Vandaag is het al vijf jaar geleden dat de Amerikaanse regisseur Sidney Lumet is overleden aan de gevolgen van lymfklierkanker. Lumet overleed op 86-jarige leeftijd in zijn huis in Manhattan.

Sidney Lumet (Philadelphia, 25 juni 1924) was eerst acteur en pas later regisseur. Zijn vader was een acteur van het Yiddish Art Theater en zijn moeder was een danseres. Lumet maakte dan ook zijn debuut in het New Yorkse Yiddish Art Theater toen hij amper vier jaar was. Als regisseur debuteerde hij bij de televisie. Daar ontwikkelde hij een speciale manier van werken: hij repeteert met zijn acteurs net alsof het een toneelstuk betrof (dus met tekstlezingen e.d.).
Gezien zijn verleden was het niet te verwonderen dat ook Sidney Lumet voor de McCarthy-commissie diende te verschijnen. Alhoewel hij weigerde om collega’s te verklikken, kon hij toch blijven werken omdat zijn sponsor hem bleef steunen. Sidney Lumet was oorspronkelijk een acteur bij het Jiddische theater in New York. Reeds als twaalfjarige stond hij op de scène en meteen ook was hij politiek aktief: hij hield inzamelingen voor steun aan de republikeinen in de Spaanse Burgeroorlog. Toen hij 1939 in de film “One third of a nation” het archetypische jodenjongetje moest spelen dat dan door Clark Gable of zo wordt gered, hield hij het acteren voor bekeken. Door zijn gedrongen uiterlijk zou hij immers wellicht steeds in dergelijke rollen worden gecast en dat wilde hij niet. Daarom is hij beginnen regisseren. Eerst als assistent bij zijn vriend Yul Brunner die voor CBS-televisie werkte, toen Brunner vertrok om met “The king and I” door te breken als acteur, nam Lumet de reeksen van hem over. Dat waren twee live-televisiespelen per week: een melodramareeks die “Danger” heette en dan het merkwaardige “You are there”, waarbij belangrijke historische gebeurtenissen werden geacteerd, terwijl zogezegd een televisieploeg aanwezig was. Zo kon men dan Julius Caesar of Socrates om z’n indrukken vragen b.v. Gezien zijn verleden was het niet te verwonderen dat ook Lumet voor de McCarthy-kommissie diende te verschijnen. Alhoewel hij weigerde om kollega’s te verklikken, kon hij toch blijven werken omdat zijn sponsor hem bleef steunen. Geen tegenvaller voor “specialist” good old Sidney Lumet maar wel veel later voor “Guilty as sin”, waarin advocate Rebecca De Mornay wordt ingehuurd door een even knappe als doortrapte schurk Don Johnson. Het werd zeker geen “Twelve angry men”, deze film die ook “Beyond innocence” als titel meekreeg.
Zijn doorbraak wa er inderdaad gekomen met het courtroom drama “Twelve Angry Men” (1957). Daarna volgden o.a. nog “Long Day’s Journey Into Night” (1962), “Fail-Safe” (1964), “Serpico” (1973), “Murder on the Orient Express” (1974) en “Dog Day Afternoon” (1975).
“Network” uit 1976 confronteert ons met de uitwassen en vernietigende invloed van het machtigste medium uit die tijd, namelijk de televisie. Het onderwerp is immers de dodelijke (letterlijk en figuurlijk) invloed van de kijkcijfers (kijkdichtheid en waardering). Uiteraard geldt de kritiek voor het Amerikaanse systeem, waar wij in die tijd gelukkig nog niet aan toe waren, maar zo’n vijftien jaar later zou met de komst van VTM de film opnieuw aan belang winnen.
Wie de film niet heeft gezien, snapt misschien het verband niet, maar dit is nochtans vrij duidelijk: niet alleen verhoogt het aanbod van reclame bij hoge kijkcijfers, de prijs die men voor die reclame moet betalen kan dan ook fenomenaal hoog oplopen. Indien het televisiestation dan in privéhanden is, m.a.w. indien het er in de eerste plaats op aankomt winst te maken, dan spreekt het vanzelf dat men alles in het werk gaat stellen om programma’s te maken die hoge kwoteringen halen.
Een lichtzinnig denker zou hieruit kunnen besluiten dat dit de kwaliteit juist ten goede komt, omdat men zou kunnen verwachten dat de beste programma’s ook de populairste zullen zijn. Niets is echter minder waar uiteraard. Door diverse historisch-sociologische ontwikkelingen is de smaak van het publiek immers zo gevormd dat de voorkeur uitgaat naar sensatie. In de film komt dit tot uiting door het feit dat een wanhopige nieuwslezer (de rol van Peter Finch) zijn dalende curve wil ombuigen door op het scherm zijn zelfmoord aan te kondigen.
