Het is vandaag al veertig jaar geleden dat de Franse profwielrenner Jean-Claude Misac stierf aan een hartaanval tijdens de training.

In Duitsland stierven tussen 1981 en 1994 meer dan 2.000 mensen een plotse dood bij het beoefenen van hun sport. 628 daarvan waren voetballers, 151 tennissers en 124 wielrenners. Ook in België vallen er jaarlijks tussen 4 en 20 sportdoden te betreuren per miljoen inwoners per jaar. In ons land is voetbal evenwel een minder grote risicosport. “In België stellen we een hoger sterftecijfer vast in het wielrennen,” zegt Michel Rousseaux in “De Morgen” van 30 augustus 1996.
Zelfs voor onze maatschappij die eerder in kwantitatieve dan in kwalitatieve termen denkt, vielen er dus “genoeg” doden om zich vragen te beginnen stellen. Toenmalig Gemeenschapsminister van Volksgezondheid Hugo Weckx heeft in die periode het parket gevraagd een onderzoek in te stellen en zowel de Belgische Wielrijdersbond (B.W.B.) als de rennersvakbond Sporta reageerden met een communiqué. Maar, zoals Jan Wauters heel terecht op de radio stelde, “met een paar communiqué’s komen jullie er niet vanaf…”
In zo’n geval wordt er natuurlijk onmiddellijk aan doping gedacht. De controles zijn daar immers minder scherp dan in de beroepswielersport en anderzijds zou men ook te maken kunnen hebben met nawerkingen van langdurig dopinggebruik tijdens de voorbije wielercarrière.
In 1992 stopten ook twee ex-wereldkampioenen voortijdig met de wielersport omwille van hartklachten: de Pool Joachim Halupczok en “onze” Rudy Dhaenens. Volgens deze laatste heeft Greg Lemond EPO in het peloton gebracht. EPO is namelijk een geneesmiddel voor nierpatiënten en Lemonds nier was geraakt bij de hagel die zijn schoonbroer per ongeluk op hem had afgevuurd (*). Opmerkelijk: zowel Dhaenens, Lemond, Draaijer als Oosterbosch (deze laatste als amateur) hebben nog deel uitgemaakt van de ploeg van Jan Gisbers, de ploeg die in de Tour ’91 compleet uitviel na de zogenaamde Intralipid-affaire (een product dat met baxters werd toegediend, maar door een gebrekkige hygiëne werd iedereen ziek). Intralipid is een product om het bloed te verdunnen, typisch dus iets dat wordt toegediend om de bijwerking van EPO (het bloed wordt bijna zo dik als stroop) tegen te gaan. Natuurlijk zorgt dat soms voor weer andere kwaaltjes zoals diarree. Ge moet altijd oppassen wat ge zegt, maar we kennen toch genoeg gevallen van “voedselvergiftiging” in ploegen zoals Wiel’s-Groene Leeuw in de jaren zestig of O.N.C.E. in de Ronde van Spanje 1996.
Ook Miel Kerstens en Hans Daams van P.D.M. werden voor verdere beoefening van hun vak afgekeurd op basis van gezondheidsproblemen, terwijl Gert Jacobs toegaf dat hij werd “geprepareerd” met testosteron, het bekende hormoon, waarmee Gertjan Theunisse zogezegd van nature zozeer zou “begiftigd” zijn. Zijn vriendje Steven Rooks heeft nochtans toegegeven dat ze beiden, toen ze voor de ploeg Gisbers reden, testosteron kregen toegediend. UCI-voorzitter Hein Verbruggen noemde Gisbers off the record dan ook “de grootste gifmenger van het peloton”.
Voor Joachim Halupczok mocht het niet meer baten: hij overleed op 5 februari 1994 aan een hartaanval tijdens de opwarming voor een partijtje zaalvoetbal. Ook voor Rudy Dhaenens is het dramatisch afgelopen, maar dat had dan weer een andere oorzaak, zoals iedereen weet.
Halupczok reed in 1991 voor Del Tongo. Volgens ploegdokter Van Mol moet dat zijn: hij had dat jaar een contract bij Del Tongo. Want toen al werden hartstoornissen vastgesteld en dat jaar zou hij geen enkele wedstrijd hebben gereden. Het jaar daarop (bij MG-GB) begon na de Vuelta de miserie opnieuw en stapte hij uit de wielersport. Van Mol zelf doet het verhaal dan ook af als roddel van Dr.Alessandri (ook genoemd door Alessandro Donati van het CONI, het Italiaans Olympisch Comité, als EPO-dokter), die heel even zijn assistent is geweest, namelijk het jaar dat Franco Chioccioli bij GB-MG heeft gereden. Volgens Van Mol was het ook Alessandrini die Chioccioli begeleidde bij zijn “miraculeuze” zege in de Giro ’91, toen hij bij Del Tongo reed. Anderzijds dient gezegd dat Van Mol in juni 2007 door dopingzondaar Pierre Herinne (ex-Lotto) werd aangewezen als diegene die hem met het spul in contact bracht. Het merkwaardige aan deze beschuldiging is enerzijds dat ze zeer precies is (Herinne kan naam en prijs van de producten noemen en de “gunstige” werking ervan wordt bevestigd door specialisten, die er tevens op wijzen dat in die tijd – Van Mol werkte toen bij GB-MG – het zeer “vooruitstrevend” was om die middelen te gebruiken) en anderzijds dat er juridisch niks mee aan te vangen valt (de feiten zijn verjaard). Men kan zich dus afvragen waarom Herinne dan alsnog met die beschuldigingen voor de dag zou komen.
