Het is vandaag precies 55 jaar geleden dat de “historische” blockbuster “Ben-Hur” de grote overwinnaar was bij de oscaruitreiking. Met beste film, beste regisseur (William Wyler), beste mannelijke hoofdrol (Charlton Heston), beste mannelijke bijrol (Hugh Griffith als sheik Ilderim), beste muziek (Miklos Rosza) en nog zes andere oscars werd er zelfs een historisch record gevestigd. Eén van die oscars was terecht weggelegd voor de special effects, want de film zal vooral de geschiedenis ingaan door de wedstrijd wagenrennen waarin de twee antagonisten (en vroegere vrienden) Messala (Stephen Boyd, links) en Ben-Hur (Charlton Heston) tegenover elkaar komen te staan. Totaal ten onrechte wordt de wedstrijd gewonnen door de man die jarenlang het uithangbord is geweest van de Amerikaanse wapenlobby, al moet ik toegeven dat Messala wel een aantal kneepjes uit het vak toepast die hem bij een overwinning mogelijks op een deklassering waren komen te staan…

Alhoewel men in Gent reeds taferelen uit het leven van Jezus Christus projecteerde op 18 mei 1898 en volgende dagen in het Nieuwe Circus (bij toneelbarakken op de foor waren taferelen uit het leven van Jezus Christus en het passieverhaal ook al geliefde onderwerpen in die tijd; vele postkaarten van toen beelden dan ook vaak dergelijke scènes af) toch was het niet evident om op het toneel Christus te incarneren. In de eerste toneelversie van “Ben-Hur” (*), het boek van Lewis Wallace (1827-1905) uit 1880, bijvoorbeeld werd Christus voorgesteld door een witte lichtbundel.
Algemeen wordt aangenomen dat Alice Guy bij Gaumont de eerste was om een film te draaien over Christus (met name “La Vie du Christ” in 1906 met driehonderd figuranten in het bos van Vincennes). Daarenboven is het pas een jaar later wanneer Ferdinand Zecca bij Pathé “Vie et passion de notre seigneur Jésus Christ” draait, dat hiermee de discussie ontbrandt hoe en óf men sowieso Christus op film mocht uitbeelden. Deze film vertelt in zowat 22 sequenties het leven van Christus, bijna steeds in primitieve, pure tableaustijl. Dat jaar draaide Sidney Olcott ook de eerste filmversie van “Ben-Hur”, maar aangezien hij niet de moeite had gedaan om de toestemming te vragen, kreeg hij wegens inbreuk op het auteursrecht een boete opgelegd, die zwaarder was dan de film had gekost. De internet movie database vermeldt enkel de rollen van Ben-Hur en Messala (resp. Herman Rottger en William S.Hart), zodat het best mogelijk is dat ook in de filmversie Christus als zodanig niet voorkwam.
NAAKTE CHRISTUS?
Hoewel “Passion” (zelfs voor die tijd) cinematografisch nog erg statisch oogde, ging het om een erg duur prestigeproject. Net als andere productiehuizen wilde Pathé met dit soort films een ruimer en meer begoed, burgerlijk publiek bereiken. Zelfs voor een hedendaags publiek heeft deze film een adembenemende kracht, niet in het minst door de trucages van Lucien Nonguet en Segundo De Chomon, de schitterende kleurentinting en de met de hand ingekleurde shots.
De volgende film die tot discussies leidde was “From the manger to the cross”, een Amerikaanse film van de producer Allcott, die op de zogenaamde “heilige plaatsen” werd gedraaid. De rol van Jezus werd vertolkt door Anderson Bland, iemand die tot de Amerikaanse upperclass behoorde. Dat hoorde toen zo, vond men in 1912.