De film werd liefst negen keer genomineerd voor een oscar, waarvan er vier effectief ook werden omgezet in een bekroning, namelijk die voor beste scenario (Paddy Chayefsky), beste camerawerk (Owen Roizman), beste acteur (de kort daarna overleden Peter Finch) en beste actrice (Faye Dunaway).
“Network” is ook een illustratie van de manier waarop hij met acteurs omgaat. Bij de auditie van “Prince of the city” spuwde Lumet Treat Williams (en wellicht ook de andere kandidaten) in het gezicht (omdat een bepaalde scène het vereiste natuurlijk). Williams werd kwaad, omdat hij vond dat dit te ver ging, maar speelde toch verder. Zo kreeg hij de rol.
In 1977 volgde dan “Equus” naar het stuk waarmee Peter Shaffer the 1975 Tony Award for Best Play as well as the New York Drama Critics Circle Award had gewonnen. Dit stuk vertrekt van de realiteit (een aantal renpaarden die door een staljongen de ogen werden uitgestoken), waarna de auteur (in dit geval samen met een psychiater) zelf een hypothese opbouwt, waarin hij deze schijnbaar zinloze daad tracht te motiveren. Natuurlijk worden we eerst geconfronteerd met de opvoeding van de jongen (het stuk is zo geconcipieerd dat de jongen voor een psychiater alles nog eens reconstrueert). Zijn vader was communist, zijn moeder daarentegen erg religieus. Toen hij nog heel klein was, werd hij op het strand bijna overhoop gereden door een ruiter. Om het kind te troosten, nam de man het mee op het paard. De vader die niet had gezien wat eraan was voorafgegaan, interpreteert de bedoelingen van die man verkeerd en rukt het kind van het paard, waarbij het zich bezeert.
Enkele jaren later krijgt de jongen van zijn moeder een nogal romantische afbeelding van een bloederige Christus aan het kruis. Wanneer zijn vader hem hiervoor in aanbidding betrapt, rukt hij woedend de prent van de muur en gooit ze in de vuilnisemmer. De jongen is hier echter zo van onder de indruk dat de vader besluit hem een mooie afbeelding van een paardenkop in ruil te geven. Het blijkt nu echter dat de jongen ’s avonds voor dit paard in aanbidding ligt.
Later wordt de jongen verliefd op een meisje dat in een manège werkt. Dankzij haar mag ook hij de paarden verzorgen. Zo kan hij zich ’s nachts de toegang tot de manège verschaffen. Hij kiest zich daar het mooiste paard uit en gaat ermee uit rijden. Terwijl hij het paard afjakkert, masturbeert hij zich. De verhouding met het meisje evolueert verder, zodat zij langzamerhand seksueel naar elkaar gaan verlangen. Zij zijn echter niet vrij, zodat de enige plaats waar zij ongehinderd kunnen vrijen de manège is. Telkens wanneer de jongen echter bij een coïtus tot orgasme wil komen, worden de paarden onrustig of zo voelt hij het tenminste aan. Het meisje van haar kant denkt dat hij impotent is en wil daarom de verhouding verbreken. Daarom steekt de jongen de paarden de ogen uit.
Lode De Pooter schrijft hierover in De Rode Vaan: “De prent van Lumet (…) stelt de vraag of de psychiater wel als een echte overwinnaar uit de strijd komt, wanneer hij iemand zogezegd van zijn waanbeelden genezen heeft, maar hem daarbij een gedeelte van zijn persoonlijkheid ontnomen heeft, hem in zekere zin verminkt heeft. (…) De prent, die uizonderlijk sterk vertolkt is door Richard Burton als de psychiater en door Peter Firth als de staljongen, eindigt dan ook op een groot vraagteken.”
Daarna volgden o.a. nog “The Wiz” (1978), “Prince of the City” (1981), “Power” (1986) en in 1990 “Q & A”. De titel is een afkorting van “Question and Answer”. Het thema is ook hier de corruptie bij de politie net zoals bij “Serpico” of “Prince of the city”, eveneens van Lumet. Deze keer is het echter niet op een waar verhaal gebaseerd, zoals bij de twee genoemden, al zijn de personages wel uit de realiteit gegrepen. Nick Nolte is een corrupte politieman die het vuur aan de schenen wordt gelegd door een onderzoeksrechter die niemand minder is dan de zoon van zijn vroegere partner (Timothy Hutton). Wie weet, misschien heeft hij zijn partner wel vermoord (of laten vermoorden), net als in “Internal affairs”.
