Twintig jaar geleden verscheen een nieuwe CD van Raymond van het Groenewoud, die de titel “Ik ben God niet” meekreeg. De titelsong verscheen vooraf op een single, die naast de “officiële” caraïbische versie ook nog een ska-, afro-, ballad- en hardrock-versie bevatte.

De grootste “hit” wordt echter zijn “Twee meisjes” (foto), oorspronkelijk het thema van de film “Laagland” (Yolanda Entius, 1996). Of het een “instant” hit was, dat kan ik me niet herinneren. Maar jaren later zal dit nummer nog vele “hitparades aller tijden” winnen. Zijn nieuwe groep heeft ondertussen ook een naam gekregen: de Straffe Mannen.

En begin 1998 kwam er opnieuw een “minister”-tournee. Na Ruimtelijke Ordening en Landsverdediging meet Raymond zich nu carrément het epitethon “Minister van Cultuur” aan. En zoals het dan past hebben buiten Bertus Borgers zijn vroegere muzikanten plaats moeten maken voor een strijkkwartet onder leiding van Marc Steylaerts (met daarin o.a. cellist Karel). Zo krijgt zelfs “Ik wil de grootste zijn” een Haydn-intro. Maar het opmerkelijkst vond ik zijn vertaling van “Try a little tenderness”.

Raymond schreef ook een nieuw nummer, “Huil niet”, voor de begrafenis van drie scouts die begin februari in Italië omkwamen, toen de kabel van hun skilift werd doorgesneden door een Amerikaans legervliegtuig dat aan het “spelen” was.

In september 1998 werden deze nieuwe producten vastgelegd op de CD “Tot morgen”. Raymond schreef ook de muziek voor twee jeugdfilms, “Blazen tot honderd” van Peter van Wijk uit 1998 en “Blinker” van Filip Van Neyghem uit 1999 naar een verhaal van Marc de Bel.

Bij het begin van het nieuwe millenium ging hij opnieuw met (o.a.) Jean Blaute de baan op. In zijn privé-leven gooit Raymond het ook over een andere boeg: “Sinds een aantal maanden ben ik weer alleen, na een relatie van twaalf jaar. (…) Een fladderende vlinder ben ik niet: vóór Nana had ik een relatie van tien jaar, met de moeder van mijn twee kinderen. (…) Lena, Daniëlle, Laura, Sonja, Maria, Zjoske – je kunt in mijn oeuvreboek veel meisjesnamen terugvinden. Meisjes en vrouwen, dat is mijn leven. Ik ben ontroerd door wat ik kan vinden aan schoonheid in menige vrouw.” (Humo 9/5/2000)

De volgende naam blijkt uiteindelijk de Franstalige Christine (Verschorren) te zijn. Veel weet ik er niet over, tenzij dat ze in oktober 2001 zijn nieuwe CD “Een jongen uit Schaarbeek” heeft geproduceerd en dat er in maart 2002 een zoon uit voortsproot: Luca. Op die CD mag ook Mich Verbelen nog eens meespelen.

Ondertussen heb ik op 5 juni 2000 (om 10:33u) een mail gekregen van Raymond, blijkbaar als antwoord op één van mij, waarin ik hem de oorspronkelijke betekenis van het woord “religie” uitleg. Dat n.a.v. een uitzending op de Nederlandse televisie (KRO).

“Dag Ronny,

Religere= verbinden?

Mooi dat ik dat nu weet, want geregeld vroeg ik me af: we zijn nu wel om de haverklap over religie bezig, maar weet iemand hier over welk basisbegrip we het hebben? Ondanks mijn verregaande luiheid was ik van plan (als ik ooit eens vijf minuten heb) stomweg het woord op te zoeken in een Winkler Prins of zo.

Mij stoort het ‘recupereren door de KRO’ niet, ik zie geen vijandelijke grootmachten voor m’n geestesoog verschijnen. Wat ’n gemak,hé?

Allee hoow, het beste met de gezondheid en tot een van de dagen.

Veel groetjes,


Raymond”

En op 13 februari 2001 (om 7:57u!) is er dit leuke kattebelletje dat zo maar uit de hemel komt vallen:

“Hallo!

Ben net terug van Bolivië en Peru. Dat komt ervan als je een ondernemende vriendin hebt.

Veel groetjes,


Raymond”

Pas vele jaren later (in 2014) realiseer ik me dat er een verband is tussen deze twee mailtjes en het verband heet “Machu Picchu”. Dat realiseer ik me echter pas nadat ik in december 2014 een mailtje heb gestuurd naar Raymonds manager, Johan Kerkhofs:

“Dag Johan,

Nu ik al jaren niet meer verplicht ben de muziekactualiteit op de voet te volgen, kan het natuurlijk gebeuren dat ik pas veel later een nummer ontdek. Zo ben ik pas sinds enige tijd helemaal weg van “Machu Picchu” van Raymond uit 2001. Toegegeven, vooral omwille van de gitaarriff, maar ik ben toch ook zeer geïntrigeerd door de tekst. Ik begrijp er namelijk geen snars van en al helemaal niet in relatie tot de titel.

Ik weet dat Raymond niet graag zo’n dingen uitlegt en dat hoeft ook niet, maar kan hij me niet gewoon een hand reiken en me zeggen of dit nu een “gewoon” liefdeslied is (eerder dan een “ongewoon”, maar goed) ofwel misschien zelfs een religieus lied?

Met dank bij voorbaat,


Ronny De Schepper”

En het antwoord van Johan luidde: “Hallo Ronny,

Raymond kondigt dit lied de laatste tijd aan met: “Een lied over het menselijk tekort”.