“Golgotha” is de film waarin Christus voor het eerst spreekt (1935). Hij sprak overigens Frans, want het was een Franse film van Julien Duvivier. Buiten een korte beginscène wordt Christus zoveel mogelijk uit het beeld gehouden. Men filmde wel vanuit zijn standpunt, d.w.z. de camera keek a.h.w. door de ogen van Christus. Toch werd het weinige dat hij erin kwam er door de Britse filmkeuring nog uitgeknipt. In 1913 had men daar immers een wet gestemd: geen naakt en geen Christus. En dus zeker geen naakte Christus!
In Engeland draaide men datzelfde jaar trouwens de film “Barabbas”, waarin Christus evenmin is te zien. Ook hier past men het procédé van het camerastandpunt toe. Pilatus spreekt b.v. tegen de camera (in de Franse film wordt Pilatus gespeeld door Jean Gabin). Christus antwoordt hem overigens op een totaal irreële, trage, “verheven” manier. De Monty Pythons zouden bij hun “Life of Brian” verklaren dat de meeste aanstoot vooral werd gegeven omdat Christus hierin als een normaal mens sprak. Volgens de Britse actrice Helen Mirren zijn deze films er ook de oorzaak van dat haar carrière (in tegenstelling tot haarzelf) in Hollywood nooit van de grond is gegaan. “I think it comes from those Cecil B. DeMille films where all the Romans were played by people with a British accent and all the good Jews, from Jesus Christ onwards, were played by Americans,” zegt ze in The Independent van 10/10/1998, want we mogen uiteraard niet vergeten dat ook zij in “Caligula” de rol van een Romeinse vertolkte…
SEKS & GEWELD
Deze twee films zijn reeds een aanduiding dat, aangezien Christus nooit mocht kussen en nooit mocht vechten, de twee grootste aantrekkingspolen voor de film, de broertjes Seks & Geweld, niet aan bod konden komen. Daarom schakelde men maar over op verhalen, waarin Christus slechts zijdelings te pas kwam. Dat gold b.v. voor “The robe” van Henry Koster in 1953. Het succes van deze eerste film in cinemascope werd in 1956 nog overtroffen door “The ten commandments” van Cecil B.DeMille, die hiermee een remake bracht van zijn eigen stomme film uit 1923. Het succes van The Ten Commandments veroorzaakte een rage van historisch Bijbelse films. Als gevolg hiervan hielp o.a. Lucio Fulci (1927-1996) mee aan de tot stand komen van zeven op de bijbel gebaseerde spektakelfilms in 1957. In 1959 werd Ben-Hur een enorme hit en dus zorgde Fulci in 1959 en 1960 voor zes gladiatoren-films.
Met een andere bijbelse spektakelfilm, “King of kings” uit 1927 had Cecil B.DeMille de duurste stomme film aller tijden gerealiseerd. Maar de duurste stomme film aller tijden was in feite een spectaculaire, sentimentele, absurde prent. Zo liepen er zebra’s in de tuin van Maria Magdalena, overigens een sexy luxe callgirl met Judas als playboy-lover. Er wordt ook al gebruik gemaakt van special effects: de zeven hoofdzonden worden uit haar gedreven en dat kan men ook zien. ’t Zijn overigens ook allemaal mooie meisjes, die zonden. Christus werd gespeeld door H.B.Warner. De Mille vond dat die zich door zijn rol apart moest houden van de andere acteurs. Tot hij erachter kwam dat hij zich stiekem aan de whisky zat te bezatten.
In 1916 had in “Intolerance” de passage van de bruiloft in Kana al voor ophef gezorgd omdat in een periode dat de Prohibition Law er onder druk van de christenen was doorgeduwd deze bruiloft als een soort van orgie overkwam.
Dat was trouwens de voornaamste reden waarom Hollywood zo geïnteresseerd was in verfilmingen van verhalen uit het Oude Testament: seks en geweld lag hier zo maar voor het grijpen zonder dat de censuur ingreep. Integendeel, net zoals op die manier tal van naakte vrouwen toch een plaatsje kregen in de kerk, werden deze films juist aanbevolen voor opgroeiende jeugd!
