Vandaag is het precies tweehonderd jaar geleden dat de Poolse componist Frederyk Chopin (1810‑1849) werd geboren. Hij was amper 38, toen hij aan tuberculose overleed. Hij liet een relatief beperkt oeuvre na, met bijna uitsluitend pianomuziek. Chopin was een meester van de kleine vorm: preludes, polonaises, mazurka’s, études en nocturnes. Een uitzondering vormen de twee pianoconcerti die hij al op heel jonge leeftijd schreef, allicht om zijn carrière als pianist het nodige élan te geven. In die tijd werd van een virtuoos pianist immers verwacht dat hij één of twee briljante concerten voor zijn instrument componeerde.

Frederyk Chopin werd geboren in Zelazowa Wola nabij Warschau. Zijn vader was afkomstig uit Frankrijk en had zich in Polen gevestigd als leraar Frans en was daar met een Poolse gehuwd. Hij was de enige zoon, maar hij had wel nog drie zussen. Zijn eerste concert geeft hij reeds in 1818. Van 1823 tot 1829 studeert hij harmonie en contrapunt bij Joseph Elsner aan het conservatorium van Warschau.
Wat doen romantische virtuozen het liefst? Parafraseren natuurlijk! Variaties op een simpel deuntje, waarin men dan zoveel mogelijk fantasierijk spel stopt. Reeds bij zijn tweede opus in 1827 geeft Chopin aan deze rage toe met zijn variaties op “La ci darem la mano” uit “Don Giovanni”. In 1829 ontmoet hij zo’n virtuoos, maar dan op de viool: Paganini.
In 1830 componeert hij het mooie concerto voor piano nr.1 in e (op.11), dat altijd een publiekslieveling is geweest. De orkestratie mag dan niet erg sterk zijn, de partij voor piano is weergaloos. Alhoewel het eigenlijk zijn tweede concerto was (een jaar eerder schreef hij voor Constance Gladkowska een concerto in f dat als officieel rugnummer 2 meekreeg, misschien omdat het pas later écht werd afgewerkt; het staat dan ook bekend als op.21), was hij toch nog maar 20 jaar en is hij dus nog niet de zware romanticus die hij later zal worden.
Datzelfde jaar verlaat hij Polen, juist op het moment dat er een opstand uitbreekt tegen het Russische gezag, waardoor de bezetting het jaar nadien wordt verstrengd. In zijn scherzo nr.1, op.20, wil hij dit aanklagen, want inderdaad, het gekke is dat zijn scherzi meestal indroevig zijn! Hij zal nooit meer naar Polen terugkeren, maar in zijn testament vroeg hij wel: “Bury my heart at Wounded Knee”, of liever: nabij Warschau. Want, inderdaad, het hele oeuvre van Chopin ademt zijn liefde voor zijn geboorteland. En ook omgekeerd zijn de Polen Chopin altijd als één van hen blijven beschouwen. De laatste muziek op Radio Warschau vóór de stad voor de nazi’s capituleerde, waren de eerste elf noten van Chopins Polonaise in A. Zijn muziek werd door de nazi’s meteen verboden.
Via Oostenrijk en Duitsland belandt hij in 1831 in Parijs, waar hij kennismaakt met drie pianovirtuozen: Kalkbrenner, Thalberg en Liszt. Hijzelf scoort ook erg goed in de Salle Pleyel. Het verschil is echter dat hij als de dood is voor optredens. Toch voor een groot publiek. Hij treedt dan maar op in de salons van rijke of hooggeplaatste figuren.
In 1833 waren er de “Variations brillantes” (op.12) op een deuntje uit de pas gekreëerde opera “Ludovic” van Hérold (voltooid door Halévy).
In 1835 ziet hij in Duitsland zowel zijn ouders als de jonge gravin Maria Wodzinska weer, die hij in stilte heeft aanbeden. Hij maakt ook kennis met Robert en Clara Schumann. Wodzinska wordt echter door haar familie verplicht hem af te wijzen, maar gelukkig ontmoet hij een jaar later George Sand (1804-1876). Dit gebeurt door de tussenkomst van Franz Liszt, die op die manier hoopte te beletten dat zijn minnares Marie d’Agoult te veel interesse zou blijven opbrengen voor Chopin. Deze is echter niet geïmponeerd door Sand (haar mannelijke schuilnaam is ook een beetje aan haar “mannelijk” uiterlijk te wijten), zodat hij in 1837 met Camille Pleyel naar Londen trekt.
In november 1838 vertrekt Chopin uiteindelijk toch met George Sand naar de Balearen, omdat ze in Parijs lastig gevallen worden door een oude minnaar van Sand. Hier componeert hij zijn 24 preludes. De Prelude nr.4, die ook wordt gebruikt in de films “Hope and Glory” en “The girl in a swing”, heeft model gestaan voor een chanson van Serge Gainsbourg.
