Vandaag is het ook alweer 35 jaar geleden dat de Amerikaanse actrice Bette Davis is gestorven…

In 1931 debuteerde Bette Davis in “Bad Sister” wat haar bijnaam zou worden, aangezien ze vooral bekend werd in de rol van feeks (een paar voorbeelden: “Of human bondage”, “Marked woman”, “Jezebel”, “The letter” en “Beyond the forest”). Nochtans speelde ze in die debuutfilm niét de titelrol, maar wel de rol van de góéde zuster! Of ze in het echte leven ook een feeks was, is niet helemaal duidelijk, al zou dit wel moeten blijken uit het boek dat haar dochter (onder de naam van haar echtgenoot B.D.Hyman) schreef: “My mother’s keeper”. Haar zoon Michael distantieert zich echter van deze zienswijze.
Bette Davis speelde vooral in “weepers” (smartlappen), omdat ze het als sekssymbool niet had kunnen waarmaken. Misschien daarom dat ze naast de hoofdrol greep in “Gone with the wind”, waarop ze nochtans stellig had gehoopt. Een andere theorie is evenwel dat ze zelf afhaakte, toen bleek dat haar tegenspeler Errol Flynn zou zijn, waarmee ze in 1939 in “The private lives of Elisabeth and Essex” had gespeeld en die ze niet kon uitstaan. Zij had liever Laurence Olivier gehad, nota bene de echtgenoot van Vivien Leigh, die later “haar” rol zou krijgen. (Het werd uiteindelijk, zoals iedereen wel weet, Clark Gable.)
Hoe dan ook, haar studio, Warner Brothers, wilde haar daarvoor niet vrijmaken, maar daarom kreeg ze wel in “Jezebel” van William Wyler een gelijkaardige rol toegeschoven als de wilskrachtige, mooie, hartstochtelijke Julie. Ze kreeg er haar tweede Oscar voor (de eerste was voor “Dangerous”). En dat dus alhoewel ze een nogal “mannelijk” uiterlijk had (maar dan niet in haar jeugd, zie foto). Aangezien ze zo “mannelijk” was, werd ze door Howard Hughes trouwens uitgekozen om hem te “genezen” van zijn homofiele neigingen, waardoor hij impotent was bij vrouwen. Zij moest hem pijpen en tegelijk vloeken “als een man”, wat eigenlijk toch wel erg moeilijk is, maar het scheen te lukken. Haar toenmalige echtgenoot kwam er echter achter en chanteerde Hughes ermee. Later betaalde Davis uit eigen zak alles terug aan Hughes.
In 1941 moest ze op haar eentje “The little foxes” schragen, de verfilming door William Wyler van het toneelstuk van Lillian Hellman (Dorothy Parker schreef mee aan het scenario). Het werd een emblematische rol voor haar, namelijk die van een regelrechte feeks en deze typering zou een schaduw werpen over haar glamoureuze verleden. Eigenlijk herinneren we ons haar eerder als feeks dan als diva.
De titel is afkomstig uit de bijbel, meer bepaald uit het Hooglied van Salomon. In het Engels gaat het als volgt: “Catch for us the foxes, the little foxes that ruin the vineyards, our vineyards that are in bloom.” Het is een symbool voor diegenen die na de Civil War (het stuk speelt zich af rond de eeuwwisseling in 1900) rijk geworden zijn door de uitbuiting van de vrijgelaten zwarten. Zij potten hun geld ook op en investeren niet b.v. in nieuwe werkgelegenheid. Op die manier “they ruin the vineyard”. Regina, het personage van Bette Davis, is hiervan dus een voorbeeld, maar zij doet er nog een schepje bovenop door haar man (Herbert Marshall) de dood in te jagen en haar twee broers (Charles Dingle en Carl Benton Reid) aan haar wil te onderwerpen. Dat haar gehoorzame dochter (Teresa Wright) haar op het einde echter achterlaat en er met een journalist (Richard Carlson) vandoor gaat i.p.v. met de nietsnut van de zoon van Regina’s broer (Dan Durya), voor wie ze bestemd was, wijst erop dat het rijk van “the little foxes” op apegapen ligt…
Een rol die Bette Davis in de schoot geworpen kreeg (omdat Claudette Colbert zich had bezeerd) was die in “All about Eve” van Joseph Mankiewicz in 1950. Het wordt haar laatste belangrijke rol. Deze film veroverde een recordaantal nominaties: veertien, waarvan er zeven worden omgezet in een oscar, evenwel niet die van Bette Davis zelf, iets wat ze nooit heeft kunnen verteren. Zo leek het wel alsof de film realiteit werd (in de film wordt de gekende actrice Margo Channing, rol van Bette Davis, immers verdrongen door de jonge streber Eve Harrington, alias Ann Baxter). Nochtans, niet haar talent was aan het tanen, maar de scenaristen schoven haar steeds meer ongeloofwaardige verhalen toe. Toch maakte ze in 1962 nog een schitterende comeback, naast Joan Crawford nota bene, in “Whatever happened to Baby Jane?” When producer William Frye considered taking an option on the novel by Henry Farrell in 1960, he and his friend Bette Davis tried to get Alfred Hitchcock interested in directing. He declined, as he was busy promoting Psycho (1960) and trying to develop The Birds (1963) into a screenplay. According to Bette Davis in her book “This’n’that”, the film was originally going to be shot in color. Davis opposed this, saying that it would just make a sad story look pretty.
Bette Davis was nominated for the Oscar for Best Actress for her performance in this movie. Had Davis won, it would have set a record number of wins for one actress. According to the book “Bette & Joan – The Divine Feud” by Shaun Considine, Davis and Joan Crawford had a lifelong mutual hatred, and a jealous Crawford actively campaigned against Davis winning Best Actress, even telling Anne Bancroft that if Bancroft won and was unable to accept the Award, she would be happy to accept it on her behalf. According to the book – and this may or may not be 100% true, but it makes a good anecdote – on Oscar night, Davis was standing in the wings of the theatre waiting to hear the name of the winner. When it was announced that Bancroft had indeed won for The Miracle Worker (1962), Davis felt an icy hand on her shoulder as Crawford said, “Excuse me, I have an Oscar to accept”. (IMDb)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s