Linda Lepomme wordt zestig…

Vandaag viert Linda Lepomme, de vroegere directrice van de musical-afdeling van het Ballet van Vlaanderen, haar zestigste verjaardag.

“Mijn ouders waren heel gewone werkmensen. Moeder was huisvrouw, vader herstelde radio’s en televisies in Geraardsbergen. Hij had altijd al muziek willen studeren, maar als oorlogskind was het er niet van gekomen. Daarom moest mijn broer dat dan maar waarmaken. Die werd tegen zijn zin naar de muziekschool gestuurd. Ik was daarvoor nog te jong, maar precies daardoor wilde ik het zo graag. Ik kon bijgevolg bijna eerder noten schrijven dan woordjes. Later studeerde ik piano, saxofoon, viool en ook heb ik een klassieke zangopleiding gevolgd. Op school kreeg de toneelmicrobe mij te pakken en na mijn humaniora heb ik aan de Gentse universiteit het keuzevak theaterstudies gevolgd, wat zeker heeft bijgedragen om nadien Studio Herman Teirlinck te gaan volgen in Antwerpen. Ik volgde wel de musicalafdeling, omdat de theateropleiding vooral gericht was op experimenteel werk en dat ligt me zo niet. Bovendien mocht ik wegens mijn opleiding een aantal muziekcursussen overslaan en dat zorgde voor afgunst. Dat heeft me ook wel gehard. Bovendien deed ik in die tijd ook aan missverkiezingen mee (eredame Miss Schuimwijn en de Kleinveeprinses van Lovendegem, allebei in 1975, RDS) en dat is in dat milieu natuurlijk not done!”
Bovendien had Linda Lepomme, want zij is aan het woord, voor die verkiezingen zowaar zelfs een neuscorrectie laten aanbrengen.
“Omdat ik directeur Veys kende van de Studio, kon ik na mijn afstuderen onmiddellijk aan de slag in Arena met ‘Pas op, breekbaar’. Via Claude Lombart kreeg ik ook nogal was studiowerk: backing vocals op twee elpees van Nana Mouskouri bijvoorbeeld en reklamespotjes voor Coca Cola en Martini. En natuurlijk is er ook mijn rol in ‘De Paradijsvogels’,” gaat Linda verder in een of ander “boekske”, alhoewel ik haarzelf ook heb geïnterviewd, maar de tekst daarvan is op een miraculeuze wijze uit mijn computer verdwenen. Wat ik wel nog heb gevonden is een recensie van een televisieoptreden van haar op het einde van de jaren zeventig, waarbij ze zowaar een… folkprogramma moest presenteren!
49 linda lepomme“De BRT heeft blijkbaar de gewoonte opgevat om iedere zomer een reeks van (uiteraard live opgenomen) folkconcerten op het scherm te brengen, wellicht naar analogie met de vele folkfestivals die ons landje rijk is (zie bijna wekelijks onder onze rubriek « muziek »). Die concerten worden echter in het hartje van de winter ingeblikt en veel levendigheid of sfeer straalt er dan ook niet van uit, moet men zeggen. En waarom Linda Lepomme speciaal werd ingehaald voor deze zgn. folkspecials is ons ook een raadsel. Als actrice en musical-zangeres heeft ze nu niet bepaald veel affiniteit met het genre. Maar goed. Linda is mooi, de stoel waarin ze zit is mooi, haar stem klinkt goed en ze kan haar lesje zo goed van buiten dat ze wel een onvermijdelijke verspreking opliep. Verder beviel de eerste aflevering met het Italiaanse Ensemble Havadia (30-7) ons niet zo erg. Dit was echt muziek voor « mannen met baarden ». En die zaten dan ook in de zaal. Wuiven deden ze niet, maar ze waren wel even camera-geil als de grootmoeders die voor Jan Theys komen opdraven.”
