De Tiense acteur/regisseur Jappe Claes viert vandaag zijn 65ste verjaardag.

Alhoewel. Veel “vieren” zal er niet aan te pas komen, denk ik. Twee jaar geleden was hij reeds in opspraak gekomen doordat hij door oud-studenten van de Amsterdamse Theaterschool werd beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag. Ik dacht dat dit stilaan wel achter de rug zou liggen, maar in de nasleep van de Weinstein-affaire in Hollywood, kwamen De Volkskrant, De Morgen en De Standaard gisteren met nieuwe beschuldigingen die ertoe leidden dat Claes moest opstappen bij het Nationale Theater.
Jappe Claes stapte begin 2014 ook reeds op als artistiek leider van de regieopleiding bij de Amsterdamse Theaterschool. Officieel wilde hij zich voortaan richten op zijn carrière als acteur en wilde hij plaats maken voor jong talent. Zijn vertrek werd “een verlies” voor de theaterschool genoemd. Nu blijkt echter dat er een onderzoek naar hem liep binnen de school. Docenten concludeerden daaruit dat Jappe Claes met veel studenten seksuele relaties had gehad, mogelijk meer dan twintig. En ook in Vlaamse ­theaterkringen klinkt het dat hij daar niet vies van was. Een aantal vrouwen zei zich door hem geïntimideerd, gemanipuleerd en gebruikt te voelen.
“Hij had een strategie”, vertelde één van hen aan De Morgen. “Eerst werd hij close met een student, dan ontstond er contact naast school, via sms’jes. Daarna nam hij meisjes mee naar het café en probeerde hij ze te zoenen of aan te raken. Hij nodigde ze uit op zijn hotelkamer. Als ze hem afwezen, reageerde hij heel heftig. Hij zei tegen hen: ‘Ik kan je maken of breken.'”
Tegenover Het Nieuwsblad gaf Jappe Claes ’s anderendaags toe dat zijn stijl als docent aan de toneelschool direct kon zijn. Dat hij een relatie zou hebben gehad met ‘een twintigtal’ studentes, zoals men op basis van meer dan tien getuigen beweert, ontkent hij dan weer formeel. ‘In ons vak zoek je nu eenmaal de grens op tussen fictie en werkelijkheid. Van seksuele intimidatie of machtsmisbruik is geen sprake. Het zijn beschuldigingen die mij zeer diep hebben geraakt. Met stijgende verbazing en ontzetting heb ik er kennis van genomen. Wat de motieven zijn van die anonieme vrouwen kan ik niet zeggen.’
THEATER TEATER
Ik heb Claes leren kennen in 1985 toen hij met een amateurgroep in Mechelen Theater Teater was gestart. Ze braken meteen door met “Wanja Wanja”, uiteraard een bewerking van Tsjechovs “Oom Wanja”. Tegen Edward van Heer in Knack (3/9/86) vertelt Jappe: “Ik vind inderdaad dat theater een politieke functie moet hebben. Niet in de pamfletachtige betekenis, maar in de zin dat het mensen moet stimuleren om na te denken over de wereld en de situatie waarin ze leven. Wie dat niet wil moet maar een pint gaan pakken of naar ‘Star Wars’ gaan kijken.”
In 1986 volgt “Kamers”, een collage van teksten van Karl Valentin en Harold Pinter. Daarna volgde “Met vuur spelen” (naar Strindberg) terwijl Jappe Claes van Rainer Werner Fassbinder “Das Kaffeehaus” (1969, naar Goldoni) regisseerde voor Arca (zijn eerste regie voor dit Gentse theater). Michel Gert Peter ontwierp het decor. Met Brit Alen (Lisaura, danseres en hoer), Bob De Moor (Marzio, roddelaar), Martine Jonckheere (Vittoria, vrouw van Eugenio), Guido van den Berghe (Eugenio, speler en echtgenoot), Carmen Jonckheere (Placida, vrouw van Leander), Wouter van Lierde (Graaf Leander), Maud Verlynde (drager) en Mark Verstraete (Trappolo, oude kelner). Katrien De Vos had de kostumes helpen kiezen in de Gentse Baudelookapel op 11/9/86 (foto 2).
