“Blackboard jungle” (Richard Brooks, 1955) zette de jeugdcriminaliteit dik in de verf. Op een typisch Amerikaanse manier wordt ook de verhouding leraar-leerlingen op een school in een “achtergestelde” wijk getekend. Toch lijkt de diep ingewortelde, soms tot uitbarsting komende maar altijd sluimerende, onoverbrugbare vijandschap t.o.v. die man (of vrouw) daar vooraan die z’n wijsheid tracht te verkopen een constante. Een gesprek n.a.v. de film met een paar ex-collega’s (ik ben de “ex”, welteverstaan) maakte mij dit ten overvloede duidelijk.

Toch blijven sommigen van hen er nog idealistischer tegenaan te gaan (zoals in “Stand and deliver” van Ramon Menendez uit 1988, om nog te zwijgen van “The Dead Poets Society” van Peter Weir, een jaar later), wat uiteraard veruit te verkiezen is boven de verbittering die zich van vele anderen heeft meester gemaakt. Hiervoor kan ik verwijzen naar Mrs.Crabapple uit “The Simpsons” maar ook naar de rol van Cameron Diaz in “Bad teacher” van Jake Kasdan uit 2011.
Persoonlijk ben ik erg blij dat ik uit die jungle zonder al te veel kleerscheuren ontsnapt ben. Voor de VTM-kijkers wijs ik er nog eens voor alle duidelijkheid op dat ik het over “geestelijke” kleerscheuren heb, de fysische agressiviteit zoals ze in “Blackboard jungle” voorkwam was, althans in de jaren zeventig, hier in België nog schromelijk overdreven. Ondertussen hebben we echter onze “achterstand” ruimschoots ingehaald…
Maar in Amerika is men ondertussen alweer een stapje verder. “Elephant” (2003) van Gus Van Sant (“My Own Private Idaho”, “Good Will Hunting”, “Gerry”) gaat over schooljongeren die op zoek zijn naar hun plaats in deze wispelturige wereld. De film is eerder observerend dan verklarend en toont ons de tieners zoals ze zijn. Het lijkt een doodgewone dag op een doodgewone school, tot twee jongens doorslaan en hun medeleerlingen uitmoorden. Geen socio‑politieke analyse, maar een introspectie in de geest van twee jongens die de wereld een lesje willen leren. Niet voor niets de winnaar van de Gouden Palm op het Filmfestival van Cannes.
En dan was er ook “Dangerous minds” (John N.Smith, 1995) naar “My posse don’t do homework”, een “autobiografisch” werk van Louanne Johnson. Die zichzelf dus wel een hagiografie toedicht, want in deze film speelt Michelle Pfeiffer een lerares van een klas opstandige kinderen. Als gevolg van de research die ze hiervoor deed, stuitte ze op zoveel geweld en druggebruik in de scholen dat ze de twee kinderen die ze samen met Kelley heeft geadopteerd (Claudia en John) aan privé-leraars toevertrouwde.
Kortom de tijden van “Goodbye mr.Chips” (van Sam Wood uit 1939 of zelfs de remake door Herbert Ross in 1969) liggen al lang achter ons…
MÄDCHEN IN UNIFORM
In het Duitsland van 1931 maakte de film “Mädchen in Uniform” van Leontine Sagan naar het toneelstuk “Gestern und Heute” van Carla Winsloe veel ophef. Daarin werd de Pruisische tucht aangeklaagd in een adellijk instituut voor jonge meisjes. Het SM-aspect van de fysieke straffen en de “speciale vriendschappen” tussen leraressen en leerlingen en leerlingen onderling werden hierin niet beklemtoond, maar de film werd wél verboden omwille van het “anti-militarisme”.
De vrouwenliefde werd al wat meer expliciet uitgebeeld in de remake uit 1958 door Geza Radvanyi (alweer zelf een vrouw!) met de toen twintigjarige Romy Schneider. Deze draaide de film om haar Sissi-frustraties af te reageren (de derde film had ze al onder dwang gemaakt, in plaats van de vierde draaide ze dus dit kostschoolverhaal). Bovendien kon Romy hiervoor ook uit haar eigen (trieste) kostschoolverleden putten. Ze zou pas helemaal met die Sissi-episode in het reine komen nadat ze in “Ludwig” van Luchino Visconti nogmaals de rol van keizerin Elisabeth zou spelen, maar dan als een volwassen vrouw, die onder haar uiterlijke succes een intens verdriet met zich meedraagt. Net zoals zijzelf dus met andere woorden.
Bovendien werd de rol van de lerares Duits, Fräulein von Bernburg, gespeeld door Lili Palmer, die voor Romy steeds een rolmodel zou blijven. Dat uitte zich toen onder meer door het feit dat het Palmer was die Romy voor het eerst inzicht gaf over het nazistische verleden van vele van hun landgenoten, inclusief de ouders van Romy, die zo niet openlijk nazistisch, dan toch passief het regime ondersteunden door hun succesvolle carrière ongehinderd verder te zetten alsof er niets aan de hand was.
