Johan van Iseghem is hoogleraar Moderne Nederlandse Literatuur aan de KU Leuven (Campus Kortrijk). Zijn proefschrift “Guido Gezelles ‘Vlaemsche Dichtoefeningen’ (1858). Een benadering van de dichter en het werk” werd in 1993 door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde bekroond en uitgegeven. Hij schreef een “Kroniek van de jonge Gezelle” (1993) en verzorgde de samenstelling en redactie van de tentoonstellingscatalogi “Guido Gezelle. Tien reken en een toovertik” (Brugge, 1999) en “’t Is al zoo van buiten, ’t is al zoo van bin” (Kortrijk, 1999). Naast diverse tijdschriftartikels over Guido Gezelle en andere auteurs, publiceerde hij ook twee bijdragen over Caesar Gezelle: ”Mijmeringen. Een onbekend manuscript van Caesar Gezelle”, in: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 116 (2006) 3, p. 419-488; en ‘ “Voor altijd vergaan in ’t ijle van de wind”. Stijn Streuvels, Caesar Gezelle en de familie Gezelle’, in: M. De Smedt (red.), ‘Wie heet er u te slijten?’
Het is vandaag tachtig jaar geleden dat Caesar Gezelle is overleden. Deze priester leefde gebukt onder een verpletterende last: zijn familienaam, die van zijn oom Guido, met wie hij onophoudelijk vergeleken werd maar wiens talent hij niet deelde. In Ieper stelde hij eind 1927 en in de loop van 1928 een manuscript samen: Mijmeringen. Het bestaat uit losse prozateksten: herinneringen, standpunten en reflecties. Enkele ervan verschenen in de lokale krant Het Ypersche Volk, vaak in een afwijkende versie. Eigenlijk ambieerde hij een uitgave in boekvorm, maar zo ver is het nooit gekomen.
Wij maken kennis met de psychologie en de opvattingen van deze merkwaardige auteur. Hij zet zich af tegen modernistische stromingen in de kunst. Het Nederlands slaat hij vaak hoger aan dan de Vlaamse taalvariant. Hij relativeert het belang van bepaalde Vlaamse kunstenaars – al speelt frustratie daarbij een rol. Hij heeft een flink stuk van de wereld gezien en beseft, meer dan sommige tijdgenoten, tot wat voor zielige toestanden het nationalisme kan leiden. Wij leren nieuwe biografische details kennen: o.a. over zijn jeugd, zijn moeizame studies te Leuven, zijn verblijf te Versailles tijdens de eerste wereldoorlog, de receptie van zijn werk, de pijnlijke verhouding met zijn neef Stijn Streuvels en wrijvingen met de familie Gezelle in het algemeen.
We maken kennis met het normensysteem, de visie op literatuur en cultuur en de vaak aparte legitimering van artistieke voorkeur in sommige katholieke milieus tijdens het interbellum. De auteur weidt uit over aspecten van devotie en volksgebruik, wat ook heel wat aanknopingspunten oplevert voor heem- en volkskunde.

Een gedachte over “Caesar Gezelle (1875-1939)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.