Een paar maanden later, komt Herinne in Humo van 11/9/2007 echter met een andere versie voor de pinnen: “In mijn laatste jaar (als prof bedoelt hij, dus dat is in 1996, RDS) heeft een verzorger van Brescialat me dan in contact gebracht met een Italiaanse dokter. Hij zou me met epogebruik begeleiden, in ruil voor tweehonderdvijftigduizend frank – alleen voor het einde van het seizoen. Maar ik heb het niet gedaan. Indertijd had je al die plotse hartdoden in het peloton: zestien, als ik me niet vergis. Patrice Bar, Gert Reynaert, Bert Oosterbosch – heel wat renners zijn in hun slaap gestorven. Ik beweer niet dat het allemaal aan epo te wijten was – ik ben geen dokter – maar toen vermoedden heel wat insiders dat het met het onoordeelkundig gebruik van epo te maken had. J’avais trop peur: ik ben er afgebleven.”
Misschien heeft Herinne het hier over Dr.Conconi, die wel vaker wordt genoemd als “EPO-dokter”. Hij zou het spul hebben leren kennen in het langlaufen (hij werkte toen voor de skifederatie), waar Scandinaven het hadden geïntroduceerd. Daarna zou hij het via de prestaties van Francesco Moser (vooral diens uurrecords) hebben gepromoot. Het toppunt is dat precies Conconi door het I.O.C. werd aangeduid om in 1997 de strijd tegen EPO aan te pakken via de door Gianni Bugno geëiste bloedcontroles. (Later zou hij zelf tegen de dopinglamp aanlopen met een te hoge dosis cafeïne, volgens Bugno gewoon het gevolg van te veel sterke koffie te drinken.)
Erytropoëtine (merknaam Eprex), zoals EPO voluit heet, is een geneesmiddel dat krachtversterkend werkt, maar ook een hartstilstand kan veroorzaken omdat het bloed “verdikt”. Door die bloedcontroles zou men dus kunnen nagaan of dit het geval was.
Dr.Rogge in “De Morgen” van 28/1/1997: “Laten we wel wezen: bloedcontroles zijn niet het middel om EPO te bestrijden. De hematokrietgrens ligt hoog (50, RDS), bovendien haal je zo’n hoge grens niet met EPO alleen (de Colombianen zitten er bijna allemaal boven wegens hun verblijf op grote hoogte en ook onze eigen Glenn D’Hollander zit er van nature boven, RDS). Hooguit worden nu de excessen weggesneden.”
“Erytropoëtine heeft hetzelfde effect als bloeddoping,” aldus cardioloog Kenny De Meirleir van de V.U.B., die hiermee refereert aan nog niet verboden, want niet op te sporen methodes die o.a. de Finse fondloper Lasse Viren en de Amerikaanse wielrenners in Los Angeles aan klinkende successen hebben geholpen. In 2006 dook de methode opnieuw op in de zaak rond de Spaanse dokter Fuentes. Deze methode is in de praktijk onopspoorbaar, maar is niet zonder gevaar. In ons land overleed bijvoorbeeld een voetballer door een onvoorzichtigheid bij het “vernieuwen” van zijn bloed.
Ondertussen was Conconi echter al de loef afgestoken door zijn vroegere medewerker Dr.Ferrari, die van de universiteit van Ferrara een draaischijf heeft gemaakt. Tony Rominger en Moreno Argentin zouden hem zelfs contractueel een deel van hun inkomen moeten afstaan. Hij werd in die tijd “de duurst betaalde renner na Miguel Indurain” genoemd (wat uiteraard insinueert dat de dokter van Indurain ook in de slag zit: toen hij door Banesto werd ontslagen, nam Miguel hem zelfs persoonlijk in dienst).
Dr.Van Mol insinueert in Humo (31/12/96) ook dat het vertrek van Rominger en Olano uit de Mapei-GB-ploeg te maken heeft met het feit dat ze tegen de afspraken in toch Dr.Ferrari bleven consulteren. Op die manier werd Mapei-GB meer dan ooit een ploeg voor ééndagswedstrijden, want “hét probleem zijn de grote rondes: EPO laat ook de recuperatie vlotter verlopen. In grote rondes komt een Museeuw er niet meer aan te pas. Dat was vroeger wel het geval. Er wordt inderdaad harder bergop gereden. Dat hoef je niet te loochenen. Dat is het gevolg van de betere voorbereiding en de medicamenteuze begeleiding.”
