Vandaag is het precies 55 jaar geleden dat de spektakelfilm “Cleopatra” in première ging. Het was tot dan toe de duurste film aller tijden en hij werd uitgebracht op het moment dat de populariteit van dat soort films (denk aan “Ben Hur” of “De tien geboden”) op z’n einde liep. Gevolg: van de 43 miljoen productiekosten werden er slechts 15 terug gewonnen, waardoor 20th Century Fox aan de rand van het failliet kwam te staan!

Na de Tweede Wereldoorlog bracht de televisie een verwoestende slag toe aan de filmindustrie. Zelfs in 1996, als de megacomplexen voor een zekere heropleving hebben gezorgd, bedroeg het aantal bioscoopbezoekers nog steeds amper 20% van 1946. Het enige positieve dat de film hieraan overhield was de “cinemascoop”, omdat men het kleine televisiescherm trachtte te ridiculiseren door enorm grote spektakels te verfilmen. “The Robe” van Henry Koster was in 1953 de eerste film in cinemascope, waarbij de verhouding dus 1/2,35 was i.p.v. de gebruikelijke 3/4. Hiervoor waren wel speciale (anamorfische) lenzen nodig.
Datzelfde jaar werd ook de eerste “driedimensionale” film gedraaid (met van die brilletjes met een rood en een groen glas, weet je wel) namelijk “House of wax” van André de Toth, maar het publiek ziet er dan zo lachwekkend uit dat deze vondst verder weinig werd aangewend. Dit dus in tegenstelling tot de spektakelfilms, die in cinemascope goed tot hun recht kwamen. Vandaar dat reeds in 1954 een vervolg op “The Robe” werd gedraaid door Delmer Davis. In “Demetrius and the Gladiators” gaat Caligula op zoek naar de magische mantel van Christus, hierbij uiteraard gesteund door de duivelse Messalina (Susan Hayward), maar Demetrius zal hen dwarsbomen dankzij de tors van Victor Mature, die daarna nog in tal van dergelijke films zal te zien zijn…
Zowat tegelijkertijd was er “Julius Caesar” van Joe Mankiewicz. Alhoewel deze film behoorlijk in de prijzen viel op het jaarlijkse Oscar-festival, moet het grote publiek toch erg ontgoocheld geweest zijn, want Mankiewicz volgt redelijk getrouw het toneelstuk van William Shakespeare en daardoor is het een zeer statische film geworden met van die vreemde dialogen die enkel Marlon Brando en (vooral) James Mason kunnen doen klinken alsof ze ook ooit daadwerkelijk werden uitgesproken. Er komt wel een veldslag in voor, waarvoor Mankiewicz een enorme massa Eric Westerlincks (*) heeft doen opdraven, maar van de slag zelf krijg je haast niets te zien. Over figuranten gesproken trouwens, het is opvallend hoe in de massa die naar de beroemde redevoering van Marcus Antonius (Marlon Brando) luistert, het steeds dezelfden zijn die iets roepen. Want een figurant die iets moet roepen, die moet men extra betalen natuurlijk!
Datzelfde jaar was er ook nog “Salome” van William Dieterle. Alhoewel het een origineel idee is om het bijbelse verhaal over de bekeerde centurio (honderdman) hiermee te verbinden, tegelijk wordt daardoor de angel uit het Salome-verhaal getrokken. Die centurio (Claudius, gespeeld door de gladde Stewart Granger) is immers bekeerd en ijvert voor de vrijlating van Johannes de Doper. Alhoewel Salome (gespeeld door een eveneens verkeerd gecaste blonde, zelfs bijna roodharige, Rita Hayworth) al geweigerd heeft op aandringen van haar moeder voor de koning te dansen (omdat dit meteen inhoudt dat hij de danseres mag “nemen”), bedenkt ze zich uit liefde voor Claudius en hoopt daarmee Johannes juist vrij te krijgen! De koning (een kwijlende Charles Laughton) is echter zo van de kaart dat hij verstrooid instemt met het verzoek van Herodias om hem te onthoofden. De dans eindigt dan ook met het binnenbrengen van het hoofd van de Doper, wat helemaal het tegenovergestelde effect heeft. De film eindigt dan met de bergrede (Christus krijgen we traditiegetrouw enkel op de rug te zien), waar ook Salome zich tot het christendom bekeert!
In 1956 volgt dan “Alexander the Great” van Robert Rossen, maar vooral “The ten commandments” van Cecil B.DeMille, die hiermee een remake bracht van zijn eigen stomme film uit 1923.