36 Martine Jonckheere in Het Café84 jappe claesFASSBINDER
Ter gelegenheid van die voorstelling heb ik Jappe bijna dertig jaar geleden telefonisch geïnterviewd in de rubriek “Aan het lijntje” van De Rode Vaan. De filmopnamen van « Mascara » waren nog maar pas achter de rug en hij begon op dat moment al met de repetities van het toneelstuk « Het Café ». In « Mascara » acteerde hij (zie foto), « Het Café » regisseert hij. Uiteraard hebben we het over Jappe Claes. Op 11 september 1986 brengt het Arca-ensemble de première van een theaterwerk van Duitslands geniaalste cineast : Rainer Werner Fassbinder. In ’82 overleed de auteur-regisseur-acteur, die een bekend gezegde omsmeedde tot « Haast en spoed doet u goed ». Naast onvergetelijke filmische meesterwerken als « Lola » en « Querelle », liet hij ook toneelwerk na. Fassbinder ontmaskert de mens en plaatst hem naakt voor zijn drijfveren : seks en machtswellust. De machtsgeilheid laat zich vertalen in bezitsdrang en geld. Dat is niet anders in « Het Café ».
Jappe Claes : Inderdaad. Eigenlijk is het een bewerking van « Het Koffiehuis » van de Italiaanse auteur Goldoni. Fassbinder heeft dat werk als uitgangspunt genomen en er een nieuw stuk van gemaakt. Goldoni’s werk is als een commedia dell’arte met archetypes in plaats van karakters. Fassbinder plaatste de personages in een Venetië dat sterk de nadruk legt op het decadente. Het « venerische » Venetië : de ziektepatronen worden bloot gegraven. Dat wordt duidelijk in de vele confrontaties. Het zijn echter verbale confrontaties. Er wordt alsmaar gepraat. In het Duits noemt men het dan ook een « Konversationsstück ». De kleine wereld geldt als metafoor voor een maatschappij, waarin een aantal mensen hun eigen wetten hebben binnen hun eigen milieu. Daarin worden allerhande machinaties opgezet rond geld. Ze zouden mekaar wel kunnen vermoorden. Het is de hel, de onderwereld.
— We denken aan « Querelle », de theatrale film waarin de hel gesitueerd wordt tussen wal en schip. Of liever : tussen boot en bordeel. In een wel erg beklemmende sfeer.
Jappe Claes :
Het heeft er ook veel mee te maken. « Querelle » speelt in een havenstad, Venetië is een havenstad. « Querelle » speelt zich grotendeels af in een café, dat is hier uiteraard ook. Ook in hier vinden we homoseksuelen, hoeren, macho’s, marginale figuren… En wie het niet is, wordt zo gekneed voor het stuk afgelopen is…
— Het stuk speelt in een hedendaags Venetië. Heb je er ook verwijzingen naar het eigen Vlaanderen in verwerkt ?
Jappe Claes :
In Vlaanderen is er gewoonweg géén stad waar je deze sfeer kan oproepen. Misschien wil je het naar de Antwerpse havenbuurt overplaatsen. Of naar het Brusselse Noordkwartier. Hoe dan ook, naar een « hoerenbuurt ». Het stuk zelf is universeel genoeg om begrijpen. Maar Venetië heeft toch een unieke sfeer. De decadentie druipt de muren af. Die modderpoel stijgt op tussen de huizen. Het kosmopolitische van Venetië is ook zeer belangrijk. Het is een havenstad waar men zo’n vijftien talen spreekt.
— Waarom regisseert Jappe Claes precies dit stuk ?