OP EEN ZIJSPOOR
Op het einde van het seizoen 1984-85 wordt Arena opgedoekt. Het personeel wordt, op voorstel van voorzitter Marcel Vanderbruggen, grotendeels toegevoegd aan het Ballet van Vlaanderen om daar de musicalafdeling te vormen. Linda Lepomme wordt directeur, maar ze is b.v. niet te beroerd om als Ronnette toch nog in het koortje van “Little shop of horrors” van Alan Menken te figureren, muzikaal geleid door Bart Bracke en met een regie van John Link met Norma Hendy (Audrey), Daan van den Durpel (Seymour), Liliane Dorekens (Crystal), Marijn Devalck (Mushnik), Werner Welslau (Orin), Bien De Moor (Chiffon) en David Davidse (understudy van Daan en stem van de plant, die gestalte krijgt door Daniël Rosseel). Karin Tanghe was understudy voor Bien De Moor, die zelf understudy was voor Norma Hendy; Lucas Van den Eynde was understudy van Marijn Devalck.
00Een absurde plot met af en toe wat burleske scènes, afgewisseld met intiem-poëtische zangnummers, dat is wat ons werd voorgespiegeld in het geval van « The little shop of horrors », een soort van kamermusical uit de pen gevloeid van Alan Menken (muziek) en Howard Ashman (tekst) die naar het schijnt over de kleine én de grote plas een zekere populariteit geniet. Als surplus mochten we zogezegd zelfs nog een aantal rocknummers verwachten. Voeg daarbij dat dit de eerste echte nieuwe productie was van de afdeling musical van het Ballet van Vlaanderen, zoals de benaming van het vroegere Arena nu stilaan ingang begint te vinden, en het is onnodig om er nog bij te vermelden dat de verwachtingen hoog gespannen stonden.
Die werden evenwel hoegenaamd niet ingelost. Indien het namelijk al waar is dat deze “kleine gruwelwinkel” een zekere renommee heeft, dan nog verdienen de scouters zeker een blaam. Het is gewoon onbegrijpelijk dat men voor de enige echte productie van dit jaar zo’n miskleun heeft gekozen.
Het plot kunnen we in twee zinnen resumeren. Een jonge talentloze bloemenverkoper wordt plotseling beroemd door een onbekende plant die hij grootbrengt eerst met zijn eigen bloed, later met er een tandarts, zijn adoptievader en zelfs zijn liefje (op haar eigen verzoek !) aan op te voeren. De plant (die voortdurend doet denken aan Jaws) blijkt immers van een andere planeet te komen en op die manier het menselijke ras te willen uitschakelen. Nou moe !
Op de koop toe werd het gezelschap verplicht een rotslechte vertaling van Gerard Cox te gebruiken, die zelfs na aanpassingen door Paul Berkenman (« Straks zal je zo machtig zijn als Gorbatsjov » is er één van) totaal onspeelbaar en vooral onzingbaar is. Het gevolg is trouwens dat driekwart van de liedjesteksten totaal onverstaanbaar zijn. Waren de dialogen dat trouwens ook maar ! Dan bleven pareltjes als « Hij is voor de revolutie maar hij verdient goed geld » (over de sadistische tandarts) met als repliek « Zo zijn ze allemaal », ons bespaard.
De muziek van haar kant is erg ongeïnspireerd als ze al niet gewoon gejat is (van de Spencer Davis Group b.v. en natuurlijk van de doo-wop groepjes, maar dat is gewild).
Ook de uitwerking op de scène is niet erg gelukkig. Regisseur John Link en kostuumontwerper Marniks Baert konden blijkbaar niet beslissen of ze nu voor de jaren vijftig of de jaren tachtig zouden opteren. Zo komen dan ook Doris Day en The Muppet Show naast elkaar voor, net als scoobydoo en videospelletjes !
Zouden we na al die negatieve premissen nog een steen durven werpen naar de vertolkers ? Uiteraard niet. We voelden eerder een diep medelijden voor Daan Van den Durpel (als de stuntel), Norma Hendy (zijn liefje), Marijn Devalck (zijn adoptievader), enzovoort. De conclusie moet bijgevolg alweer zijn dat we ons oordeel nog in beraad moeten houden. Dat kan natuurlijk niet blijven duren en volgend jaar, wanneer « My fair lady » en « Evita » op het programma staan (naast een kleinere productie rond liedjes van Jerry Herman), moet die musicalafdeling er stáán. En stevig !