De rol van Bijbelse deerne was daarbij meestal weggelegd voor Susan Hayward, b.v. als Bathsheba in “David and Bathsheba” van Henry King uit 1951 (met Gregory Peck als koning David) of als Messalina uit “Demetrius and the Gladiators” van Delmer Daves uit 1954 (een vervolg op “The Robe”). En als het al eens iemand anders was, dan liep het helemaal uit de hand. Zo was de hoogblonde, zelfs bijna roodharige Rita Hayworth een totale miscast in “Salome” van William Dieterle (1953). Alhoewel het een origineel idee is om het bijbelse verhaal over de bekeerde centurio (honderdman) hiermee te verbinden, tegelijk wordt daardoor de angel uit het Salome-verhaal getrokken. Die centurio (Claudius, gespeeld door de gladde Stewart Granger) is immers bekeerd en ijvert voor de vrijlating van Johannes de Doper. Alhoewel Salome al geweigerd heeft op aandringen van haar moeder voor de koning te dansen (omdat dit meteen inhoudt dat hij de danseres mag “nemen”), bedenkt ze zich uit liefde voor Claudius en hoopt daarmee Johannes juist vrij te krijgen! De koning (een kwijlende Charles Laughton) is echter zo van de kaart dat hij verstrooid instemt met het verzoek van Herodias om hem te onthoofden. De dans eindigt dan ook met het binnenbrengen van het hoofd van de Doper, wat helemaal het tegenovergestelde effect heeft. De film eindigt dan met de bergrede (Christus krijgen we traditiegetrouw enkel op de rug te zien), waar ook Salome zich tot het christendom bekeert!
CHRISTUS DE NOORMAN
Een remake van “The King of Kings” werd door Nicholas Ray gedraaid in 1961. En natuurlijk was er ook “Ben-Hur” van William Wyler in 1959 met Charlton Heston als Ben-Hur (**), Stephen Boyd als Messala en Claude Heater als Christus. Die Heater zal men echter vruchteloos op de aftiteling zoeken. Blijkbaar vond men dat ook een manier om van de rol van Christus iets speciaals te maken.
Het oorspronkelijke boek van Lewis Wallace was eigenlijk een aanklacht tegen de slavernij. Wallace was immers een generaal die aan de zijde van de Noordelijken in de secessieoorlog had gevochten en daaraan een trauma van het bloedvergieten had overgehouden (alhoewel hij niet te beroerd was om deel uit te maken van de bloedrechtbank die Mary Surratt zonder bewijzen ter dood veroordeelde na de moord op president Lincoln). Ook van “Ben-Hur” bestond al een “stille” versie, en wel door Fred Niblo uit 1925 (***). Het merkwaardige hieraan is dat de scènes waarin Christus voorkomt met de hand werden ingekleurd!
“The Greatest Story Ever Told” van George Stevens (1964) had vooral tot doel te bewijzen dat de joden niet als de moordenaars van Christus konden worden aangewezen. Max von Sydow werd als “onbekende” (voor de Amerikanen) tot Christus “benoemd”, omdat het voor de rest krioelde van bekende gezichten. Zo was Charlton Heston Johannes de Doper en John Wayne als Romeinse soldaat bij het kruis was op het ridicule af. Stevens was immers de succesrijkste Hollywood-regisseur van dat ogenblik, dus het mocht kosten. Maar de film werd een flop en sindsdien hebben de “majors” nooit meer een Christusfilm gedraaid.
Von Sydow, die gewend was met Bergman te werken, zegt dat er geen echt scenario was. De dichter Carl Sandburg had gewoon een aantal scènes geschreven en die werden zo maar wat aan elkaar geplakt. Hij was ook erg ontgoocheld over de verfilming van het Laatste Avondmaal. Iedereen zit daarbij met het fameuze schilderij van da Vinci in zijn hoofd, maar daarbij vergeet men wel dat een schilder moeilijk anders kon dan die dertien personages zo op één lijn plaatsen. Von Sydow had dus gedacht dat het er nu wat realistischer zou aan toegaan, gemoedelijk pinten pakken rond een tafel of zo, maar vergeet het maar natuurlijk!
