Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat prof.Willem Schrickx werd geboren.

Alhoewel hij zo’n typische “naoorlogse” professor is (daarmee bedoel ik dat de eisen in tijden van schaarste minder hoog lagen dan men normaal mag verwachten op academisch niveau), werd hij toch pas op 10 december 1958 benoemd tot docent Engelse Literatuur aan de Gentse Rijksuniversiteit, in opvolging van prof.Franz De Backer. Twee jaar later werd zijn bevoegdheid uitgebreid tot Amerikaanse letterkunde, deze keer in opvolging van niemand minder dan Jan Albert Goris (ofte m.a.w. Marnix Gijsen). Wanneer hij er dan ook nog toneelwetenschappen bij kreeg, wordt niet op het curriculum van de universiteit vermeld. Misschien heeft hij het zelf wel nooit geweten, want buiten uiteraard enkele lessen over het Elisabethaanse theater heeft hij aan ons (1969-1973) nooit les gegeven over theater, dat deden de studenten zelf (o.a. Frank Coppieters en Luc De Bruyne).
Bon, ik heb dus les gehad van Schrickx, ik heb zelfs mijn thesis bij hem gemaakt, maar heb ik ook persoonlijke herinneringen aan de man? Wel ja, deze twee wil ik jullie wel meegeven. De eerste is deze: “in mijn tijd” vertoonde de Universitaire Filmclub een drietal verschillende voorstellingen van “King Lear”. Na één van deze voorstellingen komt Schrickx tijdens de pauze tussen twee van zijn lessen (volgden Engelse en Amerikaanse literatuur vlak op mekaar en laste hij een pauze in omdat Amerikaanse literatuur eigenlijk een keuzevak was, zodat sommige studenten dat niet volgden? ik weet het niet meer) plotseling naar mij en vraagt mij hoe het was geweest. Die filmvoorstellingen dus. Ik weet niet meer wat ik toen heb geantwoord, maar ik was wel totaal verbaasd. Waarom vroeg hij dat aan mij? In mijn jaar zat nota bene Kris Versluys die hem zou opvolgen! Akkoord, ik had in die tijd een groot bakkes en sprak geregeld mijn medestudenten toe, weze het nu over een of andere betoging of over de eerstvolgende t-dansant (ik was – en ben nog altijd – nogal flexibel), maar verfilmingen van “King Lear” vergelijken?
Een andere herinnering is eerder ontluisterend. Het was al lang na mijn studententijd. Schrickx was zelfs al op emeritaat, als ik hem tegen het lijf loop in de Gentse binnenstad (op de hoek van de Veldstraat en de Koornmarkt, zo goed staat het nog voor mijn geest). Ik zeg: “Ha, professor, hoe is’t er nog mee?” of wat zegt een mens al in zo’n geval. Schrickx herkende mij niet meer (zóveel indruk had ik met “King Lear” dus blijkbaar ook weer niet gemaakt), maar begint toch een lange uiteenzetting over de jeugd van vandaag en de verloederde tijdsgeest en wat weet ik al meer. Ik had al horen waaien dat hij in zijn ouw’ dagen een soort van Jesus Freak was geworden en dat was blijkbaar nog waar ook. Arme Schrickx! Ik weet dat er veel met hem wordt gelachen, maar zelf denk ik toch met enige tederheid aan hem terug.
Medestudent Jean-Paul Van der Elst reageerde hier op 23 september 2013 op met: “Ik vond hem eigenlijk een man van het gehalte van een Koning Filip: houterig, twijfelend, verlegen, zelfs een tikje asociaal maar tegelijk ook verterend door zijn haast kinderlijke bevlogenheid (in positieve of negatieve zin) voor sommige schrijvers. Shakespeare lag helemaal boven en G.B.Shaw (a mental hunchback) lag helemaal onderaan in ‘de schoif’ naast T.S.Eliot (die het aandurfde gedichten te schrijven met een schrijfmachine). Niets was grijs bij Willem Schrickx, het was wit of zwart. Iets wat hem blijkbaar tot hoge leeftijd is bijgebleven. ‘Fifty shades of Grey’ zou aan hem niet besteed zijn geweest.”
Een andere oud-student J.C.Sleeckx schreef op 26 juli 2016: “Professor Schrickx had vooral een fenomenale eigendunk. Zijn ‘lessen’ waren saai, weinig inspirerend. Een anekdote: hij had eens zijn notities niet bij zich en kon dus geen les geven, we mochten beschikken, want ‘als hij voor de vuist zou spreken, zouden wij hem toch niet verstaan’. Hij kwam me steeds over als een dode robot, een zombie zonder echt leven. Hij was echt de tegenpool van Prof.Uyttersprot. Voor de Rijksuniversiteit Gent was hij zeker geen toegevoegde waarde. Let wel: ik ben geen verbitterd oud-student, ik heb op vier jaar tijd en telkens in eerste zittijd geslaagd, mijn licentiaatsdiploma behaald.”
Maar de voornaamste reactie kwam van Marc Vermeulen, die zowaar een biografie in het vooruitzicht stelde. Ik vraag me af hoe ver hij daar ondertussen mee is gevorderd?

