Het is vandaag 200 jaar geleden dat de Engelse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren…

Het is vooral de duistere kant van de mens die aan bod komt in het werk van de gezusters Brontë, die net als Jane Austen een teruggetrokken leven hebben geleid en daardoor volledig op hun fantasie aangewezen waren. Het grote verschil is echter dat waar bij de rationele, classicistische Jane Austen de goede afloop reeds voelbaar is van in het begin van het verhaal, de Brontës een donkere wereld beschrijven, vol passie en romantiek, vol gevaren en hinderlagen, waar enkel helemaal op het einde – omdat de traditie het nu eenmaal zo verlangde – een happy end wordt aan gebreid. Dat lijkt wel Dickens, maar het verschil is dat door de afgelegen woonplaats van de Brontës (de “Moors”, waar bijna alle verhalen zich afspelen) de sociale realiteit bijna volledig afwezig is, maar in de plaats daarvan krijgen mysterie en magie veel meer aandacht. Denk maar aan “Wuthering heights” van Emily of “Jane Eyre” van Charlotte. Het zijn bijna “gothic novels”.
JANE EYRE
Dat heeft ook te maken met hun eigen leven. De zussen Brontë werden oorspronkelijk opgevoed in een school voor kinderen van onbemiddelde dominees (denk aan Lowood in “Jane Eyre”). Toen de twee oudsten (Maria & Elizabeth) echter stierven van ontbering (ook hier kunnen we de beroemde scène met Helen Burns in “Jane Eyre” aanhalen), haalde vader Patrick zijn twee andere dochters (Emily & Charlotte) terug naar huis, waar ze opgroeiden samen met de jongsten, Anne en Branwell, de enige jongen. Dominee Patrick Brontë (eigenlijk Brunty, want hij was van Ierse afkomst, de “verfransing” was zijn idee) was nochtans zelf ook een harteloze figuur, die er zeker toe bijgedragen heeft dat Charlotte haar Jane Eyre kon doen verliefd worden op de gelijkaardige Mr.Rochester.
Branwell wordt naderhand de meest inspirerende figuur voor de zussen. Hij was immers een soort van jongere versie van Byron, hun grote idool. Nadat hun vader hen een partij tinnen soldaatjes heeft meegebracht, vluchten de vier kinderen in een eigen sprookjeswereld (Anglia), waarin een mythische ridder, the Duke of Zamorna, de hoofdrol speelt (ze schrijven de verhalen ook uit in kleine boekjes die ze voor hun vader verborgen houden). Zamorna is duidelijk een reïncarnatie van Byron, maar dus ook… van Branwell! Aangezien er onderhuids uiteraard ook een erotische aantrekking aanwezig is, is ook deze fantasiewereld een wereld van schuld en boete, tot het masochistische toe. Als het viertal volwassen wordt, zijn ze nog altijd niet in staat om in het normale leven te functioneren. Branwell nog het minst van al. Hij vlucht in een wereld van drank en drugs. Toch wordt hij niet verloochend door zijn zusters, integendeel. Het is haast symbolisch dat Emily op zijn begrafenis (september 1848) de kou vat, die enkele maanden later tot haar dood zal leiden. Nog een paar maand later overlijdt ook Anne. Charlotte zal het nog tot 1854 uithouden. Ze is zelfs nog een paar maanden getrouwd geweest. Maar dan stierf ook zij, net als alle andere familieleden, aan tuberculose.
“Jane Eyre”, het boek van Charlotte, zou voor alle drie de zussen – na een mislukte poging om poëzie te publiceren onder de mannelijke pseudoniemen Currer, Ellis en Acton Bell (“We did not like to declare ourselves women, because we had a vague impression that authoresses are liable to be looked upon with prejudice”) – een doorbraak betekenen. Om in te pikken op het succes werden op dat moment immers ook “Agnes Grey” van Anne en “Wuthering Heights” van Emily gepubliceerd.