Alhoewel Sidney Lumet wel innovaties op technisch vlak heeft doorgevoerd (de verschillende lenzen bij “The Hill” waardoor de actie steeds “dichterbij” komt naarmate de film vordert, of de concentratiekamp-flitsen in “The Pawnbroker”), toch is bij hem het inhoudelijke steeds op de eerste plaats gekomen. Daarom heeft hij ook een speciale manier van werken: hij repeteert met zijn acteurs net alsof het een toneelstuk betrof (dus met tekstlezingen e.d.). Als men hem interviewt begint hij steevast met “The movie is about…”, zegt hijzelf. En wat dan volgt is uiteraard niet een verhaaltje, maar een of ander probleem. Zo gaat “Q & A” eigenlijk over racisme.
Volgens Lumet is een “director” (regisseur) ook iemand die ervoor zorgt dat iedereen in dezelfde “direction” werkt. Zeer opvallend is wel dat Lumet bijna uitsluitend met mannen werkt. Aangezien hij viermaal is gehuwd geweest, is dat blijkbaar niet omdat zijn “geaardheid” zo is, maar omdat hij als regisseur met vrouwen niet goed overweg kan. Trouwens, volgens producer Alan King (de oude heer Ruskin uit “The bonfire of the vanities”) is hij op de eerste plaats getrouwd met het filmmaken.
Dat blijkt ook uit “Night falls on Manhattan” uit 1997, waarin hij niemand minder dan Lena Olin totaal verloren laat lopen. Trouwens, in the original novel “Tainted Evidence” by Robert Daley which the film is based on, the lead character is female! The story is loosely based on the real-life case of Larry Davis, a drug dealer who shot six cops but was acquitted (with William Kunstler as his lawyer) after charging that the police were trying to kill him because they were involved in the drug trade. The Manhattan district attorney, Robert Morgenthau, was also nicknamed “Morgy” (bij Lumet is het Morgenstern, gespeeld door Ron Leibman). In de film van Lumet is de advocaat (gespeeld door Richard Dreyfuss) overigens niet zo’n klootzak. Integendeel, hij gaat achter de corrupte agenten aan en eens hij dat doel heeft bereikt, is hij niet van plan om de drugsdealer op basis van procedurefouten te laten vrijkomen. This film also marks as the second time James Gandolfini was cast by Sidney Lumet. They previously worked in “A Stranger Among Us” (1992), which was Gandolfini’s debut.
In 2005 won Lumet een Academy Award voor Lifetime Achievement, waarna hij uitbolde met “Find Me Guilty” (2006) en “Before the Devil Knows You’re Dead” (2007). Vooral “Find me guilty” was een afknapper van formaat. Niet zozeer als film. In het begin vond ik het zelfs wel iets hebben dat de oude Sidney Lumet terugkeerde naar zijn allereerste liefde van het courtroom drama. De film gaat namelijk over de kleine gangster Jackie DiNorscio die besluit in een monsterproces tegen de maffia zichzelf te verdedigen en zowaar een soort van lokale held wordt. Aanleiding voor een prachtrol van Vin Diesel overigens. Maar dat is het juist. Lumet verfilmt dit als een ware hagiografie (de echte DiNorscio is gestorven tijdens de opnames van de film) en van een man van zijn kaliber had je nu toch wel iets anders verwacht. Zijn verering van “the man who wouldn’t snitch” staat volledig haaks op het feit dat zonder “snitchers” het nooit tot een echte veroordeling van de georganiseerde misdaad kan komen.
“Before the devil knows you’re dead” daarentegen gaat juist over twee losers van de bovenste (of is het dan onderste?) plank. Twee broers dan nog wel. Door hun eigen nalatigheid zitten ze diep in de shit en de oudste (gespeeld door Philip Seymour Hoffman, die zelf eveneens kort daarna zou sterven) besluit dat er een eenvoudige oplossing is, namelijk: de juwelierszaak van hun eigen ouders beroven. Uiteraard loopt de zaak totaal uit de hand, vooral dan door de jongste broer (Ethan Hawke). Lumet vertelt de film met een irriterende opeenvolging van korte flashbacks (met “kort” bedoel ik dan, dat men slechts enkele dagen in het verleden terugkeert), zodat ook hier de échte glansrol is weggelegd voor Albert Finney, die in de film de vader van de twee broers speelt. Jarenlang had ik deze prachtige auteur uit het oog verloren en nu zie ik hem terug in drie films tereke!

Ronny De Schepper

Referenties
Raf Butstraen, Vervelende tovenaar, Het Nieuwsblad, 14 september 1979
R.S., The Wiz: een remake van formaat, Het Volk, 26 april 1979

Een gedachte over “Sidney Lumet (1924-2011)

  1. “The Verdict” met Paul Newman en Charlotte Rampling vond ik persoonlijk een enorm prachtige film. Ik heb nooit begrepen waarom die niet meer bijval genoot. Meesterlijk werkstuk van Lumet.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s