In Parijs-Nice ’97 werden dan de eerste “overtreders” gesnapt: Erwan Menthéour, Luca Colombo en Mauro Santaromita. “Klein grut”, jawel, maar ook Laurent Jalabert en Johan Museeuw werden gecontroleerd en goed bevonden voor de dienst. ’s Anderendaags was de hematokrietgrens van Menthéour gedaald tot 46. Met zo’n verschillen dacht men niet te worden geconfronteerd. Meteen werd het onderzoek weer opgeschort en alle straffen teniet gedaan. Nochtans had Menthéour juist het hoogste gehalte (56), terwijl de anderen “slechts” 51 hadden (**). Anderzijds wil dit ook weer niets zeggen. Menthéour kan immers een bloedverdunnend middel hebben genomen. Volgens prof.Nijs volstaat zelfs een eenvoudig aspirientje daarvoor: “Het zijn echt dus alleen nog de onnozelaars die zich bij de meting van hun bloeddikte laten vangen.” (HLN, 26/3/97)
Als men bij jonge renners aan het gebruik van verboden producten denkt, dan gebeurt dat vooral in relatie tot dat oppervlakkig geneeskundig onderzoek. Men moet immers niet alleen de vraag stellen: kan het hart zo’n zware belasting aan? Eén van de voornaamste effecten van doping is precies dat de alarmfunctie wanneer men een bepaalde drempel overschrijdt, wordt uitgeschakeld. Een merkwaardig voorbeeld hiervan wordt b.v. gegeven door de Nederlandse operazangeres Charlotte Margiono, die voor de opname van “Cosi fan tutte” eigenlijk ziek was, maar die opname moest toch doorgaan: “Ik kon niks. Het was dan ook de eerste keer dat ik cortisone heb genomen. De volgende ochtend kon ik een hoge C zingen. Dat is gewoon niet normaal. Angstaanjagend. En nadien ben je kapot. Ik heb zelfs een tournee moeten afzeggen. Je gebruikt zoveel verkeerde energie. Je hebt dan een opname achter de rug en dan kom je ’s avonds thuis en dan ga je nog eventjes de vloer dweilen of zo. Je hypert gewoon maar door met die rotzooi.”
Toch klinkt het niet overal even negatief. Zo schrijft Staf De Wilde in zijn autobiografische roman “Mottebol” (2012) over een leerlinge: “Ze was aangesloten bij een club van wielertoeristen en had nog aan competitie gedaan, doping inbegrepen. Haar coach bezorgde haar druppeltjes: ‘Daar word je ferm agressief van,’ zei ze, ‘je gaat voor niemand uit de weg. En het bevordert de concentratie…’ Ze had het flesje doorgegeven aan de zwakste van de klas, met succes blijkbaar.” (p.21)
Deze nevenverschijnselen zijn vooral bekend uit de “amfetamine”-periode in het wielrennen. Hier gebeurde de opsporing door middel van urinetesten en er werd natuurlijk gefraudeerd tegen de sterren op, denk aan de peer van Pollentier, het condoom van Danny De Bie of de Nederlander Piet Rentmeester, die na dopingcontrole zwanger bleek te zijn… Hij had immers urine van zijn zwangere vrouw ingeleverd.
KNUD ENEMARK JENSEN
Als eerste “officiële” doping-dode wordt vaak de Deen Knud Enemark Jensen vermeld die na het overschrijden van de aankomst op de Olympische Spelen van Rome (1960) overleed. Alhoewel men oorspronkelijk aan amfetamines dacht, bleek het uiteindelijk om Roniacol te gaan, een middel dat de bloedvaten openzet. Men mag aannemen dat de hitte hier de grootste rol heeft gespeeld. Een ploegmaat ontsnapte trouwens ternauwernood aan de dood. Nochtans zou het nog tot zeven jaar later aanslepen vooraleer de dood van een wielrenner aanleiding zou geven tot een doorgedreven onderzoek naar het gebruik van stimulantia. “Gelukkig” was Tom Simpson veel bekender dan de jonge Deen, anders moesten er misschien nog meer anonieme doden vallen vooraleer men in actie wou treden (***). In 1966 b.v. was er nog een stakingsactie in de Tour en weigerden de eerste vijf van het W.K. op de Nürburgring (met o.a. Altig en Anquetil) een dopingtest te ondergaan. De U.C.I. durfde niet te bougeren…
De Spelen van Mexico 1968 waren de eerste, waarbij de atleten op het gebruik van doping werden gecontroleerd. De Zweed Hans Gunnar Lijenvall valt de twijfelachtige eer te beurt om als eerste betrapt te zijn geworden.
Vaak wordt in zo’n geval met argwaan in de richting van de begeleiding van de renners gekeken. De mysterieuze “soigneur”, half gangster, half medicijnman, mag dan nog grotendeels uit het peloton zijn verdwenen, naast het opzwepende kabaal van familie en zogenaamde supportersclubs, die steeds het volle pond eisen van de jonge renners, blijven er toch nog steeds figuren rondlopen die met de natte vinger aan rennersbegeleiding doen. Ook hier komt in de eerste plaats weer het gebruik van verboden producten op de proppen, maar ook andere omstandigheden, zoals verkeerde trainingschema’s of slechte voedingsgewoonten zijn minder onschuldig dan men op het eerste gezicht zou denken.