Met een andere bijbelse spektakelfilm, “King of kings” uit 1927 realiseerde hij trouwens de duurste stomme film aller tijden. Maar de duurste stomme film aller tijden was in feite een spectaculaire, sentimentele, absurde prent. Zo liepen er zebra’s in de tuin van Maria Magdalena, gespeeld door Jacqueline Logan (1905-1983). Zij is overigens een sexy luxe callgirl met Judas als playboy-lover. Er wordt ook al gebruik gemaakt van special effects: de zeven hoofdzonden worden uit haar gedreven en dat kan men ook zien. ’t Zijn overigens ook allemaal mooie meisjes, die zonden.
Ondanks het ridicule van “King of Kings” verwierf Cecil B.DeMille toch inderdaad vooral bekendheid met gigantische spektakels zoals “Cleopatra” (1934), “Samson and Delilah” (1949) en “The greatest show on earth (1952). Volgens de Britse actrice Helen Mirren zijn deze films (behalve de laatste natuurlijk, wat een circusfilm is) er ook de oorzaak van dat haar carrière (in tegenstelling tot haarzelf) in Hollywood nooit van de grond is gegaan. “I think it comes from those Cecil B. DeMille films where all the Romans were played by people with a British accent and all the good Jews, from Jesus Christ onwards, were played by Americans,” zegt ze in The Independent van 10/10/1998, want we mogen uiteraard niet vergeten dat ook zij in “Caligula” de rol van een Romeinse vertolkte… (**)
DeMille trad met zijn films in de voetsporen van D.W.Griffith die in 1915 “The Birth of a Nation” draaide over de Amerikaanse Burgeroorlog, gevolgd in 1916 door “Intolerance”. DeMille draaide dan in 1917 “Joan the Woman”, een wat ongebruikelijke titel voor “Joan of Arc”, die zich eigenlijk aan het front van de Eerste Wereldoorlog afspeelde. Maar als een soldaat het zwaard van Jeanne d’Arc vindt, verschijnt zij hem in een visioen om hem aan te moedigen zijn missie tot een goed einde te brengen. Het is dus meer bepaald dit “visioen” dat de voorbode vormt voor de latere superproducties van DeMille.
Griffith zelf was daarmee een navolger van de Italiaanse spektakelfilms, die op pellicule het spectaculaire van bepaalde opera’s (“Aida” of “Samson et Dalila” b.v.) wilden overdragen.
“Quo vadis?” van Enrico Guazzoni uit 1912 (met o.a. reeds wagenrennen à la Ben-Hur) wordt zelfs als de allereerste film uit het genre beschouwd, op de voet gevolgd door “Gli ultimi giorni di Pompei” van Arturio Ambrioso uit datzelfde jaar. Dergelijke films zorgen ervoor dat massascènes en de monumentale decors in de film geïntroduceerd. Dat zorgt ook voor navolging in Engeland, waar Cecil Hepworth een “Hamlet” draait waarvoor zowaar op de kliffen van Lulworth Cove een exacte kopie van het slot Elseneur wordt gebouwd. De film is tijdens de oorlog jammer genoeg verloren gegaan. Hieruit kan men ook afleiden dat de sandalenfilms de eerste “historische” films waren die werden gedraaid. Later ging men ook in andere tijdsperioden putten, al spreekt men dan eerder van “kostuumfilms”. En westerns (waarvan de meeste zich ook in het verleden afspelen) worden al helemaal niet als “historische films” beschouwd.
Het is vooral in 1914 dat Giovanni Pastrone met “Cabiria” geschiedenis schreef. De film werd zogezegd gedraaid naar een scenario van Gabriele d’Annunzio, terwijl deze enkel de namen van de hoofdpersonen bedacht en de tussentitels schreef. Het is nog altijd een massafilm, maar nu wordt ook een ander opera-gegeven overgenomen: de diva. De muziek van “Cabiria”, de zogenaamde “sinfonia del fuoco” is overigens van Ildebrando Pizzetti. Belangrijker wellicht is dat Pastrone de uitvinder is van de travelling (verplaatsen al rijdend) door de camera op een “carello” te plaatsen. En zo gaat men steeds maar verder. Zo is er het panoram(is)eren (draaien op de as) en de panotravelling, een combinatie van de twee. Maar eigenlijk moet men toegeven dat de travelling reeds door de cameramannen van Lumière was uitgevonden namelijk toen ze filmden vanop een rijdende trein of vanuit de lift van de Eifeltoren.
