Festival Van Vlaanderen 1989: “Een voortdurend gevecht om te vernieuwen”

52 jan briers jrDe maand september vormt zoals gewoonlijk het hoogtepunt van het Festival van Vlaanderen. Het lijkt zelfs alsof hiermee het nieuwe culturele seizoen feestelijk voor geopend wordt verklaard. Voor de organisatoren zelf ligt het zwaarste werk dan echter uiteraard reeds achter de rug. Het verwondert ons dan ook niet in het minst dat, wanneer wij met Jan Briers jr. over het Festival van Vlaanderen 1989 gaan praten, hij eigenlijk reeds meer begaan is met dat van 1990. Voor ons geen bezwaar natuurlijk, vooral omdat er hier en daar een primeurtje te rapen valt…

Alhoewel Jan Briers reeds een drietal jaren officieel de titel van festival-directeur van zijn vader heeft geërfd, toch lijkt hij pas nu zich heel expliciet als dusdanig te profileren. En zelfs dan doet hij er zelf nog erg bescheiden over. « Ik heb de fakkel niet echt overgenomen, » zegt hij, « ik houd hem gewoon mee vast. Mijn vader staat er immers nog steeds volledig achter. Ik zou zeggen dat hij nu de toon aangeeft vanuit Gent, dat hij zich m.a.w. bijna niet meer laat zien op het bureau in het Brusselse Flageygebouw, maar dat hij nog altijd een grote invloed heeft in de programmatiestrategie en in de hele organisatie. Dat is voor een groot stuk natuurlijk te wijten aan het feit dat ik gewoonlijk akkoord kan gaan met zijn zienswijze. Niet altijd, maar toch… »
— Toch vind ik het als het ware een lijfelijke bevestiging van de verjonging die zich in het Festival heeft doorgezet. Eris natuurlijk specifiek het Jongfestival, maar ook de belangstelling voor de « normale » klassieke concerten lijkt mij verhoogd bij de jongeren. Mijn persoonlijke mening is dat dit verband houdt met een grotere aandacht voor de wat oudere muziek, vooral dan de barok…
Jan Briers:
« Om te beginnen: de hele Festivalploeg is zeer jong. Ik ben zelfs de oudste van de twaalf. Anderzijds is er inderdaad een zeer duidelijk merkbare verjonging van het publiek. Vorig jaar b.v. konden we dat heel goed meten. We geven immers 50% korting aan jongeren tot 25 jaar, of ze nu studeren of niet, dat maakt niks uit. We geven die korting echter niet voor manifestaties die in het kader van het Jongfestival vallen. Op die manier hebben we de belangstelling van de jongeren voor de klassieke concerten heel goed kunnen aflezen. En we stelden vast dat niet minder dan 32% jonger was dan 25 jaar. Dat is fenomenaal, vind ik. Dat is ook veel te wijten aan de inzet van een aantal mensen in de scholen. Dat kan een lid van het onderwijzend personeel zijn, maar dat kan ook een leerling zijn. Let op, het is niet zo dat ze door de school verplicht worden om naar de concerten te gaan, want dat zou faliekant aflopen. Wat wel al eens gebeurt, dat is dat men in schoolverband ’s namiddags een repetitie komt bijwonen. Maar voor de avondvoorstellingen is het zo dat die mensen zelf een selectie maken en dan aan de jongeren uitleggen waarom ze dat concert eens zouden moeten bijwonen. En dat heeft resultaat. Bepaalde scholen in het Gentse kopen op die manier meer dan elfhonderd kaarten! Uiteraard betreft het hier vooral colleges en athenea en staan we veel minder sterk in het technisch onderwijs. Toch zijn we nu reeds bezig met het uitstippelen van een heel actieprogramma voor volgend jaar in samenwerking met het provinciaal onderwijs. Wat nu betreft welke muziek de jongeren dan verkiezen, ik zou toch niet durven beweren dat het samenhangt met een bepaald genre. Het hangt wel samen met een bepaalde sfeer. Zo zien we het b.v. in Gent en Brugge de opkomst van de jongeren vrij groot is, terwijl die in Brussel zeer klein is. Dat heeft wellicht te maken met dat Paleis voor Schone Kunsten, waar de drempelvrees nog altijd groot is. In Gent daarentegen kent u de gebrekkige situatie wat concertzalen betreft en men zou gerust mogen stellen dat we van het nadeel een voordeel hebben gemaakt: het ontbreken van een « tempel » speelt de opkomst van de jongeren in de kaart. Maar ik denk niet dat b.v. La Petite Bande meer jongeren aantrekt dan het Concertgebouworkest.
Ikzelf baseerde deze vaststelling o.a. op het succes dat het Amsterdams Barokorkest te beurt viel met de concertante semi-opera « King Arthur » van Henry Purcell, naar hier gehaald door de VLOS. Zelden hebben wij zoveel « beau monde » bij elkaar gezien dan in die oervervelende ICC-zaal (eigenlijk een congreszaal!) in Gent. Op uitzondering van de verslaggevende confraters was er van het vertrouwde Gentse operapubliek niemand meer te bespeuren, maar des te meer wemelde het er van figuren die men normaal in de Cirque Centrale (een Gents snobcafé) aantreft. En het waren vooral déze toeschouwers die enthousiast in de handen klapten. Ongetwijfeld hebben zij zich thuis in alle rust zitten bijscholen in de barokopera tot hun moment was aangebroken…
— Voor dit jaar heb ik overigens nog niets gelezen over de gebruikelijke Happening in de Gentse Sint-Pietersabdij en de rockconcerten op de Koornmarkt?
J.B.