Jappe Claes :
Ik hou van die zogenaamde « Konversationsstücke ». Ze bouwen ook een metafoor van een wereld op, een plaats waar mensen samenkomen die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben en zich toch binnen een wereld bevinden die zijn eigen gedragspatroon heeft. In « Het Café » ontdek je zo ook de patronen van de alledaagse werkelijkheid, maar dan zeer uitvergroot. Wat zeer theatraal en boeiend is om mee te werken.
— Je acteert in de film « Mascara ». Waar je je laat regisseren in een ander medium. Botsen die werelden niet ?
Jappe Claes :
Film is een andere « taal ». Uiteindelijk gaat het beide over hetzelfde, alleen is de techniek van werken totaal anders. Bij een theatervoorstelling krijg je een spanningsboog van één tot twee uur. Op de filmset moet je je concentratie en energie verdelen over een hele dag en ze aanwenden op het gepaste ogenblik. Plots moet je één minuut of iets langer acteren. Het is het verschil tussen een spurtnummer en een marathon.
— Er wordt niet in het Arcatheater gespeeld, maar in de kapel van het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht (Gent). Terug naar school ?
Jappe Claes :
Het Arcatheater wordt verbouwd. We zochten trouwens sowieso een andere ruimte voor dit stuk. Scenograaf Michel Gerd Peter ziet de kapel als het Goldoni-deel : het oude, verrotte, de verbrokkelende muren. Daartegen plaatst men de Fassbinder-wereld van hoeren, homo’s en macho’s.
DON JUAN
Molière’s “Don Juan” werd daarna, eveneens in Arca, in een regie van Jappe Claes en een decor van Stanz Lutz opgevoerd door Carmen Jonckheere (Elvire, zijn vrouw, en de geest), Rik Hancké (Don Juan), Aafke Bruining (Charlotte, plattelandsmeisje), Raphaël Troch (Sganarelle), Martine Jonckheere (Mathurine, plattelandsmeisje), Dries Wieme (Don Luis, zijn vader, het standbeeld en Francisco, een arme man) en Bart van Avermaet (Pierrot, plattelandsjongen, meneer Dimanche, leverancier, La Ramée, vechtersbaas, en de Commandeur). Gezien op 15/11/1986.
Besnehard Daniël schreef “Meeuwen” (“Les Passagères”) naar Tsjechov. Het werd op 30/04/87 in Arca opgevoerd in een regie van Jappe Claes en een decor van Marc Cnops met Carmen Jonckheere (Anna) en Martine Jonckheere (Kathia). Een jaar later volgde in Arca “Double inconstance” van Marivaux.
Op 4 september 1993 zag ik eindelijk ook “Wanja, Wanja!” door Theater Teater in een regie van Jappe Claes en een decor van Allel El-Berkani & Hugo Moens. Met Karlijn Sileghem (Sonja), Guy Segers (Wanja), Carina Van der Sande (Jelena), Axel Doumen (Astrov), Rosine Segers (Njanja), Patrick Jacobs (Telegin), Cin Scheers (Maman), Leo Segers (Serbrakov) en Lucia Bertrand (iemand die Dr.Astrov komt halen voor een spoedgeval). Dit is geen reprise van de voorstelling die acht jaar geleden te zien was in de Usine-à-Vapeur, maar een her-denken ervan, o.m. door een paar monologen opnieuw toe te voegen, die er in de eerste versie waren uitgewipt.
Dramaturg Pol Dehert wil vooral beklemtonen dat Tsjechov het stuk een komedie doopte (de eerste versie, “De bosgeest” uit 1889, kreeg expliciet die vermelding mee, ook al pleegde het hoofdpersonage daar nog zelfmoord; de misvatting van Tsjechov als melancholicus komt vooral door de ensceneringen van Stanislavski) en zo wordt het dan ook gespeeld. Met een globaal positief resultaat als gevolg. De maniertjes van Carina Van der Sande b.v. als oogverblindende schoonheid, die de verveling van het plattelandsbestaan komt doorbreken, staan haaks op de sérieux van haar aanbidder, Dr.Astrov, maar het wérkt. Net als de zuippartij met zijn “concurrent” Wanja trouwens.