Inderdaad, bijna religieus zoals je dat omschrijft: hij had een speciaal gevoel op de plaats, Machu Picchu. (Hij is er met zijn toenmalige vriendin op haar verzoek naartoe geweest.)

Hij sprak toen ook over een nietig gevoel in deze grootse natuur…

Nog een fijne kerst!


Johan”

SIGRID SPRUYT

Op 20 maart 2001 had ik ondertussen Raymond ook nog eens aangeschreven: “Ik hoor dat je gisteren mijn vriend Geert Stadeus van Menzo over de vloer hebt gehad. ’t Was zijn eerste keer, deelt hij me mee, en hij is natuurlijk razend enthousiast. Allé, ‘k vond dat wel fijn. ’t Deed me denken aan die keer in Sint-Niklaas toen je champagne tracteerde om je verloving met Danielle te vieren. Dat was namelijk mijn ‘eerste keer’. Mich was daar ook bij (vandaar: kopie) en mijn toenmalige vrouw ging bijna bevallen mijn tweede zoon, die binnenkort 24 wordt! Djeezes, een mens mag er niet aan denken!”

Een week later volgt het antwoord:

“Beste Ronny,

Ja, de tijd vliegt, mijnheer. Ik las net over een Schotland-België in 1979, waarin Swat Van der Elst enz…

’t Wordt dus tijd dat ik eens antwoord op je verjaardagskaartje. Bedankt! Is er geluid bij? Zo ja, dan ontvang ik het niet…


Hier is alles kits, ‘k lees plezante stukken van Schopenhauer; allee, ik vind ze plezant, ik kan bevroeden dat velen het zwartgallig vinden, maar ik zou eerder zeggen realistisch. Ieder z’n mening, zogezegd (help!).”

Op 10 en 11 oktober 2003 presenteerde Raymond Van Het Groenewoud zijn filmmuziek live in de Handelsbeurs. Zijn “echte” filmmuziek: “Brussels by Night”, obsederend, pulserend. “Si tous les gars du monde”, meeslepend. “Het walsje voor Marie”, een pareltje zo fijn. Maar ook zijn andere muziek, waar je zo een film bij ziet. Van de grappige, betere tekenfilm tot een film noir.

Raymonds dialoog met het Vlaams Radio Orkest was overweldigend. Een groot orkest gaf hem nog meer zwier, en ook als contrast, om tegen af te steken, was hij soms briljant alleen. Soms gepolijst en minder rauw, dan weer versterkt en uitvergroot. Een zanger zonder meer maar Raymonds optredens zijn zélf een film, die zich afspeelt voor uw geestesoog.

Niet alleen zijn optredens zijn stof voor een film trouwens, ook zijn leven zelf, want tegen die tijd was het alweer afgelopen met zijn nieuwe verhouding. Op dat moment werd hij zowaar bij de zwangere Sigrid Spruyt gesignaleerd. Echter niet zwanger van hém, zo leren we uit een interview in Het Nieuwsblad van 20/10/2004 ter gelegenheid van de release van de verzamelaar “Ballades” en een live dvd. Geen nood echter, want de optimistische titel van het interview was: “Ik krijg elke vrouw die ik wil”… Niet te verwonderen.

In “De Pappenheimers” grapte Erik Van Looy: “Ik zing ‘Ik wil de grootste hebben’ en dan zegt Sigrid of het waar is.” Waarop deze droog reageerde: “Het is waar.” En inderdaad, dat kan ik bevestigen op basis van die keer toen Raymond op het Feest van de Rode Vaan bij de vedettenploeg kwam spelen en wij samen onder de douche gingen. (*)

In 2005 was ondertussen “Mr.Raymond” verschenen, waaruit de single “Weg met Amerika” werd getrokken. Deze maakte zoveel ophef dat er zelfs een paar klachten bij het Centrum van Gelijke Kansen en Racismebestrijding volgden. Die Vlaams Blokkers trachtten daarmee de werking van dit centrum uit te hollen, maar uiteraard zijn ze daarin niet geslaagd. Toch was Raymond een opvallende afwezige op de 0110-concerten van Tom Barman in 2006 (**). Rond die tijd was hij wel bezig met het coverproject “Raymond & zijn jonge helden”.

Raymond Van het Groenewoud mocht in februari 2007 de Derde Nacht Van Gouden Vleugels afsluiten. Hij deed dit met drie nummers : Bostella, In m’n Hoofd en Zoals Gewoonlijk. Hij liet zich voor de gelegenheid begeleiden door de toenmalige laureaten van de KBC-Muziekprijs in de derde editie: pianist Jan Michiels, accordeonist Gwen Cresens en fluitist Toon Fret, versterkt door contrabassist Ben Faes. Voor de arrangementen zorgden resp. Bert Joris, Peter Vermeersch en Raymond van het Groenewoud zelf.

UITSMIJTER

In Jobat (jawel!) van 27/5/2006 vraagt men aan Raymond: “Wat zijn je favoriete websites?” Zijn antwoord: “Ik surf nauwelijks. Als ik het doe, is het voor porno.” En wat moeten we ons dan daarbij voorstellen? “Erotische sprookjes met een sadomasochistische inslag.” (Humo van 17/8/1999)

(*) John Irving, Owen Meany, p.444.

(**) Raymond was wel de enige die in december 2008 zijn medewerking verleende aan een manifestatie voor de regularisering van asielzoekers.

Een gedachte over “Twintig jaar geleden: RvhG is god niet (allé gij)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.