Nogmaals Dr.De Meirleir in “De Morgen”: “Het verschil tussen wielrenners en atleten ligt in de aard van de training en de verzorging. Dertig kilometer rond de kerktoren is onzinnig. Daar kweek je geen goede atleten mee. Ik heb al dikwijls in de adviescommissie aan de minister het advies gegeven om de kilometers van de koersen voor jongeren op te drijven. In hun eigen belang, want wetenschappelijk steunt een afstandsbeperking nergens op. Jonge wielrenners kunnen zich kapot rijden op 30 kilometer. Dat is veel erger dan 100 kilometer rijden in uithouding. In de jeugd moet uithouding worden getraind. Eén keer ze volwassen zijn, kan aan de weerstand gewerkt worden.”
Op dezelfde dag van het overlijden van Halupczok werd bekend dat de 23-jarige Danny Nelissen (nu commentator bij Eurosport, maar tijdens zijn wielerloopbaan ook alweer een lid van P.D.M.) een punt moest zetten achter zijn profcarrière omwille van een hartafwijking. Later werd dit wel herroepen en werd Nelissen zelfs nog wereldkampioen bij de “amateurs”. Dat was dan bovendien op grote hoogte in Colombia, het fameuze wereldkampioenschap waarvoor tal van toprenners bedankten. Hans Vandeweghe insinueert in “De Morgen” van 25/1/1997 dat dit ook te wijten was aan EPO-gebruik: “EPO in combinatie met hoogtetraining kan dodelijk zijn. Daarom wilden bijna geen toppers naar het WK wielrennen in Colombia. Daarom worden de werelduurrecords niet meer op hoogte aangevallen.”
Toen Nelissen in 1997 door een Nederlands blad van dopinggebruik werd beschuldigd omdat hij voorkwam in de dagboeken van Dr.Sanders van P.D.M., stapte hij naar de rechter en werd de beerput nog eens helemaal opengegooid. Zo konden we leren dat manager Manfred Krikke de opdracht had gegeven aan Wim Sanders om met doping te experimenteren: “Toen we met PDM begonnen, spraken we met elkaar af dat we niet de meest ethische ploeg van het peloton zouden worden, wel de beste. Uitgangspunt voor de PDM-directie was geen dopingaffaires en niet geen dopinggebruik. Binnen die grens konden we experimenteren met producten die op en over het randje waren.” (GVA, 29/11/1997) En zo kwam het dat Dr.Sanders na de Tour-affaire niet met de ezelsstamp aan de deur vloog, maar wel met 2,25 miljoen zwijggeld!
De reden waarom deze affaire opnieuw in de belangstelling kwam, had trouwens te maken met het indijken van het voorschrijfgedrag van artsen. Op die manier bleek Dr.Sanders tussen 1990 en 1995 tenminste 178 ampullen Eprex te hebben besteld bij diverse apotheken, terwijl hij geen enkele nierpatiënt had… Buiten Danny Nelissen werden ook Smeets, Akkermans, Van Orsouw en Vaessen als afnemers vernoemd.
De assistent van Dr.Sanders was Dr.Eric Ryckaert uit Merelbeke. Toen de PDM-ploeg werd opgedoekt, ging deze over naar de Festina-ploeg, terwijl uit R.M.O. Richard Virenque met Bruno Roussel en zijn persoonlijke verzorger Willy Voet overkwam. Het dient echter gezegd dat (volgens Eric Van Lancker) Roussel zich juist tegen “de clan Gisbers” (Van Lancker zelf, maar ook Van Poppel en Rooks b.v.) verzette. Anderzijds is het evenzeer zo dat de Ier Paul Kimmage uit de R.M.O.-ploeg stapte om meteen een boekje open te doen over de doping in de wielersport. Zoals gewoonlijk deed men het af als het verhaal van een gefrustreerd renner die het niet kon waarmaken. Gemakshalve stapte men dan maar over het feit dat Kimmage als amateur ongeveer even goed was als Maurizio Fondriest.
GROTE VERANTWOORDELIJKHEID
Het wordt je hoe dan ook koud om het… hart als je al deze namen van dode jonge mensen op één pagina bij elkaar ziet. Al wie verantwoordelijk is voor de sportbeoefening in ons land, weze het van de bond of van de bevoegde overheid, is dan ook aan een dringend gewetensonderzoek toe. Het ligt voor de hand dat men in eerste instantie met een beschuldigende vinger in de richting van de medische commissie van de B.W.B. wijst. Ondanks het feit dat het wielrennen immers een uiterst zware sport is (samen met marathon en squash vallen er hier het meeste doden door hartstilstand; de inspanning tijdens een zware bergetappe bedraagt zo’n 9.000 kilokalorieën, wat overeenkomt met een voetballer die drie volledige wedstrijden na elkaar zou spelen of een atleet die een dubbele marathon loopt), verloopt de keuring van de wielrenners routineus. Op tien minuten tijd heb je reeds je doktersattest in de hand. Of zoals Marc Sergeant het stelt: “Vaak is zo’n onderzoek niet meer dan driemaal door de knieën buigen en even naar de hartslag luisteren.”