86 linda lepommeMY FAIR LADY
Voor het seizoen 1986-87 werd als nieuwe productie “My Fair Lady” met veel tamtam aangekondigd. Er werd met lof verwezen naar de eerste reeks voorstellingen te Antwerpen in 1963, met Denise Deweerdt, Alex van Royen en Johan Kaart en in alle talen gezwegen over de opvoeringen in de KVO in 1979/1982 met Marinella Paneda, Jan Strobants en Jan Joris. Alsof Linda Lepomme nu voorbestemd was de rechtstreekse en énige opvolgster van Denise Deweerdt te worden …
Ik hou niet van dergelijke dweperijen en het gezelschap zou beter een meer bescheiden toon aannemen omdat een voorstelling door te hoog gestelde verwachtingen vaak teleurstelt. Qua decors was deze voorstelling bijvoorbeeld minder dan bescheiden – armzalig zelfs! – en een onderhandeling over het gebruik van de KVO-decors van 1979 had misschien efficiënter geweest dan de fabricatie van de losse paneeltjes waar de ganse avond mee gegoocheld werd.
Minder dan bescheiden was ook het orkest – zonder strijkers – maar met synthesizers die hier de klankkleur van een hammondorgel gaven. Neem daarbij dan nog wat geklungel met de draadloze microfoons en dan hebben we de negatieve aspecten wel gehad en, toegegeven, die zijn meestal te wijten aan de noodzakelijkheden van een reisvoorstelling.
De overwegend witte inkleding was immers zeer fraai en de enscenering van de Engelsman Stefan Janski speels en dynamisch. Deze “My Fair Lady” is dan ook op de eerste plaats een theatrale aangelegenheid geworden, vooral boeiend door het talent van de acteurs (Anton Peters deed bijwijlen zelfs aan Dario Fo denken). De stem van Linda Lepomme klonk misschien wat te iel in de hoge registers, maar verder is ze vooral als Cockney-Elisa toch zéér prijzenswaardig.
Pittig detail: de mooi-sprekers waren overwegend Nederlanders en de dialectpraters Belgen! Al moet gezegd dat Luc Lutz als de taaldeskundige Henry Higgins, ondanks een goede acteursprestatie, géén voorbeeld van zuivere declamatie was…
Opmerkelijk bij deze “My fair lady” was ook de zeer levendige choreografie van Yen Stolk.
“Jerry’s girls” naar liederen van Jerry Herman werd door het Ballet van Vlaanderen in Vooruit gebracht onder de muzikale leiding van Bart Bracke (piano) en in een regie van Harry Kümel. Met Liliane Dorekens, Daan Van den Durpel, Nikki Langley, Tony Boast (gitaar), Maria Daniëls, Walter Stes (contrabas), Marijke Hofkens, Jan Huylebroeck (arrangementen) en Hilde Weber.
Men probeerde de kater door te spoelen met een prestige-première van “Evita” in het Amsterdamse Carré (6/5/87). Het spreekt vanzelf dat deze musical ook in het SEIZOEN 1987-88 op het programma zal staan, naast de andere voltreffers “My fair lady” en “Superstar”. Dat maakt evenwel dat we slechts één nieuwe productie mochten verwachten, namelijk “Me and my girl” van Noel Gay.
Dan vertoont mijn documentatie weer een lacune (“D’r is een gat in mijn lacune!”) en dus springen we naar 1 december 1992 als Linda Lepomme op 37-jarige leeftijd huwt met de 60-jarige Piet Antierens, commercieel directeur van VTM. Hier werd dus druk gepaard. Het nuttige aan het aangename, bedoel ik. (Begin 2003 was het unlikely pair alvast gescheiden.)