In 1918 is er “Cleopatra” met Theda Bara, de eerste “vamp”, duidelijk geïnspireerd op de opera-diva. In dat jaar werd ook “Thaïs” gedraaid, één van de grote flops uit de vroege jaren van de bioscoop. Hoe kon het ook anders? In deze tijd van stomme films poogde men de operaster Mary Garden te portretteren in haar glansrol in deze opera van Massenet. Zonder dat men haar kon horen kwam ze echter over als een goedkope kopie van Theda Bara.
In Italië was Benito Mussolini in 1922 aan de macht gekomen na zijn mars op Rome. Hij zal zich actief met de film bezighouden, want hij was van oordeel dat “La cinematografia é l’arme piu forte” (de cinema is het machtigste wapen). Zo richt hij b.v. Cinecità op. Toch is de film “Messalina” in 1923 nog eerder zo’n grootse spektakelfilm à la “Cabiria”, zonder fascistische ondertoon. Hierin komt een spectaculaire wagenrace voor die blijkbaar model heeft gestaan voor “Ben Hur”. Carmine Gallone daarentegen, de latere regisseur van de Don Camillo-films, draaide “Scipio l’Africane”, die werkelijk onverhulde fascistische propaganda is. De manier waarop Scipio zijn Romeinse legioenen toespreekt b.v. is zuiver Mussolini. De toespraak eindigt trouwens met het fameuze zinnetje: “Het is mooi en zoet om voor het vaderland te sterven.”
Het neorealisme brak na het Mussolini-tijdperk met deze fantastische en groteske producties, met reconstructies van historische feiten en romanbewerkingen. Zij maakten goede, sociaal geïnspireerde films, maar zij konden de massa’s echter niet lokken. In 1951 zakken de Amerikanen echter naar de leegstaande Romeinse Cinecittà-studio’s om er “Quo Vadis” met Peter Ustinov als keizer Nero te draaien. Het monstersucces deed de studio’s weer op volle toeren draaien en met wat de Amerikanen hadden achtergelaten aan decors en rekwisieten werden zogenaamde peplumfilms gedraaid. Films van Vittorio Cottafavi, Riccardo Freda en Mario Bava rond Hercules, zijnde Steve Reeves, waarin de mannen grotere borsten hadden dan de vrouwen, zoals kenner Patrick Duynslager terecht opmerkt. Ex-Mister World en ex-Mister Universe Reeves zal trouwens blij zijn met Patricks opmerking, want hij is evenzeer de Griekse beginselen toegedaan. Vandaar al die films, ongetwijfeld… Alleszins zal het niet om zijn gigantische kracht geweest zijn, want de spieren van Reeves waren blijkbaar afkomstig uit een potje of een spuit.
Even terecht voegt Peplum Patrick daar trouwens aan toe dat in tegenstelling tot de Amerikaanse peplumfilms de Italianen zich ver verwijderd hielden van bijbelse onderwerpen (daarvoor was het Vaticaan te dichtbij, aldus Patrick) en zich daarom concentreerden op mythologische thema’s. Zoals ook niemand minder dan Sergio Leone deed met “Il Colosso di Rodi” uit 1960. De films werden overigens ook steeds in een Engelse versie uitgebracht, waarbij de Italiaanse medewerkers niet zelden Amerikaanse namen bedachten om ook op die markt door te breken.
Tussen 1955 en 1975 trok meer dan een half miljard Italianen jaarlijks naar de bioscoop, met piekjaren van zevenhonderd miljoen toeschouwers, meer dan alle Europese zalen momenteel samen! In 1956 was dat o.m. voor “Helen of Troy” van Robert Wise met in de hoofdrol “de voluptueuze Rosanna Podesta”, aldus ooggetuige Peter Cnop (“eindelijk op dvd beschikbaar, en nog altijd een meesterwerk, zoniet de film dan toch Rosanna Podesta”). Maybe that’s why Wolfgang Petersen originally didn’t want Helen to appear in his movie “Troy” (2004), as he felt an actress couldn’t live up to the audience’s expectations. The producers insisted, so Petersen cast an unknown actress (Diane Kruger, a native German speaker, who dubbed her own character in the German version).
Als in 1959 “Ben Hur” van William Wyler een record aantal oscars binnenhaalt, nl.elf, is in Hollywood het hek van de dam voor historische spektakelfilms. Zo krijgen we achtereenvolgens “Solomon and Sheba” van King Vidor met Gina Lollobridgida en Yul Brunner, “Spartacus” van Stanley Kubrick in 1960. Volgens een Britse gedramatiseerde documentaire van Matthew Barrett uit 2008 over het leven van Spartacus (gespeeld door Anthony Flanagan) zou Spartacus weliswaar een scherpzinnig tacticus aan het hoofd van een guerillabeweging geweest zijn, maar tevens zou hij uitgeblonken hebben in besluiteloosheid. De makers hebben dan ook zowaar de pretentie “de versie van Spartacus te maken die Kubrick voor ogen had” in plaats van het beeld van de onversaagde volksmenner dat hem door de producers in Hollywood werd opgedrongen.
