Vandaag viert de Amerikaanse wielrenner Greg LeMond zijn 55ste verjaardag. Over hem heb ik het op diverse plaatsen: natuurlijk in mijn geschiedenis van het Amerikaanse wielrennen, vooral dan wat zijn rivaliteit met Jonathan Boyer aangaat, maar ik heb het ook over het wereldkampioenschap voor junioren waarin hij vóór “onze” Kenny De Marteleire werd geplaatst en natuurlijk ook over de fameuze Tour 1989, waarin hij, onder de leiding van José De Cauwer, Laurent Fignon acht seconden voorbleef. Maar toch valt mijn keuze vandaag op een artikel van mijn overleden collega Lode De Pooter over een andere legendarische Tour, die van 1986, waarin Greg met zijn ploegmaat Bernard Hinault als voornaamste tegenstander kreeg af te rekenen…

Bijna eenieder is het er over eens. De Tour de France 1986 zal als een van de meest ophefmakende uit de geschiedenis geboekstaafd blijven. Niet omdat hij een zo spannend verloop kende (daarvoor was het meesterschap van LeMond en van Hinault te groot) maar wel omdat hij een zo sportief uitzicht kreeg.
Van het begin tot het einde werd er zeer hard gereden en met het lang open blijvend duel tussen de twee leiders van eenzelfde formatie kreeg hij ook een totaal ander uitzicht dan wat er de jongste jaren als normaal beschouwd werd. Allen in dienst van één kopman werd nu allen in dienst van de ploeg.
Meteen kreeg deze Tour ’86 ook een speciaal sociaal-economisch tintje. De neoliberale theorieën van de zakenman-baas Tapie, de grote manitou van de winnende formatie, « La vie Claire », werden er in het domein van de wielersport toegepast. De dynamiek van de firma werd er als voorbeeld in gesteld. En de wielrenners-arbeiders zwoegden om van haar nummer één op de wereldmarkt van de fiets te maken.
Zij werden van die opdracht, van die zending, mentaal doordrongen en wanneer men een zelfverzekerde Hinault bijna dagelijks op de Franse televisie aan het woord hoorde, was het alsof men naar de stem van zijn boss luisterde. Als komend zakenman kon « de das » — die einde dit jaar de actieve wielersport vaarwel zegt — geen mooier uitgangsexamen afleggen. En de jonge J.F. Bernard die hem geregeld terzijde stond, toonde zich een leerjongen met veel aanleg in het domein van de welbespraaktheid.
Door Hinault werd een sterk overtuigend klinkende theorie opgebouwd en ook vlot verwoord. Zij luidde ongeveer als volgt : « Het was mijn laatste Tour. Ik kwam meer ontspannen aan de start. Ik beschikte over reserves. Ik heb mijn kans tenvolle gewaagd in de Pyreneeën. Maar de hele taktiek bestond erin de mannen van onze ploeg, vooral LeMond, zo goed mogelijk te plaatsen in de rangschikking. Toen dit gelukte heb ik hem enkele keren fysiek en mentaal getest. In de tijdrit kwam het dan tot de ultieme proef. Hij doorstond die en heb hem dan steeds geholpen om zijn eerste gele trui te behouden tot het einde, getrouw aan de belofte die ik vorig jaar deed toen hij mij aan mijn vijfde Tourzege hielp ».
Het klonk mooi. En overtuigend. Het is enkel in het TV-interview dat LeMond tijdens een van de laatste dagen van de Tour toestond aan de BRT (bravo Marc Stassyns voor dit indringend gesprek in het Engels zodat de Amerikaan kon zeggen wat hij echt dacht) dat wij een andere klok hoorden luiden. Zij klonk ongeveer zo : « Ik ben altijd bedreigd geworden door Hinault. Deze dacht in de eerste plaats aan zichzelf. Hij hielp mij bijna van bed op stro. Ik had hem in de bergritten gemakkelijk minuten achter mij kunnen laten. Ik deed het niet en reed hand in hand over de meet met hem. Deze Tour vroeg van mij een bestendige waakzaamheid. Ik beschouw Hinault nog als een vriend maar nu gaan onze wegen uit mekaar ».
