom willen mensen weg? Wat is dat eigenlijk “vertrekken”?
– Wat Wannes reeds in zijn lied “Café zonder naam” heeft verwoord.
Anouk:
Ja. En een verhaal-in-het-verhaal is dan dat een aantal figuren een stuk willen opvoeren, waarin ook George een rol heeft. Er wordt dus constant met illusie en realiteit gewerkt, wat ook in vele producties van Eric terugkomt.
Walter: In een vroeg stadium is de samenwerking met Eric De Volder echter wel spaak gelopen ‘om artistieke redenen’. Het probleem was dat wij het concept reeds helemaal hadden vastgelegd en enkel iemand nodig hadden om de spelregie te doen. En die hebben we dan gevonden in de persoon van Ilse Uytterlinde, de halfzus van Hilde.
DIEP IN HET BOS
Daarna volgde in november 1999 “Diep in het bos” van het Muziek Lod. Op dat moment kwam het tot een samenwerking tussen de latere Gentse stadscomponist Dick Van der Harst en De Volder. Er was al langer wederzijdse interesse en bewondering voor mekaars werk, en in de zomer van ’96 bood zich een onderwerp aan. “Het begin van het werk lag in zinnen van Yves Desmet, hoofdredacteur van de krant De Morgen, zoals hij ze neerschreef in zijn dagelijkse ‘Standpunt’ na het uitbarsten van de affaire Dutroux in 1996,” zegt Eric De Volder.
“Het was alsof de Dutroux‑affaire alle modderpoelen van België tegelijkertijd blootgelegd had. De nieuwsberichten deden verslag van eindeloze opgravingen, van witte marsen, van gruwelijke ontdekkingen, van de gebreken van een heel juridisch systeem, en vooral ook van heel wat onbegrip.”
De teksten van Yves Desmet moedigden De Volder aan om op zijn manier uiting te geven aan zijn gevoelens en reacties op het hele gebeuren. Hoe kon hij, als artiest, dit verhaal vertellen? Al gauw lag een eerste versie van de moedertekst op tafel.
Hoe verwoord je het onuitspreekbare? Dick Van der Harst kwam met de link. “Als je het niet kan zeggen, moet je het zingen.” De Bretoense muziek waar Van der Harst een groot bewonderaar van is, kent een traditie van vrouwengezangen. Een vorm met een grote vertelkracht. Dick Van der Harst: “Ze zingen in kleine groepjes van drie, vier, vijf; één iemand zingt voor, de anderen antwoorden op het einde van de strofe. Ze pakken de laatste zin van een strofe mee, herhalen die en voegen er iets nieuws aan toe. Deze manier van zingen klopt heel erg met Erics manier van schrijven.”
De eenvoud van de liedjes laat toe om over de schokkende gebeurtenissen te vertellen zonder dat het verstikkend wordt. De horror waar niemand nog woorden voor wist, had een heel eigen stem gevonden. Hier waren twee gelijke geesten aan het woord: zowel De Volder als Van der Harst zijn voortdurend bezig met het hertalen en bewerken van dingen die ze uit hun omgeving oppikken. Wat ze zien, horen, voelen, denken. halen ze door hun eigen molen. Het resultaat wordt geboetseerd tot ze gewaarworden dat het juist zit; totdat een naar hun gevoel authentiek verhaal zich distilleert. De liederen voor “Diep in het bos” kregen vorm tijdens een dergelijke zoektocht en wisselwerking. Van der Harst haalde uit De Volders tekst wat hem bruikbaar leek, en zette er muziek op. Het ritme van de liederen komt voort uit de tekst, en pas dan ontstaat een muzikale zin. Precies het omgekeerde proces van bijvoorbeeld klassieke muziek, waarbij de muziek de tekst dicteert. Dit ‑ onafgewerkte ‑ lied ging weer naar De Volder, die er verder aan schreef. Enzovoort. Met De Volders zeer persoonlijke woorden en de eigenzinnige muziekkeuze van Van der Harst kreeg het onuitspreekbare een nieuwe gestalte.
En toch zijn het geen klaagzangen, ondanks de verschrikkingen waarover ze vertellen. De melodie contrasteert fel met de inhoud, en relativeert die ook. Al is het al van doodslag en verdriet, een dans is nooit ver weg. Eric De Volder: “Het lichaam is drager van de vertelling. Door te dansen schud je een verhaal uit je lijf. Het is alsof een zak wordt opgeschud en alle inhoud eruit valt.”