Ook de wals wilde hij in ere herstellen. I.p.v. in de drankgelegenheden componeerde hij “intimistische” walsen. “Meer voor de ziel dan voor het lichaam,” zei Schumann. De “minutenwals” is eigenlijk gebaseerd op het hondje van George Sand dat razendsnel in zijn eigen staart probeerde te happen. “Zet dàt maar eens op muziek,” daagde ze hem uit. En hij deed het.
De “ballades” zijn bij Chopin wel degelijk afkomstig van “ballare” (dansen) en hebben niets met literatuur te maken. Toch beweert Liszt dat hij Chopin de ballade nr.3 (op.47) heeft weten improviseren bij een gedicht van Adam Mickiewicz over de fameuze “Willis”. Dat verwondert mij niet, want de teksten van zijn liefdesliederen neigen soms aardig naar de poëzie van de Vlaamse schlagers. Ook hier is er één uitzondering: het lied “dubbele dood” verhaalt over de onmogelijke liefde tussen een Russische kozak en een Pools meisje.
Geloof het of niet, maar het weer op Palma de Majorca was zo slecht dat hij zwaar ziek wordt (eerste tekenen van TBC, waaraan al één van zijn zussen was gestorven). Zijn scherzo nr.3 op.39 getuigt dan ook van bittere humor: “Eén van mijn dokters zegt dat ik zal kreperen, een tweede zegt dat ik bezig ben te kreperen en een derde zegt dat ik al gekrepeerd bén!”
In 1839 keert hij terug naar het landhuis van George Sand in Nohant. Gedurende verscheidene jaren zal hij daar de zomers doorbrengen en het op die manier nog een tijdje uitzingen.
Hij wordt ondertussen zelfs de duurste pianoleraar van Parijs (zijn leerlingen behoren dan ook tot de hoogste aristocratische en financiële kringen) zeker nadat hij met Moscheles (vriend en leerling van Beethoven) een concert voor de koninklijke familie heeft mogen geven. Toch zal hij in armoede sterven omdat hij geen verstand had van geldzaken.
Maar zover zijn we nog niet. In 1844 sterft wel zijn vader en verslechtert zijn relatie met George Sand: geen wonder dat zijn gezondheid erop achteruitgaat. Toch zal het nog tot augustus 1847 duren vooraleer het echt tot een breuk komt met Sand.
In 1848 staat er alweer een andere groepie klaar, Jane Stirling, om hem mee te slepen naar Engeland en Schotland, maar zijn gezondheidstoestand blijft maar verergeren. Op 17 oktober 1849 sterft hij in de armen van zijn zus Louise. Op zijn verzoek wordt bij zijn begrafenis het Requiem van Mozart uitgevoerd en wordt hij naast zijn vriend Bellini begraven op Père Lachaise.
In 1991 speelde Hugh Grant de rol van Chopin in “Impromptu” van James Lapine, waarin Julian Sands gestalte geeft aan Liszt, Emma Thompson aan een nogal domme gravin en Judy Davis aan George Sand, die overigens centraal staat in deze productie. De film kende evenwel geen succes en dat was zeer terecht, want deze film weet nooit de juiste toon aan te slaan, ook al wegens een fenomenale reeks miscastings (alleen Julian Sands kan in zijn personage doen geloven). Toevallig was er datzelfde jaar ook nog een Franse en een Duitse film over Chopin en Sand. De Franse film “La note bleue” werd al evenzeer een afgang. De beste was nog de minst bekende “Bilder einer Trennung” van Klaus Krischner met Stephan Wolf Schönburg als Chopin en Nina Hoger als Sand.
De Frederyk Chopin-stichting Vlaanderen mag dan duidelijk de financiële moeilijkheden uit het begin van de jaren negentig hebben overwonnen, dat is zeker niet het geval in Polen zelf, waar de Stichting nu in privé-handen is overgegaan. Alle internationale afdelingen voelen zich dan ook geroepen de “moederafdeling” te steunen, want alleen al het onderhoud van het kasteel, het geboortehuis en de andere museumstukken kosten handen vol geld, die nu niet langer van de staat afkomstig zijn. Maar kom, als je de communisten per se buiten wou krijgen, moet je er wat voor over hebben!

Referenties

DRG, Chopin in de Rode Pomp, Het Laatste Nieuws 8/1/1994
Jo Paumen, Chopin kan nog verrassen, De Standaard 3/11/1999

2 gedachtes over “Frederyk Chopin (1810-1849)

  1. Het Frederyk Chopin Instute (Narodowy Intstytut Fryderika Chopina) heeft al tien CD’s geproduceerd met werken van Chopin en gespeeld door bij ons minder bekende vertolkers (uitgenomen het Orkest van de 18de Eeuw onder Frans Brüggen)op oude instrumenten (Pleyel en Erard). Zeer interessant !

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s