Ik weet niet of het aan de bewerking ligt of aan Tsjechov zelf, maar alleszins werd in deze opvoering Astrov centraal geplaatst in zijn verhouding tot Jelena, waarvoor hij zelfs zijn heilige roeping als natuurbeschermer avant la lettre vergeet, en pas daarna Wanja, op dezelfde hoogte trouwens als de dochter van zijn overleden zus, Sonja. De interpretatie van deze rol is veel meer aanvechtbaar. Omdat Karlijn Sileghem (overigens de enige rolwisseling t.o.v. vijf jaar geleden) per se een “lelijk” meisje moet spelen (een haast even onmogelijke opdracht voor haar als voor Chris Thys destijds), gedraagt ze zich min of meer als een mentaal gehandicapte, wat niet klopt met de tekst, waarin ze zelfs als verstandig wordt afgedaan.
De andere personages hebben veel minder belang, ook de professor (Serebrakow), waarrond het eigenlijk allemaal draait, aangezien hij als weduwnaar van Wanja’s zuster nu is hertrouwd met Jelena en bovendien het landgoed van Wanja vanonder zijn gat wil verkopen, ondanks het feit dat Wanja zich destijds het brood uit de mond had gespaard om mijnheer te laten studeren. Maar zoals gezegd, dit dramatische aspect wordt meer naar de achtergrond verschoven, zodanig dat in die rollen de “amateurs” van het gezelschap nog een kans krijgen. Op die manier kan zowat de hele familie Segers opdraven en ook ene Patrick Jacobs die alleen maar de toeschouwers moet begroeten bij het binnen- en buitengaan en voor de rest van de voorstelling voornamelijk zalig snurkend kan doorbrengen.
Nadat Theater Teater veel lof had geoogst met hun versie van “Celibaat” van Tom Lanoye naar Gerard Walschap werd in december 1994 Jappe Claes door zakelijk leider Axel Doumen ontslagen als directeur. De opvoeringen van “Mr & Mrs Leopold B.Bloom” met Jappe Claes zelf en Goele Derick werden dan ook onmiddellijk afgelast, nadat de productie enkele dagen daarvóór in de Brakke Grond in première was gegaan. Toch regisseerde Jappe reeds in januari 1995 opnieuw een toneelstuk bij Theater Teater met name “Een gemeenschap van schurken”. Dit is namelijk een project van Peter De Graef op basis van teksten van Franz Kafka en de auteur wilde het liefst met Claes in zee blijven gaan. Drie acteurs trokken zich daarom uit het project terug (Elke Dom, Guy Segers en Peter Van Asbroeck). Ze werden vervangen door Ann Pira, Patrick Vandersande en Wim Willaert. Ook dramaturg Pol Dehert werkt niet langer mee aan Theater Teater, maar die had dit reeds vóór het conflict met Claes medegedeeld.
Tijdens het seizoen 95-96 speelde Claes vooral bij het Zuidelijk Toneel. Met name in “De Cenci” (naar P.B.Shelley, regie Dora van der Groen) en in “Maat voor Maat” (regie Pierre Audi).
Bij het begin van 1997 werd bekend gemaakt dat Theater Teater en Nova Zembla zouden fuseren. De enige reden is dat ze allebei geschrapt werden door minister Martens, die zoals bekend de versnippering wil tegengaan. Door een fusie hopen ze opnieuw in aanmerking te komen. Of het gelukt is? Ik heb er het raden naar. Rond die tijd liet ik al mijn interesse voor het theater en al wat daar rond hangt met veel plezier varen. I’m a happier man ever since.

Referenties
Jan Draad, Jappe Claes aan het lijntje, De Rode Vaan nr.37 van 1986
Maud Effting en Willem Feenstra, Vlaamse acteur in Nederland opgestapt na seksuele relaties met studentes, De Morgen 16 juli 2015
Pieter Huyberechts, ‘Eén korte relatie met een studente. Meer niet’, Het Nieuwsblad 17 juli 2015

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s