Vandaag 75 jaar geleden huwt Charlie Chaplin voor de vierde maal, deze keer met de 18-jarige Oona O’Neill, dochter van de schrijver Eugene O’Neill, die echter weigerde met zijn schoonzoon te praten, juist omwille van diens reputatie op dat vlak.

Uit dit huwelijk volgden niet minder dan acht kinderen: Geraldine, Michael, Josephine, Victoria, Eugene, Jane, Annette en Christopher. Komt daarbij nog dat hij in 1945 ondanks de negatieve resultaten van een bloedproef toch alimentatie moet betalen voor het dochtertje van Joan Barry, een vroeger liefje, dat hij daarvóór reeds twee keer tot abortus had verplicht. Twee jaar eerder had ze ook al eens haar polsen overgesneden toen ze Chaplin met Oona (toen nog niet zijn vrouw) in bed aantrof.
In 1947 draait hij “Monsieur Verdoux” met Martha Raye, die in oktober 1994 op 78-jarige leeftijd overleed. Ze was nog maar pas getrouwd, zij het dan voor de zevende keer en in een rolstoel en met haar 42-jarige manager Mark Harris. Ongetwijfeld had die de film over “Monsieur Verdoux” goed bekeken! De film die nauwelijks verholen over de meervoudige vrouwenmoordenaar Landru handelt, was begrijpelijkerwijze geen succes omwille van het onderwerp (en de sympathie die Chaplin naar het hoofdpersonage wou doen uitgaan, o.m. door het zelf te vertolken), maar tegelijk liet het ook zien welk een schitterend acteur Chaplin wel is, ook als er dialogen in het spel zijn. Het is dus vrij onbegrijpelijk dat hij zich zo lang tegen de sprekende film heeft verzet. Zijn dialogen zijn spits en lopen vooruit op iemand als Woody Allen. En nogmaals, Chaplin brengt deze dialogen op een spitse en clevere manier, al dient toegegeven dat zijn daaropvolgende film “Limelight” niet door zijn acteerprestatie wordt gediend. Maar dan komt dan wellicht omdat hij hier in de fout gaat met zijn scenario dat een opeenvolging is van afwisselend zelfbewieroking en zelfbeklag.
LIMELIGHT
In 1952 (na “Limelight”) wordt Chaplin het land uitgezet door de McCarthy-commissie. Diens moeilijkheden waren begonnen toen hij protesteerde tegen het feit dat de communistische componist Hans Eisler uit de V.S. werd gezet. Als gevolg moest hijzelf het land verlaten. Hij vestigde zich in Zwitserland en als voorwaarde om naar de V.S. te mogen terugkeren, eiste men een ondervraging over zijn politieke sympathieën. Chaplin antwoordde met de volgende verklaring: “Ik geloof vast dat de pers een oorlog wil beginnen tegen Rusland en ik keur dat hartsgrondig af. Maar ik ben geen communist. Wat zou ik? Ik ben de eigenaar van een onderneming die op zijn minst dertig miljoen dollar waard is. Wat zou ik dan over communisme zitten praten?” Toegegeven, ook zijn amoureuze perikelen hadden hem ongewenst gemaakt en bovendien de weigering om de Amerikaanse nationaliteit aan te vragen: “Ik voel me een wereldburger. Ik ben geen superpatriot. Ik voel dat de dag zal komen dat alle grenzen verdwijnen en mensen om het even waar ter wereld zullen kunnen gaan en deel uitmaken van om het even welk land.” Uit reactie vraagt zijn Amerikaanse vrouw Oona O’Neill in 1954 de Engelse nationaliteit aan. In datzelfde jaar ontmoet Chaplin in Genève de Chinese premier Tsjoe-en-Lai “om bepaalde mensen te ergeren”. Nog in dat jaar kreeg hij een communistisch geïnspireerde Vredesprijs. Toen een journalist de stapel gelukwensen zag liggen en vroeg ‘of die nu allemaal van achter het ijzeren gordijn kwamen’, repliceerde Chaplin onverstoorbaar: “Bedoelt u de Verenigde Staten?” Het zal uiteindelijk tot 1972 duren vooraleer Chaplin terug in dat land welkom was. Toen mocht hij meteen een Academy Award voor zijn ganse carrière in ontvangst nemen en pas dan werd in de V.S. “A king in New York” uitgebracht, een (flauwe) film uit 1956 waarin een koning door de inquisitiecommissie wordt ondervraagd en ‘per ongeluk’ de commissie met een brandspuit wegveegt.
In 1966 draait hij nog “A countess from Hong Kong”, die geen grote indruk nalaat, maar waaraan hij toch een wereldhit overhoudt (“This is my song”). In 1975 wordt hij geridderd door de Britse koningin en, zoals gezegd, is hij gestorven op 25 december 1977. In 1978 werd zijn lijk gestolen maar na een paar weken teruggevonden en begraven in Vevey (Zwitserland).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.