In München wordt op 27 augustus 1827 Charles De Coster geboren, als zoon van de intendant van de pauselijke nuntius.

Hij gaat studeren, maar brengt er niet veel van terecht. Hij leert aan de universiteit van Brussel wel Elisa Spruyt kennen, zijn grote liefde, die echter door haar familie wordt gedwarsboomd.
In 1850 geeft hij zijn studies op om schrijver te worden.
1856: samen met o.a. Félicien Rops sticht De Coster het tijdschrift “Uylenspiegel”, waarin hij zijn eerste verhalen schrijft gebaseerd op Vlaamse legenden (“Naar het volk kijken, vooral naar het volk. De burger is overal hetzelfde”). Hij doet dit wel in het Frans.
1859: in zijn reeks “Légendes flamandes” begint De Coster aan “La légende d’Ulenspiegel”.
1869: Pas nu verschijnt “La légende d’Ulenspiegel” in boekvorm. Het verwachtte succes blijft echter uit.
7 mei 1879: De Coster sterft aan tuberculose. Pas nu wordt zijn boek een wereldsucces.
Op 26 maart 1990 zag ik in de Roeland een bewerking door Willy Spillebeen in een regie van Ronnie Commissaris. Eigenlijk een monoloog van Tine Ruysschaert, samen met Paul Moerman (die op scène illustrerende tekeningen maakt). Spillebeens bewerking van de tekst van Charles De Coster heeft niets van het opstandige karakter afgedaan, maar Ruysschaert brengt het op een matte, preutse manier, die nog in de hand wordt gewerkt door de karikaturale tekeningen van Paul Moerman en de liederen op muziek van Dirk Brossé. Zoals Sander Vandenbroecke opmerkt in “De Gentenaar” is ze met haar valszingen lachwekkend, terwijl ze er juist in slaagt de pointes van de grappige passages te rateren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s