“Lucifer” van Joost van den Vondel

Op het programma van het middelbaar onderwijs was in de tijd dat ik les gaf “Lucifer” van Joost van den Vondel verplichte kost. Kunt ge u dat voorstellen? Enfin, onnozele hals die ik was, heb ik dat ook effectief onderwezen. Hierbij mijn nota’s.

Eerste bedrijf
Eerste toneel
Belzebub en Belial horen Apollion uit over zijn tocht naar de aarde. Deze zingt de lof van de schoonheid van de aarde, maar waarschuwt voor de macht van de mensen wegens hun mogelijkheid tot voortplanting, terwijl ze (voorlopig nog) de gave van het eeuwige leven hebben.
Tweede toneel
Gabriël kondigt het Godsbevel af dat de engelen zich ten dienste van de mensen moeten stellen.
Derde toneel
De meerderheid der engelen legt zich ootmoedig neer bij het besluit en zingt de lof van De Schepper.
Tweede bedrijf
Eerste toneel
Lucifer is ontevreden over het Godsbevel en wordt hierin bijgetreden door Belzebub.
Tweede toneel
Lucifer stelt Gabriël op de hoogte van zijn bezwaren, maar deze wimpelt ze af omdat men Gods besluiten niet in vraag mag stellen. Lucifer krabbelt dan enigszins terug zodat Gabriël nog geen onraad vermoedt.
Derde toneel
Lucifer zweert zijn slag te slaan. Samen met Belzebub organiseert hij het verzet.
Vierde toneel
Apollion wordt erbij gehaald, maar deze heeft eerst ernstige bezwaren tegen zo’n ongelijke strijd. Uiteindelijk kiest hij toch Lucifers zijde omdat hij een belangrijke functie krijgt.
Vijfde toneel
Apollion spreekt dan af met Belial om door list tweedracht te zaaien tussen de engelen.
Zesde toneel
De rei der engelen ziet dat God vertoornd is wegens de afgunst van sommige engelen ten opzichte van de mens. Zij kiezen partij voor God en zullen trachten het tij te keren.
Derde bedrijf
Eerste toneel
Discussie tussen de Luciferisten en de rei der trouwe engelen. De aanhangers van Lucifer treden als groep op i.p.v. als individuen, dit geeft aan dat er reeds een embryo van een opstand is.
v.886-888: nogmaals referentie aan de Menswording (Vondel had zich hiervoor reeds “verontschuldigd” in het “Bericht”, v.133 e.v.)
Tweede toneel
Belial en Apollion geven tegenover de rei de Luciferisten gelijk. Op het einde zegt Apollion nog dat hij hoopt dat de storm zal over drijven.
Derde toneel
Belzebub tracht het klagen om te buigen tot opstand, precies door te veinzen de opstand te willen indijken. Hij doet zich laf voor en beweert voorstander te zijn van onderhandelingen met God.
Vierde toneel
Michael komt op en spreekt Belzebub onmiddellijk aan als de leider van het verzet. Belzebub verdedigt zich door te zeggen dat hij de zaak in der minne wil regelen. Michael antwoordt nog steeds erg uitdagend (“’t Is u geraden of uw hoofd gaat eraf!”) wat de Luciferisten nog meer ophitst. Zij zeggen dat ze slechts op Lucifer wachten om tot de aanval over te gaan. Michael denkt niet dat Lucifer hen zal leiden.
Vijfde toneel
Belzebub raadt de Luciferisten aan Lucifer tot leider te kiezen, hijzelf is daarvoor niet geschikt, zegt hij. Lucifer tracht hen nog wat in te tomen en herinnert hen aan hun eed van trouw aan God. Belzebub lanceert dan echter een nieuwe eed (“Getrouwigheid aan God en onze Morgenstar”), waarop Lucifer aanvaardt “uit nood en dwang”.
Zesde toneel
De Rei der Engelen betreurt de gang van zaken en duidt “staatzucht” als de dader aan. “Staatzucht” is bij Vondel het streven naar een machtspositie, maar het is ook “hybris” (statusdrang). Hier is het stuk dus op z’n hoogtepunt. Nu volgt de peripetie.
Vierde bedrijf
Eerste toneel
Gabriël komt Michael, die verbaasd is over Lucifer, melden dat hij moet optrekken tegen de opstandelingen. Eerst wilde God nog genade tonen maar Lucifer werd door z’n volgelingen als een afgod bewierookt en dat is er teveel aan.
Hier treffen we misschien een referentie aan naar de Engelse Civil Wars: “dan huilen al de koren der Engelen (…) om den blinden afval van ’t gezaligd Engelsdom, en d’Engelse natuur” (1349-52).
De eerste Civil War begon in 1642 toen de zogenaamde Ironsides, de Puriteinse soldaten o.l.v. Oliver Cromwell (de parlementstroepen), in opstand kwamen. In 1944 verslaan zij Karel I. Een jaar later volgt er echter al een ruzie tussen het leger en het parlement en Cromwell kiest de zijde van het leger. Daarop volgt in 1648 de tweede burgeroorlog, waarbij de koning wordt terechtgesteld en in 1649 de republiek wordt uitgeroepen. In werkelijkheid volgt er een militaire dictatuur van Cromwell die zichzelf in 1653 tot Lord Protector uitroept. Hij zal vervolgingen op het getouw zetten zowel tegen de monarchisten (de anglikanen), de katholieken als de Schotten. In 1654 schrijft Vondel zijn “Lucifer” en pas vier jaar later zal Cromwell sterven. In eerste instantie wordt hij opgevolgd door zijn zoon, maar in 1660 volgt dan de restauratie van de Stuarts met Karel II. Deze gegevens komen overigens ook van pas voor wie “Ex-Libris” van Ross King wil lezen.