Met andere woorden, of het hart van al die jonge mensen wel voor honderd procent geschikt was om deze sport in competitieverband te beoefenen, is wellicht nooit echt grondig getest. Bovendien stopt de verplichting om je medisch te laten keuren op 21-jarige leeftijd.
Dan gaat het er in Italië b.v. heel wat strenger aan toe. Daar werd een ploegmaat van Gianni Bugno, Roberto Amadio, op basis van dergelijke tests verdere uitoefening van zijn beroep ontzegd. Ook op het schiereiland beschouwt men dus renners met hartafwijkingen zoals Franco Bitossi, de Italiaanse kampioen uit de jaren zestig en zeventig, amateurwereldkampioen Alex Pedersen of de meervoudig wereldkampioen veldrijden Radomir Simunek als uitzonderingen. Francesco Conconi in “De Morgen” van 25/1/1997: “De doden in Nederland en België zijn niet het gevolg van EPO, maar van slecht of onbestaand medisch onderzoek. Hoe komt het dat weinig of geen Italiaanse renners doodgaan? Omdat de controle veel strenger is. Hoe komt het dat Kanu mocht voetballen bij Ajax, maar niet bij Inter Milaan? Omdat bij ons het hart van een sportman grondig onderzocht wordt. Die doden zijn het gevolg van hartafwijkingen, al of niet aangeboren of veroorzaakt door trainen met koorts. Die mensen hadden nooit sport mogen doen. Dat precies zoveel wielrenners dood gaan heeft te maken met de zware belastingen in die sport.”
Dat zijn natuurlijk allemaal mooie betrachtingen. Ik weet niet of men dat zal kunnen uitschakelen, doping zeker niet als men b.v. ziet dat voor het onderzoek naar het groeihormoononderzoek anderhalf miljoen dollar werd uitgetrokken door het IOC, terwijl het congres van Parijs in 1994 alleen al 15 miljoen dollar kostte en het Olympisch Museum op 80 miljoen is begroot. De prioriteiten liggen dus duidelijk elders, terwijl de dodenlijst steeds maar aangroeit…
We beginnen op 3 augustus 1958 (****). Toen stierven twee Portugese wielrenners, Joaquim Paolo en Raul Motos, tijdens de tweede, bloedhete etappe van de Ronde van hun land. Twee renners in één rit! Dat roept natuurlijk vragen op, maar aangezien er geen autopsie werd uitgevoerd, kunnen er geen conclusies worden getrokken op doping e.d.
26/8/1960 Knud Enemark Jensen (Denemarken, 23) tijdens 100km ploegentijdrit op OS Rome
18/12/1961 Jean Derboven (Velaine, 30) ging boodschappen doen, drie jaar nadat hij gestopt was (in de krant van destijds, Het Belang van Limburg van 21 december, spreekt men van “een bloedsaandrang veroorzaakt door de koude”)
29/5/1966 Richard Lespagnard (Flémalle) tijdens handbalwedstrijd
3/6/1967 André Naessens (Tielt, 23) tijdens wielerwedstrijd in Zwevezele
13/7/1967 Tom Simpson (GB, 29) tijdens de beklimming van de Mont Ventoux (*****)
23/1/1972 Roger Bijn (Laarne, 26) tijdens veldrit in Moerbeke-Waas
26/4/1972 François Le Bihan (Frankrijk, 37) profwielrenner tijdens wedstrijd in Bretagne
12/9/1972 Pierre Bellemans (Vlaanderen, 23) profwielrenner
15/8/1974 Lionel Vandamme (Torhout, 32) ex-profwielrenner tijdens een partijtje voetbal
10/9/1975 Jean-Claude Misac (Frankrijk, 26) profwielrenner tijdens training in de Champagnestreek
2/5/1977 Jean-Claude Lebaube (Frankrijk, 39) ex-profwielrenner
30/7/1977 Bas Hordijk (Nederland, 31) profwielrenner tijdens criterium in Nederland
13/8/1977 Louis Verreydt (Vlaanderen, 26) ex-profwielrenner
29/3/1980 Vicente Lopez Carril (Spanje, 37) ex-profwielrenner tijdens een partijtje voetbal
21/1/1982 Vic Smith (Hull, 38) amateurwielrenner die al vijf jaar was gestopt
26/6/1983 Sture Pettersson (Zweden, 40) ex-profwielrenner
14/12/1983 Ludo Vanderlinden (Vlaanderen, 32) ex-profwielrenner
1/11/1984 Marc Van Laer (Geel, 22) amateur
17/8/1988 Connie Meijer (Nederland, 25) wielrenster tijdens criterium
26/11/1988 Geert Vandewalle (Zulte, 23) profwielrenner tijdens voetbalwedstrijd
18/8/1989 Bert Oosterbosch (Nederland, 32) ex-profwielrenner
27/2/1990 Johannes Draaijer (Nederland, 26) profwielrenner bij P.D.M.