Von Sydow is ook een goed voorbeeld voor het feit dat de jood Jezus van Nazareth er in alle films (en overigens ook vroeger op schilderijen en beeldhouwwerken) uitziet als Erik de Noorman. Een totaal onrealistische illustratie van de onderhuidse opvatting van de superioriteit van het Arische ras. De kerk had alvast niet op Hitler gewacht om deze boodschap mee te geven!
Op dat vlak is “The green pastures” van Marc Connelly en William Keighley uit 1936 een merkwaardige uitzondering. Deze muzikale komedie met een “all black” cast toont een hemel zoals nog bijna ongeletterde zwarte kinderen uit “the deep south” zich die voorstellen, inclusief zwarte engelen en aan het hoofd een grote neger met een lange witte baard. Onnodig te zeggen dat deze film aanleiding geeft tot oneindige discussies op het internet. Eén voorbeeldje: “Man, is this different! This is a ‘Biblical’ account as seen through the eyes of black people during the earlier days of the 20th century. I put ‘Biblical’ in quotes because, if you HAVE read the Bible you know that most of the stuff in this film is hardly an accurate account of the Bible… but it’s more of a parable, I think, than any literal translation. Because, no, they did NOT wear suits and ties and carry guns around in Old Testament days. Trust me. Better yet, look it up! And God is portrayed near the end of the film as a confused, almost stupid Being. That part disturbed me, but most of this is very good entertainment and meant to be that, period. I just enjoyed it for the musical comedy it was, nothing more. The grammar in here is so bad, and the story so ludicrous… you just have to laugh out loud. A few decades ago, the word ‘camp’ came out to describe certain overly-corny things. This movie is camp: it’s so bad, it’s good.”
ANTIFASCISTISCHE CHRISTUS
In 1964 draaide Pasolini zijn “Evangelie volgens Mattheus”. Aangezien hij reeds tweemaal gearresteerd was voor heiligschennis, hield de kerk de adem in, maar merkwaardig genoeg vonden ze het een heel goede film en gaven hem twee internationaal gerenommeerde prijzen. De rol van Christus werd gespeeld door een Spaanse student die nog nooit had geacteerd, Enrique Trazoqyui, een militant antifascist. Pasolini kon hem maar overhalen door hem te zeggen dat hij Christus ook zo moest gestalte geven. Blijkbaar was dat gelukt want de acteur kreeg bij zijn terugkeer in Spanje een veroordeling aan zijn broek. Hij werd van de universiteit gegooid en moest 15 maanden militaire dienst kloppen in de Pyreneeën.
In 1977 was er nog “Jesus of Nazareth” met o.a. Ralph Richardson, terwijl Christus dat jaar ook tweemaal “singing and dancing” werd voorgesteld in “Jesus Christ Superstar” van Norman Jewison en “Godspell” van David Greene. In deze laatste film werd Christus ten tonele gevoerd als een clown. Men dacht dat de kerk zich hiertegen zou verzetten, maar ze sleurden integendeel de kinderen er naartoe. De “look” van Christus zonder baard, mag dan raar zijn, de oudste afbeeldingen van Christus zijn ook zonder baard. Het is pas in de Byzantijnse tijd dat die eraan werd toegevoegd als een teken van macht.
Er was in die tijd zelfs sprake van een film met rocker Jerry Lee Lewis in de hoofdrol: “Ik ga in een film de rol van Jezus Christus spelen en zingen. Dat zal veel mensen shockeren. Ik weet niet of ik het waard ben, maar, geloof me, ik kàn het. Die film gaat fantastisch worden, vooral het Laatste Avondmaal met een zingende Christus.”