Tweede toneel
Belzebub meldt dat steeds meer engelen afvallig worden. Lucifer houdt een ophitsende toespraak tot zijn troepen.
Derde toneel
Rafaël is door God als bemiddelaar uitgestuurd, ook omwille van zijn persoonlijke vriendschap met Lucifer. Lucifer antwoordt echter dat hij eigenlijk voor God strijdt (cfr. de eed van de Luciferisten en de twee “tegenstrijdige” Godsbevelen).
Rafaël: wees toch niet zo hypocriet, God ziet de waarheid doorheen de schijn; het is staatszucht die u drijft.
Dan geeft Lucifer toe: welja, dat is waar en evenzo is het waar dat ik tegen God niet kan zegevieren, maar we zijn nu reeds te ver, we kunnen niet meer terug.
(Verscheidene critici hebben erop gewezen dat we in de figuur van Rafaël veel van Vondel zelf terugvinden.)
Vierde toneel
Apollion komt geëxciteerd op het toneel. Volgens hem is de slag reeds gewonnen. Lucifer relativeert het enigszins maar gaat toch tot de anval over tegen de troepen van Michael.
Vijfde toneel
Onder leiding van Rafaël bidt de Rei der Engelen om vergiffenis voor Lucifer en zijn volgelingen.
Vijfde bedrijf
Eerste toneel
“Teichoskopie”. Uriël verhaalt aan Rafaël en “dus” aan de toeschouwers hoe de slag verlopen is in het voordeel van de troepen van Michael. In hun val veranderen Lucifer en de zijnen in “duivels”, dit zijn wezens die zijn samengesteld uit zeven dieren die de zeven hoofdzonden voorstellen: de leeuw (hovaardigheid), het zwijn (gulzigheid), de ezel (luiheid), de rhinoceros (toorn, woede, agressiviteit), de aap (schaamteloosheid, wulpsheid), de draak (nijd, afgunst) en de wolf (gierigheid).
Tweede toneel
De rei der Engelen zingt een loflied op Michael. Deze geeft het compliment door aan God.
Derde toneel
Gabriël komt de vreugdestemming verstoren met een relaas van de val van Adam en Eva. Lucifer heeft immers gezworen “zoveel mensen, als geen tong vermag te noemen, en al wat Adam teelt in eeuwigheid (te) verdoemen”. Het is Belial die in de huid van de slag is gekropen. Michael geeft dan aan Uriël het bevel Adam en Eva uit het Aards Paradijs te jagen, opdat ze niet meer van de boom van Eeuwig Leven zouden kunnen eten. Andere engelen moet de Hel in gereedheid brengen om Lucifer en de zijnen eeuwig te pijnigen. Het stuk eindigt met een lofzang van de Rei der Engelen op de Verlosser.
Alhoewel het laatste bedrijf de val van Lucifer uitbeeldt, toont het laatste toneel toch ook zijn macht. Dit was nodig want het Kwaad (de duivel) is bijna zo sterk als het Goede (god) en de mens (die zwak is) kiest dan ook dikwijls voor het verkeerde.
Eigenlijk wordt met het laatste toneel dus ook teruggegrepen naar het allereerste, namelijk: de mens is toch zeer zwak en “niet waard” om boven de engelen te worden verheven.
In feite komt Lucifer hierdoor weer een beetje in een mooier daglicht te staan, maar door het bittere relaas van Gabriël (die hiermee een weinig afbreuk doet aan zijn anders zo zachtmoedige karakter) krijgt de toeschouwer toch de indruk van de laagheid van Lucifer.
Ondanks het feit dat Paul van Aken z’n best doet om tot een positieve interpretatie van Lucifer te komen, moet hij toch zelf toegeven dat in het “Berecht” staat dat het stuk bedoeld is “ten klaren spiegel van alle ondankbare staatzuchtigen, die zich stoutelijk tegen de geheiligde Machtigen, en Majesteiten, en wettige Overheden durven verheffen” (p.40).
Een andere mogelijke interpretatie is dat het stuk bedoeld is als een waarschuwing voor het Turkse gevaar. Vandaar misschien het sonnet ter ere van Ferdinand III, keizer van het H.Roomse Rijk. In 1571 hadden de Turken nog Cyprus veroverd en in 1669 zouden ze nog Kreta veroveren (op Venetië), maar in feite was het verval van het Turkse Rijk reeds begonnen, cfr. de nederlagen op Malta (1566), Lepanto (1571) en vooral Wenen (1683). Hieruit resulteerde de vrede van Karlowitz waarbij de Turken Hongarije moesten afstaan aan het H.Roomse Rijk.
Dergelijke interpretaties zijn echter “Hineininterprätierung”, d.w.z. verklaringen die men slechts achteraf kan geven. Vondel, die er met z’n neus vlak op zat, kan men niet verwijten dat hij dit niet had ingezien.
Ook is het mogelijk bedoeld als een allegorie voor de opstand van de protestanten tegen het pauselijk gezag.
Tenslotte kan het ook op Galileo Galilei slaan, die in 1642 was gestorven, en die met zijn revolutionaire theorie (weliswaar overgenomen van Copernicus, maar deze durfde er tijdens zijn leven niet voor uitkomen) “de gevestigde orde” aan het wankelen bracht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.