DE MEESTER
Ondanks de mysterieuze sfeer die “Jane Eyre” zeker uitademt (meesterlijk heropgeroepen in “Wide Sargasso Sea” van Jean Rhys), is Charlotte toch degene die het dichtst bij de sociale realiteit blijft, b.v. in “Shirley”. Niet toevallig is zij diegene die toch een poging deed om “uit te breken”, denk aan “Villette” en “The Professor”, waarin ze haar (nooit uitgesproken) liefde voor – de gehuwde! – Constantin Héger, tijdens haar verblijf in Brussel beschrijft.
“Emily and Charlotte went to Brussels to study French in le pensionnat Héger in 1842. They were the only students there who weren’t catholic. Emily became ill and as she was used to the moors, she went back and actually recovered. Charlotte on the other hand stayed on to fall in love with the son of the director, Paul Héger,” heb ik ergens gevonden op het internet, maar zelf heb ik toch altijd gedacht (na het lezen van “Villette” namelijk) dat haar liefde wel degelijk naar de vader uitging.
Dat is blijkbaar ook de overtuiging van Jolien Janzing die in “De meester” (De Arbeiderspers, 2013) haar eigen versie van de feiten geeft. “Constantin Heger was een getrouwd man en zijn huwelijk leek redelijk gelukkig,” vertelt ze tegen Diane Broeckhoven in de Gazet van Antwerpen van 1 juni 2013. “Tijdens mijn research kreeg ik de indruk dat zijn vrouw Claire het geflirt met zijn leerlingen door de vingers zag, zolang het licht en vrolijk bleef. Maar Charlotte Brontë meende het ernstig. Ze wilde meer en dat kon Madame Heger niet laten gebeuren. Charlotte gooide echter al haar wapens in de strijd. Haar sterkste was haar pen. Ze was tenslotte een schrijfster. Heger was ook niet zo veel ouder dan haar, slechts een zevental jaren.”
Hoewel het boek pas verschenen is, toont Books at Berlinale, een samenwerking tussen uitgevers en de filmindustrie, nu al belangstelling om De meester te verfilmen. Dat is niet helemaal een verrassing voor de auteur. “Terwijl ik het schreef, zag ik de beelden al voor me,” herinnert Janzing zich. “Een filmproducent van BBC-films is erg geïnteresseerd.”
Dat wordt dus alvast alweer zo’n typisch Britse serie om naar uit te kijken. Hopelijk wordt er dan ook gefilmd in het Instituut Héger in Brussel. Ik ben daar destijds, toen ik nog op De Rode Vaan in de Lemonnierlaan (niet zo heel ver daarvandaan) werkte, nog op bezoek geweest bij mijn schoonmoeder, die toen eigenlijk mijn schoonmoeder al niet meer was, omdat zij daar haar laatste dagen heeft doorgebracht. En misschien wordt er dan weer een beroep gedaan op inheemse figuranten. Een tip voor mijn vriend Erik Westerlinck?
BRIEVEN
Wie dieper wil ingaan op het leven van de familie Brontë kan ik de selectie brieven aanraden zoals gepubliceerd in ‘De gezusters Brontë; Verwoeste levens’ (Privé-Domein nr. 234; Arbeiderspers, 1999) een keuze van Ria Loohuizen die ook een inleiding voorzag.
De meeste brieven zijn van Charlotte en gericht aan haar vriendin Ellen Nussey zodat ze een vaak persoonlijke blik toestaan op haar leven. Maar er zijn ook brieven van Branwell waaruit blijkt hoe hij, vergeefs, pogingen onderneemt om zich literair een plaats te veroveren. Hij schrijft zelfs aan Wordsworth; zijn toon is helaas vaak arrogant. En naarmate zijn leven vordert – na de liefdesgeschiedenis met de echtgenote van zijn werkgever – lezen we bittere kattenbelletjes die handelen over drank: de aftakeling.
Uit wat Charlotte schrijft blijkt dat zij steeds de drijvende kracht bleef achter de publicatie van het werk van de zusters, eerst de gedichten, later uiteraard de romans. ‘Jane Eyre’ ging naar zeven uitgevers eer het tenslotte gedrukt werd! Ook zij schreef naar Wordsworth, Tennyson, tijdschriften, critici… Maar uit alles leren we veel over de karakters van de gezinsleden, over de moeilijkheden (o.m. financiële) en het worstelen met hun literair werk. En uiteraard over de tanende gezondheid die hen allen te vroeg sloopte.