14/5/1990 Eric Chanton (Frankrijk, 26) tijdens plaatselijke rittenkoers
26/7/1990 Leo Duyndam (Nederland, 42) ex-profwielrenner
12/8/1990 Dirk De Cauwer (Sint-Niklaas, 23) amateur-wielrenner
14/9/1990 Patrice Bar (Wallonië, 23) profwielrenner
3/10/1990 Geert Reynaert (Vlaanderen, 21) amateur-wielrenner
20/5/1991 Adrian Hawkins (Engeland, 22) wielrenner na pistewedstrijd
29/10/1991 Jürgen De Cock (Vlaanderen, 21) amateur-wielrenner na jogging
13/5/1992 Bart Zoet (Nederland, 49) ex-profwielrenner
12/6/1992 Darren Ridehalgh (Engeland, 21) wielrenner op training
14/6/1992 Philippe Van Coningsloo (Wallonië, 24) tijdens kermiskoers
16/8/1992 Wim Lambrechts (Vlaanderen, 25) tijdens mountainbike-wedstrijd
28/9/1992 Filip Rooms (Temse, 23) tijdens een uitstap met wielertoeristen
17/7/1993 Johan Baetens (Vlaanderen, 29) volleyballer na jogging
9/10/1993 Geert De Vlaeminck (Vlaanderen, 26) tijdens veldrit
27/10/1993 Carmino Baelen (Vlaanderen, 22) veldrijder
5/2/1994 Joachim Halupczok (Polen, 25) ex-wielrenner
21/1/1995 Philippe Casado (Frankrijk, 30) wielrenner tijdens bijwonen van rugbywedstrijd
26/3/1995 Jo Leysen (Vlaanderen, 22) amateur-wielrenner na wedstrijd waarin hij diende op te geven
20/11/1995 Sergei Grinkov (Rusland, 28) olympisch kampioen kunstschaatsen tijdens training
23/4/1996 Jesus Hernandez Ubeda (Spanje, 36) wielrenner
12/6/1996 Ottorino Benedetti (Italië, 52) ex-wielrenner in zijn restaurant
8/7/1996 Olivier Hufschmid (Zwitserland, 22) wereldkampioen duatlon en triatlon bij de junioren in 1993
11/8/1996 Marc Van Meensel (Vlaanderen, 26) amateur-wielrenner na opgave in wedstrijd
25/2/1997 Manuel Abreu (Portugal, 34) wielrenner
9/11/1997 Paul Haghedoorn (Vlaanderen, 38), ex-wielrenner tijdens het joggen
1/5/1998 Jos Schoeters (Lokeren, 51) ex-wielrenner
12/9/1998 Björn Stenersen (Noorwegen, 28) tijdens een wegwedstrijd in eigen land
17/7/1999 Piet van den Brekel (Nederland, 66) ex-wielrenner tijdens een toeristentocht
27/7/1999 Amilcare Tronca (Italië, 27) op training
10/3/2001 Glenn Fockaert (Vlaanderen, 20) amateur-wielrenner
21/4/2001 Kim Van Bouwel (Vlaanderen, 21) veldrijder na een avondje uit
7/4/2002 Georges Vanconingsloo (Wallonië, 61) tijdens fietstocht
21/6/2002 Wladimiro Panizza (Italië, 56)
29/8/2002 Johan Mannaert (Vlaanderen, 19) amateur-wielrenner
25/11/2002 Graham Harrison (Manchester, 45) ex-prof
10/1/2003 Denis Zanette (Italië, 32) profwielrenner tijdens tandartsbezoek
2/3/2003 Kenny Vanstreels (Vlaanderen, 19) bij de start van een wielerwedstrijd
3/6/2003 Fabrice Salanson (Frankrijk, 23) in zijn slaap tijdens de Ronde van Duitsland
14/11/2003 Marco Rusconi (Italië, 24) amateur-wielrenner na zijn eigen verjaardagsfeest
29/12/2003 Michel Zanoli (Nederland, 35) ex-wielrenner
12/2/2004 Johan Sermon (Vlaanderen, 21) wielrenner na ploegvoorstelling
30/6/2004 Stive Vermaut (Vlaanderen, 28) ex-wielrenner na twee weken coma
26/9/2004 Tim Pauwels (Vlaanderen, 22) tijdens veldrit
16/10/2004 Bert Heremans (Vlaanderen, 25) amateur-wielrenner na zijn eigen verjaardagsfeest
23/3/2005 Wim Jennen (Nederlands Limburg, 47), ex-amateur
15/6/2005 Alessio Galletti (Italië, 37) tijdens de Subida al Naranco
27/9/2005 John Ibbotson (Engeland, 27) in zijn huis in Londen
9/10/2005 Ubaldo Mesa (Colombia, 31) tijdens lokale rittenkoers
4/2/2006 John Sulkers (Nederland, 23) wielrenner op trainingskamp
28/2/2006 Arno Wallaard (Nederland, 26) wielrenner op training
5/1/2007 Daniel Bennett (Australië, 23) wielrenner op training
5/9/2007 Gert Verheecke (Vlaanderen, 36) tijdens kermiskoers
29/12/2007 Peter Bissell (Engeland, 21) wielrenner tijdens avondje uit
11/5/2008 Bruno Neves (Portugal, 26) profwielrenner tijdens lokale rittenkoers
16/6/2008 David Topliss (Engeland, 58) tijdens rugbywedstrijd