Helaas (?) is die film er nooit gekomen en moeten we het doen met de dronken apostelen in “Jesus Christ Superstar”.
Nog later was er “Caravaggio” van Derek Jarman (1986). Deze film schetst het turbulente leven van de schilder die we als Michelangelo kennen. Het is echter geen realistische biografie, maar wel een symbolische interpretatie, waarbij de schilder (gespeeld door Nigel Terry) met zijn onderwerp (Christus) wordt vereenzelvigd. Jarmans werk ademt zoals gebruikelijk latent een homo-erotische sfeer uit.
“The last temptation of Christ” van Martin Scorsese maakte het meeste ophef, maar misschien wel ten onrechte: Scorsese wou oorspronkelijk eigenlijk priester worden en dat is ook goed te merken aan zijn film. Dat is alvast de mening van Robbe De Hert (in Stepsmagazine van oktober ’91): “Ik was enorm ontgoocheld over ‘The Last Temptation of Christ’. Er is gewoon niks progressiefs aan die film, dat is een oerconservatief verhaal. Ik ben er trouwens van overtuigd dat de herrie rond de film opgezet spel was om iedereen naar de bioscoop te lokken.”
Robbe refereert hiermee aan het feit dat de seksscènes tussen Christus (Willem Dafoe) en Maria Magdalena er de oorzaak van waren dat in de VS bioscopen in brand werden gestoken, iets wat naar het schijnt ook reeds gebeurde bij een obscure film uit 1975, “The Passover Plot”, waarin niemand minder dan Zalman King (de latere regisseur van softpornofilms als “Wild orchid”, “Blue movie blue” en “The red shoes diaries”) de rol van Christus vertolkte.
In de jaren negentig was er dan “Mary, mother of Jesus”, die in zoverre origineel was dat – zoals uit de titel al blijkt – de nadruk hier niet op Christus ligt (gespeeld door Christian Bale) maar op zijn moeder (Geraldine Chaplin).
De volgende Christus in de rij (in 1999) was niemand minder dan Arthur Kristel (°1975), de zoon van Hugo Claus en Sylvia Kristel. Hij speelt een zwijgende Christus in “13”, een kortfilm van Gert Embrechts (tot dan toe assistent van Frank van Passel), waarin Christus aan Maria Magdalena de opdracht geeft om 13 dochters te baren, telkens op de 13de van de maand. Kristel krijgt naar zijn eigen zeggen enkel een onkostenvergoeding, maar volgens vader Hugo mocht hij al blij zijn dat hij er niet zelf moest voor betàlen…
In 2003 was er dan de tweedelige televisiefilm “The second coming” van Adrian Shergold met toch wel een interessante probleemstelling: de scenarist (Russell T.Davies, beter bekend van “Queer as Folk”) stelt zich de vraag wat er zou gebeuren als Christus inderdaad weer op aarde zou komen en dan nog wel in de gedaante van een alledaagse, doodnormale, pintendrinkende werkman in Manchester (Christopher Eccleston als Stephen Baxter). Persoonlijk vond ik wel dat het allemaal nogal serieus werd genomen (met zeer traditionele opvattingen bijvoorbeeld over hemel en hel), maar dat neemt niet weg dat Davies als atheist op zeer veel tegenkanting heeft kunnen rekenen.
PAUSFILMS
Een heel typisch genre van religieuze films is dat met de paus in de hoofdrol. Deze films komen niet veel voor, zeker niet in vergelijking met andere religieuze thema’s of ook in vergelijking met wereldlijke heersers als keizers, koningen of prinsen. “Natuurlijk!” roep je nu uit, “films over de paus zijn ipso facto door en door saai”.