In 1960 was er ook “Salammbô” van Sergio Grieco, een Italiaanse regisseur die zich ook achter de namen Sergio Alessandrini en Terence Hathaway verschool, nadat de Fransman Pierre Marodon reeds een stille versie had gedraaid van het beroemde boek van Gustave Flaubert. Toen werd de hoofdrol gespeeld door niemand minder dan Jeanne de Balzac (1891-1930), het nichtje van Flauberts even beroemde collega, Honoré, maar in 1960 was dat “de toen in mijn ogen uitermate wulpse Jeanne Valérie. Mogelijk is hij links of rechts op dvd te krijgen. Dan kan je voormijmeren op. Mét foto’s. Zelf daarna het boek aangepakt, maar op 13 was dat wat overmoedig,” aldus nogmaals Peter Cnop, wat ik op 57-jarige leeftijd ten volle kan beamen!
In 1962 volgen dan nog: “Barabbas” van Richard Fleischer, “Sodom and Gomorrah” van Robert Aldrich en vooral “Cleopatra”, de duurste spektakelfilm tot dan toe. Zelfs René Goscinny kon er niet aan weerstaan en hij kondigde zijn stripverhaal “Asterix en Cleopatra” dan ook aan als “het grootste avontuur dat ooit getekend werd. 14 liter Oost-Indische inkt, 30 penselen, 62 zachte potloden, 1 hard, 27 vlakgommetjes, 38 kilo papier, 16 rolletjes schrijfmachinelint, 2 schrijfmachines en 67 liter bier waren nodig voor de totstandkoming van deze monsterproductie!”
De kosten van de “echte” Cleopatra liepen nochtans vooral op omwille van problemen bij het draaien. Regisseur Rouben Mamoulian wordt vervangen door Joseph L.Mankiewicz en de locatie gaat van Londen (waar Liz Taylor zwaar ziek werd) naar Rome, waar ze haar beroemde affaire met Richard Burton begint (***), maar de kosten swingen zo de pan uit dat de Griekse directeur van 20th Century-Fox Spyros Skouras begint te panikeren als tegelijk ook in Californië het draaien van de film “Something’s got to give” door George Cukor vertraging begint op te lopen door het gedrag van Marilyn Monroe. Hij ontslaat ze, de film wordt nooit afgemaakt en Monroe overlijdt een maand later (5/8/1962).
Het succes van “Cleopatra” was uiteindelijk kleiner dan verwacht en de rage van de spektakelfilms was meteen over. “The fall of the Roman Empire” van Anthony Mann met in de hoofdrollen Sophia Loren en Stephen Boyd werd een jaar later nog uitgebracht omdat hij toch al in productie was, maar voor de rest werd het wachten op “Gladiator” van Ridley Scott in het jaar 2000, als we de porno-Caligula van Penthouse-baas Bob Guccione uit 1979 niet meetellen natuurlijk.
Dat doet me er trouwens aan denken dat er in 1967 een merkwaardige Britse peplumfilm werd gedraaid met veel onnodig (maar wel mooi) vrouwelijk bloot, namelijk “The viking queen” van Don Chaffey. Geschreven door ene John Temple-Smith gaat het hier immers niet over vikings maar wel over de strijd van de Britten tegen de Romeinse overheersing. Mits veel goede wil valt er nog wel iets te zeggen voor de viking-afstamming van Salina, zoals de koningin heet (de rol wordt vertolkt door een schoonheid die zich louter Carita laat noemen en waarvan later bij mijn weten nooit meer iets werd vernomen), maar dat de druïden Zeus aanroepen gaat mijn petje dan toch te boven!

Ronny De Schepper

(*) Extra’s, figuranten. Mijn vriend Erik Westerlinck specialiseert zich daarin, daarom heb ik er een eponiem van gemaakt.
(**) De bewering (van haarzelf) dat de carrière van Helen Mirren niet van de grond komt in Hollywood is ondertussen natuurlijk al lang achterhaald.
(***) Die stormachtige liefdesverhouding was meteen het onderwerp voor een parodie door Amanda Barrie en Sidney James in “Carry on, Cleo” (Gerald Thomas, 1964).

90 Liz Taylor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.