Tegelijk werd “West Side Story” (oorspronkelijk seizoen 1988-89) nog eens hernomen en wel in openlucht tegen de achtergrond van de ‘Canada-blokken’, in de volkse wijk Luchtbal in het kader van het Festival dat daar plaats heeft als “populair” alternatief tegenover de “elitaire” cultuurmanifestatie “Antwerpen ’93”.
Nolle Versyp trok in het NTG als Balou de beer zo de aandacht van het Ballet van Vlaanderen dat hem de centrale rol in “Anatevka” (naar het boek van Sjalom Aleichem, muziek van Jerry Bock, lyrics van Sheldon Harnick, vertaald door Stef Bos, originele choreografie van Jerome Robbins aangepast door Danny Rosseel) werd aangeboden in een regie van Walter Eysselinck en met decors van Karina Lambert en belichting van Jaak Van de Velde.
Naast Nolle als Tevye, zag ik verder: Marilou Mermans (Golde), Lulu Aertgeerts (Tzeitel), Hilde Vanhulle (Hodel), Reinhilde Van Driel (Chava), Anick Van Dam (Shprintze), Hilde Gijsbrechts (Bielke), Lenneke Willemsen (Yente), Aimé Anthoni (Motel), Victor Van Swaay (Perchik), Ward de Ravet (Lazar Wolf), Ernst Van Looy (Mordcha), Neel Van Ishoven (Rabbi), Chris Corens (zijn zoon), Lia Lee (grootmoeder), Leonce Wapelhorst (de overleden vrouw van Lazar Wolf), Luc Rogiest (de kommissaris), Roger Baum of Paul Maes (Fyedka) en Fiddler on the roof (Walter De Cock) in de Gentse Vooruit op 11/05/1993.
Daarna volgde “Hello Dolly” met Gabriel Van Landeghem (Horace Vandergelder), Marloes Van den Heuvel (Mrs.Molloy), Bas Heerkens (Cornelius Hackl, een gewone bediende, die zich – zo maar, voor de lol – uitgeeft als miljonair om Mrs.Molloy “binnen te doen”, wat dan in een rechtzaal aanleiding geeft tot bespiegelingen over “de liefde”!), Hilde Weber (haar assistente Minnie Fay, die eerst loopt alsof ze haar plas moet ophouden, maar daarna zonder de minste aanleiding een wulps ding wordt), Paul Maes (Barnaby Tucker, hier is de ommekeer nog ongeloofwaardiger, want deze ietwat simpele bediende, die opgezette walvissen verkiest boven vrouwen, is de “uitverkorene” van Minnie), Hilde Ghijsbrechts (de eeuwig huilende Ermengarde Vandergelder), Roger Baum (Ambrose Kemper, een “schilder” – omdat z’n haar wat losser ligt dan bij de anderen hoogstwaarschijnlijk – die om totaal onbegrijpelijke redenen verliefd is op deze huilebalk), Hilde Vanhulle (de dochter van Nelly Geirnaerts speelt hier een “lelijke, dikke, vulgaire” maar rijke dame, waaraan Dolly Vandergelder oorspronkelijk wil koppelen), John Desmet (Rudolph, de hoofdkelner), Lulu Aertgeerts (Mrs.Rose), Ernst Van Looy (rechter).
Hanny Vree, die oorspronkelijk de rol van Dolly zou spelen bij het Ballet van Vlaanderen, toen Guusje Van Tilborgh zwanger was geworden, is uiteindelijk “na gemeenschappelijk overleg” reeds na korte tijd weggegaan, zodat directrice Linda Lepomme de rol zelf vertolkte.