DE WERELD VAN DE BARNUMRECLAME
LeMond-Hinault : doodsvrienden ? Het werd slechts in extremis duidelijk. Het ontsierde deze Tour ’86 echter niet eens. Maar de vraag is nu of de zeer individualistisch ingestelde Amerikanen — waarvan er een als eerste de Ronde van Frankrijk won — wel zulk een verrijking voor de wielersport zullen blijven als het er nu uitziet. Gaan zij geen negatieve rivaliteit ten toon spreiden — zoals in de tijd van Coppi-Bartali — wanneer zij rechtstreeks tegenover mekaar zullen komen te staan ?
Want er was immers niet alleen LeMond. Er is ook al Hampsten die een zeer sierlijke indruk als klimmer liet. Ook in de Amerikaanse « Seven Eleven »-formatie zaten er mannen die zich af en toe gunstig deden opmerken. En dat alles in een Tour die aan een ongemeen hoge snelheid betwist werd, van de eerste tot de laatste dag, en die toch door 132 renners uitgereden werd op 210 vertrekkers. Het feit dat niemand op dopinggebruik betrapt werd in een zo slopende wedstrijd kan men met een korreltje zout nemen maar « op het zicht » leken er toch geen « lijken met uitpuilende ogen » over de meet te rijden.
De medische voorbereiding en begeleiding heeft in de wielersport zeker « nieuwe vorderingen » gemaakt en ook het materiaal ondergaat nog altijd « verdere evoluties » in zoverre men vragen kan stellen over de toelaatbaarheid van al die speciale wielen, zadels, helmen enz. De wielersport heeft er zeker een nog groter publicitair aspect door gekregen dan tot voorheen reeds het geval was. Er kwam voor alles plaats bij om namen van sponsors op te plaatsen. In dat opzicht zijn de renners nu echte rijdende sandwichmannen geworden zoals de autopiloten dit al enkele jaren zijn.
Het commerciële aspect van de Tour neemt aldus meer en meer uitbreiding. Elk jaar zullen er wel nieuwe zakenlui gevonden worden om een gok te wagen in de wereld van de barnumreclame, quitte de hele zaak op te geven wanneer resultaten uitblijven. Vraag het maar aan de koffiehandelaars van Colombië die voor hun belegd fortuin bijna geen reclame toegespeeld kregen door een erg ontgoochelende berggeit Herrera, uitgeblust nog voor het klimwerk begon.
GEEN ROL VOOR DE BELGEN
En daarmee zitten wij opnieuw bij onze eerste vaststelling, nl. dat de Tour ’86 er een van hoogstaand sportief niveau was. Tegen 35 km per uur kan men show opvoeren. Niet tegen 50 km en meer. Spijtig dat de Belgische renners bijna geen rol meer spelen in het stuk. Criquielion was helemaal alleen om « onze eer » hoog te houden met een zeer knappe vijfde plaats in de eindstand, echter zonder ooit zijn stempel op de koers te hebben kunnen plaatsen. En Vanderaerden « veroverde » de groene trui, zonder één rit op zijn naam te hebben kunnen brengen. Pijnlijk.
In een steeds internationaler wordende wielersport spelen de Belgen, die toch mee aan de wieg van deze sporttak stonden, bijna geen rol meer in het rondewerk. Of zij het straks, in het wereldkampioenschap in Amerika (!), beter gaan doen, valt ten zeerste te betwijfelen. Daar zullen de « American flyers » wel alles in het werk stellen om de regenboogtrui in eigen vesting te houden om de doorbraak van hun sporttak in de States helemaal waar te maken. De « veramerikanisering » dreigt dan ook in dat domein met zijn geweldige uitschieters en zijn vele inzinkingen. Want « business » blijft er nog altijd de voorrang hebben. Misschien meer dan ooit in deze crisistijd…

Referentie
Lode De Pooter, Greg LeMond en Bernard Hinault: de doodsvrienden, De Rode Vaan nr.31 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.