: Nee, en dat zal je ook niet kunnen, want ze komen er niet. Het is zo dat wij vorig jaar een fameuze financiële kater hebben overgehouden, niet alleen aan het Jongfestival, maar vooral aan een aantal « moeilijke » projecten. De Happening was b.v. bijzonder verlieslatend, omdat we proberen daar een nieuw publiek op te bouwen, niet meer de massa die naar de Happening gaat omdat het de Happening is, maar wel een breed geïnteresseerd jongerenpubliek dat specifiek komt naar wat daar aan vernieuwing gebracht wordt. Ik vind dat dit de taak is van een festival. Maar vorig jaar zijn we te ver gegaan. We hebben teveel ineens willen veranderen. Ook de vernieuwing van onze programmaboeken heeft een bijzonder groot tekort opgeleverd. Die waren vorig jaar thematisch, met hoge eisen wat het artistieke, het musicologische verantwoorde betreft (wat door degene die ze wel kochten overigens ten zeerste werd gesmaakt. Dit jaar zijn ze opgesplitst volgens de verschillende afdelingen, maar dankzij een handige index achteraan, zijn het toch ook nu weer blijvende naslagwerken geworden, R.D.S.). Ook het James Baldwin project was erg verlieslatend, evenals de dansprojecten binnen het kader van de kasteelconcerten. We hadden dus een gevoelig tekort dat we nu moeten wegwerken. Een van de maatregelen om dit te doen is de beslissing om in de toekomst het Jongfestival tweejaarlijks te houden. Omdat we ervan uitgaan dat indien men nieuwe creaties brengt, men daarvoor ook extra subsidies zou mogen ontvangen. Het Festival van Vlaanderen heeft op zo’n totaal budget ongeveer elf procent subsidies, zo’n dertig miljoen op iets meer dan driehonderd miljoen om precies te zijn. Op het eerste gezicht mag dit veel lijken, bij nader toezien blijkt dit zeer weinig te zijn in verhouding tot de Munt, de VLOS, de Filharmonie van Vlaanderen of de Singel b.v., waar dat altijd schommelt tussen de 70 à 80 procent. Bij de grote festivals in het buitenland is het bovendien precies hetzelfde : Salzburg en Berlijn b.v. krijgen meer dan zeventig procent subsidies van de overheid. Onze redenering is dus de volgende : we gaan blijven werken aan projecten naar de jeugd toe, en zelfs meer dan ooit, maar we gaan daar speciale kernen voor opzetten, zoals dat b.v. reeds het geval is met het hedendaagse dansfestival Klapstuk in Leuven. Dat is een afzonderlijke v.z.w. met nieuwe gelden en een nieuwe staf en dat werkt heel goed. Samen met de grote balletten in Brussel en in Gent vormt Klapstuk dit jaar trouwens een uitzondering, want het heeft wél plaats.
Maar voor volgend jaar plannen we nu al een groot jazzfestival in het Paleis voor Schone Kunsten, min of meer zoals het European Jazzfestival van vorig jaar dat dit jaar door Middelheien werd opgevangen. De programmator van het Jongfestival, Lukas Pairon (met wie we vorig jaar een gesprek hadden, red.), werkt nu trouwens reeds uitsluitend voor 1990.
Ook het « Human Rights »-project in de Ancienne Belgique zal wellicht volgend jaar plaatsvinden, al zal het dan natuurlijk niet meer in het teken van de Franse Revolutie staan. De A.B. zou daar trouwens een traditie willen van maken, van een festival met hedendaagse, geëngageerde volksmuziek. Daarnaast gaan we in Brussel ook nog samenwerken met de Beursschouwburg.
In Gent zouden we samen met de Vooruit een festival van hedendaags theater brengen, zoals dit eigenlijk dit jaar reeds voorzien was onder de titel « Echoes ».
De twee goedkoopste projecten die in dit kader tot stand zijn gekomen gaan overigens toch reeds door, de duurdere zijn niet afgevoerd maar verschoven naar volgend jaar. Op de koop toe kan het festival dan beter ingepast worden in ons thema van volgend jaar: « Nordic Lights », de Noordse landen. Ginds gebeurt immers nogal wat op het gebied van hedendaagse muziek, hedendaagse dans en hedendaags theater en dan zouden we dat naar hier kunnen brengen. Het systeem bewijst trouwens al zijn deugdelijkheid want voor deze samenwerking met Vooruit hebben we al een speciale subsidie gevonden. Op die manier willen we dus in de toekomst vanuit het FVV nieuwe festivals oprichten omdat het niet mogelijk is ze binnen de huidige structuur te financieren.
Dat belet anderzijds niet dat een aantal gevestigde waarden volgend jaar ook opnieuw aan bod zullen komen. Zoals de Happening b.v. die dan in het teken zal staan van Mozart. Iedereen gaat Mozart natuurlijk in 1991 herdenken (Mozart is gestorven op 5 december 1791, RDS), maar aangezien het FVV op het einde van het jaar plaatsheeft, gaan wij daar reeds op vooruit lopen onder de toepasselijke titel « Expecting Mozart ». Dat zal gebeuren in samenwerking met de Decascoop want er zijn natuurlijk oneindig veel films die met Mozart te maken hebben, niet alleen « Amadeus » of verfilmde opera’s, maar ook b.v. « Out of Africa », waarin de muziek van Mozart een essentiële rol speelt. Via een Blumenallee zouden we dan naar de Sint-Pietersabdij trekken, waar de echte Mozartsfeer zal heersen met pruiken en dergelijke.
– Ondanks de financiële problemen mogen we dus toch wel besluiten dat de verjonging een feit is. Een andere vaststelling is dat ook de democratisering zich doorzet. Dat is altijd al een slagzin geweest van uw vader, maar hij vulde dit dan in door op de militaire taptoe te wijzen en zo, waardoor ik op z’n zachtst gezegd steeds sceptisch gestaan heb tegenover deze opvatting. Maar nu moet ik toegeven dat tot in de verste uithoeken van Vlaanderen, tot in de kleinste dorpje waardevolle concerten plaatshebben. Vraag is natuurlijk: hoe zit het met de respons ?
J.B.
: Ook dat is iets wat we vorig jaar reeds hebben kunnen vaststellen: die uitbreiding naar de zogenaamde « historische steden » is één van de meest succesvolle zaken die we ooit hebben gerealiseerd. De belangstelling is daar fenomenaal. En hoe komt dat ? Omdat we ervan uitgaan dat het niet de bedoeling mag zijn dat wij vanuit Brussel zeggen : daar, in Herzele, plannen wij een concert en wij gaan daarvoor promotie maken in heel België. Nee, onze bedoeling is om in Herzele een groepering te vinden, waarmee we samen kunnen werken om een dergelijk concert op te zetten. Dat kan een vereniging zijn speciaal voor dat doel opgericht, maar dat kan ook een afdeling zijn van één van de cultuurfondsen b.v. Feit is dat die mensen van dat concert hét evenement van het jaar maken. En iedereen in het dorp wil daar dan ook bij zijn. En let op, om nu bij dat voorbeeld van Herzele te blijven: die hebben al I Musici van ons gehad en The English Chamber Orchestra, hé! Waarbij zij zelf voor alle financiële middelen zorgen en op zowat 800 aanwezigen kunnen rekenen. En dat in een gemeente van 3000 inwoners !
Dit jaar neemt voor het eerst ook Zeeuws-Vlaanderen deel aan het Festival van Vlaanderen met twaalf concerten in tien gemeenten en de voorverkoop is daar grandioos. Wij zorgen er dan natuurlijk wel voor dat ze niet beconcurreerd worden vanuit nabijgelegen grote steden zoals Gent of Antwerpen. Wij gaan m.a.w. The Moscow Philharmonic hier niet programmeren, nee, we laten dat over aan Aardenburg, zodat geïnteresseerden uit Gent en Antwerpen ook daar eens een concert bijwonen. Maar het is wel eerst en vooral de bedoeling dat de eigen mensen erheen gaan. Ik ben er immers heilig van overtuigd dat een aantal van die mensen, dat percentage moet daarom niet groot zijn, ook naar andere concerten in de regio zal gaan en later misschien zelfs naar de grote steden. Dat noem ik een democratiseringsproces op gang brengen en daaraan willen wij werken. Maar het moet wel via een plaatselijke kern gebeuren, want als het de gemeente zelf is die het organiseert, dan sterft dat uit, zoals b.v. in Wetteren gebeurd is.