13/10/2008 Adam Watene (Engeland, 31) rugbyspeler tijdens powertraining
5/2/2009 Frederiek Nolf (Vlaanderen, 21) in zijn slaap tijdens de Ronde van Qatar
2/3/2009 Colin Dunne (Ierland, 27) tijdens marathon van Barcelona
9/2/2009 Kamila Skolimowska (Polen, 26) goud hamerslingeren Sydney
22/3/2009 Leon Walker (Engeland, 21) tijdens rugbywedstrijd
19/5/2009 Steve Larsen (VS, 39) ex-beroepsrenner tijdens running workout
26/5/2009 Niek Rentmeester (Nederland, 23) wielrenner, in zijn slaap
6/7/2009 Mathieu Montcourt (Frankrijk, 24) tennisser, na avondje stappen
9/8/2009 Daniel Jarque Gonzalez (Spanje, 26) voetballer op stage
5/9/2009 Michal Jezek (Tsjechië, 31) voetballer na owngoal
3/10/2009 Jonas Schoonaert (Vlaanderen, 20) volleyballer na wedstrijd
23/3/2010 James Williamson (Australië, 26) in zijn slaap tijdens MBK-rittenwedstrijd
23/10/2010 Fran Crippen (VS, 26) tijdens WB zwemmen in open water
24/10/2010 Weit Heuker (Nederland, 59) in zijn slaap tijdens de Crocodile Trophy
07/11/2010 Robbe Verlee (Temse, 14) voetballer, tijdens het weekend
14/11/2010 Christian Marechal (België, 54) mountainbiker op stage
19/12/2010 Patrick Meersschaert (Sint-Gillis-Waas, 52) na lange tijd in coma te hebben gelegen
17/01/2011 Eddy Pétry (Borgworm, 37) tijdens zaalvoetbalwedstrijd
18/03/2011 David Kindermans (Aalst, 20) tijdens voetbalwedstrijd
28/03/2011 Peter Loyens (Vlijtingen, 38) tijdens zaalvoetbalwedstrijd
13/11/2011 Bobsam Elejiko (30) tijdens voetbalwedstrijd
27/11/2011 Kevin Colpaert (Gent, 27) na tafeltenniswedstrijd
13/05/2012 Marek Cichosz (Polen, 32) in de kerk bij de eerste communie van zijn peetdochter, de dochter van collega-wielrenner Radoslaw Czapla
05/07/2012 Rob Goris (30) na televisie-talkshow
10/10/2012 Medhi Ajali (Jette, 7) jeugdvoetballertje
28/10/2012 Gunther Cuylits (Beerse, 37) na Ronde van Burkina Faso
14/11/2012 Jeroen Velkeneers (Gingelom, 25) tijdens zaalvoetbalmatch
17/03/2013 Andrea Nencini (Toscane, 39) tijdens amateurwedstrijd
30/12/2013 Sjoerd Huisman (Nederland, 27) marathonschaatser
18/02/2014 Jung Hwan Youm (Zuid-Korea, 28) tijdens training
17/03/2014 Yerlan Pernebekov (Kazakstan, 18) op stage in Ecuador
11/07/2014 Jean-Louis Gauthier (Frankrijk, 59) ex-prof tijdens fietstochtje
12/01/2015 Violetta Degtiareva (Rusland, 23) tennistraining
23/03/2015 Andrea Carolo (Friuli, 21) in de sauna
30/04/2015 Gregory Mertens (Genk, 24) tijdens voetbalwedstrijd
11/05/2015 Tim Nicot (Hemiksem, 23) tijdens zaalvoetbalwedstrijd
13/05/2015 Rasmus Larsen (Deense basketballer bij Charleroi, 20) tijdens zijn slaap
24/05/2015 Cristian Gomez (Argentinië, 27) tijdens voetbalwedstrijd
05/09/2015 Davy Mues (Sint-Niklaas, 14) na volleybaltraining
06/10/2015 Pieterjan Deleu (Rollegem, 29) tijdens minivoetbalwedstrijd
28/03/2016 Daan Myngheer (Hooglede, 22) tijdens het Critérium International
03/04/2016 Pat Coyle (Ierland, 56) tijdens RVV voor wielertoeristen
10/05/2016 Gijs Verdick (Nederland, 21) tijdens rittenwedstrijd in Polen
Deze lijst is uiteraard (helaas) niet exhaustief en ik hou mij dan ook aanbevolen voor aanvullingen.

Ronny De Schepper
(met dank aan Stephen Flockhart en Willy Bladt)

(*) Volgens Hans Vandeweghe (“Wie gelooft die renners nog?” p.34) deed dit gerucht inderdaad de ronde, maar zou dit onmogelijk zijn omdat het voorval met Lemond zich voordeed, twee jaar vooraleer epo op de markt zou komen. Anderzijds werd epo wel gebruikt tijdens de kankerbehandeling van Lance Armstrong (p.29). Het valt bovendien niet te ontkennen dat Armstrong na zijn behandeling “een ander mens” was geworden. Daarvóór had hij de fysionomie van een typische eendagsrenner, nadien werd hij – op papier – de grootste ronderenner aller tijden. Op zijn minst toch een merkwaardige vaststelling voor iemand die zo’n zware ziekte heeft doorgemaakt.