“Hello Dolly” wordt geregisseerd door de Engelsman Anthony Cornish, die o.a. de eerste “Oklahoma” buiten de Verenigde Staten heeft geregisseerd. Daarnaast heeft hij ook heel veel Shakespeare geregisseerd, onlangs nog “As you like it” in New York. Al die referenties mochten echter niet baten, dit was een uiterst vervelende bedoening, waarvan aan de oorsprong het libretto van Michael Stewart zélf lag. Dramaturgisch zit die vol onlogica. Het gaat b.v. over diverse verhoudingen en geen enkele, jawel geen enkele, heeft eigenlijk een grond van bestaan. Ook de wijzigingen in het plot (b.v. de vrek Horace Vandergelder die plots toch met Dolly wil trouwen en in één ruk door ook nog filantroop wordt) komen totaal uit de lucht gevallen.
Buiten de titelsong en “Er trekt een parade door de stad” (waarbij o.a. senaatsvoorzitter Frank Swaelen obligaat met een vlaggetje zat te zwaaien) bevat deze musical van Jerry Herman bovendien geen pakkende melodieën. Ook de humor is van het niveau van onderbroekenlol. Maar misschien is dat juist het bevattingsniveau van de “proud Americans” waarop deze productie duidelijk mikt. Bovendien, moet een Antwerps gezelschap het nu werkelijk altijd over joden hebben? Maar dan was “Anatevka” toch stukken beter, zelfs al is “Hello Dolly” dan gebaseerd op “The matchmaker” van Thornton Wilder. Ook leuk is dat het Ballet van Vlaanderen hiermee de kas van Beatle Paul McCartney spijst. Die heeft namelijk de rechten voor deze musical in zijn bezit, die ik heb gezien in de Antwerpse opera op 12/09/1992.
Naast “Hello Dolly” presenteert de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen ook in het seizoen ’92-’93 weer een productie die gericht is op de kleinere theaters. Na “Broadway Baby” zitten in “Hollywood by night” uitsluitend fragmenten uit musicals die ook werden verfilmd.
Noch “Broadway baby”, noch “Hollywood by night” is echter het kaderverhaal dat Bob Van Laerhoven voor het BVV zou schrijven. Ik vroeg Linda Lepomme dan ook wat daarmee aan de hand is? “Bob Van Laerhoven hééft wel degelijk een verhaal geschreven dat de titel ‘Broadway Baby’ heeft meegekregen. Er zijn echter problemen gerezen rond de rechten. Het was oorspronkelijk de bedoeling om binnen dat nieuwe verhaal bestaande musicalnummers te plaatsen. Maar daar kwamen we in de problemen met wat men het ‘morele recht’ noemt. Dat betekent dat als je een liedje neemt, b.v. uit ‘West Side Story’ en je steekt dat in een ander verhaal, dat je dan het gegeven aantast, waaruit het komt. En in Amerika is men daarover nogal formeel: dat wordt niet toegestaan. Ik was door SABAM verkeerdelijk ingelicht dat dit wél kon. Men draaide daar wat rond de pot of anders heb ik het niet goed begrepen. Daarom is het nu de bedoeling een nieuwe componist aan te trekken om songs te schrijven bij het verhaal van Bob Van Laerhoven, dat heel goed is, maar dat natuurlijk niet langer ‘Broadway Baby’ zal kunnen heten. We zijn dus op zoek naar een titel die ‘musical-minded’ is. Voorlopig is dat ‘Hollywood Connections’, maar andere suggesties zijn nog altijd welkom. We hebben immers nog wel wat tijd. Als je weet dat aan ‘Dear Fox’ drie jaar voorbereiding is voorafgegaan, kun je niet zo maar tegen iemand zeggen: schrijf eens gauw zeventien songs, met daarbij solo’s, duo’s, trio’s, kwartetten en kwintetten.”
En wie is de ‘gelukkige’? “Er zijn drie componisten in de running, maar zij moeten ook met de auteur op de juiste golflengte zitten, zodanig dat het nog wat kan duren vooraleer ik een naam kan bekendmaken.”
Bij mijn weten is dit project uiteindelijk nooit uitgevoerd.
Later op het seizoen ’93-’94 regisseerde Frank Van Laecke ook een nieuwe montering van “Jesus Christ Superstar” voor het Ballet van Vlaanderen, aangezien de originele regisseur Rufus Collins ziek was geworden. Bij het koor herkenden we o.a. Lulu Aertgeerts, Walter De Cock, Miguel Espin, Stefan Hamblok, Hilde Vanhulle en Hilde Weber.