Op het eerste gezicht is dit een opvatting die ik zou kunnen onderschrijven, maar er zijn toch uitzonderingen. Zo wacht ik nog altijd op een film over Alexander VI, de paus uit het fameuze geslacht van de Borgia’s. Alleen vrees ik dat ik dergelijke film eerder bij de pornofilms dan bij de religieuze prenten zou moeten behandelen…
Het katholieke blad “Film & Televisie” heeft uiteraard ooit eens aandacht besteed aan “de pausfiguur in de film”. Helaas heb ik geen referentie bijgehouden (het moet ergens midden de jaren zeventig zijn geweest) en van het artikel zelf heb ik ook maar één bladzijde teruggevonden. Mijn overzicht is dus zeker niet volledig, maar dat is helemaal mijn schuld.
“Eén van de interessantste pausfilms ooit gemaakt,” zegt F&T en wie ben ik om hen daarin tegen te spreken, “kwam uitgerekend uit spektakelstad Hollywood: ‘The Agony and the Ecstasy’ (1964), een verfilming van Irving Stone’s roman door Carol Reed, die destijds in L’Osservatore Romano – het officiële dagblad van het Vatikaan – een meer dan gunstige kritiek kreeg. Charlton Heston en Rex Harrison vertolkten er de hoofdrollen in, als respectievelijk Michelangelo en paus Julius II. De confrontatie tussen deze twee titanen van hun tijd (rond het schilderen van het gewelf van de Sixtijnse Kapel) was het onderwerp van de film.”
Nogmaals, ik ben er de man niet naar om over dergelijk onderwerp F&T te durven tegenspreken, maar anders zou ik misschien opwerpen dat deze vertolking toch niet helemaal opweegt tegen die van John Cleese en Eric Idle in dezelfde rolverdeling (maar dan andersom, m.a.w. John Cleese is de paus) in een sketch uit de fameuze Amnesty International-benefietvoorstellingen die Monty Python onder de titel “The Policeman’s Ball” gaf in de late jaren zeventig. De discussie dat de paus niet ingenomen is met een “penultimate supper”, waar 28 apostelen en niet minder dan drie Christussen aanwezig waren (“the fat one balances the two skinny ones”) en verder een kangeroe, een trampoline-act, een mariachiband en een goochelaar is van de grappigste die ik ooit heb gehoord.
Toegegeven, F&T kon nog niet gehoord hebben van deze sketch, maar ik betwijfel sowieso dat hij het overzicht zou hebben gehaald. Zoals gezegd, heb ik slechts een fragment van het artikel en buiten “The Agony and the Ecstasy” heeft hij (wie?) het alleen nog over “Pastor Angelicus”, een film die in 1947 door Romolo Marcellini speciaal in opdracht van het Vatikaan werd gedraaid om het 25-jarig bisschopsjubileum van paus Pius XII wat luister bij te zetten. Om eerlijk te zijn, ik kan nauwelijks wachten om deze film te gaan bekijken. John Cleese verzinkt er hoogstwaarschijnlijk tegenover in het niets.
Naast een foto uit “The Agony and the Ecstasy” staan er verder nog twee foto’s op de pagina uit pausfilms die blijkbaar op een andere pagina aan bod komen, want het betreft “E venne un uomo” van Ermanno Olmi uit 1965 over Johannes XXIII en “The shoes of the fisherman” van Michael Anderson uit 1968 (over een fictieve paus), maar hiermee ben ik dan ook aan het eind van mijn Latijn. Amen.

Ronny De Schepper

(*) Het is wel degelijk Ben-Hur mét een koppelteken. De betekenis is “zoon van Hur”. De laatste tijd wordt het koppelteken nogal eens weggelaten, waardoor men de indruk heeft dat Ben een voornaam is, maar dat is niet zo. De voornaam van Ben-Hur is Judah.
(**) Eerst was Paul Newman voor deze rol gevraagd, maar die vond dat zijn benen “te lelijk waren om een tuniek te kunnen dragen”.
(***) Met William Wyler als assistent! Diens zoon David is op dit moment bezig met het draaien van een miniserie voor televisie. Driemaal is inderdaad scheepsrecht!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s