(**) Het “record” van Menthéour zou later worden gebroken door Bjarne Riis, “mister 60%”.
(***) De gegevens over Jensen komen eveneens uit het boek van Vandeweghe (p.261). Toch spant hij zich in om, ook in het geval van Simpson, de mogelijkheid van doping als doodsoorzaak weg te nemen. Dat begrijp ik niet. Akkoord, men moet zich aan de wetenschappelijke bevindingen houden, maar men mag toch ook niet in het andere uiterste vervallen en het gevaar van doping minimaliseren?
(****) Op 14/7/1910 was er wel al Adolphe Hélière (Frankrijk, 22) geweest, die omkwam bij een duik in de zee tijdens de Ronde van Frankrijk.
(*****) Iedereen weet dat amfetaminepillen werden gevonden in zijn koerstruitje. Maar heeft hij ze ook genomen? Een eerste autopsie wees uit van wel en de verzekering weigerde dan ook uit te betalen aan de weduwe van Simpson (zijn dood werd op dezelfde manier gekwalificeerd als zelfmoord), maar deze ging daartegen in beroep en na een tweede autopsie werd besloten dat het om “een klassiek geval van hartfalen” ging (Vandeweghe, p.262).

Referentie
Ronny De Schepper, Hoe sterk is het hart van de jonge fietser? Graffiti november 1990

2 gedachtes over “Jean-Claude Misac (1948-1975)

  1. Ronny,

    Een paar opmerkingen bij je artikel.
    Als eerste: je schrijft “Intralipid is een product om het bloed te verdunnen, typisch dus iets dat wordt toegediend om de bijwerking van EPO (het bloed wordt bijna zo dik als stroop) tegen te gaan.”
    Ik heb daar mijn bedenkingen bij gezien voor Intralipid op de bijsluiter staat:
    INTRALIPID is een vetemulsie, die het lichaam krijgt toegediend via een infuus. (Het zou mij verwonderen dat je daarmee bloed gaat verdunnen. Je brengt natuurlijk wel extra volume in de bloedbaan waardoor je eigenlijk een verdunning uitvoert, maar dat is niet de opzet van het middel.)
    INTRALIPID is ontworpen om de calorie aanvoer te verzorgen via parenterale weg (via de bloedbaan) wanneer de voeding via de normale weg (via de mond) onmogelijk of onvoldoende is. (M.a.w. het zal waarschijnlijk als intraveneus recuperatiemiddel gebruikt worden.)
    INTRALIPID is bestemd als voeding voor patiënten die geen vetten als voedsel via de mond of de darm tot zich kunnen nemen. De soja-olie bevat voor het lichaam noodzakelijke vetzuren.

    Als tweede: je schrijft: “Erytropoëtine (merknaam Eprex), zoals EPO voluit heet, is een geneesmiddel dat krachtversterkend werkt, maar ook een hartstilstand kan veroorzaken omdat het bloed ‘verdikt’. Door die bloedcontroles zou men dus kunnen nagaan of dit het geval was.”
    Ik betwijfel of het krachtenversterkend is. Het verhoogt de uithouding (langer en beter zuurstoftoevoer naar de spieren zodat anaerobe verbranding en daarmee gepaard gaande de verzuring van de spieren, uitgesteld wordt). Anabole steroïden zorgen voor toename van spiervolume en spierkracht en dus krachtversterking (vandaar zo populair bij gewichtheffers en sprinters).

    Ten derde: Het verhaaltje over Piet Rentmeester is een “hoax”. Ik heb ooit ergens gelezen hoe het werkelijk zat, maar jammer genoeg weet ik niet meer waar.

    Tenslotte nog een randbemerking: In “Omdat ic Vlaeminck ben” van Dries Vanysacker staat op p.246 het bewijs dat Roger De Vlaeminck op een bepaald moment 5.800.000 rode bloedcellen telde hetgeen een torenhoge hematocriet was. Normaal had hij tussen 48% en 52%.
    En in het programma “Merci Merckx” (afl. 1) onthulde Johny Vansevenant dat Eddy Merckx eveneens een hematocriet van boven de 50% had.

    Liked by 1 persoon

    1. Ik heb met geen enkele van je opmerkingen enig probleem, Jan. De enige problemen die ik heb, dat is met mezelf en dan vooral de kwalijke gewoonte om mijn bronnen niet te vermelden. M.a.w. van heel die geneeskundige toestanden heb ik niet de minste kaas gegeten. Ik moet dat dus van iets of iemand hebben afgeschreven, maar heb dat dus nagelaten te vermelden: eigen schuld, dikke bult.
      Enkel maar één kleine, eerder ludieke, opmerking: ik heb de eerste aflevering van “Merci Merckx” niet gezien en dat zal ook met de volgende het geval zijn. Ik denk dat er weinig Van Looy-supporters zullen zijn die daarnaar zullen kijken. :-)
      (Waarmee nog eens overduidelijk is dat ik niet langer een journalist ben, maar een gewone blogger – en bloggers mogen ook gewoon weer supporters zijn! Oef! Wat een last er van mijn schouders is gevallen!)

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s