— Ook de thematische benadering wordt m.i. dit jaar beter ingevuld dan vroeger wel eens het geval was (met sommige kon men alle kanten uit). Eerst iets over de overkoepelende slagzin: « 30 jaar, feesten, vechten, samen ». Akkoord, hij refereert tevens aan de herdenking van de Franse Revolutie, maar toch komt dit vrij agressief over. Het lijkt me ook wel een allusie op de voortdurende strijd voor een betere subsidiëring…
J.B.
: Dat niet alleen. Eerst en vooral moet je een onderscheid maken tussen dergelijke slogans en meer musicologische thematieken. De Franse Revolutie behoort tot deze laatste. De slogan heeft eerder te maken met het zopas geschetste democratiseringsproces. We willen aanduiden dat het publiek samen met ons nu reeds dertig jaar feest viert met het FVV, want het festival blijft toch op de eerste plaats een feest, dat is juist het verschil met het gewone concertleven, dat het namelijk beperkt is in de tijd en dat men er dus iets feestelijks kan en moet van maken. Maar ook hebben we reeds dertig jaar gevochten tegen alles en iedereen maar ook vóór iets. Voor het publiek b.v. En tegen politici, of beter: tegen de structuren in dit land, die b.v. maken dat wij enkel subsidies van de Vlaamse regering kunnen krijgen, omdat wij het Festival van Vlaanderen heten, terwijl Europalia ook uit de nationale en de Waalse ruif kan eten. Het is ook een gevecht voor de concertzalen. En een voortdurend gevecht om te vernieuwen. Het is immers zeer moeilijk om aan een publiek te laten voelen hoe een organisatie van 220, 230 concerten gestructureerd is, wat daarachter zit.
— Ook een gevecht tegen de vervlakking, de clipcultuur, Tien om te Zien…
J.B.
: Natuurlijk. Honderd procent. Zelfs in de klassieke muziek moet je daar tegen vechten. Wij moeten er b.v. voor zorgen dat wij I Fiamminghi niet brengen in hun dagdagelijkse programmatie. Dat kost hen meer moeite en dat kost ons meer moeite, maar de overwinning zal des te groter zijn. Wij gaan graag dergelijke uitdagingen aan, al beseffen we ook wel dat we voorzichtig moeten zijn en niet enkel uitdagingen kunnen brengen.
— Daarnaast zijn er dus puur musicologische thema’s, zoals dit jaar « De vrouw in de bijbelse geschiedenis »…
J.B.:
Reeds meerdere jaren hebben wij als thema « De prinsen van de muziek » en « Magnificantus », de religieuze muziek waarbij we elk jaar een ander facet willen belichten en dit jaar was dit het oratorium. Omdat we onze eigen specialisten waarin willen kennen, zijn we naar Pieter Andriessen van BRT 3 gestapt en die vond het oratorium als thema inderdaad veel te ruim en heeft dan voorgesteld om ons toe te spitsen op oratoria gewijd aan vrouwen in de bijbelse geschiedenis. Dat is veel beperkter, heel boeiend en de meeste van die werken worden niet zo heel veel uitgevoerd. Een ander voordeel is dat de BRT daarrond dan een volledige programmareeks kan uitbouwen, zodat het publiek daarna nog eens kan nagenieten van de concerten. Het geeft een festival ook een veel duidelijker gezicht. Rest dan alleen nog de vraag: moet je één groot thema brengen of vele kleintjes ? Daarover verschillen we binnen de festivaldirectie nogal eens van mening. Nu hebben we dus één groot thema, namelijk de Franse Revolutie, maar dat is dan weer zo ruim dat het eigenlijk bijna verwatert. We ondervinden dan ook dat men b.v. in de pers veel meer aandacht besteedt aan een klein thema als dit van de vrouw in de bijbelse geschiedenis.
— Ja, en alsof de Franse Revolutie op zich al geen ruim thema genoeg is, breiden jullie het nog uit tot en met de Russische Revolutie! (Al zou ik nu niet durven beweren dat dit een « verwatering » is…)
J.B.
: Eigenlijk is dat een samengaan geweest van de programmatietactiek van onze musicologen en de strategieën van het festival zelf. Eén van die strategieën is namelijk het thema « East meets West ». Zo laten wij het Borodin String Quartet uit Moscou samen musiceren met het Fine Arts String Quartet in de hoofdstad van Europa. Volgend jaar zullen we b.v. The Leningrad Philharmonic brengen en rond diezelfde periode ook The San Francisco Philharmonic. Dan zorgen wij ervoor dat die mensen met elkaar kunnen kennismaken, dat zij elkaar een geschenk kunnen aanbieden. Dat heeft misschien iets propagandistisch, maar we trachten dak telkens toch ook musicologisch te vertalen. Vandaar dus dit jaar die belangstelling voor het begrip « revolutie » als zodanig, naar daarvoor verwijs ik u liever naar de tekst van Serge Dorny (zie speaker’s corner, red.)
— Jullie spelen ook weer in op Europalia…
J.B.
: Ja, al was dat twee jaar geleden veel sterker. Maar dat komt natuurlijk omdat Europalia toen gewijd was aan Oostenrijk. Met Japan ligt het heel wat moeilijker, vooral omdat de grootste orkesten en solisten weigerden naar hier te komen en wij willen op de eerste plaats toch nog altijd kwaliteit brengen. Vandaar ook dat wij het Tokyo String Quartet, zonder enige twijfel het beste strijkkwartet ter wereld, voor Europalia brengen omdat ze enkel op dat moment vrij waren. Natuurlijk is Japan boeiend op allerlei andere vlakken van de cultuur, maar het is niet aan ons om die naar hier te halen, want anders verliezen we onze eigen identiteit t.o.v. Europalia. We zullen dit wel doen als we volgend jaar ons eigen project rond “The Nordic Lights” uitwerken – dat we trouwens om de bedoelingen van Europalia niet te doorkruisen met een jaar hebben verschoven — maar ook dan nog zullen we ons beperken tot de podiumkunsten. We zullen dus geen tentoonstellingen organiseren b.v., alhoewel men er vanuit die landen wel op aandringt.
— Er is trouwens niemand die Jan Hoet tegenhoudt om toch iets te doen met Noordse kunstenaars… Overigens over kwaliteit gesproken, het is opvallend dat het VLOS-orkest wel op het programma staat, wat destijds van het OVV-orkest niet kon worden gezegd…
J.B.
: Dat is zo met al onze orkesten. Wij programmeren ze als ze goed zijn. Dit jaar zul je het Nationaal Orkest van België b.v. niet in onze programmatie weervinden omdat we van oordeel zijn dat er daar geen positieve evolutie heeft plaatsgehad, dat zij op een zeer middelmatig niveau spelen op dit moment. Maar een orkest dat de laatste twee jaar enorm verbeterd is, dat is het BRT-orkest. En ook het publiek schijnt dat te weten want het concert in Gent was reeds lang op voorhand uitverkocht.