De lichamen zijn die van zeven actrices, zeven zangeressen. Samen zingen ze een verhaal. Samen vertolken ze de moederstem. Het zijn vrouwen, moeders, dochters, meisjes, slachtoffers, allemaal verenigd in een langgerekte danse macabre. Tussen de liederen door laten de zeven hun fantasie de vrije loop en tonen ze ons schaamteloos hun eigen gedurfde ideeën en de grillige uitvloeisels van hun verbeeldingskracht, maar vooral ook de angst die steeds weer de kop opsteekt.
Veel fantasie was er niet meer nodig: het hele gebeuren op zich was al wreed en absurd genoeg. Het bijzondere aan “Diep in het bos” is dat iedereen het verhaal al helemaal kent. “Dat is een voordeel,” zegt Eric De Volder, “je kan vrij met je materiaal omspringen zonder dat je het eerst nog aan de mensen moet uitleggen. Men zou zich kunnen afvragen wat er dan nog te vertellen valt. Wel, het geeft mij de kans om een neerslag te geven van wat ik als mens en als artiest gevoeld heb en om uit te zoeken wat ik met die gevoelens allemaal kan doen.”
De zeven vrouwen hebben veel weg van het koor in de Griekse tragedies, met dit verschil dat de tragedie hier niet meer gespeeld wordt; we krijgen enkel nog het commentaar en de emoties van het vrouwenkoor te horen. Ze worden gedreven door woede, angst en frustratie, maar ook door de nood zich in te leven in het verdriet van anderen, door het verlangen de doden te horen spreken. Hun liederen en hun dodendans zijn rituelen om de stilte van het graf te doorbreken.
De bekendheid van het materiaal creëert de vrijheid om eigen, nieuwe wegen te gaan. En ook om de concrete uitgangssituatie los te laten en verder na te denken over wat zich diep in het bos allemaal afspeelt. Vanuit de banale anekdotiek en de zich vrolijk herhalende melodie zoeken De Volder en Van der Harst naar een veel ouder verhaal. Naar de schrik voor blauwbaard en consoorten in elk van ons. “Diep in het bos” is een sprookje over angst en pijn in een extreme vorm. De voorstelling graaft in het onderbewustzijn en woelt onze afgrijselijkste nachtmerries bloot. En kan er met het verschrikkelijke soms zelfs gelachen worden.
“Diep in het bos” wil zeker geen zoveelste reconstructie van de gebeurtenissen zijn. Evenmin wil het een antwoord geven op de vele onopgeloste vragen. De Volder: “Ik weet dat ik niets kan veranderen. Maar ik geloof dat iedere vraag een klein woord oproept, en als je dat toevoegt aan de woorden van anderen, ontstaat er misschien wel een zin.” Dat is het engagement van de voorstelling. Politiek theater? Even politiek als andere producties van de Volder of Van der Harst waarin ze telkens weer op zoek gaan naar hùn versie van de waarheid. Voor zover DE waarheid bestaat. Beiden zijn zich maar al te goed bewust van het onvolmaakte van hun werk, van de krachten in een voorstelling die er te allen tijde een andere draai aan kunnen geven.
“Diep in het bos” heeft tal van prijzen in de wacht gesleept en heeft er wellicht voor gezorgd dat De Volder van start kon gaan met een eigen gezelschap: Ceremonia. Zelf was ik het helemaal niet eens met dit succes. Volgens mij schaarde De Volder zich door de demonisering van Dutroux in het kamp van de “believers”, die maar niet wilden geloven dat deze gevaarlijke gek op zijn eentje (of toch bijna) had gehandeld. Het moest en zou het topje van een ijsberg zijn, waartegen de Titanic van onze maatschappij te pletter zou varen. Het is gebleken dat dit een totaal overtrokken beeld was. Natuurlijk zullen er helaas altijd Ait-Ouds en Fournirets blijven bestaan, maar de Grote Samenzwering is nooit bewezen en zal ook nooit bewezen worden.
Maar goed, daarna boog De Volder zich over “Regent en regentes”. Net als bij “Achiel De Baere” is het gebaseerd op een aantal brieven die in zijn bezit zijn gekomen. Het is de briefwisseling tussen een regent en regentes Germaanse talen op het einde van de tweede wereldoorlog (hij zit met het Belgisch leger in Schotland), maar ook hier is de rest van mijn tekst mysterieus verdwenen. Dat was ook al het geval met de passage over “Diep in het bos”, waarvoor ik Eric De Volder zelf ben gaan interviewen, maar toch heb ik de indruk dat dit eerder fragmenten zijn uit een tekst van ene Ellen Stynen uit februari 2001, dus meer dan een jaar later. Met mijn eventuele excuses. De computer is een vat vol verrassingen…

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.