Dan is er ook, min of meer bedekt, Charlottes liefde voor de echtgenoot van de directrice van de school in Brussel waar zij zal studeren en les geven, Constantin Héger; een hopeloze liefde.
Maar het is niet altijd kommer en kwel. Ronduit hilarisch is de beschrijving aan Ellen van de reis naar London met Anne waar ze hun uitgever confronteren met de werkelijke identiteit van de drie Bells… En er meteen enkele mooie dagen doorbrengen. Ontroerend zijn de ‘verjaarsbriefjes’ die Emily en Anne telkens op hun verjaardag schrijven: te openen vier jaren later; daarin noteerden ze wat het voorbije jaar gebeurd was en wat ze van de toekomst verwachtten.
Natuurlijk neemt hun droom, het starten van een eigen (kost)school een prominente plaats in, in de briefwisseling; een vergeefse droom die gedwarsboomd wordt door vroegtijdige overlijdens van Emily en een jaar later Anne. Branwell stierf in hetzelfde jaar als Emily. Voor Charlotte was het ouderlijk huis en de omgeving niet aangenaam: “Haworth lijkt zo eenzaam, zo’n stille plek, begraven voor de wereld” (23.1.1844 aan Ellen Nussey).
De literaire opvattingen van Charlotte? De zusters hielden van Byron. Maar zijzelf dweepte met George Sand. Jane Austen evenwel vond geen genade in haar ogen. Aan de criticus en auteur G. H. Lewes schreef zij (6.11.1847): “Dan is de fantasie ook een sterk, rusteloos vermogen van de geest, dat er recht op heeft gehoord en benut te worden: moeten we net doen of we het geschreeuw ervan niet horen en de strijd ervan niet voelen? Wanneer zij ons heldere beelden toont, moeten we daar dan nooit naar kijken en ze nooit trachten weer te geven? En wanneer zij welsprekend is, en snel en dringend in ons oor spreekt, moeten we dan niet opschrijven wat zij ons dicteert?”
En aan dezelfde op 12.1.1848: “Wanneer auteurs op hun best zijn, of in elk geval het vloeiendst schrijven, lijkt er een macht in hen op te staan die hen de baas wordt – die zijn eigen leven gaat leiden – die alle bevelen behalve die van hemzelf opzijschuift, die bepaalde woorden dicteert en erop aandringt dat die worden gebruikt, het zij heftig of ingetogen van aard, die personages omkneedt, die ongehoorde wendingen geeft aan voorvallen, die behoedzaam uitgewerkte ideeën verwerpt en plotsklaps nieuwe creëert en aanwendt.” En in 1849 noteert zij: “De gave van de verbeelding heeft me overeind gehouden toen ik aan het wegzinken was…”
En heeft ons enkele mooie boeken bezorgd.

Johan & Jan de Belie-Segers

3 gedachtes over “Charlotte Brontë (1816-1855)

  1. Dan zal ik mijn eigen vraag beantwoorden. De eerste europeanen kwamen uit Afrika, hadden alle gezichtstypen en bleven zwart en bruin tot ver in de 20ste eeuw. In 1100-1200 verhief een deel zich tot een hoge adel en overheersten bruine en zwarte bourgeoisie en de witten, wiens huid men als shoenleer gebruikte. Bronte was deel van bruine Gentry bourgeoisie, en ze was een Charterist en streefde naar gelijkheid, ook voor witten. Jane Eyre heeft een wit hoofdpersonage dat slecht behandelt werd door de bruine en zwarte elite, maar hen als het ware vergeeft. Brontë vraagt de witten, de derde stand (97%)om vergeving. De beschrijvingen van Mr. Rochester, de tante van Jane Eyre en haar kinderen laten geen misverstand over dat het om bruine en zwarte mensen gaat. Bronte is bijna wetenschappelijk in haar beschrijvingen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.