Voor het seizoen ’94-’95 was Hilde Vanhulle er echter niet meer bij. Ze speelde dan immers Wiske naast het Suske van David Verbeeck in de gelijknamige musical van Jean Blaute en Eva Lambert voor het KJT. De andere acteurs waren Aimé Anthoni als Sidonie, Roland van Rillaer als Lambik en Dirk Bossaerts als Jerom.
Bij het BVV stond dat seizoen, naast een herneming van “De man van La Mancha” van Dale Wasserman, “Chess” op het programma en een “kamermusical” rond Anne Frank, “Je Anne”.
De Luikse regisseur van “De man van La Mancha”, André Ernotte, had ook de leiding in handen van “Chess”, de rockmusical van het BVV (rockopera is een beter woord, want ook de recitatieven worden gezongen), die op 15 september in première ging in de opera. Ernotte maakte zoals gezegd vooral in de Verenigde Staten carrière, waar hij onlangs nog een Obie (een theater-oscar) in de wacht sleepte voor “Christina Alberta’s father”).
Het libretto van “Chess” (geschreven door Tim “J.C.Superstar” Rice) is gebaseerd op het schaakduel tussen Bobby Fischer en Boris Spasski, waaraan de dimensie van de koude oorlog wordt verbonden. De twee schaakgrootmeesters worden vertolkt door respectievelijk Addo Kruizinga (Judas uit “J.C.Superstar”) en Hans Peter Janssens (de padre uit “De man van La Mancha”). De muziek is van Benny Andersson en Björn Ulvaeus, zijnde de twee B’s van ABBA, en “I know him so well” en “One night in Bangkok” zijn de enige hitjes uit deze musical die eigenlijk niet zoveel ophef heeft gemaakt, zij het volgens sommigen ten onrechte.
De Koude Oorlog mag nu weliswaar achter de rug liggen, de machtsstrijd wordt nog steeds onverbiddelijk gestreden. De vrouwelijke hoofdrol wordt vertolkt door Hilde Norga, een actrice die jaren geleden debuteerde als chorusgirl bij het BVV, maar die zich ondertussen is gaan bekwamen bij de Guildford School in Londen, waar ze zich reeds heeft opgewerkt tot de tweede belangrijkste rol in “Miss Saigon”. Later op het jaar won ze een trofee van RTL4, waardoor ze in de VS kon studeren.
De volgende productie van het BVV waaraan Frank Van Laecke zijn medewerking verleende was “Je Anne”. En eens te meer kon men vaststellen dat in zo’n geval goede bedoelingen alleen niet volstaan.
Trouwens, wie komt er nu in godsnaam op het idee om een musical te schrijven over Anne Frank? Joden natuurlijk, omdat ze dachten dat er nog een centje mee te verdienen viel, zou ik kunnen grapjassen, maar grapjes maken mag niet in deze kontekst. Dat komt zelfs in het stuk zelf voor. Na een ruzie met zijn vrouw, zucht Hermann Van Daan: “Ik hoop dat in de concentratiekampen mannen en vrouwen worden gescheiden.” Groot tumult natuurlijk, ondanks het feit dat hij er ten overvloede aan toevoegt: “Het was maar een grapje!” (Dat geldt ongetwijfeld ook voor de opmerking dat het verblijf in het Achterhuis blijkbaar een goede manier is om van het roken af te geraken.)
In 1947 geeft Otto Frank het dagboek van zijn dochter Anne uit als “Het Achterhuis”. Hij had het in handen gekregen van Miep Gies, die het had gevonden nadat het op de grond was gevallen bij de razzia, waarbij de familie werd opgepakt. Otto was de enige overlevende. Zijn vrouw Edith kwam om in Auschwitz van ontbering en de dochters Anne en Margot stierven in Bergen-Belsen aan tyfus.
