Giuseppe Verdi (1813-1901)

Vandaag is het 115 jaar geleden dat de Italiaanse operacomponist Giuseppe Verdi is overleden.

Giuseppe Verdi, de zoon van een ongeletterde boer, kon slechts muziek studeren dankzij de steun van een koopman uit het dorp, Barezzi. Hij was daarvoor zo erkentelijk dat hij met diens dochter huwde. Ze kregen twee kinderen, maar Verdi verloor op korte tijd zowel zijn vrouw als zijn kinderen, waardoor hij atheïst werd, wat in die tijd nog ongewoon was. Bovendien ging hij daarna een tijdlang samenleven met Giuseppina Strepponi, een sopraan op haar retour (hij kon haar nog enkel doen schitteren in “Nabucco“), vooraleer met haar te trouwen. Bovendien had deze Strepponi reeds drie kinderen uit vorige “liaisons” à la Traviata, die ze telkens na de geboorte had uitbesteed. Toen Strepponi begon weg te kwijnen en dit compenseerde door overmatig eten, waardoor ze prompt haar slanke lijn verloor, vond Verdi troost in de armen van een ander – jonger – sopraantje, de Tsjechische Teresa Stolz, waarvoor hij “Aida” schreef. Uiteindelijk zou hij ze zelfs meebrengen naar huis om er een “ménage à trois” te vormen.
Los van Richard Wagner, aan wie de “uitvinding” meestal wordt toegeschreven, plaatste ook Verdi het orkest van “Aida” in een “orkestbak”. Vroeger zaten die dus allemaal op de scène. Men kan dus wel denken dat er weinig sprake kon zijn van actie op de scène. Zelfs acteren was operazangers grotendeels vreemd. Via de introductie van Shakespeare in de opera probeerde Verdi hier wat aan te doen. Ook schafte hij het kunstmatige onderscheid tussen recitatieven en aria’s af.
Ook op het maatschappelijk vlak was Verdi “progressief”. Immers, ondanks het feit dat Verdi nogal veel verering had voor de industrialisering, zag hij wel de schaduwkanten ervan. Daarom was hij tevens voorstander van bepaalde sociale hervormingen. Hij was m.a.w. een “links” liberaal, d.w.z. dat hij in het nogal agrarisch gebleven Italië een “progressieveling” was. Op die manier kon hij zich volledig vereenzelvigen met de acties van een man als Giuseppe Garibaldi, voor wie hij dan ook wapens kocht, wat hem de eretitel “maestro della rivoluzione Italiana” opleverde. Tegen het einde van de jaren vijftig was de kreet “Viva Verdi” zelfs een politieke leuze geworden, want daarmee wou men de koning van Piémont, Vittorio-Emanuele, tot Re d’Italia, koning van Italië, uitroepen. Eigenlijk was dit echter reeds een afzwakking van de “revolutie”, want Garibaldi en zijn volgelingen waren republikeinen. Toch werd het impact van Verdi zelfs nog tot in de zomer van 1997 bewezen, toen in drie Noord-Italiaanse stadjes een Verdi-operafestival werd georganiseerd uit reactie tegen de afscheidingstendens van de Lega Nord.
Op die manier kreeg Verdi natuurlijk vaak met de censuur te maken, ook b.v. bij “Un ballo in maschera”, waarbij de koning van Zweden, Gustav III, door een samenzwering wordt gedood. Om aan de censuur te ontsnappen zette hij in een tweede versie het stuk over naar een minder politiek geladen Amerikaanse context, maar het grappige is dat ook de eerste versie ook helemaal niet “correct” is. Koning Gustav was immers homofiel en verliefd op Ankerström zelf en niet op diens vrouw Amelia!
Eén en ander zorgde er wel voor dat Verdi de noodzakelijke link naar het “verisme”, het “realisme” in de muziek, was. Hij vond b.v. dat opera méér moest zijn dan liedjes zingen voor een decor. Hij eiste van zijn zangers dat ze ook actéérden. Bovendien introduceerde hij in “La Traviata” (*) ook de burgerij van zijn tijd op de scène i.p.v. de gebruikelijke historische of mythologische stukken. De weg naar Giacomo Puccini en zijn “La Bohème” lag wijdopen…
Velen vragen zich af hoe oud Marguerite Gautier nu eigenlijk is. Volgens Alexandre Dumas fils, die het verhaal vertelt alsof het echt gebeurd is, zou ze amper twintig zijn op het moment dat de opera begint. Dan heeft ze echter al een heel courtisane-verleden achter zich! Zelfs als men in acht neemt, dat men in die tijd vroeger rijp was dan nu, dan is dat nog altijd heel merkwaardig omdat men toch mag veronderstellen dat een courtisane “the tricks of the trade” kent!
Dumas vertelt het verhaal met heel veel sympathie voor Marguerite, zodanig zelfs dat hij zich geroepen voelt om bladzijden lang te “bewijzen” dat hij eigenlijk moraliserende bedoelingen heeft (door zich o.a. af te zetten tegen de libertijnse opvattingen van Voltaire die bij de jeugd – volgens hem – ravages hebben aangericht). Maar zijn “ardeur” om zich te verontschuldigen is zo hevig, dat men zich integendeel juist gaat afvragen of hij geen “klant” was van Marguerite!
Zijn vurigheid om het exemplaar van “Manon Lescaut” te kopen, waarin een opdracht staat, stemt b.v. tot nadenken. En terecht, want het is juist dat hij zijn roman baseerde op zijn vriendin Alphonsine Plessis, “dite” Marie Duplessis, die op 23-jarige leeftijd is gestorven (1824-1847). Hij schreef het boek zo’n vijf jaar later.
Leuk is anderzijds dat Dumas inderdààd vertelt van die “enkele dagen per maand” dat Marguerite rode camelia’s droeg i.p.v. witte, maar hij voegt er naïef aan toe: “Niemand van ons heeft ooit gesnapt wat daarvan wel de bedoeling kon zijn”!
Een voorbeeld van vendetta, wraak is dan weer te vinden in “Rigoletto”. Eerst heeft Gilda schoorvoetend aan haar vader bekend hoe de liederlijke Hertog van Mantua vermomd als een onhandig studentje haar onschuld heeft geroofd. “Piangi, fanciulla,” ween maar m’n kindje, zingt de bezorgde vader, maar even later hervat hij zich en zweert dat hij dit geval van ongewenste seksuele intimiteiten tijdens het werk eigenhandig zal wreken (“Si vendetta, tremenda vendetta”). Renato Bruson is voor velen de ultieme Rigoletto. Samen met Edita Gruberova als Gilda zorgt hij voor een crescendo-effect, enkel vergelijkbaar met “Child in time” van Deep Purple. Volgens regisseur Luc Bondy heeft deze vader-dochter-relatie trouwens iets incestueus.
In 1861 schreef Verdi “La Forza del Destino”, een onzinnige intrige die eindigt met de dood van zowat iedereen, inclusief oorspronkelijk Alvaro die zelfmoord pleegt, maar deze versie wordt nog slechts zelden opgevoerd (wel door Valery Gergiev in 1997 b.v.). De hele opera wordt trouwens nog weinig opgevoerd, tenzij dan concertant zoals in de Vlaamse Opera. Logisch, want het noodlotsthema is muzikaal wél indrukwekkend. Vandaar dat onder meer Toots Thielemans het thema overnam voor het Provence-tweeluik over “Manon des Sources”.
Op het einde van zijn leven kwam Verdi opnieuw dichter naar het muziektheater, mede onder invloed van librettist Arrigo Boito. Deze samenwerking was toe te schrijven aan uitgever Ricordi, want Boito – zelf ook componist – had zich over vroeger werk van Verdi nog laatdunkend uitgelaten. Toch ging Verdi niet helemaal de weg op van Wagner omdat hij zich bleef kanten tegen het formalisme. Met andere woorden: tegen de “aria om de aria”. Voor Verdi heeft een aria altijd zin: ofwel is het een monoloog, ofwel een bekentenis (b.v. het credo van Jago in Otello), ofwel is het gewoon… een lied (het lied van de wilg van Desdemona in diezelfde opera). Merkwaardig is wel dat zelfs bij hem de zoon zich moet plooien naar de wetten van de vader (b.v. Don Carlos), ook als die de grenzen van de liefde overschrijden, terwijl zelfs een Etienne Nicolas Méhul (1763-1817) in Stratonice een vader (koning Séleucus van Syrië) laat terugtreden omdat zijn zoon Antiochus verliefd is op Stratonice, de verloofde van zijn vader.