— Heeft het BRT-orkest niet de beste elementen van het OVV-orkest aangetrokken toen de evolutie nog geheel onduidelijk was?
J.B.
: Dat is juist, ja. Maar dat belet niet dat het VLOS-orkest een prima orkest is. En dan werken we ook graag mee aan de opbouw en willen we het proberen voor te stellen aan een groter publiek, want de VLOS heeft ook al ondervonden dat het niet zo makkelijk is de mensen warm te maken voor hun eigen orkesten. Misschien is het daarom dat de VLOS soms overgaat tot het organiseren van concerten, los van hun eigen instelling. Ik denk b.v. aan het Amsterdams Barokorkest, waarover we zopas hebben gesproken. Dat vinden wij gevaarlijk, want dat houdt toch een gevaar voor saturatie in. In Brussel en in Antwerpen is dat al een beetje voelbaar. Wij zijn van oordeel dat dit nodeloze concurrentie met de bestaande concertorganisatoren is. Bovendien moeten ze dan zelf de tekorten gaan bijleggen als zij — zoals in het ICC het geval was — die zaal vullen met mensen die niet of weinig betalen. Om het volk te lokken, gaat men immers de toegangsprijzen zeer laag houden (ongeveer de helft van die van ons), maar dan komt het erop neer dat die concerten betaald worden met het geld van de overheid. Daarvoor dienen die subsidies echter niet en daar gaan wij ons dus tegen verzetten. We willen graag samenwerken met de VLOS, maar dan wel om hun opera’s een ruggesteun te geven of om concerten van het eigen VLOS-orkest te plaatsen.
GEEN IJDELE WOORDEN
Dat dit laatste geen ijdele woorden zijn, mochten we zelf aan den lijve meemaken. Dankzij de zorgen van het FVV konden we het VLOS-orkest onder de leiding van Rudolf Werthen himself aan het werk horen in Terneuzen. De akoestiek van het hervormd kerkje waarin het concert plaatsvond (lekker provincialistisch: tijdens de pauze moest iedereen zich naar een aangrenzend jazzcafé haasten om een drankje te halen) was nu niet bepaald denderend, maar toch kon het VLOS-orkest terecht op veel bijval rekenen. Vooral de eerste symfonie van Brahms werd door de aanwezigen zeer gesmaakt, al hadden wijzelf zeker niets aan te merken op de toch nogal verrassende keuze van Beethovens « Eroica ».
Over de samenstelling van dit orkest is nogal wat te doen geweest (herinner u de twisten over de audities b.v.) en nu blijkt dat men toch wel mag stellen met reden, want van het Gentse orkest bleven nauwelijks acht mensen over en van het Antwerpse amper iets meer. Dat men ons nu niet komt vertellen dat al die ander orkestleden er al die jaren helemaal niks van terecht hebben gebracht ! (Zelfs al mag men zoals gezegd redelijkerwijs aannemen dat een aantal van de beste krachten tijdig elders een onderkomen hebben gezocht.) Dat wij dus uiteindelijk tevreden zijn over het resultaat van het VLOS-orkest, neemt niet weg dat we bij onze mening blijven dat er sociaal toch wel een zware prijs voor is betaald.
— Tot slot nog een vraagje i.v.m. een eigen Vlaamse instelling: het Ballet van Vlaanderen neemt de zware erfenis van Béjart in het Gentse Kuipke over…
J.B.
: Ja, dat zal vooral een uitdaging voor het Ballet van Vlaanderen zélf zijn natuurlijk. We hebben wel onze voorzieningen getroffen. Daarmee bedoel ik : we hebben het podium op een andere manier geplaatst, zodanig dat we de zaal kunnen vergroten of verkleinen, afhankelijk van de verkoop. In principe kunnen we op die manier met duizend mensen de indruk van een volle zaal oproepen. Maar we kunnen ook gemakkelijk uitbreiden tot 3000. We willen hen echter behoeden voor een afgang door voor een halflege zaal te moeten dansen, want dat zou echt onrechtvaardig zijn. We vinden immers dat de kwaliteit van het BVV op dit moment zeer hoog is. Maar in tegenstelling tot Béjart die naast een nieuwe creatie toch altijd terugvalt op zijn « Boléro » of zijn « Sacre du printemps », brengen zij werkelijk vier nieuwe stukken. En dat houdt natuurlijk een risico in, ook al betreurde Robert Denvers op onze persconferentie dat de zaal niet groter was…
DE RUST NA HET FESTIVAL
“De wereld is aan de optimisten!” zo besloot ik deze bijdrage, waarop ik twee maand later nog eens terugkwam nadat het Festival van Vlaanderen editie 1989 er weer opzat. Na « de rush naar het Festival » waren we dus toe aan « de rust na het Festival »…
Uit het ontzettend grote aanbod pikte ik de première van het nieuwe dansprogramma van het Ballet van Vlaanderen, zowel het Muntorkest als het VLOS-orkest in de Oude Hospitaalzaal te Gent (waar we ook nog gecharmeerd werden door Barbara Hendricks), een merkwaardig optreden van I Solisti Veneti in de Pacificatie-zaal van het Gentse stadhuis en een uitstapje met de Festivaltrein naar Brussel om in het P.S.K. het Philharmonia Orchestra of London aan het werk te horen o.l.v. de Sovjetrus Yuri Simonov. Maar we zaten vooral in kerken: in Sint-Baafs voor de Missa Solemnis van Beethoven en het Te Deum van Berlioz en in de Sint-Michielskerk voor « Juditha Triumphans » van Vivaldi en « Athalia » van Haendel. Als slotsom kunnen we slechts knielen voor zoveel schoonheid…
SPORTPALEIS
Het Gentse Sportpaleis was zeker niet te klein, zoals Robert Denvers vreesde, maar toch kon het Ballet van Vlaanderen met zijn nieuwe productie, « A dance for you » op voldoende bijval rekenen om dit evenement in de toekomst nog eens te herhalen. De artistieke waarde van dit nieuwe programma daarentegen was in mijn ogen nogal ongelijk. Het opende met de gelijknamige choreografie van Vicente Nebrada op muziek van de eveneens Venezolaanse pianiste Maria Teresa Carreno. Onmiddellijk viel de mooie aankleding door Christina Giannini op, maar tegelijk werd de sereniteit een beetje verstoord door een heen en weer gedraaf dat door de vloer, meer dan toelaatbaar was, werd geaccentueerd. In het tweede en het derde deel van deze choreografie ging het er iets stijlvoller aan toe, maar op het einde verwaterde het weer door een opeenvolging van solo’s die geen andere bedoeling hebben dan « showing off », een bedje waarin het B.V.V. wel eens meer ziek is.