Maar goed, het zijn dus de schrijfster Enid Futterman en de componist Michael Cohen die “Yours, Anne” op 10 oktober 1985 in New York hebben gecreëerd. De Amerikaanse oorsprong van het stuk valt b.v. nog goed te merken aan de introductie van generaal Eisenhower als een soort van halfgod. Het stuk werd zowat overal in Vlaanderen opgevoerd door de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen (gesponsord door C&A!) in het kader van de Bevrijdingsfeesten. Jan Huylebroeck die de leiding had van het synthesizertrio CD-Live was niet tevreden over de oorspronkelijke muziek (“te Amerikaans”) en versoberde het geheel.
De vertaling was van Rob Chrispijn, waaraan ik nog goede herinneringen had met teksten voor Herman Van Veen 25 jaar eerder, maar hier neigen zijn teksten eerder naar kiespijn. Meestal heeft hij moeite om gepaste rijmwoorden te vinden (toegegeven, de “cross-dialogen” helpen hem daarbij niet), maar als hij dan al eens een gemakkelijk rijm heeft “aar” of “ouw” b.v. dan geeft hij van katoen.
Ja maar,
luister hier eens naar,
vijf rijmen na mekaar,
dat is toch een beetje bij het haar
getrokken, nietwaar?
Daarna volgde “The Sound of Music”, in samenwerking met leerlingen van het Stedelijk Instituut voor Ballet als de kinderen Trapp. Daarom begon “The Sound of Music” trouwens telkens stipt om 19.30u omdat de arbeidswetgeving eist dat de kinderen om 22u. naar huis gaan.
Hun strenge vader is de Nederlander Ernst Daniël Smid (uit “Les misérables”) en An Lauwereins zingt de rol van Maria. Jacqueline Van Quaille speelt moeder-overste, maar haar prestatie was ondermaats. Wat een vibrato! Het maakt haar totaal onverstaanbaar. Vooral het mooie “Climb every mountain” wordt daardoor totaal naar de kloten geholpen. Enkel via het CD-boekje kon ik leren dat het nu “Spreid nu je vleugels” is geworden. En dan hoor je haar op de plaat gelukkig ook niet “acteren” (d.w.z. voortdurend een octaaf te hoog spreken).
Tijdens de voorstelling in Gent was Ernst Daniël Smid ziek en werd hij vervangen door Martin Van Os, die me allesbehalve kon overtuigen, maar als ik Smid hoor op de CD dan heb ik daar niet eens spijt van want zijn bas gaat veel te diep. Anderzijds heeft hij zijn Hollands accent onder controle wat niet kan worden gezegd van Wim Van den Driessche als de jonge fascist Rolf Gruber.
Tussen haakjes, regisseur André Ernotte was er natuurlijk weer in geslaagd dit aspect zoveel mogelijk weg te moffelen (behalve in de finale waar hij werkelijk niet anders meer kon). Verder maakt hij ook gewoonweg technische fouten i.v.m. opkomen en afgaan b.v. of onvoldoende controle op het decor van Karina Lambert, waarbij b.v. de kabels van de “bergen” worden geaccentueerd door de belichting van Phillip Monat: ’t zou Jaak Van de Velde niet overkomen zijn!
Maar goed, dat zie je allemaal niet op de CD en ook een studio kan wonderen doen, want waar een duet tussen Jeanine Geerts en Ernst Van Looy op de scène vreselijk (en onverstaanbaar, o.a. doordat zij om de een of andere reden met een Frans of Schots accent spreekt) klonk, is dit nu best aanvaardbaar. En we krijgen ook de beste Liesl te horen (Helen Geets), waar ik bij de voorstelling het raden naar had, want men wil (terecht) van de kinderen geen kleine vedetjes maken door het ene voor te trekken op het andere, maar voor de rol van Liesl mag daar toch een uitzondering op worden gemaakt, vind ik!