Beroemd is de scène waarin Romy als Meinhardis haar liefde verklaart aan Palmer, tot grote jaloezie van haar vriendin (Sabine Sinjen). Ook de scène waarin ze de ontmoeting tussen Romeo en Julia instuderen is niet mis.
THE CHILDREN’S HOUR
In 1961 wordt “The children’s hour” van William Wyler uitgebracht, naar een verhaal van Lilian Hellman. Karen (Audrey Hepburn) en Martha (Shirley MacLaine), twee jonge leraressen, leiden een meisjespensionaat in een landelijke omgeving. Op een dag krijgen ze een nieuwe leerlinge, Mary (Karen Balkin), een vroegrijp kind dat na de dood van haar ouders door haar grootmoeder (Fay Bainter) wordt opgevoed. Mary is een lastig kind dat met haar klasgenoten niet kan opschieten. Op een dag luistert ze een ruzie af tussen Martha en haar tante (Miriam Hopkins), ook een lerares op de school. Ze hoort de beschuldiging van de tante dat Martha een “meer dan normale” interesse heeft voor Karen. Mary vertelt hierop aan haar grootmoeder dat ze Karen en Martha heeft zien liefkozen. Alhoewel Karen en haar aanbidder Dr.Cardin (James Garner) haar steunen, pleegt Martha, als de school daardoor leegloopt, zelfmoord. Karen verlaat na haar dood zowel haar minnaar als het stadje, ook al komt het bedrog aan het licht.
THE PRIME OF MISS JEAN BRODIE
In 1969 werd het boek van Muriel Spark ‘The Prime of Miss Jean Brodie’ verfilmd door Ronald Neame. De sfeer van de jaren dertig en het fascisme is voelbaar aanwezig in deze film. It is an amazing achievement for a movie to make you love the protagonist at the beginning, then hate her at the end, and this film does that. It is not because Maggie Smith’s character changes that we start to dislike her, but rather because our perception changes in the film.
On the surface Miss Brodie (Maggie Smith) appears to be an affectionate, caring woman who is fun to be around. But we eventually sink beneath the surface, and realise how manipulative she is. As Goebbels’ favourite pupil, she is stereotyping and confining her girls when she praises them on their individual virtues. “Team spirit?” she remarks witheringly at one point. “Where would team spirit have got Pavlova? The corps de ballet has ‘team spirit’.”
She doesn’t care for the girls as children of her own, but more so her own tools. As Sandy points out in the final confrontation, Miss Brodie sees an individual function and narrow objective with each of her pupils.
The film explores ideas about love too, but it is actually more so manipulation in the end. The way that Miss Brodie draws men into her, like she is using them when she sees fit. She says that she is in her prime because she is at a stage in her life when she can control all elements – including the headmistress. She likes being around young minds because they are so easy to influence, and with the male teachers at the school, she uses her ‘feminine charms’ to entice them. She does not however have any means by which to control the female adults, and therefore she is not on friendly terms with any of them.
The acting in the film is excellent by all concerned. Maggie Smith is cunningly brilliant as the heroine/villain combination of friendly wit and below surface ideas that are almost sickening (like trying to create a younger version of herself in Jenny to satisfying her lovers). But, it is really Pamela Franklin’s film. Her character matures in the film, defies stereotyping and sees beneath the surface. There are not words to describe how perfectly she plays Sandy, and considering that she was 19-years-old at the time, she plays a 12-year-old girl with amazing realism. She justly won the National Board of Review award for Best Supporting Actress.
The technical side of the film is not strikingly amazing, however some shots in the film are very carefully composed, and it seems more as if the director has decided to emphasise the script and performances, rather than try to create a visual feast. And there are deeper reasons for this too, because the film is about things on the surface not being as they seem. On the surface, the film has the look of any typical 1960s drama, but, if you look beneath, you should find a stunning, thought-provoking film that will stay in your mind long after the final credits.
SECRET PLACES
In 1984 werd dezelfde problematiek nog eens overgedaan in “Secret places” van debutant Zelda Barron (alweer een vrouw), die zelf het scenario schreef (nadat ze ook reeds het scenario schreef van “Agatha” van Michael Apted en “Valentino” van Ken Russell en Warren Beatty assisteerde bij “Reds”), gebaseerd op de (vermoedelijk autobiografische) roman van Janice Elliot (en met muziek van Michel Legrand). Hierin speelt Marie-Theres Relin een Duits meisje, Laura Meister, dat tijdens de eerste weken van de Tweede Wereldoorlog in een Engels meisjeslyceum terecht komt. Alhoewel zijzelf anti-nazi is, wordt zij door de andere pubers lastig gevallen. Ze vindt wel vriendschap bij Patience, een volks meisje (Tara Macgowran). De moeder van Laura wordt gespeeld door Claudine Auger, die naast Jenny Agutter (Miss Lowrie) de enige bekende naam is in de cast met Cassie Stuart als Nina en Ann-Marie Gwatkin als Rose b.v.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.