De tweede choreografie, « Danses qu’on croise » van Thierry Malandain, stal echter meteen de harten van alle aanwezigen. Op de tonen van niets minder dan de « Hongaarse Dansen » van Johannes Brahms wordt hier zowaar zeer modern gedanst (soms is zelfs Anna-Teresa De Keersmaeker een beetje in de buurt). Ook hier is de vormgeving weer zeer verzorgd: Christine Colombani roept een beetje de sfeer van « Blueberry Hill » op, waarbij door rolleninversie zelfs de humor niet ontbreekt.
« Dark Elegies » van Antony Tudor op Gustav Mahler was niet altijd even gaaf, maar doorgaans toch aangrijpend en er werd afgesloten met « Great Galloping Gottschalk » van Lynne Taylor-Corbett (uiteraard op muziek van de Amerikaanse componist) dat in de geest verwant was aan het openingsstuk en er in de uitwerking ook dezelfde ongelijke kenmerken van vertoonde.
Dit nieuwe programma van het Ballet van Vlaanderen loopt in november 1989 in de Antwerpse Opera, maar op 5 en 16 november wordt « Danses qu’on croise » vervangen door « Distant mirror » van Danny Rosseel. Dit werk hebben we nog niet gezien en kunnen we dus ook niet beoordelen, maar wie zeker wil spelen zal het uitmuntende « Danses qu’on croise » absoluut niet willen missen.
PEIL VAN ONZE ORKESTEN VERHOOGD
Om nog even bij onze eigen mensen te blijven : in de Oude Hospitaal-zaal kon het Symkonie-orkest en koor van de Munt o.l.v. Sylvain Cambreling met een Mozart-programma weliswaar op een grote bijval rekenen, maar de week daarvoor was er een heuse staande ovatie voor het koor en orkest van de Vlaamse Opera o.l.v. Rudolf Werthen met de derde symfonie van Schubert en het Stabat Mater van Rossini. Nu, bij het Mozart-concert was het enthousiasme misschien een beetje getemperd omdat Aga Winska, de laureate van de Elisabeth-wedstrijd, het opnieuw had laten afweten. Bracht ze vorig jaar in dezelfde zaal nog een gereduceerd programma, dan bleef ze nu helemaal weg en werd in laatste instantie vervangen door de Britse Lynn Dawson. Een staande ovatie was er hier wel, maar dan voor Jan Briers senior die — in onze ogen enigszins verrassend — in de bloemetjes werd gezet door zijn vroegere medewerker Gerard Mortier. « U heeft de Vlamingen naar muziek leren luisteren, » zei Mortier een beetje pathetisch, « zoals Conscience ze heeft leren lezen. » Maar het is wellicht wel waar dat Briers sr. inderdaad heeft bijgedragen tot de herwaardering van Gustav Mahler en tot een verhoging van het peil van onze orkesten, zowel dat van de Munt, van de VLOS als de Filharmonie, en tot de bloei van onze barokorkesten, zoals Mortier deemoedig toegaf.
En hoezeer die kwaliteit van onze orkesten erop vooruitgegaan is, mochten we dus al meteen ondervinden bij het concert van het VLOS-orkest. Een kleine bloemlezing uit de dagbladrecensies zegt al voldoende : « grenzen verlegd », « stoutste verwachtingen overtroffen », « een zelden gehoord fenomeen op Vlaamse planken », « woorden schieten tekort » enzovoorts. En omdat we niet eeuwig kunnen herhalen welke pijnlijke sociale voorgeschiedenis hieraan is voorafgegaan, kunnen we ons daar maar enkel stilzwijgend bij aansluiten.
Ook onze zo geroemd barokorkesten konden we aan het werk horen in twee oratoria in de reeks « de vrouw in de bijbelse geschiedenis» . Het Collegium Instrumentale Brugense en het West-Vlaams Vocaal Ensemble o.l.v. Patrick Peire brachten een verfrissende versie van Haendels « Athalia ». « Juditha Triumphans » van Antonio Vivaldi daarentegen was toch wel een heel taaie brok om uit te zitten. Zelfs doorwinterde freaks zagen we opgelucht ademhalen als de laatste tekstbladzijde in zicht kwam. Aan de uitvoering zelf kan het nochtans niet te wijten geweest zijn. Paul Dombrecht zorgde met Il Fondamento en met het BRT-koor voor een ongewone maar boeiende klankkleur, ongetwijfeld door de aanwending van historische instrumenten. Maar het mocht niet baten: voor de meesten was dit een te zwaar gerecht. U kunt er zich overigens zelf van overtuigen want de BRT-televisie heeft het concert gecapteerd. Een ongetwijfeld boze tong fluisterde dat dit allicht het antwoord van de BRT was om de populariteit van « Tien om te zien » in te dijken…
ALS HARINGEN IN… EEN TOCHTIGE KERK
Het feit dat men een dergelijke inspanning in een tochtige kerk moet leveren, zal overigens zeker ook een rol hebben gespeeld. Maar dan mocht men zich in de Sint-Michielskerk nog gelukkig prijzen : althans voor de genodigden waren er toch iets makkelijker stoeltjes geplaatst met een klein beetje ruimte voor de benen. In de Sint-Baafskatedraal zit men echter als haringen in een ton. Gelukkig zijn de organisatoren zich daar blijkbaar ook wel van bewust en worden de programma’s in het Heilige der Heiligen van bisschop Van Petegem daar ultrakort gehouden. Bovendien is ook de akoestiek van de kathedraal niet dienstig voor ieder werk. Zo verdronk de Missa Solemnis van Beethoven, uitgevoerd door het Filharmonisch Orkest en Koor van Radio France o.l.v. Marek Janowski, in een klankenbrij die door de weerkaatsing soms tot een heuse kakofonie leidde.
Ongetwijfeld moet dit ook te maken gehad hebben met de te exuberante aanpak van Janowski, want het Te Deum van Berlioz, toch ook geen werk dat het voornamelijk van subtiliteit moet hebben (als dat geen understatement is !), deed het in de uitvoering van het Symfonisch Orkest van de N.D.R. geleid door niemand minder dan Emil Tchakarov toch wel behoorlijk goed. Alleen maar jammer dat (ook al omwille van praktische omstandigheden wellicht) de oorspronkelijke kooropstelling van Berlioz (diametraal tegenover elkaar) niet werd gevolgd : het Koor van Dusseldorf en de Frankfurter Sing Akademie werden gewoon samengevoegd.