De kinderen zingen op de CD ook veel mooier omdat ze nu natuurlijk op vocale kwaliteiten werden geselecteerd, voor de meeste nummers deed men zelfs gewoon een beroep op leden van het jeugdkoor Cantitare uit Maaseik. Ik heb wel mijn bedenkingen bij de vertaling van vader en zoon Lutz (Luc en Joris). Met hun eigen woorden zou ik kunnen zeggen: “Ze zijn de sigaar!” Akkoord dat het moeilijk is om een adequate vertaling te vinden voor liedjes als “Do-re-mi”, maar in de jaren zestig was er b.v. toch een vertolkt door een gewoon schlagerzangeresje en die klonk veel natuurlijker. Wel lof voor het orkest onder de leiding van Jan Huylebroeck. Ook die was er overigens in Gent niet bij (zat wellicht weer op een concert van Anima Eterna!) en werd als dirigent daar vervangen door fluitist Luc Borms.
Op 12 oktober 1996 pakte het Ballet van Vlaanderen in Antwerpen uit met “Sacco en Vanzetti” (oorspr. “Terra Promessa”), een musical geschreven door Dirk Brossé (muziek) en Paul Berkenman (liedjesteksten) op een libretto van Frank Van Laecke. Het was de duurste musicalproductie van het BVV tot op heden, o.a. omdat het een opdrachtwerk betreft, maar n.a.v. de tiende verjaardag mocht dat wel.
De musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen (traditioneel blauw gekleurd) kan ondertussen ook op de steun rekenen van premier Dehaene: “Via het voetbal ben ik bevriend geraakt met Piet Anthierens en Linda Lepomme en sindsdien ga ik geregeld naar de musicals van de Vlaamse Opera (hij moet nog wat studeren, RDS). Voor mij is dat een vorm van entertainment die behoort tot de moderne cultuur. Ik zou het toejuichen als er voor dit soort spektakels een permanente ruimte kan worden gecreëerd, zoals in Londen en New York.” (Humo 31/12/96)
In het seizoen 97-98 regisseerde Frank Van Laecke voor het Ballet van Vlaanderen een musicalversie van “Dr.Jekyll & Mr.Hyde”.
De musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen bestond in het jaar 2000 15 jaar. “Jubilee 15” bood dan ook een kans om het geheugen op te frissen met een terugblik op Jesus Christ Superstar, Chess, My Fair Lady, West Side Story, The Sound of Music, The King and I, Jekyll & Hyde, Me and My Girl en nog veel meer.
Voor concept en regie tekende opnieuw Frank Van Laecke, de choreografie werd toevertrouwd aan Martin Michel en de muzikale leiding lag weer bij Jan Huylebroeck met het trio CD‑Live. Solisten waren Kristien Coenen (Astrid uit Wittekerke), Jeannine Geerts (de barones uit The Sound of Music), Anne Mie Gils (o.a. Nonsens, Company), Marc Meersman (o.a. The Phantom of the Opera), Chris Van Tongelen (de niet gekuste prins in Sneeuwwitje) en Rolf Koster (The Dancing Queens).
Een volgend jubileum werd de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen niet meer gegund, want met de laatste voorstelling van “Merrily we roll along” van Stephen Sondheim kwam er op 24 april 2004 een einde aan het sprookje. Vlaams minister van Cultuur Paul Van Gremberghe heeft beslist dat er tegen begin 2006 een nieuwe vzw moet komen voor de gesubsidieerde musical in Vlaanderen. Een poging om die twee jaar zonder subsidies te overbruggen met de medewerking van concurrent Geert Allaert van Music Hall is mislukt wegens “artistieke onverenigbaarheid”…

Referenties
Ronny De Schepper, Op een zijspoor, De Rode Vaan nr.11 van 1986
Ronny De Schepper, Guillaume Maijeur en Roger De Vocht, “Awel, Lepommeke, ge doe gij da goe”, De Rode Vaan nr.45 van 1986
Ronny De Schepper, Schaken in de opera, Het Laatste Nieuws, 16 september 1994

Een gedachte over “Linda Lepomme wordt zestig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s