Het is vandaag al zeventig jaar geleden dat Aleister Crowley, “the wickedest man on earth”, is overleden in Hastings. Waarom hij op dat moment (en eventueel: hoeveel langer hij reeds) in Hastings verbleef, heb ik niet kunnen achterhalen. Het is nochtans dat gegeven dat mij over de streep heeft getrokken of ik nu al dan niet aandacht zou besteden aan dit individu. Waarom? Wel, de eerste keer dat ik over de man heb gelezen, was in het pocketje “Black magic today” van June Johns dat ik mij op vakantie in… Hastings had aangeschaft. Als dat geen (zwarte?) magie is!

Nochtans, als ik de moeite had gedaan om alle figuren op de “Sgt.Pepper”-elpee van The Beatles uit te pluizen, dan had ik hem al vier jaar eerder leren kennen (waarom op de illustratie die ik hiervan heb gevonden ook de hand boven Paul McCartney is uitgelicht, weet ik niet, al wordt in het kader van het beruchte “Paul McCartney is dood”-artikel wel beweerd dat dit in oosterse religies een symbool voor de dood zou zijn). Andere namen uit de popmuziek die ik ben tegengekomen op zoek naar informatie over Crowley zijn o.m. David Bowie, Iron Maiden, Ozzy Osbourne (uiteraard!) en The Eagles (“Hotel California”). Voldoende dus om aandacht te besteden aan deze kwibus.
Crowleys ouders waren lid van de Plymouth Brethren, die geloofden dat de dag des oordeels nabij was en dat alleen hun geloofsgemeenschap van het hellevuur gespaard zou worden. De jonge Aleister mocht niet met andere kinderen uit de buurt spelen, tenzij zij hetzelfde geloof beleden. Zijn jeugd werd gekenmerkt door dagelijkse Bijbelstudie en privéonderwijs. Zijn vader stierf aan tongkanker nog voor Crowley twaalf jaar was.
Na de dood van zijn vader, aan wie hij zeer gehecht was, maakte Edward Alexander (zoals hij echt heette) zich los van zijn godsdienstige opvoeding. De inspanningen die zijn moeder zich getroostte om haar zoon voor het christelijk geloof te bewaren waren vergeefs. Ze kastijdde hem zelfs om zijn rebels gedrag en riep dat hij ‘The Beast’ was uit The Book of Revelation, een benaming waarvan hij later gretig gebruik zou maken. Uit deze periode stamt zijn hedonistische overtuiging dat wat hem de hele tijd voorgehouden was – het leven als iets zondigs – niet waar kon zijn en dat het leven integendeel met volle teugen genoten moest worden.
In 1895 ging hij studeren aan het Trinity College van de Universiteit van Cambridge. Aanvankelijk wilde hij moraalwetenschappen (filosofie) studeren, maar nadat hij de docent had ontmoet, veranderde hij van mening en ging literatuur studeren. De drie jaar die hij in Cambridge doorbracht waren voor hem voorspoedig en gelukkig, vooral omdat hij van zijn vader een aanzienlijk fortuin erfde.
Al tijdens zijn studie aan het Trinity College dompelde Crowley zich onder in lectuur over het occulte. In 1889 las hij Die Wolke über dem Heiligtum (1802) van Karl von Eckartshausen waarin deze vertelt over het bestaan van geheime genootschappen. Crowleys interesse was gewekt en in november van datzelfde jaar sloot hij zich in Londen aan bij The Order of The Golden Dawn. De oprichter van het genootschap, MacGregor Mathers, had al enige reputatie opgebouwd als onderzoeker van het occulte met zijn publicaties over de kabbala en Crowley aanvaardde hem als zijn meester. De Orde bleef echter door interne ruzies niet lang meer bestaan, waarna Crowley teleurgesteld op reis ging naar Mexico, Hawaï, Ceylon en India, waar hij yoga, boeddhisme en tantrische yoga leerde en praktiseerde.
In Mexico begon hij met schrijven. Hij verklaarde in deze tijd in contact te hebben gestaan met een spiritueel wezen, Aiwass. Deze geest zou later The Book of the Law aan hem gedicteerd hebben. Een bekend citaat uit dit boek is:
Doe wat je wilt zal de gehele wet zijn;
Liefde is de wet, liefde geleid door de wil, en;
Iedere man en vrouw is een ster.

In 1906 richtte Crowley de Argenteum Astrum (A∴A∴) op, een magische orde opgezet rond The Book of the Law. In 1919 volgde de Abbey of Thelema in Sicilië als centrum van de door hem gecreëerde occulte stroming. Deze organisatie was erg controversieel. Dat kwam niet in de laatste plaats door de seksuele escapades van Crowley en zijn volgelingen, zoals orgieën en sodomie. In 1923 werd de abdij door Benito Mussolini gesloten. Desondanks werd Crowley in 1925 het internationale hoofd van de Ordo Templi Orientis (OTO), een Duitse magische orde. Hij woonde een tijd in het zogeheten Boleskine House, een huis aan de rand van het Loch Ness.
Aleister Crowley genoot een reputatie die tot lang na zijn dood aan hem is blijven kleven. Hij noemde zichzelf graag ‘het apocalyptische beest 666’, ‘The Great Beast’ of Baphomet (zie mijn artikel over de Tempeliers). Bijna heel Crowleys leven was gewijd aan – wat hij zag als – de ultieme zelfbevrijding. Dat uitte zich vooral in perversiteit, provocatie en non-conformisme.
In 1907 schreef Somerset Maugham “The magician”, een sleutelroman over het leven van de toen nog vrij jonge Crowley. In het nawoord van de Nederlandse uitgave die ik heb gelezen (“De wraak van een magiër”, Utrecht/Antwerpen, A.W.Bruna & zoon, 1975) schrijft Maugham: “Hoewel Aleister Crowley, zoals ik al zei, model heeft gestaan voor Oliver Haddo, is het geenszins een portret van hem. Ik maakte mijn figuur opvallender van uiterlijk, meer sinister en onmeedogender dan Crowley ooit is geweest. Ik gaf hem magische vermogens die Crowley, ook al maakte hij er aanspraak op, zeker nooit heeft bezeten. Maar Crowley herkende zichzelf in de schepping van mijn verbeelding, want dat was het, en hij schreef in Vanity Fair een recensie van een hele pagina over het boek, die hij ondertekende met ‘Oliver Haddo’. Ik heb het artikel niet gelezen en daar heb ik nu spijt van. Het zal wel een prachtig stuk vuilspuiterij zijn geweest, maar waarschijnlijk, net als zijn poëzie, ondraaglijk breedsprakig.”
En tenslotte, een uitsmijter die kan tellen: in het BBC programma The 100 Greatest Britons van 2002 eindigde Crowley op de 73ste plaats. (Wikipedia)

2 gedachtes over “Aleister Crowley (1875-1947)

  1. OMG. Ronny, hier laat je iets liggen…… je somt enkele popmuzikanten op die gelinked worden aan deze figuur, maar je laat de twee belangrijkste onvernoemd….. Jagger en uiteraard Jimmy Page, die quasi al heel zijn leven “bezeten” is van Crowley. Hij kocht zelfs in Schotland Boleskin House het vroegere huis van Crowley. Hij componeerde de muziek voor een mislukte film, enz… er zijn boeken en halve biografieën aan gewei(ij)d.

    Met vriendelijke groeten, Eddy De Saedeleer

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s