En als we dan het Brusselse buitenbeentje gemakshalve overslaan, komen we tenslotte bij twee optredens van « vedetten » die het bij de confraters nogal hebben moeten ontgelden. Van Barbara Hendricks werd reeds beweerd dat ze met haar charmante podiumprésence een aantal vocale schuivers kon verbergen, maar Claudio Scimone, de dirigent van I Solisti Veneti, kreeg werkelijk de volle laag : « gelegenheidsclown », « nog net goed bevonden voor de rommelmarkt », « een klus afhaspelen » , je wist niet wat je las. Akkoord, die confraters in kwestie hadden het concert in de Oude Hospitaalzaal bijgewoond en ik dat in de Pacificatiezaal maar zoveel verschil kan dat nu toch ook niet uitmaken. Nee, ik was wel degelijk wél onder de indruk van het spel van het voormalige barokorkest. Niet alleen omdat wij, komende uit de popmuziek, niet vies zijn van enige showelementen, maar toch ook vooral omdat er met name in de sonate nr.6 van Rossini wel heel subtiel werd gemusiceerd. Wij van onze kant waren veel meer geshockeerd door de nieuwe golf van franskiljonisme die zich van het Festival dreigt meester te maken. Ook dit concert werd immers door de BRT gecapteerd en toen de omroepster (weliswaar inderdaad iets te schools) het programma aankondigde, werd er in mijn buurt luid genoeg gefluisterd : « Va te faire foutre ! » Toen ik omkeek, bleek de « dader » een op het eerste gezicht welopgevoede juffrouw te zijn. De Boccaccio-generatie ?
Tot zover mijn eigen nabeschouwing in De Rode Vaan, maar voor Wij, het blad van de Volksunie, ging ik nog eens opnieuw met Jan Briers jr. praten…
01 herwig de weerdtFESTIVAL VAN VLAANDEREN: EEN BALANS
De editie 1989 van het Festival van Vlaanderen zit er alweer op. Met Jan Briers jr. blikken we even terug op de voorbije concerten, de heerlijke momenten die we er beleefden, maar we maken ook wat kanttekeningen bij een paar wanklanken die blijkbaar onuitroeibaar zijn. De gedachten van „de jonge Briers”, zoals hij in de omgang wordt genoemd, vertoeven echter reeds bij de programmatie voor volgend jaar. En ook hier lichten we even een tipje van de sluier op…
Het is nu reeds het derde jaar dat Jan Briers officieel de titel van directeur van het Festival van Vlaanderen van zijn vader heeft geërfd, toch blijft hij nog altijd een beetje bescheiden op de achtergrond. „Ik heb de fakkel niet echt overgenomen, ik houd hem gewoon mee vast”. Volgens junior betekent dit dat zijn vader nog steeds de touwtjes in handen heeft, maar dat hij zich bijna niet meer laat zien in de kantoren van het Brusselse Flageyplein. Moeilijkheden levert dit volgens Jan niet op, hij kan gewoonlijk akkoord gaan met de visie van zijn vader. „Niet altijd, maar toch…” lacht hij fijntjes.
VERJONGING
Toch is het een feit dat Jan jr. zich de jongste tijd meer en meer begint te profileren in de programmatie. Men zou zelfs kunnen stellen dat dit een „lijfelijke bevestiging” is van de verjonging die zich in het Festival laat voelen. Briers jr. is met z’n 35 jaar zelfs de oudste van de twaalfkoppige Festivalploeg. Het kan haast niet anders of dit moet ook zijn weerslag hebben op het Festivalpubliek.
Jan Briers : „Oh ja, er is inderdaad een zeer duidelijk merkbare verjonging van het publiek. Voor dit jaar heb ik daar nog geen precieze cijfers over, maar vorig jaar konden we de opkomst van de jongeren heel nauwkeurig berekenen. We geven immers 50 % korting wanneer men jonger is dan 25 jaar. Of men nog studeert of reeds werken gaat, speelt daarbij geen enkele rol. En, tussen haakjes, die korting geldt niet voor manifestaties in het kader van het Jongfestival, zodanig dat we dus de aanwezigheid van de jeugd op de klassieke concerten heel minutieus konden aflezen. En dan blijkt dat niet minder dan 32 % van de Festivalgangers jonger is dan 25 jaar. Dat is werkelijk fenomenaal, vind ik.”
WIJ: En waaraan kan dit dan zoal te wijten zijn?
Jan Briers:
„Op de eerste plaats aan de inzet van mensen in de scholen. Dat is meestal een lid van het onderwijzend personeel, maar het kunnen net zo goed ook leerlingen zijn. Alles echter op vrijwillige basis. Als de scholen de leerlingen zouden verplichten naar concerten te gaan, dan zou dit ongetwijfeld faliekant aflopen. Het kan echter wel gebeuren dat men in klasverband eens een repetitie bijwoont of zo. Voor de eigenlijke concerten zijn het echter die plaatselijke animatoren die de jongeren warm maken voor een door hen geselecteerd aanbod. Blijkbaar doen zij dat met het nodige enthousiasme, want in bepaalde scholen in het Gentse b.v. verkopen wij op die manier soms meer dan elfhonderd kaarten! Het meeste succes hebben we in colleges en athenea en veel minder in het technisch onderwijs, maar in samenwerking met het provinciale onderwijs zijn we van plan daar volgend jaar wat aan te doen.”
AMADEUS
WIJ: De Gentse jongeren moesten dit jaar alvast hun popconcerten op de Koornmarkt en de traditionele Happening in de SintPietersabdij missen…
Jan Briers:
„Ja, op Klapstuk in Leuven en nog enkele andere dansvoorstellingen na, heeft het Jongfestival dit jaar geen plaats gevonden. Omwille van financiële problemen hebben wij besloten dit voortaan nog slechts tweejaarlijks te organiseren. Wat dus echter wel betekent dat het volgend jaar opnieuw aan de beurt komt. Ik kan u trouwens al verklappen dat de Happening dan in het teken zal staan van Wolfgang Amadeus Mozart, die sedert de film „Amadeus” van Milos Forman bij de jeugd haast even populair is als een rockvedette. Zoals u wellicht wel weet zal 1991 overal in het teken staan van Mozart, omdat het dan (op 5 december) tweehonderd jaar geleden zal zijn dat hij is overleden. Aangezien onze Happening echter op het einde van het jaar plaatsheeft, willen wij daar reeds een beetje op vooruitlopen onder de toepasselijke titel „Expecting Mozart”. Zo staat er o.a. een samenwerking met de Decascoop op het programma, omdat naast „Amadeus” er nog tal van andere films zijn die hun succes mede te danken hebben aan de muziek van „Woolfie”. Er zijn natuurlijk verfilmde opera’s zoals „Don Giovanni” van Joseph Losey of „Die Zauberflöte” van Ingmar Bergman, maar zelfs in films als “Out of Africa” van Sydney Pollack speelt muziek van Mozart een essentiële rol. Van de korte afstand tussen het bioscoopcomplex en de Sint-Pietersabdii zouden we dan een ware „Blumenallee” maken, terwijl in de abdij zelf de echte Mozartsfeer zou heersen met pruiken e.d.”
WIJ: Waaraan waren de financiële moeilijkheden te wijten waarover u daarnet sprak?