Ronny De Schepper

(*) Ik heb ondertussen al tal van uitvoeringen gezien, maar één van de opvallendste (in negatieve zin dan) was een ouderwetse belcanto-versie door de Poolse Staatsopera van Wroclaw in de Antwerpse Elisabethzaal. Artistiek leider en dirigent Marek Tracz specialiseert zich nochtans naar eigen zeggen in de grote Italiaanse componist (vroeger bracht het gezelschap reeds “Il Trovatore” en “Un ballo in maschera”). Hij werkt ook samen met het Ballet Classique de Paris, vandaar misschien dat een zekere Jeannette Jacquet als regisseur was aangetrokken. Net zoals bij hun collega’s uit Warschau werkte men ook hier met een dubbele cast, maar dan met dat verschil dat er geen informatie werd gegeven over wie de avond zelf de rol vertolkte. Zo kan ik ook niet zeggen of het nu Jolanta Zmurko was dan wel Katarzyna Nowak die als Violetta ondermaats bleef, al was het dan wellicht omwille van een verkoudheid. Je kunt je dan wel afvragen wat in zo’n geval dan wel het voordeel is van een dubbele cast, tenzij de alterego nog méér verkouden was. Dat zou echter best eens kunnen want ook Gabriel Jakubow, die in de rol van vader Germont als ster van het Kirovtheater werd aangekondigd, scheen daarvan last te hebben (tenzij het ook hier understudy Maciej Krzysztyniak betrof), evenals het overgrote gedeelte van de toeschouwers in de zaal die voor een zeer rumoerige uitvoering zorgden. Dit leek wel een benefietvoorstelling voor astmapatiënten! Die verontschuldiging gold echter niet voor Tomasz Zagorski (of Jacek Gawronski?) als Alfredo. Die wàs gewoonweg erg zwak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.