4 gedachtes over “Willem Schrickx (1918-1998)

  1. De biografie komt er. Titel: ‘Professor’. Het wordt geen zuivere bio van WS, wel met zijn leven en carrière als leidraad een beeld van zijn generatie professoren en een beetje van die ervoor. Het wordt een boek waarin vragen aan bod komen als:
    Hoe werd je prof? Welke kandidaten waren er bij welke vacatures? Op basis waarvan werd er beslist
    Welke cursussen hadden amper studenten in de faculteit?
    Hoe kun je de proffen germaanse afwegen tov bv de filosofen, historici, romanisten?
    Waarom bejubelt Tom Lanoye Schrickx?
    Waarom noemden de assistenten van Derolez hem Runez?
    WS stond ooit zonder het te beseffen op drie meter afstand van een pas later ontdekt exemplaar van de first folio
    Hoe verliepen faculteitsvergaderingen?
    Hoe kwamen die proffen onderling akkoord?
    Wat schreven proffen in de beoordeling van je thesis?

    WS was wat vreemd, maar wel de grootste Shakespeare en Coleridge specialist in ons land.

    Ik heb zo’n 50 mensen geïnterviewd: oud-studenten, auteurs, collega’s, assistenten, familie en alle faculteitsverslagen 1940-1988 gelezen (vuistdik per jaar).

    Liked by 1 persoon

      1. Dag Martin
        Vriendelijke dank voor je reactie. Het boek is nog verre van af. Het duurt nog een ganse tijd. Alle archiefwerk en alle interviews zijn wel al achter de rug. Misschien heb je zelf bepaalde herinneringen die je wilt delen?

        Liked by 1 persoon

  2. Professor Schrickx van Engelse literatuur spreekt eigenlijk twee wereldtalen tegelijk: Antwerps en Engels. Op het einde van elke les (of wat daarvoor moest doorgaan…) moet er voorgelezen worden, wat Schrickx overigens zelf voortreffelijk kan. Maar voor ons is het een zwaard van Damocles dat onfortuinlijk op onze hoofden kan terechtkomen. “Read, Mr Pylyser [‘pailaizƏ]!” De jongen die een paar banken verder zit schrikt zich rot. Hij kent zichzelf alleen als Pylyser, op zijn West-Vlaams, [‘pilizƏr]. Hij komt niet verder dan een tiental keer ‘Est oa mien?’ te stamelen. Schrickx noteert zijn afwezigheid en gaat naar een volgende prooi. Dat eindigt op de in zeer Antwerps-Nederlands geformuleerde opmerking: juffrouw, er zijn ook nog goede avondscholen. Een variant was: I think I’m going to be a member of AMADA: Alle Macht Aan De Avondscholen.

    P.S. In alle eerlijkheid moet ik hieraan toevoegen dat ik deze schitterende anekdote zelf heb geplaatst. Ze is echter wel afkomstig van de blog van Siegfried. (RDS)

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.