Jan Briers:
„Onder meer aan die Happening. Die was vorig jaar bijzonder verlieslatend, vooral omdat we geprobeerd hebben een nieuw publiek op te bouwen. We wilden afstappen van de idee dat men naar de Happening komt, gewoon omdat het de Happening is. We mikten integendeel op een breed geïnteresseerd jongerenpubliek dat speciaal op de vernieuwde en vernieuwende programmatie zou afkomen. Maar blijkbaar zijn we daarin te ver gegaan. Ik blijf echter de overtuiging toegedaan dat een Festival zichzelf steeds moet vernieuwen. Maar de overheid zou dit moeten ondersteunen met een extra-subsidiepolitiek. Tenslotte brengen wij in dat kader toch steeds nieuwe creaties van bij ons. Ik denk b.v. aan bepaalde dansproducties en ook aan het fameuze James Baldwin Project, dat ons echter evenveel lof als verlies heeft opgeleverd… ”
WIJ: De subsidiepolitiek van de regering is altijd al een gevoelig thema geweest voor de Festivaldirectie?
Jan Briers:
„De subsidies voor het Festival van Vlaanderen bedragen zo’n dertig miljoen. En dat op een totaal budget van meer dan driehonderd miljoen. Je kan het percentage zelf uitrekenen en dan mag je dat eens naast de subsidies voor de Muntschouwburg, de Vlaamse Opera, de Filharmonie van Vlaanderen of De Singel leggen, waar dat percentage schommelt tussen 70 à 80 procent. Datzelfde percentage vinden we trouwens ook in het buitenland weer. Salzburg en Berlijn b.v. worden voor meer dan 70 % gesubsidieerd door de overheid. En daarnaast is er nog het feit dat wij omwille van onze naam enkel maar gesubsidieerd kunnen worden door de Vlaamse Gemeenschap, terwijl Europalia b.v. zowel uit de nationale als de diverse gewestelijke ruiven kan meeëten!”
WIJ: De financiële inhaalbeweging is dit jaar echter wel geslaagd, meen ik te hebben opgevangen…
Jan Briers:
„Het zijn natuurlijk allemaal nog voorlopige cijfers, maar wat de zaalbezetting betreft kunnen we nu reeds vaststellen dat die — na de inzinking van vorig jaar toen we slechts 75 % haalden — opnieuw is gestegen naar 86 %. En dan moet je er rekening mee houden dat daarin b.v. ook orgelrecitals zijn begrepen, die een zeer lage bezettingsgraad kennen. Opvallend is het succes van de reeks oratoria onder het thema „De vrouw in de bijbelse geschiedenis”, waar we oorspronkelijk nogal sceptisch tegenover stonden. In totaal gaan we met onze inkomsten van 210 naar 240 miljoen, ondanks het feit dat we minder concerten hebben georganiseerd. Het aantal toeschouwers is gestegen van 190.000 tot ongeveer 205.000, dat is min of meer hetzelfde aantal als twee jaar geleden. We zijn er ons echter van bewust dat dit komt omdat we een aantal risicodragende projecten tot volgend jaar hebben uitgesteld en deze hebben vervangen door kaskrakers zoals Béjart. Het is echter wel zo dat we de bedoeling van om de twee jaar aandacht te besteden aan de hedendaagse kunsten wel degelijk gaan realiseren.”
HEEL-NEDERLANDS
WIJ: Hoe was de interesse in Zeeuws-Vlaanderen?
Jan Briers:
„Fenomenaal! De voorverkoop liep zo goed dat we, nog voor het Festival eigenlijk moest van start gaan, reeds aanvragen binnenkregen voor de programmatie van volgend jaar. Enkele weken geleden hebben we dan ook reeds een voorlopige programmatie opgemaakt en zopas nog verneem ik dat het Festival van de Hedendaagse Muziek in
Middelburg, dat een vrij grote reputatie heeft, wegens financiële problemen wordt opgedoekt en dat de subsidies die daarvoor gestemd waren voor een groot deel naar het Festival van Vlaanderen, afdeling Zeeuws-Vlaanderen, zouden gaan zodanig dat we ook daar aandacht kunnen besteden aan de hedendaagse muziek. Daarnaast gaan we ook de nadruk leggen op co-producties tussen Nederland en Vlaanderen. Dat zou b.v. La Petite Bande kunnen zijn met het Nederlands Kamerkoor of Ton Koopman en zijn Amsterdams Barokorkest, samen met Collegium Vocale.
WIJ: Over barok gesproken, u heeft het zelf ook al aangehaald: „de vrouw in de bijbelse geschiedenis” is een succes geworden. Daarnaast is het overkoepelende thema „De Franse Revolutie er niet echt uitgekomen. Wordt nu meteen ook de knoop doorgehakt in de discussie over het werken rond één groot thema of met verschillende kleinere?
Jan Briers:
Nee. we raken er maar niet uit. De vaststelling die je doet is nochtans juist. Maar met verschillende kleinere thema ’s werken betekent ook dat je al die diverse thema’s moet gaan promoten en dat vraagt natuurlijk veel meer werk. Wat nu „de vrouw in de bijbelse geschiedenis” betreft, daarbij hadden we het voordeel dat het allemaal producties waren die speciaal voor ons waren opgezet, zodat niet alleen de musici zelf zeer gemotiveerd waren, maar vooral ook de productiedienst van de BRT die zeer nauw betrokken was bij de voorbereiding. En wat ook belangrijk was: het project liep over álle festivalsteden. Het begon al in mei in Limburg, liep dan in augustus over Brugge, zo naar Antwerpen, Gent, Zeeuws-Vlaanderen en Amiens. Het was dus een project dat voortdurend in de belangstelling stond, al bestond het eigenlijk maar uit zes concerten.”
WIJ: Euforische commentaren waren er ook bij de concerten van het koor en orkest van de Vlaamse Opera…
Jan Briers:
„De commentaren waren euforisch omdat het om een nieuw ensemble gaat en er dan meer goodwill aanwezig is dan bij, zeg maar, I Solisti Veneti, die tot de absolute top behoren en als die dan voor één keer eens niet uitzonderlijk goed zijn dan in sommige kranten daarvoor worden gekraakt. Nu, wat het VLO-orkest betreft, iedereen is natuurlijk blij dat we naast de Filharmonie van Vlaanderen er opnieuw een goed orkest bij hebben. Maar uiteindelijk is het een orkest dat een behoorlijk nationaal peil heeft, maar waar internationaal nog heel wat aan gesleuteld zal moeten worden!”
WIJ: Een andere soort van première was het Ballet van Vlaanderen in het Gentse Sportpaleis. Directeur Robert Denvers maakte zich vooraf zorgen omtrent de beschikbare plaatsen. Dat hoefde niet, zo bleek, want er kon nog heel wat volk bij…
Jan Briers:
„Dat komt ook omdat we de verkoop hebben moeten stilleggen toen bleek dat de zichtbaarheid voor een aantal mensen aan de zijkanten te slecht was. In totaal zijn er bijgevolg zo’n 3.400 toeschouwers op afgekomen, wat ik zeker niet slecht vind. We wisten immers op voorhand dat Denvers de populariteit van Béjart nooit zou kunnen evenaren. In Brussel hadden we dit jaar b.v. alweer vijftien keer 1.800 mensen voor Béjart.”
WIJ: En Mark Morris?
Jan Briers:
Ik denk dat die evenveel volk lokt als het Ballet van Vlaanderen. De zalen zitten weliswaar even vol als bij Béjart, maar dat is dan voornamelijk omdat het binnen de abonnementenserie van de Munt valt, zodanig zelfs dat men maar voor één opvoering kaarten kon kopen… Maar om nu terug te keren naar het Ballet van Vlaanderen, het is een experiment dat volgend jaar zeker kan worden herhaald. Met Europese maatstaven gemeten is het immers een goed gezelschap. Hoe we het gaan doen, weten we echter nog niet. Ofwel met beperkt publiek zoals nu, ofwel voor het hele Sportpaleis maar dan met z’n populairste werken en gekoppeld aan een driedaagse met Béjart en een tweedaagse met Anne-Teresa De Keersmaeker, zodanig dat we het Sportpaleis voor een hele week kunnen afhuren voor een dansfestijn, wat financieel ook meer haalbaar is.”
WIJ: Er werd opvallend veel Frans gesproken op de concerten van het Festival, is dat omwille van de buitenlandse belangstelling (ik denk aan Noord-Frankrijk) of steekt er dan toch een nieuw soort franskiljonisme de kop op?
Jan Briers:
„Ik denk het eerste. Ik meen zelfs dat de Gentse Franstalige bourgeoisie die vroeger veel naar het Festival kwam, het nu een beetje laat afweten. Let op, we hebben die niet op de vlucht gejaagd, want het maakt toch een belangrijk segment van ons publiek uit. Maar ze komen gewoon niet meer en dat ligt ‘m volgens mij aan het feit dat zij graag in elkaars aanwezigheid naar een evenement gaan. Daarom zie je ze nog wel op de „concerts d’hiver” of het Théâtre National en ook wel bij Béjart. Nee, volgens mij was het wel degelijk te wijten aan de Franse en Waalse belangstelling vooral dan voor prestigieuze concerten zoals van Barbara Hendricks of I Solisti Veneti.”
WIJ: Wat is u zelf het meest bevallen dit jaar?
Jan Briers:
„Merkwaardig, maar het waren drie kwartetten: het Borodin Kwartet, het Fine Arts String Quartet en het Tokyo String Ouartet.”
TOEKOMST
WIJ: En de grootste ontgoocheling, naast I Solisti Veneti dan? Barbara Hendricks misschien?
Jan Briers:
„Dat zou dan toch tegen de mening van het publiek in zijn, want dat was niet enthousiast maar zéér enthousiast! Maar ik begrijp wat u bedoelt: Barbara Hendricks is eigenlijk geen zangeres om in een zaal met 1.600 mensen te brengen. Ze heeft een stem voor een gezellig recital in een historisch kader. Haar populariteit is haar echter zodanig boven het hoofd gegroeid dat we haar wel in een dergelijke zaal moeten brengen om uit de kosten te komen. Nee, Barbara Hendricks heeft een heel mooie stem, maar niet een echt grote stem als Kiri Te Kanawa of Jessye Norman.”
WIJ: Er doen over volgend jaar de wildste geruchten de ronde…
Jan Briers:
„Dat Pavarotti zou komen? Welja, dat klopt. We zouden hem in het Antwerpse Sportpaleis willen brengen, samen met de Münchener Philharmoniker, één van de beste Europese orkesten. Het is dus niet zo dat we dit gewoon commercieel willen uitbuiten, „take the money and run”. Anderzijds nemen we geen enkel financieel risico: al de inkomsten en uitgaven zijn voor hem, wij organiseren alleen maar. Er zal wellicht wel kritiek zijn op de locatie, maar het is zo dat ik hem gevraagd heb naar het Paleis voor Schone Kunsten te komen. Zijn antwoord was echter: „Ik geef slechts twaalf concerten per jaar (naast de opera’s natuurlijk) en dan wil ik op elk van die concerten zoveel mogelijk mensen tegelijkertijd tevreden stellen. En ik kom ook in elk land slechts één keer. Als ik dus naar België kom, wil ik een zo groot mogelijke zaal.” Trouwens ik moet zeggen dat er met heel veel beroepsernst aan de akoestiek van het Sportpaleis wordt gewerkt. ”
WIJ: De winnares van de Elisabethwedstrijd, Aga Winska, behoort zeker nog niet tot dat selecte gezelschap, integendeel ze schijnt er eerder op achteruit te gaan. Vorig jaar was er reeds een klein incidentje rond haar optreden (dat omwille van vermoeidheidsproblemen sterk werd ingekort), nu bleef ze helemaal weg…
Jan Briers:
„De première van Mozarts Grosse Messe had in de Muntschouwburg plaats, een week voor ze bij ons zou worden uitgevoerd. En ik weet niet of u de kritieken gelezen heeft, maar ze werd de grond ingeboord zoals ik het nog zelden heb meegemaakt. Gerard Mortier heeft haar dus gewoon uit de productie verwijderd. Ik weet wel dat een aantal mensen ontgoocheld zullen zijn geweest, omdat zij speciaal voor haar waren gekomen, maar de vraag is of we Aga Winska moeten brengen als je op voorhand zeker weet dat het een desillusie zal zijn… En wat de oorzaak ervan is? Ik weet het niet. Naar het schijnt presteert ze op de repetities heel goed, misschien een soort van plankenkoorts? Ze vraagt overigens ook een speciale bewaking voor en na het concert zodat ze niet belaagd kan worden door bepaalde figuren waarmee ze vroeger nog te maken heeft gehad…
WIJ: En de plannen voor 1990?
Jan Briers:
„Volgend jaar zullen we vooral aandacht besteden aan de Scandinavische landen, onder het thema The Nordic Lights. Eigenlijk was dit al voor dit jaar gepland, maar we wilden het opzet van Europalia-Japan niet doorkruisen. Bovendien geeft ons dat de mogelijkheid om het volgend jaar iets ruimer te zien en naast grote symfonische orkesten ook balletgroepen, jazz-ensembles en zelfs theatergroepen naar hier te brengen. We zullen ons echter wel beperken tot de podiumkunsten. We zullen m.a.w. geen tentoonstellingen organiseren, alhoewel men daar vanuit die landen wel op aandringt.”
WIJ: Och, niemand belet Jan Hoet een project uit te werken rond Scandinavische kunstenaars…
Dit interview is mijn eerste en tegelijk laatste bijdrage geweest voor het Volksunie-weekblad. Waarom? Heel eenvoudig: ik ben er nooit voor betaald…

Referenties
Ronny De Schepper, “Een voortdurend gevecht om te vernieuwen”, De Rode Vaan nr.39 van 29/9/1989
Ronny De Schepper, De rust na het Festival, De Rode Vaan nr.45 van 10/11/1989
Ronny De Schepper, Festival van Vlaanderen: een balans, Wij van 8/12/1989

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.